Facebook

Retweeted DIE LINKE (@dieLinke):

.@GregorGysi: Deutschland muss Vermittler werden, Schwarz-Rot aber macht aus uns Kriegspartei. Das ist der falsche Weg. t.co/SKWOZChFnb
... See MoreSee Less

View on Facebook

EU: verontwaardiging, verzet en reflectie

18 februari 2012

door Herman Michiel, februari 2012

(dit artikel verscheen eerder in Rood)

Men moet niet alle Europese verordeningen, aanbevelingen of  pacten van de voorbije twee jaar gelezen hebben om te weten dat de Europese Unie (EU) met haar neoliberale politiek in een hogere versnelling is gekomen. Europese leiders proberen in een koortsachtig tempo – 13 crisistoppen in twee jaar – het onheil dat ze met hun monetaire unie aanrichtten te bezweren … door het af te wentelen op de werkende klasse. Veeleer dan het hele arsenaal aan antisociale maatregelen nog eens onder de loep  te nemen, wil deze bijdrage het hebben over  het inzetten van een tegenoffensief.

VERONTWAARDIGING

Mensen kunnen hun onvrede met de Europese Unie op diverse wijzen gestalte geven. Emotionele verontwaardiging is er één van, en een belangrijke, want ze motiveert ons om iets te doen. Aan redenen tot verontwaardiging geen gebrek, de tweespalt tussen de propaganda over het ‘Europa met zijn unieke waarden’ en de politiek gevoerd op het terrein is wraakroepend. Om  maar één recent voorbeeld  te noemen: het akkoord dat op 17 januari jl. getekend werd in Portugal  tussen regering, patronaat en de vakbond UGT. Om aan de wensen van de geldschieters tegemoet te komen werd de arbeidsreglementering aangepast. De jaarlijkse vakantie wordt van 25 naar 22 dagen teruggebracht, er sneuvelen  4 officiële feestdagen, de ontslagvergoedingen worden verminderd van twintig naar twaalf (of zelfs acht dagen per gewerkt jaar, de werkloosheidsvergoeding wordt nog méér beperkt. Overuren bestaan niet meer, want bedrijven beschikken over een ‘krediet’ van 150 uren (zelfs 200 mits een akkoord) per werknemer en per jaar waarin ze zonder extra’s de werknemers kunnen opeisen… De grootste vakbond, de  CGTP, heeft het akkoord niet ondertekend en  bestempelde het  als een terugkeer naar het feodalisme. Toch wordt dit akkoord in de businesswereld als een halve mislukking beschouwd, want het oorspronkelijk vlaggenschip van het regeringsvoorstel hield in dat elke werknemer in de privé dagelijks een half uur extra zou werken, zonder enige vergoeding. Het was door het schrappen van deze maatregel dat de conservatieve regering Pedro Passos Coelho  de UGT over de streep kreeg om te tekenen… De CGTP roept samen met andere sociale organisaties op tot een grote betoging op 11 februari.

De ‘hervorming’ van de arbeidswetgeving in  Portugal is natuurlijk maar één facet van het Europese neoliberale offensief. De Griekse arbeidersklasse is ongetwijfeld het zwaarst  getroffen, in die mate dat de gezondheid en zelfs het leven van de Grieken erdoor in het gedrang komen [1]. Maar over de levensomstandigheden van een werkloze Spaanse jongere, een Ierse  of een Hongaarse  arbeider of zelfs een Duitse ‘ein Euro-Arbeiter’ weten we nauwelijks iets, en het zijn niet de (openbare of private) media die ons  met informatie daarover overstelpen. Vooral over de leefomstandigheden in de nieuwe lidstaten in Oost-Europa horen we uiterst weinig, want die behoren ‘niet eens’ tot de eurozone. Zo werd in mei 2011 een nieuwe arbeidswetgeving van kracht in Roemenië, vooral onder druk van het IMF, dat  naar gewoonte de rollen van geldschieter en wetgever combineert [2]. Onder andere wordt de maximale gemiddelde werktijd van 48 uur voortaan berekend op jaarbasis , waardoor een werkweek van effectief 60 uur  mogelijk wordt, en niet eens tot overuren aanleiding geeft… Maar ook van het aanhoudend en krachtig verzet tegen deze politiek vangen we hier uiterst weinig op.

VERZET

Als velen verontwaardigd zijn, kan dit leiden tot sociale actie en verzet. Daarvoor moet dan wel een organisatorisch kader bestaan of gecreëerd worden, en een zeker perspectief om op de ontwikkelingen te kunnen wegen. Als dit binnen nationale grenzen al een probleem is, lijkt het op Europees vlak een bijna onoverkomelijke horde. Alle grote politieke  stromingen  in Europa belijden een linksere of rechtsere variant van het neoliberalisme, de linksere (groenen en sociaal-democraten) met meer nadruk op relance en regulering, de rechtsere meer op orthodoxie in de begrotingspolitiek, maar alle verenigd door het geloof  in de markt en de concurrentie waaraan de werkende klasse zich moet onderwerpen zoals een steen aan de zwaartekracht.  Dat is ook de analyse die men kan maken van de stemming van het ‘wettelijk pakket’ (sixpack) in september. Was er in de commissievoorstellen wat meer sprake geweest van groeistimulerende maatregelen (wat tot niet veel verbindt in een Unie waarvan het totale budget maar 1% van het BBP bedraagt) dan had het sixpack over de ganse lijn op een overweldigende meerderheid kunnen rekenen [3]. Een linkse strategie die gericht is op een institutioneel-politieke overwinning is dus niet realistisch [4]. Er is trouwens geen institutionele weg om de Raad van ministers, partij bij elke goedkeuring van een Europese wet, af te zetten of via verkiezingen te verwijderen, of het zou moeten een wonderlijk getimede gelijktijdige kampanje in tien of twintig lidstaten zijn…

