Facebook

“Griekse” crisis van de euro alsmaar dieper

5 juni 2011

door Frank Slegers (Ander Europa)
verschenen in Uitpers nr. 120, mei 2010

De crisis van de euro diept zich uit. De Europese leiders zullen de fundamentele keuzes niet lang meer voor zich uit kunnen schuiven. De Europese vakbeweging staat erbij en kijkt er naar, maar zij krijgt nog een herkansing.

Griekenland krijgt zijn begroting niet onder controle, en dat verbaast niemand. De besparingen van de Griekse overheid wegen op de economische conjunctuur, en dat is op zijn beurt slecht voor de begroting: een vicieuze cirkel. Daarnaast jagen de hoge intresten de Griekse overheidsschuld verder de hoogte in.

Ook nadat de Griekse regering besliste beroep te doen op noodleningen van de eurolanden en het Internationaal Muntfonds bleven de schuldeisers van de Griekse regering wantrouwig. Zij vragen op het ogenblik van afsluiten van dit artikel 9,5 procent rente op Griekse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar. Zij vrezen immers dat een herschikking van de Griekse openbare schuld nog moeilijk te vermijden is: Griekenland zal uitstel van betaling moeten vragen voor een gedeelte van de schulden, en misschien gedeeltelijke schuldkwijtscheldingen, wat verlies betekent voor de houders van Grieks overheidspapier.

Voor Europese politieke leiders is dit scenario nog taboe, uit angst voor de gevolgen voor Portugal of Spanje, eenmaal blijkt dat ook een euroland over de kop kan gaan. Maar voor de financiële markten is het al een uitgemaakte zaak, en dus vragen zij woekerintresten, wat het rampscenario alleen maar bevestigt.

Noodhulp

De beloofde noodleningen van 45 miljard euro van de eurolanden en het IMF volstaan niet. In principe werd overeengekomen Griekenland gedurende drie jaar te helpen. De 45 miljard euro is een eerste schijf voor 2010, maar zelfs daarvoor is het te weinig, en voor de volgende twee jaar staat nog niets vast. Eerst moeten afspraken worden gemaakt over verdere besparingen op Griekse overheidsuitgaven in 2011 en 2012. Duitsland eist nu echter duidelijkheid over deze besparingen in 2011 en 2012 als voorwaarde om zelfs maar de eerste schijf van 45 miljard euro te deblokkeren. Onzekerheid troef dus, met exploderende rentevoeten als gevolg.

Bovendien betaalt Griekenland op het Europees aandeel in de noodleningen van 30 miljard euro 5 procent rente (te vergelijken met de amper 1,3 procent rente die de Duitse regering op de financiële markten moet betalen). Het IMF vraagt voor zijn aandeel van 15 miljard euro een ietwat vriendelijker rente van toch nog 4 procent (noteer dat je als lidstaat van de eurozone beter af bent bij het IMF dan bij je Europese broeders en zusters!).

Volgens The Economist heeft Griekenland minstens 75 miljard euro noodleningen nodig. Het Britse tijdschrift ging bij deze berekening uit van hypothesen die inmiddels alweer achterhaald zijn als te gunstig.

De financiële markten hebben er dus geen vertrouwen in.

Duitse bunds

Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat ook de rente op Duitse overheidsobligaties stijgt. De Duitse regering moet nu dus meer rente betalen op haar obligaties, bunds, die zij plaatst op de internationale financiële markten. De reden is eenvoudig: de financiële markten zijn ervan overtuigd dat het Griekse overheidstekort een put zonder bodem is, dat Duitsland zal moeten blijven betalen, en dat landen als Portugal zullen volgen. De financiële wereld is ervan overtuigd dat een vorm van financiële solidariteit binnen de eurozone onvermijdelijk is: het sterke Duitsland zal mee de lasten moeten dragen van de zwakkere broertjes, en dat weegt op haar financiële geloofwaardigheid.

Ook de euro moet het daarom op de financiële markten ontgelden.

Toch probeert de Duitse bondskanselier tot aan de kapitale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen op 9 mei de schijn te redden dat Duitsland er zonder kosten van af komt: door steeds hardere eisen te stellen probeert zij elke beslissing over hulp aan Griekenland voor zich uit te schuiven. Het lijkt wat raar dat de politieke leider van een groot land als Duitsland zich zo laat leiden door enge electorale berekeningen, ondanks de ernstige gevolgen voor een andere lidstaat van de eurozone. Maar Merkel is dan ook een bikkelharde machtspolitica: afkomstig uit de DDR maakte zij er nooit deel uit van de dissidentie. Zij zag pas het licht toen de muur viel. Zij werd opgepikt door Helmut Kohl, en toen die in de problemen kwam door onfrisse financiële praktijken greep zij de macht in de Duitse christen-democratie via een politieke vadermoord.

