Als een Vos de Europese passie preekt

16 mei 2013

door Piet Lambrechts
verschenen op 14 mei 2013 in Uitpers

De economische crisis blijft ook in de Europese Unie onverminderd toeslaan. Die Unie ziet bovendien geen uitweg uit die crisis. Dat hoeft niet te verbazen omdat een instelling als de Europese Unie die op kapitalistische leest is geschoeid onmogelijk de kwalen van dit kapitalisme kan genezen. Dat willen of kunnen verdedigers van de huidige Europese Unie, zoals de Gentse hoogleraar Hendrik Vos, evenwel niet inzien.

Het zijn harde tijden voor professionele verdedigers van de Europese Unie. Decennialang werd ons dat eengemaakte Europa als de vooruitgang zelf voorgesteld. Maar na meer dan zestig jaar Europees eenmakingsproces zit de EU in zak en as. Door de aanslepende crisis van het kapitalisme, het maatschappelijk stelsel van de EU, ziet die EU het helemaal niet meer zitten en weet ze niet meer wat ze haar burgers moet zeggen. Behalve dan dat moet worden bespaard op de kap van wie van een loon of sociale uitkering leeft. Een kleine elite kan doorgaan met poen scheppen, terwijl de meerderheid van de bevolking te maken krijgt met hoge werkloosheid, toenemende armoede, bedrijfssluitingen, massaontslagen, verplichte migratie, afschaffing van de minimumlonen, steeds grotere flexibiliteit, zelfdodingen.

Begin ‘Europa’ dan maar eens te verdedigen. Toch zijn er lieden die dit tegen beter weten in blijven doen. Een van die beroepsmatige Euro-propagandisten is Hendrik Vos, hoogleraar Europese studies aan de UGent. Vos is een sympathieke verschijning en een vlotte prater. Hij is thuis in het politieke en diplomatieke wereldje. Voor de pers en zeker voor de openbare omroep VRT is hij het Europese orakel. Af en toe laat hij wel eens een ongevaarlijk kritisch geluid over de EU horen, maar hij zet zich vooral in om die EU door dik en dun te verdedigen. Dat deed hij nog maar eens in een opiniestuk in De Standaard (11 mei 2013) dat de veelzeggende titel ‘Niet perfect, wel noodzakelijk’ meekreeg.

Met ‘niet perfect’ geeft Hendrik Vos, via een subtiel woordgebruik, toe dat de EU er niet in slaagt ons uit de crisis van het kapitalisme te redden. Dat kan ook niet, want het verenigde Europa, nu Europese Unie genoemd, kwam er precies om het West-Europese kapitalisme na de Tweede Wereldoorlog opnieuw op de sporen te zetten en voortdurend te versterken. Vos geeft dus het falen van de EU toe, maar als geïndoctrineerd of opportunistisch verdediger van de EU noemt hij die toch ‘noodzakelijk’. Het ontgaat de hoogleraar , zoals zovele verdedigers van de EU, dat het verenigde Europa op zich een goede zaak is, maar dat het er ook anders had kunnen uitzien dan de huidige constructie.

Vos en zijn consorten in politieke, diplomatieke en vanzelfsprekend zakenkringen willen niet toegeven dat een Europa dat in de eerste plaats de belangen van de meerderheid van de bevolking en niet van de kapitaalbezitters behartigt ook mogelijk was geweest. Zijn pleidooi voor de EU is een pleidooi voor het huidige liberale Europa. Dat pleidooi rammelt echter van de manke redeneringen. Zo steekt Vos van wal met een pleidooi voor vrijhandel. Hij wekt daarbij ten onrechte de indruk dat de EU-lidstaten samen kunnen beslissen welke producten ze al dan niet invoeren, rekening houdend met de volksgezondheid, het leefmilieu en de verbruiker. Hij verzwijgt dat de EU onder het toezicht van de Wereldhandelsorganisatie staat die geen inbreuken op de vrijhandel duldt.