Het lijkt realistischer om op de syndicale beweging te rekenen om krachten te verzamelen tegen het neoliberaal Europa. Het is voor iedereen zonneklaar dat de georganiseerde arbeidersbeweging het mikpunt is van de Europese ‘economic governance’, dat haar bestaansgrond zelf – de collectieve verdediging van de arbeidersbelangen – op het spel staat.  In haar ‘aandachtspunten’ [5] voor 2012 vermeldt de Commissie bv. expliciet  “De wetgeving inzake arbeidsbescherming hervormen in overleg met de sociale partners, buitensporig rigide bepalingen van overeenkomsten voor onbepaalde tijd aan banden leggen” en “herziening van de mechanismen van loonvorming”.
Allemaal goede redenen dus om in de georganiseerde arbeidersbeweging een belangrijke kracht te zien om de EU te bekampen; we kunnen er nog aan toevoegen dat een syndicale bureaucratie niet de mogelijkheid heeft om van ‘vakbondspubliek’ te veranderen zoals een partijbureaucratie haar beoogd kiezerspubliek verlegt.
In werkelijkheid echter is er van een  Europees georganiseerde  arbeidersbeweging weinig te bespeuren. Het Europees Vakverbond (EVV) speelt officieel die rol, maar lijkt er ook van uit te gaan dat  de kortste weg naar het ‘sociaal Europa’ de bestaande EU is. Het beperkt zijn rol tot ‘Europese sociale partner’ voor de Europese Commissie[6], lobbying in de instellingen, en speelt niet eens een beduidende rol als Europese  informatiebron voor de bonden in de lidstaten [7].  Maar uiteindelijk is het EVV zo sterk en zo zwak als de nationale bonden het willen; fundamenteel kan het niet veranderen zolang niet een aantal beduidende nationale bonden de noodzaak van een Europees syndicalisme ingezien hebben. Initiatieven in die richting moeten zeker niet wachten tot alle neuzen in dezelfde richting staan. Niets belet Belgische, Franse, Spaanse, …  syndicalisten eenheidsinitiatieven te nemen, een solidariteitsfeest te organiseren met de Grieken, symposia te beleggen die militanten uit diverse landen bijeen brengen om elkaar te informeren, enz.

Maar opdat het zover zou komen, zijn eerst ‘grassroots’-initiatieven nodig die zich kunnen onttrekken aan de bureaucratische routine en inspiratie bieden aan andere ‘verontwaardigden’. Een dergelijk initiatief bestaat sinds ongeveer een jaar in het Brusselse: de Comités Action Europe/Actiecomités Europa [8]. Het verenigt vakbondsmilitanten van CSC-ACV en FGTB-ABVV, politieke en andersglobalistische militanten, en staat open voor iedereen die het Europees antisociaal beleid wil bestrijden; dat betekent natuurlijk ook en vooral:  de Belgische versie van het soberheidsbeleid.  Op het vlak van de informatieverspreiding werd over het ‘Europees economisch bestuur’ een brochure uitgegeven  en een studiedag georganiseerd. Op diverse manifestaties werden ook pamfletten verdeeld. Op 15 oktober trok een meeting (Frans-Nederlands-Spaans) 200 belangstellenden, die zich daarna bij de indignadosbetoging voegden. Er werden ook reeds twee acties ondernomen. Op 6 juni 2011, toen het ‘sixpack’ nog moest gestemd worden,   werd de Thalystrein met europarlementsleden  naar Straatsburg tegengehouden in Brussel-Zuid. En op 17 januari 2012 werd het RVA-kantoor aan de Brusselse Keizerlaan bezet als protest tegen de ingrepen in de werkloosheidsvergoeding door de regering Di Rupo. Momenteel worden nieuwe comités opgericht, die hopelijk ook voor een betere nederlandstalige aanwezigheid zorgen. Hoe bescheiden ook , hoe groot ook het contrast tussen de ambities (“de EU bestrijden!”) en de krachten, het is door een vermenigvuldiging van dergelijke initiatieven dat grotere delen van de vakbondsapparaten kunnen in beweging komen.  Misschien kunnen ze zelfs de weg tonen naar gecoördineerde actie over de grenzen heen.

