Facebook

Retweeted Frank Slegers (@FrankSlegers):

Iglesias y Colau piden a Sánchez que lidere un Gobierno que haga un referéndum en Cataluña | España | EL PAÍS t.co/mYLHNl9izO
... See MoreSee Less

View on Facebook

Die Linke in de Duitse verkiezingen van 24 september

15 september 2017

door Herman Michiel
15 september 2017

 

Net zoals verkiezingsresultaten moeten verkiezingsprogramma’s met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden. Een verkiezingsprogramma is vaak meer een electorale boodschap dan een actiekalender voor de volgende jaren. Maar ook die boodschap maakt iets duidelijk over de intenties van een partij. Voor welke bevolkingsgroepen heeft men speciale aandacht? Met welke andere partijen wil men bevoorrechte contacten, welke sluit men op voorhand uit voor samenwerking?

Het is in dit perspectief dat we keken naar het programma waarmee Die Linke op 24 september naar de verkiezingen voor het Duits Parlement (‘Bundestag’) gaat 1. In wat volgt zullen we ons in het bijzonder richten op de standpunten van Die Linke over de Europese Unie. Dat is minder onschuldig dan het op het eerste gezicht lijkt. Zo staat in bijna alle lidstaten van de EU de vluchtelingenkwestie hoog op de politieke agenda, en leidt dit tot een duidelijke differentiatie in het politieke spectrum. Duitsland is ook het land waar in grote mate de soberheidspolitiek en het beleid in de eurozone gedicteerd werd en wordt, meer in het bijzonder de afstraffing van Griekenland.

Dergelijke kwesties hebben ook hun belang voor de machtsverhoudingen binnen Die Linke. Men kan er onderscheid maken tussen een groep die graag wil deelnemen aan het beleid en daar nogal wat toegevingen voor over heeft, en daartegenover de groep die hierin het gevaar ziet voor een sociaaldemocratisering van de partij. Deelname van Die Linke aan de bondsregering is weliswaar uitgesloten, maar in twee Länder (Berlijn en Thüringen) zit Die Linke in een rood-rood-groene (R2G) coalitie met SPD en Grünen, en in Brandenburg met alleen de SPD. Katja Kipping en Bernd Riexinger, het voorzittersduo van de partij, zijn R2G-minded, terwijl Sahra Wagenknecht, de blitse fractieleidster in de Bundestag, hiervoor geen water in de wijn wil doen. Haar collega fractieleider Dietmar Bartsch is echter wél voorstander van R2G. Het is duidelijk dat, hoe haakser het verkiezingsprogramma staat op dat van de SPD, des te geringer de kansen voor een coalitie zijn. In een land als Duitsland, waarvan de regering in de stuurcabine zit van de Europese ‘economic governance’, is ook het Europees luik van het programma daarin meebepalend. De mogelijke roze en groene coalitiepartners zijn allebei zeer orthodoxe Europa-believers.

 

 

Het moet wel gezegd worden dat de coalitiekwestie waarschijnlijk niet vlug terug op de agenda verschijnt. Op federaal vlak is deelname van Die Linke uitgesloten; daar is de vraag eerder door wie Angela Merkel en haar Union (CDU-CSU) de huidige sociaal-democratische coalitiepartner zal vervangen. Er is bijvoorbeeld nogal wat sprake van een ‘Jamaica-coalitie’ 2 met Groenen en de liberalen van FDP. Blijft de mogelijkheid van R2G-coalities in de Länder, maar binnen de SPD, ­ waar de liefde voor Die Linke al niet groot is, ­ is men er, na een aantal deelstaatverkiezingen in het voorjaar, steeds meer van overtuigd dat de formule electoraal niet batig is. 3.

Een recente prognose (6 sept) en vergelijking met de uitslag van 2013 vindt men in de onderstaande grafiek.(AfD is het uiterst rechtse xenofobe Alternative für Deutschland. Sonst. staat voor de overige kleine partijen, waaronder de Piratenpartij, de Tierschutzpartei en andere. Er is een kiesdrempel van 5%. Voor een uitleg over het eigenaardige Duitse kiessysteem, zie Wikipedia.)