Handel voor alles

Andere verdedigers van ‘Europa’ geven dat toe. Dat blijkt onder meer uit de reactie van Europees parlementslid Ivo Belet (CD&V) op de voorstellen van PS-voorzitter Paul Magnette om strengere sociale bepalingen in handelsakkoorden op te nemen. Belet noemt het opnemen van sociale of milieunormen in die akkoorden ‘utopisch’ (De Standaard, 23 april 2013). Want, zo luidt zijn redenering: ‘Zowat alle producten die uit China komen zullen niet aan onze milieunormen beantwoorden. Gaan we die dan tegenhouden met heffingen aan de grens? Dan start je een regelrechte handelsoorlog.’ Met andere woorden: de handel voor alles. De vraag waartoe de Europese milieunormen dan wel dienen, laat Belet onbeantwoord. Toch durft de EU China haar tanden tonen, ten minste als er handelsbelangen op het spel staan. Zo stelde Karel De Gucht als lid van de Europese Commissie voor om importheffingen in te voeren op Chinese zonnepanelen. De Chinese dumpingpraktijken schaden de Europese producenten. En dan begint er een belletje te rinkelen.

Een ander voorstel van Magnette, een Europees minimumloon om de concurrentie tussen EU-landen tegen te gaan (in Duitsland bestaan geen minimumlonen en wordt tegen drie euro per uur gewerkt), werd dan weer afgeschoten door een andere fervente pro-Europeaan, Philippe De Backer, Europees parlementslid voor de Open VLD. Die ziet zo’n Europees minimumloon niet zitten, omdat dat ‘heel Europa in de werkloosheid zal jagen’. Dat het gebrek aan minimumlonen het aantal werkende armen doet toenemen zal hem een zorg wezen.

Waar Magnette ervoor pleit eindelijk eens werk te maken van de zo lang aangekondigde herinvoering van de scheiding tussen spaarbanken en investeringsbanken, meent Ivo Belet dat het Europese bankentoezicht volstaat. Toch hebben de avonturen van de banken ons in een zoveelste crisis gestort. Philippe De Backer wil dan weer niet weten van een door de PS-voorzitter voorgesteld Europees industrieel beleid. Volgens De Backer moet men alle vertrouwen hebben in de onzichtbare hand van de markt. Hij is blijkbaar blind voor wat die onzichtbare hand heeft aangericht. Ook over een minimumbelasting voor bedrijven wil De Backer niets horen. Zijns inziens moet de belastingconcurrentie tussen de verschillende lidstaten kunnen spelen ‘omdat dat de belastingen laag houdt’. En zo betalen multinationals geen of nauwelijks enkele procenten belasting.

Het tweede sprookje dat Vos probeert te verkopen slaat op de beslissingen die de EU-landen samen nemen en waardoor ze ‘invloed kunnen uitoefenen op de rest van de wereld’. In werkelijkheid zien we dat de EU op politiek, handels-, milieu- en sociaal gebied steeds meer de duimen moet leggen voor de echte grootmachten en vooral voor de financieel-economische machten. Europa heeft de kans gemist zijn sociaal stelsel aan de handelspartners op te leggen. Het omgekeerde is gebeurd. Onder druk van de multinationals en speculanten heeft het zich laten wegzinken in het internationale concurrentiespel, waarin sociale, milieu- en gezondheidsnormen wel de allerlaagste prioriteit zijn. Dat leidt niet alleen tot een toenemende sociale achteruitgang in de EU-landen, maar ook en vooral tot ware catastrofes in nog goedkopere landen, zoals de recente rampen in Bangladesh bewijzen.

 Europa moet ontgoochelen

Dat Europese Unie synoniem is van sociale afbraak wordt zonder schaamte bevestigd door een andere eurofiel, Jean-Luc Dehaene, bestuurder van vennootschappen. In een vraaggesprek met De Standaard (12 maart 2011) zei hij onomwonden dat het Rijnlandmodel (het Europees sociaal model) ‘zich zal moeten aanpassen aan de nieuwe wereld’. Dat geldt zijns inziens vooral voor ‘onze arbeidswetgeving en onze sociale zekerheid’. Omdat het Europese kapitalisme toch iets socialer is dan bijvoorbeeld het Amerikaanse, wordt dat Europese kapitalisme met een verhullende term de ‘sociaal gecorrigeerde markteconomie’ genoemd. Maar daarmee moet het volgens Dehaene maar eens gedaan zijn: ‘we moeten die sociale correcties aanpassen aan de veranderende wereld’. Hoe die aanpassingen er moeten uitzien blijkt uit wat hij over het wettelijk pensioen zegt: ‘Het is niet meer realistisch om alleen op het wettelijk pensioen in te zetten, zoals vroeger.’ De banken en verzekeringsmaatschappijen zullen hem dankbaar zijn.

