Facebook

De bezuinigingskoers leidt ons … recht naar de Titanic-ijsberg

15 januari 2013

door Ronald Janssen (*)

verschenen op 14 december 2012 in Social Europe Journal
Nederlandse vertaling voor Ander Europa: Vivienne Gadeyne

Hoe duidelijker de desastreuze effecten van de bezuinigingen op economische activiteit en tewerkstelling, des te  lyrischer wordt de taal van zij die verantwoordelijk zijn voor deze mislukking.

De herfstvoorspellingen van de Europese Commissie hadden reeds de tot de verbeelding sprekende titel “varen  in ruwe wateren”. Dan suggereerde een opiniestuk in de Financial Times  (10 december 2012) van eurocommissaris Olli Rehn als zou hij te vergelijken zijn met een kapitein die het Europees economisch schip door deze ruwe wateren loodst door het roer stevig op de bezuinigingskoers te houden.

In zijn artikel staan een paar opmerkelijke dingen.

De Eurozone: één grote open economie?

De eerste bewering is dat de Eurozone één grote open economie is die veel handel drijft met de rest van de wereld.

Het staat niet met zoveel woorden in Rehn’s artikel, maar de betekenis van deze bewering is dat de negatieve gevolgen van de harde bezuinigingspolitiek op de economische activiteit  niet moeten  overdreven worden. Besnoeien in een begroting zou de economie weinig pijn doen gezien de Eurozone vooral goederen en diensten produceert die voor de buitenlandse vraag bestemd zijn en niet getroffen worden door de Europese bezuinigingen.

Het exacte cijfer van de export van de Eurozone naar de rest van de wereld is 25% van het BBP (cijfers van 2010). Als we daarvan de export van de Eurozone naar de rest van de Europese Unie in mindering brengen (waar een gelijkaardige bezuinigingsstrategie wordt gevolgd, vooral in het Verenigd Koninkrijk), dan komen we op 16% van het BBP. Met andere woorden, meer dan 80% van de economische activiteit in de Eurozone hangt af van de evolutie van de interne vraag en zal – rechtstreeks of onrechtstreeks – lijden onder de bezuinigingsstrategie in de hele Europese Unie. Dit is een cijfer en een besluit dat de politici zeker in gedachten moeten houden.

Grote Duitse handelsoverschotten: geen probleem?

Het artikel van commissaris Rehn gaat dan verder met de bewering dat, gezien de economische integratie van de eurozone in de rest van de wereld, een herlancering van de vraag in Duitsland vooral ten goede zou komen aan de economieën van centraal Europa, en nauwelijks een verbetering van de handelsbalans van Spanje, Portugal en Griekenland zou opleveren.

Daar  zit iets van waarheid in, maar niet de volledige waarheid.

Laten we eerst eens kijken naar het kleine stukje waarheid. Altijd gaan we ervan uit dat de Europese markt een compleet geïntegreerde markt is, waar iedere lidstaat veel handel drijft met al de andere lidstaten. Dit is juist, maar het is ook juist dat er verschillende gradaties van integratie zijn; Duitsland drijft veel handel met zijn buurlanden ( zowel ten oosten als ten westen) maar relatief weinig met Zuid-Europa. Het samengevoegd volume dat Duitsland invoert uit Spanje, Portugal en Griekenland is beperkt tot 25 miljard of 1% van het Duitse BBP. Een toename van de Duitse vraag met 1% van het BBP – hoewel heel welkom op zich om de Duitse economie te behoeden voor recessie – zal slechts vertaald worden in 0,25 miljard ( 1% van 25 miljard) extra export uit het Zuiden. Dit is twee keer niets en biedt ook geen bescherming voor de economiëen van de Eurozone die het hardst door de crisis getroffen zijn.