 

 

De vluchtelingenkwestie

Haaks op het racisme van het extreem-rechtse Alternative für Deutschland (AfD), dat van vreemdelingenhaat zijn handelsmerk maakte, staat de consequente verdediging van de rechten van migranten en asielzoekers door Die Linke. Daarmee onderscheidt ze zich van alle andere partijen, een kenmerk waarover ze terecht fier mag zijn. In zekere zin wordt hier de eer van Links in Europa gered; dat was veel minder het geval in de campagne van Mélenchon, die er zich nogal gemakkelijk van af maakte met het argument dat het probleem ‘aan de wortel’ moet aangepakt worden. Die Linke daarentegen neemt het Europees vluchtelingenbeleid scherp op de korrel, eist de afschaffing van Frontex (terwijl de SPD het mandaat van Frontex wil versterken), er moeten veilige vluchtwegen geopend worden, de deal met Turkije moet verworpen worden, de verlegging van de Europese buitengrenzen naar Noord-Afrika (Libië, …) wordt afgewezen, en in plaats van de Dublin-regeling 4 moeten vluchtelingen om het even waar hun asielaanvraag kunnen indienen.

Protest tegen het racistische Pegida. Berlijn 12 januari 2015.

Met enige Schadenfreude bij de tegenstanders van Die Linke kwam er een smet op dit principiële standpunt, en wel door toedoen van Sahra Wagenknecht, die doorgaans voor links boegbeeld van de partij doorgaat. Haar reacties na de aanranding van vrouwen door allochtonen op oudejaarsavond 2015 in Keulen, en commentaren op Merkels Wir schaffen es waren op zijn minst dubbelzinnig 5, en gingen voor veel partijleden te veel in de richting van een uitval naar vreemdelingen en asielzoekers in het algemeen. Ook standpunten van Oskar Lafontaine, echtgenoot van Wagenknecht en fractievoorzitter van Die Linke in het deelstaatparlement van Saarland,  ­ werden in de partij weinig geapprecieerd. Lafontaine sprak zich uit voor opvang van Syrische asielzoekers in de buurlanden van Syrië, veeleer dan in Duitsland en Europa. De sterke afwijzing binnen Die Linke van dergelijke uitlatingen toont in feite des te duidelijker aan hoe sterk de solidariteit met de vluchtelingen er leeft, en veel méér is dan zomaar een programmapuntje. Ook op het gebied van antifascisme speelt Die Linke een actieve rol. Er is ook geen spoor van enig nationalisme, en gezwaai met de nationale driekleur zoals op Mélenchon’s meetings is er totaal ondenkbaar.

 

 

Sociaal-economisch

De voorstellen op sociaal-economisch gebied waarmee Die Linke naar de kiezer gaat zijn verre van radicaal, maar zijn toch heel wat explicieter en verregaander dan die van de SPD. In deze laatste bijvoorbeeld geen woord over Hartz IV 6, wat natuurlijk niet verwonderlijk is aangezien dit het werk is van kameraad Schröder en zijn rood-groene coalitie in 2003.  Die Linke daarentegen is voor de afschaffing van Hartz IV, waar een volwaardige werkloosheidsvergoeding moet voor in de plaats komen. (De Grünen eisten in 2016 een verhoging van 404€ naar 420€, als aanpassing aan de levensduurte…) De SPD is weliswaar voor ‘fatsoenlijke lonen’, maar blijft op de vlakte over de hoogte ervan. Die Linke wil het huidige minimumuurloon optrekken van 8,84 € naar 12 €. Die Linke wil ook dat de Duitse lonen in het algemeen stijgen, en stelt die eis ook in een Europees perspectief om de grote onevenwichten in de handelsbalansen te bestrijden.

Wat de fundamentele keuzes over het economisch systeem betreft vindt men in het programma van Die Linke toch een minimale referentie naar het socialistisch principe dat de sleutelsectoren van de economie in openbare (‘ of coöperatieve’) handen moeten komen. De SPD daarentegen schetst een idyllisch beeld van “ons land dat vandaag democratischer, opener, moderner en vrijer is dan ooit tevoren en waar gemotiveerde werknemers en zelfbewuste vakbonden en succesvolle ondernemingen samenwerken in een sterke sociale markteconomie7.