REFLECTIE

De Europese Unie, haar monetaire politiek en ‘economisch bestuur’ doen ook vanuit theoretisch standpunt heel wat vragen rijzen. We spreken bv. van het ‘neoliberaal beleid’ van de EU, en het lijdt geen twijfel dat de hele ‘eenmaking’ sinds Delors en de Eenheidsacte (1986) zich inschrijft in de wereldwijde overgang van het beheer van het kapitalisme van het fordistisch naar het neoliberaal model. Men kan de politieke constructie EU beschouwen als het  ‘lokale agentschap’ van deze transformatie, met als belangrijke kenmerken de overdracht van ongeveer een tiende van het BBP uit de post ‘lonen’ naar de post ‘winsten’, de afbouw van de fiscaliteit op deze winsten, en de ombouw van de staat van een (overdreven gesteld) herverdelingsinstrument naar een bewaker van het contractrecht, dit alles met de bedoeling de winstvoet te herstellen.

De Europese soberheidspolitiek, bewerkstelligd via het ‘Europees economisch bestuur’, is ongetwijfeld een facet van deze poging tot herstel van de winstvoet, waarbij de eurocrisis te baat genomen wordt voor het toedienen aan de werkende klasse van een shocktherapie [9]. Maar kan men daarom werkelijk spreken van het veiligstellen van de winstvoet als de meeste economisten, het IMF incluis, hieruit alleen maar een zware en langdurige recessie zien voortkomen?  Bovenop de inconsistenties van het neoliberalisme als dusdanig, zorgt de EU en vooral haar muntunie voor een blijvende patstelling. Michel Husson [10] stelt het zo: “Naast het geknutsel van dag op dag, bevindt Europa zich aan een kruispunt: ofwel een stap voorwaarts naar een federalisme dat toelaat de schulden onmiddellijk gemeenschappelijk aan te pakken, ofwel het uiteenspatten van de eurozone. Aangezien de Europese burgerijen noch voor de ene noch voor de andere optie  willen kiezen, volgt daaruit  een bestendige crisis.”
De zeer succesvolle Europese aanslag op de werkersbelangen mag daarom niet uit het oog doen verliezen dat het burgerlijk kamp zelf in een impasse zit. De Europese politieke elites volgen noodgedwongen de Duitse, omdat die nu eenmaal de toon aangeeft, maar hoeveel tandengeknars zou er niet zijn in de Europese hoofdsteden bij de monetaire orthodoxie van Berlijn (een kentrek van het Duitse ‘ordoliberalisme’) die recht op de afgrond afstevent? En wat is de positie van de Europese economische elites hierbij? Zijn zij dermate gemondialiseerd dat de ineenstorting van de eurozone voor hen een lokaal incident is, een  Europees Fukushima dat men een tijdje links laat liggen? Maar de burgerlijke elites wereldwijd maken zich zorgen om ‘zieke man Europa’, die het kapitalisme wereldwijd in een zware crisis kan meeslepen…

TOT BESLUIT

Voor redenen tot verontwaardiging zal het andere kamp wel blijven zorgen, voor het verzet zullen we echter zelf moeten instaan. Een scherpe marxistische analyse kan ons daarbij van veel nut zijn.

 

Noten

[1] Zoals blijkt uit een studie van The Lancet, zie http://tinyurl.com/Lancet-Griekenland

[2] Zie Iulia Badea Guéritée, “Bezuinigingen hebben een prijs”, http://tinyurl.com/presseurope-roemenie
[3] Zie H. Michiel, “Europees Parlement keurt ‘economisch bestuur’ goed: 6 wetten als bekroning van 60 jaar liberalisering, http://tinyurl.com/goedk-sixpack
[4] Francine Mestrum is van het tegendeel overtuigd. Voor haar is “de kortste weg naar dat ‘ander Europa’  paradoxaal genoeg dit Europa”. Zie “Europese verkiezingen: wat nu?”, http://tinyurl.com/kortste-weg

[5] Het betreft de aanbevelingen in het kader van de ‘jaarlijkse groeiraming’, een onderdeel van het zgn. Europees semester.

[6] In een afscheidsinterview als ACV-voorzitter zei de altijd zeer voorzichtige Luc Cortebeeck onlangs: “Tegenmacht in Europa krijg je alleen maar door sterke vakbonden. In de bedrijven en lokaal. Dat blijft de basis. Het gaat traag, het gaat moeizaam. Ik vind de manier waarop het gebeurt ook veel te administratief. Het Europees Vakverbond is geen vakbond van leiders. Bij de wereldvakbond IVV zie ik dat vreemd genoeg veel meer. Het EVV is een vakbond van technocraten, mensen die gewerkt hebben in internationale diensten, maar het zijn geen leiders.” ( De Wereld Morgen, 13 januari 2012)

[7] Een blik op de EVV-website http://www.etuc.org/ zal volstaan.

[8] http://www.comitesactioneurope.net/

[9] Deze term is zelfs nog te zwak als men het heeft over de Belgische pensioenhervorming, die er ’s nachts werd doorgesleurd zoals bandieten een bankkluis leeghalen.

[10] Michel Husson, « Le néo-libéralisme, stade suprême ? », http://hussonet.free.fr/actumx11.pdf

Reacties plaatsen niet mogelijk