Facebook

Retweeted Frank Slegers (@FrankSlegers):

Nouvel élan pour l’Europe? L’État des divergences franco-allemandes sur la défense. En attendant, une Europe de la paix plus éloignée que jamais t.co/bKwkxwFxg5
... See MoreSee Less

View on Facebook

De oplossing voor Brexit ligt in Oost-Europa

3 juli 2016

Door Zoltán Pogátsa (*)

verschenen op 1 juli 2016 op Social Europe Journal (SEJ)
naar het Nederlands vertaald door Ander Europa
Dank aan de auteur en SEJ voor de toelating tot publicatie

 

Hoeveel redenen Britse kiezers ook hadden om te stemmen voor het verlaten van de Europese Unie, algemeen wordt aangenomen dat ongenoegen over immigratie bovenaan op de lijst stond.
In de loop van de jaren hebben economen tal van studies uitgebracht die moeten aantonen dat arbeidsmigratie vanuit de EU ten goede komt aan de economie van het Verenigd Koninkrijk. Maar dergelijke inschattingen zullen weinig indruk maken op een Britse werkloze die ziet dat Polen buschauffeur zijn of Litouwers brandweerman. Het is ook helemaal niet zeker dat de plotse vermeerdering van arbeidsmigratie uit Oost-Europa geen kwalijke gevolgen had voor welbepaalde sectoren van de arbeidsmarkt, door loonsverlaging en spanningen binnen de lokale openbare diensten.

Zowel David Cameron als de Brexiters reageerden op deze bekommernis met een poging om de immigratie te beperken, en door de toegang tot de sociale diensten te begrenzen voor degenen die al in het land aanwezig zijn. Dat betekende reeds een ommekeer in de verworvenheden van de Europese Unie. De verspreiding binnen de publieke opinie van de anti-immigratiegolf die achter Brexit stak zal in de toekomst waarschijnlijk als een keerpunt beschouwd worden, zowel in de geschiedenis van de Europese integratie als in die van de globalisering.

Had men dit kunnen vermijden? Was er een alternatief? In feite betreft het allemaal vrij recente dingen. De oorsprong kan teruggeleid worden naar de uitbreiding van de EU naar het Oosten in 2004 en 2007, wat door de Europese Commissie over het algemeen als een success story wordt bestempeld. Dat toetredingsproces was toegespitst op de traditionele kernprincipes van het acquis communautaire binnen de eenheidsmarkt: vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en, natuurlijk arbeidskracht. Wat heel duidelijk ontbrak was een aspect dat ook opvallend ontbreekt binnen de EU als geheel: de sociale dimensie.

Sociaal beleid, loonbeleid, belastingen en dergelijke zijn binnen de EU grotendeels nationale aangelegenheden. Dat maakte het voor Oosteuropese regeringen mogelijk om een variant van het kapitalisme na te streven dat gebaseerd is op de voordelen van lage lonen, beperkte vakbondsrechten en slechts zeer rudimentaire welvaartsvoorzieningen.

Zoltán Pogátsa

Zoltán Pogátsa

De elites in Oost-Europa gaan er nog steeds van uit dat er geen alternatief bestaat voor dit model, alhoewel de bevolking er anders lijkt over te denken. Op weinig uitzonderingen na is er een haast algemeen negatief saldo van geboorten en sterfgevallen in de hele regio, wat wijst op een algemeen pessimisme over de economische vooruitzichten. Regeringen en internationale instellingen hebben het over convergentie, maar jongeren, vooral die met een opleiding en talenkennis, zijn in toenemende mate de benen aan het nemen. De overgang naar kapitalisme en democratie ligt reeds een kwart eeuw achter ons. Binnen een zelfde tijdsbestek herrees Duitsland uit een toestand van totale vernietiging naar het langdurig economisch mirakel na Wereldoorlog Twee; Zuid-Korea evolueerde van een land van de Derde Wereld naar een van de Eerste. Oost-Europeanen zijn het beu om te wachten op Godot: ze geloven niet dat hun lageloonmodel, in een context van corruptie en zwakke prestaties van de Staat, hen ooit de nodige economische zekerheid zal verschaffen. De jonge generaties zoeken dit dan maar westwaarts. Hetzelfde model dat lageloonjobs van west naar oost transfereerde drijft ook Oost-Europeanen naar het westen op zoek naar reële kansen.

Had men dit kunnen vermijden? Dat had men zeer zeker gekund als de EU in essentie geen neoliberaal project was geweest gebaseerd op vrijhandel en het vrij verkeer van productiefactoren, indien er werkelijk een ‘Sociaal Europa’ was geweest. In plaats van de West-Europese welvaartsnormen aan te tasten door een race naar beneden, zou de Europese oostelijke uitbreiding minimumstandaarden hebben kunnen inhouden voor een welvaartstaat zoals die in Europa bekend was. Oost-Europeanen verdienen momenteel aanzienlijk minder dan hun productiviteit toestaat. De belangrijkste oorzaak daarvan is het ontbreken van collectieve loononderhandelingen, zwakke collectieve overeenkomsten en gering lidmaatschap van vakbonden. Het BBP per hoofd heeft soms wel dat van sommige Zuid-Europese crisiseconomieën ingehaald, maar dat wordt niet weerspiegeld in de levenstandaard. Te weinig inkomen betekent te weinig vraag voor de ondernemingen, wat zich vertaalt in minder kansen dan in het Westen. Sociaal beleid, gezondheidszorg en onderwijs zijn zwaar ondergefinancierd. Wanneer West-Europeanen klagen over de massa-immigratie, vragen ze zich zelden af wat er aan de hand is in die verre landen, waar ze niets van afweten. Ze proberen de aantrekkingskracht in te perken, of de vrije instroom van arbeidskracht te kortwieken, maar ze hebben het niet over de andere zijde: het vrij verkeer van kapitaal van West naar Oost.

De kern van het probleem ligt in de push factor in het Oosten. Mensen besluiten niet simpelweg te emigreren omwille van hogere relatieve lonen elders. Meestal is het het gebrek aan vooruitzichten in de eigen economie waardoor ze wegtrekken. Het is duidelijk dat Oost-Europa nog lang niet de lonen en sociale voorzieningen zal hebben als in het Westen. Maar er is reeds voldoende ontwikkeling om hogere lonen toe te laten en betere openbare diensten dan momenteel het geval is. EU-standaarden over minimumlonen, vakbondsrechten, collectieve loononderhandelingen en openbare diensten zouden de Oost-Europeanen in eigen land een sociaal-economisch vooruitzicht bieden en een duurzaam economisch model dat leidt tot werkelijke convergentie. Dat zou de druk op West-Europa ook sterk verminderen. Een duurzaam antwoord op Brexit ligt daarom in het Oosten.


(*) Zoltán Pogátsa is als econoom werkzaam aan de Universiteit van West-Hongarije. Hij is gespecialiseerd in de politieke economie van de Europese integratie. Zie ook zijn website.

Reacties plaatsen niet mogelijk