Toch kan men er niet naast kijken dat, naast de spreidstand tussen politieke praktijk en politiek programma zoals blijkt in de R2G en R2-coalities, sommige kopstukken van de partij met nogal persoonlijke theorieën naar buiten komen. Zo refereert Sahra Wagenknecht in haar pleidooien voor een ander economisch systeem graag en lovend naar Ludwig Erhard, de ‘vader van het naoorlogse Duitse Wirtschaftswunder’, en zelfs naar het ideeëngoed van het ordoliberalisme. Dat een voormalig SPD-minister als Lafontaine over socialisme spreekt als over ‘een tot het eind doorgedacht liberalisme’ is misschien niet zo verwonderlijk, maar toch wel irritant voor de linkse partijleden en kiezers.

 

Die Linke en het beleid van de Europese Unie

Bij een toespraak voor ondernemers op 8 mei stelde de SPD-Spitzenkandidat en ex-voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz zijn publiek gerust dat er met hem als kanselier geen gevaar bestond voor een linkse koers. “Onder mijn leiding kan er slechts een pro-Europese en economisch beslagen coalitie komen”, aldus Schulz, die daarmee aangaf dat Die Linke niet pro-Europees en economisch niet beslagen is, en bijgevolg geen gevaar voor de heren ondernemers als Schulz Kanzler zou worden. Wat pro-Europees betekent is natuurlijk een hoogst politieke aangelegenheid. De verschillen daarover in de partij- en verkiezingsprogramma’s van de SPD en van Die Linke zijn in ieder geval zeer aanzienlijk, en waarschijnlijk het thema waar Die Linke zich het duidelijkst van de anderen (CDU, SPD, FDP, Grünen) onderscheidt en het meest tegen de stroom ingaat. In algemene zin is Die Linke een tegenstander van de huidige EU, omdat de verdragen van Maastricht en Lissabon het neoliberalisme opgelegd hebben; er moet een Neustart komen: ‘nieuwe verdragen, nieuwe instellingen, nieuwe hoop’. Verder nog een paar voorbeelden:

  • Als voorstander van vrijhandel verwelkomt SPD het handelsverdrag met Canada CETA (“open markten zijn goed zolang de concurrentie niet vervalst wordt”); Die Linke is tegen CETA en gelijkaardige verdragen;
  • Die Linke is tegen nog meer vrijheid voor het kapitaalverkeer in Europa, de SPD is voorstander van de ‘kapitaalunie’ en wil Duitsland (Frankfurt) als financieel centrum versterken;
  • in het SPD-programma zoekt men tevergeefs naar standpunten over de Europese Centrale Bank (ECB); Die Linke wil dat de opdracht ervan totaal verandert, en dat lidstaten rechtstreeks kunnen lenen bij de ECB in plaats van uitgeleverd te worden aan de financiële markten (een vloek in Bundesbank-Duitsland!).
  • Nog een vloek in een land dat zweert bij zijn exportoverschotten: de handelsbalans moet in evenwicht zijn.

 

Stuttgart 17 september 2016

Wat Griekenland betreft is de overwegende partijlijn die van de meeste partijen van Europees Links: steun zonder voorbehoud voor SYRIZA en Tsipras, die met de ondertekening van het derde Memorandum de ‘enig juiste’ beslissing nam en een ‘moedige’ strijd voert tegen het Europa van Schäuble en de Trojka 8. Hierover zoekt Die Linke, die met zeven europarlementariërs de grootste fractie heeft onder de linkse partijen in het Europees Parlement, dus geen contramine binnen de Europese linkse scene. Dat doet ze echter wel in Duitsland zelf met een aantal ‘krasse’ standpunten die expliciet in het verkiezingsprogramma 2017 vermeld worden. Die Linke is voor een Europese schuldenconferentie, waarbij staatsschulden op hun legitimiteit en draaglijkheid getoetst worden, en oplossingen uitgewerkt voor landen met moeilijkheden. Voor Griekenland moet er een schuldvermindering komen, en Duitsland moet de gelden die het naziregime van Griekenland afdwong terugbetalen en herstelbetalingen doen voor de oorlogsmisdaden. Men kan moeilijk beweren dat dit opportunistische standpunten zijn om stemmen te winnen…
Het is te betreuren dat ook over het dossier Griekenland één van de partijkopstukken zich liet opmerken door een eigengereid optreden. Gabi Zimmer, voorzitter van de linkse fractie (GUE/NGL)  in het Europees Parlement, ondertekende een gemeenschappelijke verklaring met de fractieleiders van sociaaldemocraten en groenen waarin de Griekse regering aangemaand wordt de hervormingen verder te zetten, en door ‘eerlijke markten tot een duurzaam herstel te komen’ 9.

