Facebook

De Europese Commissie: een karikatuur?

19 april 2012

door Koen Dille, april 2012

Met het Britse en oerserieuze weekblad The Economist (T.E.) weet je nooit goed waar je aan toe bent. Oerserieus, tot daar aan toe. Maar zo neoliberaal en conservatief als de pest. Syteemvriendelijk dus. Tot in de vingertoppen van zijn medewerkers. En toch! Telkens weer slagen die laatste erin de lezer op het verkeerde been te ze zetten. Zo zette het blad zijn lezers ooit aan om voor één keer niet voor de conservatieven te stemmen maar voor Labour. Toen Obama het in 2008 opnam tegen McCain sprak T.E. zich uit voor Obama. Niet evident voor een conservatief weekblad. Een aantal jaar eerder dreigde Berlusconi de parlementaire democratie in Italië haar laatste greintje geloofwaardigheid te ontnemen. De anders zo gereserveerde T.E. voerde toen een ware campagne tegen hem. Daarbij aarzelde het blad niet om de man voor te stellen als een onbetrouwbare charlatan, een pathologische leugenaar, een groteske nar en een gevaarlijke maffioso. Wat hij overigens allemaal nog steeds is. En pas nog wijdde deze alom gerespecteerde en wereldwijd met aandacht beluisterde spreekbuis van de vrije markteconomie en de onverbiddelijke deregulering haar hoofdartikel aan de o zo belangrijke rol van de overheid. Om maar te zeggen dat T.E. niet voor één gaatje te vangen is. En dan nog dit: ooit verklaarde Louis Tobback [1] dat hij verslingerd was aan dat blad. We verkeren dus in goed gezelschap.

Oké dus. Elke week brengt een blijkbaar goed geïnformeerde maar anonieme medewerker van T.E. een lezenswaardig stuk over het reilen en zeilen van de Europese Unie (EU). Sta me toe er hier de markantste stukken uit te lichten en ze eventueel van commentaar te voorzien.

Deze week (14- 20 april) gaat het over het democratische gehalte van de EU, meer bepaald over de rol die de Commissie daar in speelt.

De crisis

Het zal u niet ontgaan zijn dat de financiële crisis van 2008 ondertussen uitgedijd is tot een totale economische crisis. Op haar beurt is die volop bezig met de werking van de politieke instellingen onder meer in de EU-lidstaten flink door elkaar te schudden. Griekenland is daar het meest spectaculaire voorbeeld van, maar ook Portugal en Spanje blijven niet gespaard. En dan hebben we het niet eens over Italië en… België. En ja, zelfs Nederland. Van Ierland of Hongarije horen we de laatste tijd niet veel meer. Waarschijnlijk is dat vooral te wijten aan de luiheid van de media.

Wat echter vooral opvalt, is hoe de Europese Commissie van de crisis heeft geprofiteerd om zich flink wat macht toe te eigenen. De TE heeft het over “unprecedented powers” , machtsmiddelen zonder voorgaande, die de Commissie gebruikt “to intrude into national policies”. Ze dringt dus binnen in het beleid van de lidstaten.

Dat het zover is gekomen zou toe te schrijven zijn aan de hybride aard van de Commissie. Daarover zo dadelijk meer.

Zevenentwintig

Eerst iets over de samenstelling van de Commissie. Die bestaat uit 27 leden – één per lidstaat – die elk door hun respectieve regeringen zijn aangesteld. Niet verkozen dus. In ons land bijvoorbeeld is de post van Commissaris een soort beloning voor een politicus wiens loopbaaneinde stilaan in zicht komt, en die zich een carrière lang verdienstelijk heeft gemaakt. Welteverstaan in de ogen van het establishment. Bovendien maakt de aanstelling tot Commissaris deel uit van het handjeklap tussen de partijen tijdens de onderhandelingen over de regeringsvorming. Zo was het in 1999 de beurt aan de PS om een commissaris te leveren. Dat kwam ze goed uit. Aangezien Philippe Busquin, na zeven jaar voorzitterschap van die partij en daarvoor nog ettelijke jaren van ministerschap in de federale en regionale regeringen, compleet versleten was werd hem een niet al te lastig Europees Commissariaat aangeboden: dat van Onderzoek. Wat de heer Busquin in die vijf jaar precies heeft onderzocht, is moeilijk te achterhalen. Na Busquin kwamen de Franstalige liberalen in aanmerking en zo werd Louis Michel naar de Commissie gestuurd. Sinds 2009 zit Karel De Gucht, ook een liberaal maar wel een Nederlandstalige, voor België in de Commissie. Hoe andere landen hun Commissaris aanduiden, kan ik u niet vertellen, maar ongetwijfeld zullen daar wel gelijkaardige mechanismen spelen. Hoe dan ook, de Europese kiezer speelt geen enkele rol bij de aanduiding van de 27 leden van de Commissie.