Tussen haakjes, hetzelfde argument geldt ook voor de loonpolitiek. Indien export van Spanje, Griekenland en Portugal naar Duitsland beperkt is  tot 25 miljard, of minder dan 2% van hun gezamenlijk BBP, dan heeft de strategie van interne devaluatie die de Commissie aan die landen zou willen opleggen, geen enkele kans op succes. Hopen dat een exportgerichte strategie een compensatie is voor het gecombineerde effect op de binnenlandse vraag van besnoeiingen in de begroting en de lonen , is nutteloos wanneer het deel van de economie waarop deze export-gedragen groei betrekking heeft beperkt is tot 2% van het BBP. Nog erger, gezien de sterkere handelsintegratie in deze regio’s zullen Spanje en Portugal vooral in  concurrentie gaan, niet tegen Duitsland, maar tegen elkaar, wat nog eens de economische depressie in deze regio versterkt.

Laten we terug gaan naar het stuk van het verhaal dat commissaris Rehn gemakshalve vergeet. Een ambitieuze budgettaire stimulus in Duitsland zou niet alleen de Duitse economie zelf en deze van de buren beschermen tegen recessie.  Die zou ook een antwoord bieden op het gevaar van het toenemende buitenlandse handelsoverschot van de Eurozone als geheel.  Als de “overschot-landen”  van de Eurozone hun buitenlandse overschoten niet afremmen terwijl de “deficit-landen” hun deficit op nul brengen of zelfs op overschot, dan zal de Eurozone als geheel een toenemend overschot op zijn buitenlandse handel optekenen. Dit toenemende  overschot zal de opwaartse druk nog versterken op de reeds overgewaardeerde wisselkoers van de euro. Dit zal niet zozeer een probleem zijn voor Duitsland ( gezien zijn positie op de niche-markten) maar voor de door de crisis geteisterde landen van de Eurozone betekent dit een nieuwe catastrofe. Het is verbazend te zien hoe zij die geobsedeerd zijn door ‘competitiviteit’ altijd blind zijn voor de wisselkoers, terwijl dit één van de belangrijkste factoren is van de competitieve positie voor verschillende lidstaten van de Eurozone.

Het ultieme alibi: een “ flexibel” Stabiliteitspact.

Tenslotte is Commissaris Rehn niet echt eerlijk als hij verwijst naar het hervormde Stabiliteitspact, de  verhoogde flexibiliteit ervan en de focus op structurele deficits in plaats van op feitelijke deficits [i]. Sedert zijn hervorming in 2005 vermeldt het Stabiliteitspact inderdaad het principe dat lidstaten het structureel deficit moeten verminderen met minstens 0,5 % per jaar, en laat deze regel zelfs ervan afhangen of de economie goed gaat of in crisis is. Maar wat de lidstaten op vraag en onder druk van de Commissie in werkelijkheid hebben doorgevoerd op het gebied van budgettaire consolidatie is zonder meer adembenemend.

Volgens de begrotingsopvolging van het IMF wordt het gemiddelde begrotingsdeficit in de Eurozone teruggebracht van 4,7% van het BBP in 2010 tot 1% in 2013. Dit komt neer op besnoeiingen ten bedrage van 3,7% van het BBP over drie jaar, dubbel zoveel als wat normaal moet bereikt worden onder het herziene Stabiliteitspact. Voor Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal en Griekenland zijn de overeenstemmende structurele inspanningen zelfs nog indrukwekkender, respectievelijk 3%, 4,4%, 4,7%, 7,4% en zelfs 11% van het BBP. Met dergelijke overdosis aan bezuinigingen is het niet verwonderlijk dat de eurozone en vooral de vermelde landen gevangen zitten in een diepe recessie.

Het Stabiliteitspact kan dan wel flexiebel zijn, het helpt niet indien zowel de lidsaten als de Commissie deze kans niet kunnen of niet willen grijpen en zich blijven vastklampen aan bezuinigingen.

Als dit zo verder gaat, als ‘kapitein’ Rehn zijn bezuinigingskoers blijft aanhouden, zal hij van ons economisch schip een Titanic maken die recht op de ijsberg van de economische depressie afstevent.

 


(*) Ronald Janssen is economisch adviseur werkzaam bij de Europese vakbeweging in Brussel.

[i] Het structureel deficit wijkt af van het nominaal deficit doordat men probeert te corrigeren  voor conjuncturele schommelingen. Rehn stelt dit alles voor als zeer toegeeflijk. [Noot van de vertaler]

 

 

 

 

 

Reacties plaatsen niet mogelijk