Vermelden we tenslotte nog dat Die Linke voor de ontbinding van de NATO is (voor de SPD blijft het de spil van de transatlantische verhoudingen), voor de uittrede van Duitsland uit de militaire structuur van de NATO en tegen een Europees leger (waar de SPD voor is, als complementair aan de NATO).

 

Eindbeschouwing

Op Die Linke kan men veel kritiek hebben. Boegbeelden hebben er een te grote greep op de politieke besluitvorming, de democratische functionering is ondermaats, de maatschappijvisie onderontwikkeld, de hang naar onprincipiële beleidsdeelname te sterk, en dies meer. Deze problemen mag men niet onder de mat vegen, want ze zijn stuk voor stuk van essentieel belang. Maar het zijn problemen die we, in diverse mate, in elke linkse partij aantreffen (over de andere spreken we niet eens). Het is even belangrijk om ook de sterke kanten te onderkennen. Bij Die Linke zijn dat de solidariteit met vreemdelingen en asielzoekers, met de strijd van de Grieken, het verzet tegen militarisering, kortom, een soort spontaan internationalisme. Een internationalistisch bewustzijn blijkt bijvoorbeeld ook bij de Rosa Luxemburg Stichting, de politieke vormingsinstelling die nauw bij de partij aanleunt. Heel wat publicaties worden door de Stichting ook in andere talen dan het Duits aangeboden, er is een wereldwijd netwerk met 17 regionale agentschappen, van Palestina tot Mexico, progressieve initiatieven kunnen ondersteuning krijgen, ook buiten Duitsland 10.

Niettegenstaande de eigengereide opdringerigheid van een aantal Linke-kopstukken, waarvan sommigen zich maar al te graag in een ‘linkse’ coalitie met een beleidsfunctie zouden bekleed zien, blijft het programma aanzienlijk contrasteren met dat van SPD en Grünen. Om in de huidige context aan Realpolitik te doen  zouden Linke-politici een groot deel van dat programma moeten kaltstellen. We hopen natuurlijk dat genoeg partijleden ze daar zullen van afhouden!

Het kan geen enkele linkse ziel in Europa onberoerd laten hoe het de kameraden in Duitsland vergaat op 24 september. Die Linke is uiteindelijk ons bataljon dat slag moet leveren in het hol van de leeuw!


 

  1. Zie Sozial. Gerecht. Frieden. Für alle. Langfassung des Wahlprogramms zur Bundestagswahl 2017. Een summiere vergelijking van de verkiezingsprogramma’s van alle grote partijen vindt men hier.
  2. De vlag van Jamaica draagt de kleuren zwart (partijkleur van de CDU, groen en geel (FDP).
  3. Zie bv.  Der Tagesspiegel, 10 mei 2017.
  4. Hierdoor moeten asielaanvragen behandeld worden door het land van aankomst in de Europese Unie, en worden aanvragen in verschillende landen niet toegelaten. Een inbreuk op de Conventie van Genève volgens meerdere instanties.
  5. Zie bv. Die Welt, 26 juli 2016.
  6. Hierdoor belanden werklozen na één jaar in de bijstand, en hebben ze ‘recht’ op 409 € per maand, eventueel aangevuld met een 1€-job (één euro per uur).
  7. SPD-programma blz. 6
  8. Zie hierover Klaus Dräger, Het Grieks debacle en de politieke geloofwaardigheid van Europees links.
  9. Zie hierover Europees Parlement: sociaaldemocratische pad in linkse korf? Zimmer heeft hierover wel een (m.i. niet erg overtuigende) uitleg  gegeven.
  10. Dat was bijvoorbeeld het geval met een Alter Summit conferentie in Brussel.

Reacties plaatsen niet mogelijk