Hybride

Onze TE heeft niet al teveel problemen met die gang van zaken. Hij vindt de Commissie a civil service. Een openbare dienst dus. Die voert gewoon uit wat de EU-instanties beslist hebben. Wie in zo’n dienst werkt wordt toch nooit verkozen?  Nu ja, de Commissie is wel meer dan dat. Zij is ook een regulator, een soort verkeersagent voor de handelsstromen in de ééngemaakte markt. Ze moet daar alle maatregelen treffen die nodig zijn om de concurrentie optimaal te waarborgen. Maar er is nog meer. De Commissie is ook a protogovernment, de voorafspiegeling van wat mogelijk ooit nog eens een echte Europese regering wordt. In die functie heeft de Commissie het exclusieve recht om Eurowetsvoorstellen in te dienen, iets wat het Europees Parlement uitdrukkelijk niet mag doen. Dat mag er alleen over stemmen. Als de lidstaatministers samenkomen, bespreken zij dus in hoofdzaak dossiers die de Commissie hen voorlegt. Qua macht – unprecented powers – gaat dat inderdaad vrij ver.

Die viervoudige rol van de Commissie vertoont inderdaad een hybridisch karakter. Geen echt openbare dienst, maar zeker ook geen democratisch gemandateerde instelling. En toch behoorlijk wat macht. Sinds de crisis is daar bovendien flink nog wat macht bij gekomen. De Commissie houdt de overheidsschuld en het begrotingstekort van de27 lidstaten streng in de gaten. Monitoren heet dat tegenwoordig. Dat maakt dat ze zich ook moeit met zaken zoals de werkloosheid of de activiteitsgraad, de pensioenregeling, het prijspeil (de index!), de financiële situatie van de sociale zekerheid, de loonpolitiek (nogmaals de index!), enzovoort. Regeringen bijvoorbeeld die de Commissie geen sluitende begroting kunnen laten zien, riskeren een serieuze boete.

Magnette

Onze minister van overheidsbedrijven, Paul Magnette [2], heeft zich openlijk boos gemaakt over die Europese bemoeizucht. “Welke democratische legitimiteit heeft die Commissie eigenlijk?” vroeg hij zich publiekelijk af. Hij kreeg het hele Belgische en zelfs Europese establishment over zich heen. Welnu, TE geeft hem gelijk. “Wat als het geneesmiddel dat de Commissie aanbeveelt om te versoberen, de Europese economieën nog dieper in de recessie duwt?” vraagt TE. Kijk naar Griekenland of naar Spanje. De kiezer kan zich alleen uitspreken over zijn regering, niet over de Commissie. In mei zullen de Grieken dat zeker doen. Wees maar gerust, in EU-kringen zitten ze nu al op hun nagels te bijten, Herman Van Rompuy op kop. Benieuwd hoe hij dat in een haiku gaat gieten.

Karikatuur

Niets is echter volmaakt. Ook niet TE. Slapjes corrigeert hij zich vlug door te stellen dat de dingen veel complexer zijn “dan de populaire karikatuur van een niet verkozen Commissie die zich de rol toe-eigent van een verkozen regering.” Het zijn toch de lidstaten die deze Commissarissen aanduiden. We weten wat dat “aanduiden” voorstelt. Overigens geeft TE dat wat verder zelf ook toe: “Om te beginnen zouden de lidstaatregeringen Commissieleden moeten aanduiden die wat geloofwaardiger zijn dan de talrijke nulliteiten (nonentities) die doorgaans de dienst uitmaken.“  En daarbij, hoor je de TE denken, het Europees parlement bevestigt de Commissie door een stemming. Klopt, en kandidaat Commissarissen die tijdens hun eerste kennismakingsronde een slijkfiguur slaan, stuurt het parlement gewoon terug naar huis. Alleen, tot nog toe is dat precies twee maal gebeurd. Controle achteraf, zoals ze dat met een echte regering doen, laat staan een vertrouwensstemming, is er al helemaal niet bij. Ooit is er eens een Commissie moeten aftreden omdat de Franse Commissaris voor haar vriendje een vet betaald baantje in de Europese administratie had versierd. Frankrijk weigerde toen zijn Commissaris terug te trekken. Daarop kon de Commissie alleen maar collectief ontslag nemen. Waarna de lidstaten gezwind een nieuwe Commissie in elkaar timmerden. Bon, maar de Europese wetten moeten toch goedgekeurd worden door het Parlement? Inderdaad. Maar ook door de Raad van Ministers. En daar heeft het Parlement niets aan te zeggen. Elke minister is immers alleen verantwoording verschuldigd aan zijn eigen nationaal Parlement. Hoe vaak eigenlijk wordt in ons federaal parlement een minister over zijn Europees beleid aan de tand gevoeld?

Conclusie

De TE gaat nog een tijdje voort met zalf te strijken op de open wonde van de Europese democratie. Laten we het hierbij houden: waarom betonen de parlementen van de lidstaten zo weinig animo als het erop aankomt de verantwoordelijke ministers te controleren op hun doen en laten in de Europese Raad?

———————————–

[1] Louis Tobback: sociaal-democratisch burgemeester van Leuven, gewezen minister, gewezen zwaargewicht van de Vlaamse sp.a

[2] Paul Magnette, minister van Overheidsbedrijven, Ontwikkelingssamenwerking en Wetenschapsbeleid in de Belgische federale regering Di Rupo. Coming man in de franstalige Belgische sociaal-democratie (PS); stapte pas in 2007 in de politiek en was voorheen een vooraanstaand professor politieke wetenschappen aan de Université Libre de Bruxelles.

Reacties plaatsen niet mogelijk