Dat de ware machthebbers al lang niet meer in parlementen of regeringen, maar op de hoofdkwartieren van grootbanken en multinationals zitten is al lang geweten. Toch probeert Hendrik Vos de onderworpenheid van de politici aan de bezittende klasse goed te praten door te stellen dat de bevolking er verkeerd aan doet ‘van stoere politici te houden die hun slag altijd thuishalen’. Vos weet natuurlijk dat hij zich vergist. De kiezers willen dat politici goede beslissingen nemen in het belang van de meerderheid van de bevolking en niet van een bevoorrechte kaste.

Allicht onbewust doet Hendrik Vos een kanjer van een bekentenis als hij ronduit toegeeft dat ‘het resultaat van Europese politiek onvermijdelijk tot ontgoochelingen leidt’. Hij slaat de bal evenwel volledig mis als hij het heeft over ‘strekkingen die verder of minder ver willen gaan dan de constellatie toelaat’. Het gaat niet om verder of minder ver gaan, maar wel om beslissingen te nemen in het belang van de meerderheid van de bevolking. De ontgoocheling over het EU-beleid schrijft Vos gemakkelijkheidshalve toe aan de ‘complexe problemen’. Wat een vondst! Het gaat niet om complexe problemen, maar om het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid en daartoe moet men tegen zeer gevoelige schenen schoppen. Dat ziet Vos blijkbaar niet zitten en daarom schrijft hij maar dat ‘die ene weg naar het einde van de crisis niet bestaat’. Inderdaad professor, onder het kapitalisme komt er geen einde aan de opeenvolging van steeds groter wordende crises.

Anti-democratisch

Het ergste is nog dat Hendrik Vos met geen woord rept over de steeds meer antidemocratische toer die de EU opgaat. Voor het opstellen van de begrotingen worden nationale regeringen en parlementen volledig afhankelijk van het verdict van de Europese Commissie. Landen die zich hier niet aan houden worden beboet. De voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, wil nog een stap verder gaan. Hij wil landen die zich niet aan de begrotingsdiscipline houden niet langer beboeten, maar gewoonweg onder curatele plaatsen. De nationale regeringen hoeven dan niet eens meer begrotingsontwerpen in te dienen. Neen, de Europese Commissie zal die zelf opstellen. Die ontwerpen moeten dan nog wel goedgekeurd worden door de Europese Raad van regeringsleiders, terwijl ze door het Europees Parlement moeten worden goedgekeurd ‘in samenspraak met het parlement van het betrokken euroland’, aldus Trichet. In samenspraak! Dat betekent dat de nationale parlementen zelf niet meer beslissen.

Hoe anti-democratisch de EU wordt werd overduidelijk aangetoond door de aanstelling in 2011 van Mario Monti en Lucas Papademos tot eerste minister van respectievelijk Italië en Griekenland. Die aanstelling gebeurde zonder enige democratische beslissing van de betrokken landen, maar door een trojka van niet-verkozen instanties: het Internationaal Muntfonds, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Mario Monti en Lucas Papademos zijn bovendien ex-medewerkers van de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs, zoals ook de huidige voorzitter van de Europese Centrale Bank Mario Draghi. Tussen haakjes: het was Goldman Sachs dat de toenmalige Griekse regering hielp om haar begrotingscijfers te vervalsen om toch maar tot de euro te kunnen toetreden.

In een vlaag van allicht ongewilde zelfkritiek besluit Hendrik Vos dat het gedaan moet zijn met ‘wollige verklaringen’ en dat het tijd is voor ‘acties op het terrein’. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. Alles hangt er natuurlijk van af om welke acties het zal gaan. Daarover zegt Vos niets. Wordt het misschien een actie tegen de somberheid, zoals in Nederland?

Reacties plaatsen niet mogelijk