Facebook

De Griekse staatsschuld en de liefde van Athene voor wapens

21 mei 2012
door  Antoine Uytterhaeghe
met dank overgenomen van de website van Vrede , april 2012

Duitsland en Frankrijk de twee trekpaarden in de Eurozone die Griekenland strenge besparingen opleggen omwille van zijn enorme staatsschuld, leveren tegelijkertijd op grote schaal wapens aan het verarmde land. De leider van de Griekse vakbondsfederatie (GSEE), Yiannis Panagopoulos, stelde onlangs de vraag aan de Duitse bondskanselier Merkel die vele Grieken op de tong ligt: “Is het billijk dat de Griekse regering zoveel wapens van Duitsland aankoopt, hoewel ze zich dit duidelijk niet kan permitteren en terwijl ze volop in de lonen en de pensioenen snoeit?

Men kan de oorzaak van de schuldencrisis die de Eurozone bedreigt bij de Griekse spilzucht leggen, maar als er één terrein is waarop de hoge Griekse staatsuitgaven minder gehekeld worden door Berlijn, dan is het wel Athene’s extravagante smaak voor wapens. Achter de regelmatige aansporingen van Merkel en de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble gericht aan Griekenland om de uitgaven in toom te houden na jarenlang boven zijn stand geleefd te hebben, schuilt een voor Duitsland minder flatterende realiteit. “Als er één land is dat geprofiteerd heeft van de gigantische bedragen die Griekenland spendeert aan defensie dan is het wel Duitsland”, stelt Dimitrios Papadimoulis, een nationaal parlementslid voor de Coalitie van Radicaal Links en voormalig Europees parlmentslid. “Iets minder dan 15% van de totale Duitse wapenexport gaat naar Griekenland, hun grootste afzetgebied in Europa. Griekenland gaf in het verleden bijvoorbeeld meer 2 miljard euro uit aan Duitse duikboten die ze niet nodig hebben en die bovendien allerlei mankementen bleken te vertonen. Athene moet Berlijn nog 1 miljard euro afbetalen in deze deal. Dat is gelijk aan 3 maal het bedrag dat Griekenland moet ophoesten in de vorm van bijkomende besparingen op de pensioenen, om het recentste EU-reddingspakket veilig te stellen”.

Volgens het ‘Stockholm International Peace Research Institute’ (Sipri) moet Frankrijk maar weinig onderdoen voor Duitsland. Zo’n 10% van de totale Franse wapenverkoop gaat richting Griekenland. Van 2002 tot 2006 was Griekenland de vierde grootse importeur van conventionele wapens wereldwijd. Vandaag bekleedt het nog altijd de tiende plaats op de wereldranglijst. “In verhouding tot zijn bruto binnenlands product, geeft Griekenland dubbel zo veel uit aan defensie dan de andere EU landen”, zegt Papadimoulis. “Nog een hele tijd na het uitbreken van de economische crisis hebben Frankrijk en Duitsland geprobeerd om lucratieve wapendeals af te sluiten, zelfs terwijl ze Griekenland ondertussen aanmaanden om zwaar te snoeien op bepaalde gebieden, zoals de gezondheidszorg.”

In het kader van het recentste EU en IMF reddingsplan -dat de bijna failliete Griekse economie wil recht houden met extra noodleningen ter waarde van 130 miljard euro- heeft Athene ingestemd met een besparing van 400 miljoen euro op de post defensie. Maar het defensiebudget bedraagt dan nog steeds ongeveer 4% van het bruto nationaal product (BNP). In de rest van de Eurozone bedraagt het gemiddelde budget voor defensie ongeveer 2% van het BNP. Athene rechtvaardigt zijn defensie-uitgaven met de vermeende dreiging die uitgaat van buurland Turkije en kocht sinds de late jaren 1990 naast hoogtechnologische duikboten ook honderden Leopard-tanks, howitzer-artillerie, en Mirage en F-16 gevechtsvliegtuigen van zowel Duitsland, Frankrijk als de VS.

Er wordt van alle kanten beweerd dat internationale steun in het verleden vaak afhankelijk werd gemaakt van afspraken met Griekenland over de aankoop van militair materiaal van Duitsland en Frankrijk.

“Sinds de Turkse invasie van Cyprus in het jaar 1974, heeft Griekenland naar schatting ongeveer 216 miljard euro gespendeerd aan bewapening. Ik ben echter 100% zeker dat de defensie-uitgaven in absolute termen veel hoger liggen dan de officiële documenten laten uitschijnen, onder meer door de zogenaamde geheime fondsen waar de staat toegang toe heeft”, stelt Katerina Tsoukala een veiligheidsexperte met basis in Brussel. “Het probleem is echter dat Griekenland nooit een transparant en democratisch inkoopbeleid voor defensie heeft gekend. In plaats daarvan gebeurt alles in geheime achterkamers en moeten mensen zoals ik naar Sipri gaan om informatie te kunnen bemachtigen die in andere landen wel voor handen is.”

De troebelheid heeft ervoor gezorgd dat de Griekse wapenhandel in de loop der jaren meer en meer geassocieerd werd met omkoperij op hoog niveau en corruptie – praktijken die luidkeels verafschuwd worden door Berlijn, de grootste leverancier van reddingsfondsen aan Athene. De gewezen sociaaldemocratische minister van Defensie, Akis Tsochatzopoulos, werd onlangs in de gevangenis gestoken in afwachting van zijn proces wegens het aanvaarden van een omkoopsom van 8 miljoen euro van Ferrostaal, het Duitse bedrijf dat 12 jaar geleden al betrokken was bij de door schandalen ontsierde verkoop van 4 duikboten aan de Griekse zeemacht. Vandaag heeft Athene nog altijd maar 1 van de 4 boten in ontvangst kunnen nemen, nadat bleek dat de vaartuigen met allerlei technische problemen kampten. Tsochatzopoulos is de hoogst geplaatste functionaris ooit tegen wie een onderzoekt gestart werd voor corruptie. Hij wordt er van beschuldigd het smeergeld dat initieel gedeponeerd werd op een Zwitserse bankrekening, via offshore ondernemingen gebruikt te hebben om 2 eigendommen aan te schaffen in Athene, waaronder een luxewoning op de duurste boulevard van de hoofdstad. Zijn vrouw en dochter moesten ook voor de rechtbank verschijnen op beschuldiging van het witwassen van geld. In de loop van een tweejarig onderzoek gevoerd door aanklagers in Munchen, dienden verschillende Ferrostaal werknemers -waaronder de bestuursvoorzitter- hun ontslag in nadat ze moesten toegeven dat er smeergeld werd betaald om de verkoop van duikboten aan Griekenland en Portugal veilig te stellen. Vorig jaar verklaarde Ferrostaal zich akkoord met het betalen van een boete van 140 miljoen euro, nadat het zich al publiekelijk verontschuldigd had voor zijn rol in het hele schandaal. In een vergelijkbare zaak trof ook het Duitse bedrijf Siemens onlangs een gerechtelijke schikking met Griekenland over beweringen dat het bedrijf ministers en andere functionarissen had omgekocht om contracten binnen te rijven voor de Olympische Spelen van 2004. De sociaaldemocratische voormalige minister van Transport, Tassos Mandelis, moest toegeven dat hij in 1998 een bedrag van 100.000 euro aanvaard had van Siemens. Dankzij de gerechtelijke schikking kan Siemens weer naar harte lust meedingen voor openbare aanbestedingen, maar de zaak heeft ook de onverkwikkelijk handelspraktijken van belangrijke Duitse firma’s blootgelegd. “De hypocrisie die hiermee gepaard gaat, is moeilijk te negeren”, merkt Papadimoulis op. “De corruptie in Griekenland wordt vaak aangeduid als één van de redenen voor verspilling, maar tegelijkertijd blijken bedrijven zoals Ferrostaal en Siemens pioniers te zijn in deze laakbare praktijken. Een groot deel van onze defensie-uitgaven zijn verstrengeld met omkoperij, met zwart geld dat de [mainstream] politieke klasse financiert, in een land waar regeringen hier al een hele tijd mee wegkomen door de angsten van de mensen te bespelen.”

Gezien Griekenland’s netelige financiële positie -die in april nog bevestigd werd door de weigering van IMF-directeur Christine Lagarde om een volledig bankroet uit te sluiten- beginnen meer en meer mensen vraagtekens te plaatsen bij de nationale defensie-uitgaven. Vice-premier Theodore Pangalos betreurde publiekelijk dat Athene zo veel geld uitgeeft aan wapens, door tijdens een bezoek van de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan te verklaren dat Griekenland “gedwongen wordt om wapens te kopen die we niet nodig hebben”. Geen andere post in de staatsuitgaven heeft zoveel bijgedragen aan de schuldenberg van het land als het defensiebudget. Indien Athene zijn defensiebudget afgelopen decennium had teruggebracht naar het gemiddelde van de andere EU-lidstaten, zou het volgens economisten 150 miljard euro bespaard kunnen hebben. Dat is meer dan de waarde van het recentste reddingspakket. In plaats daarvan spendeert Griekenland nog altijd tot 7 miljard euro per jaar aan defensie -iets minder dan het hoogtepunt van 10 miljard euro in 2009. “Duitsland is uitgegroeid tot het Duitsland van nu doordat het de afgelopen 62 jaar niet hoefde te denken aan militaire uitgaven” stelt de prominente economist Angelos Philippides. “Griekenland spendeerde lange tijd 7% van zijn bruto binnenlands product aan defensie terwijl andere Europese landen een gemiddelde van 2,2% spendeerden. Als je die bijkomende 5% vanaf 1946 tot vandaag zou optellen, dan zou er helemaal geen schuld zijn”. Het onevenwicht lijkt te wijzen op uitbuiting van Europese perifere landen met vermeende kwetsbare grenzen zoals Griekenland, door de rijkere staten uit het hart van Europa. De toonaangevende Griekse veiligheidsexpert, Thanos Dokos, beweert dat een rationeel debat over dergelijke militaire buitensporigheid onmogelijk werd gemaakt door de zogenaamde Turkse dreiging en de angst onder politici om bestempeld te worden als onvaderlandslievend. “Men kan stellen dat Griekenland met zijn 1300 tanks -meer dan het dubbele van het aantal tanks in het Verenigd Koninkrijk- veel meer tanks heeft dan nodig is. Maar niemand heeft het land gedwongen om zoveel te spenderen. Het gebeurde omwille van een aangevoelde Turkse dreiging en de behoefte om militair op gelijke hoogte te staan met het buurland”. Dokos vindt dat er een element van schijnheiligheid zit in de kritiek op de financiële situatie van Griekenland geuit door Frankrijk en Duitsland. “De economische situatie van het land kennende heeft men bij het horen van al dat geklets over het feit dat Griekenland de laatste 20 jaar te veel geld heeft uitgegeven toch de neiging om te zeggen ‘heren hou uw kritiek even voor u’. Het is hypocriet om te negeren dat een niet gering bedrag gespendeerd werd aan het kopen van wapensystemen afkomstig van de EU-lidstaten Duitsland en Frankrijk.”

Dit is een bewerkte vertaling van een artikel geschreven door Helena Smith, gepubliceerd in de Britse krant The Guardian getiteld ‘German hypocrisy over Greek military spending has critics up in arms’ en gepubliceerd op 19 april 2012.

Reacties plaatsen niet mogelijk