Task force

Ook de Europese Unie blijft dus doen alsof er ten gronde geen vuiltje aan de lucht is: het volstaat wat maatregelen te nemen om de begrotingsdiscipline van de eurolanden te versterken, zodat de oorspronkelijke afspraken van het stabiliteitspact worden gerespecteerd, en klaar is kees. De noodleningen zijn niet meer dan een overgangsmaatregel, en op geen enkele manier een transfer van overheidsgeld van de ene lidstaat naar de andere, want aan marktconforme rentevoeten.

Dit is de missie die de task force onder leiding van de voorzitter van de Europese Raad HermanVan Rompuy tegen juni moet geklaard hebben: bijkomende disciplinerende mechanismen uitwerken voor de overheidsfinanciën van de lidstaten van de eurozone. Europees Commissaris Olli Rehn had al een voorstel: alvorens het parlement van een lidstaat van de eurozone zich uitspreekt over de begroting zou deze eerst worden voorgelegd aan de ministers van financiën van de andere lidstaten!

Ondertussen heeft de Europese Centrale Bank wel een initiatief genomen om de Duitse en de Franse banken, die meer dan 100 miljard euro Griekse staatsobligaties in portefeuille hebben, uit de nood te helpen: de ECB heeft besloten Griekse obligaties als onderpand voor kredieten te aanvaarden, ook wanneer de rating van de Griekse overheid verder zou worden verlaagd. De ironie is dat ook de Duitse verheid onrechtstreeks houder is van Griekse staatsobligaties: zij is immers eigenaar geworden van de bank Hypo Real Estate, dat voor 7,9 miljard euro Griekse obligaties in portefeuille heeft…

Maar voor de rest wordt dus gedaan alsof alles wel in orde komt. Een fundamentele hervorming van de eurozone is niet nodig. Na regen komt zonneschijn.

Een optimistisch scenario…

Natuurlijk kan men een “optimistisch” scenario niet helemaal uitsluiten. Indien de wereldeconomie snel en sterk zou aantrekken zodat ook de Griekse economie het beter doet gaat de druk misschien wat van de ketel. De Europese noodleningen kunnen dan worden omgezet in een soort rollend fonds. Leningen worden vervangen door nieuwe aan gunstiger rentevoeten, naargelang het Griekse overheidstekort onder controle komt. Door de schulden over een lange termijn uit te smeren wordt de schuldenlast hanteerbaar. Ondertussen krijgen de schuldeisers rente en tenslotte met uitstel hun kapitaal terug.

Zo zou de crisis tot Griekenland kunnen worden beperkt. De Europese Commissie gaf een hint in die richting, door einde maart te verklaren dat Griekenland een alleenstaand geval is door haar combinatie van een grote overheidsschuld met een zwakke economie. De impliciete boodschap: laat het Griekse schip maar zinken, zolang de euro niet wordt meegesleurd.

Maar in dit scenario moet alles wel meezitten. Het lijkt nu even goed mogelijk dat de Griekse regering financieel over kop gaat alvorens dit “gunstige” scenario een kans heeft gekregen, met het risico van een domino-effect naar Portugal, Spanje,…

… en twee alternatieven

Dan blijven er nog maar twee alternatieve scenario’s. Ofwel wordt tot op zekere hoogte de onderlinge afhankelijkheid van de economieën en de overheidsbegrotingen in de eurozone erkend, en komen er structurele maatregelen om spanningen op te vangen en noodlijdende lidstaten financieel bij te springen. Maar dat dreigt de bredere vraag aan de orde te stellen van een gemeenschappelijk economisch en begrotingsbeleid om de ongelijke ontwikkeling tussen de lidstaten bij te sturen. Ook de verantwoordelijkheid van een land als Duitsland dat zijn ontwikkeling niet meer eenzijdig kan steunen op export naar de rest van de Europese Unie komt dan onvermijdelijk ter discussie. Het lijkt daarom weinig waarschijnlijk dat voor deze weg zal gekozen worden, ondanks alle holle woorden over een “economische regering”.

De andere mogelijkheid is dat de zwakkere eurolanden afhaken, weer een eigen munt invoeren wat de mogelijkheid opent van devaluaties, en dat de euro inkrimpt tot de sterkere kernlanden van de Europese Unie. Zo komt men weer terecht bij de wisseloplossing van het Europa met verschillende snelheden, waarbij de ongelijkheid structureel wordt ingebouwd. Dan wordt formeel erkend dat landen als Griekenland of Portugal voor Duitsland of Frankrijk niet meer betekenen dan bijvoorbeeld Mexico voor de VS.

De vakbonden

Nadat de Europese leiders in maart 2010 het noodplan voor Griekenland formeel goedkeurden legden de Europese vakbonden verbazingwekkend gematigde verklaringen af.

Zo verklaarde het Europees Vakverbond dat elke afspraak beter was dan geen afspraak. Het stelde zich wel vragen over de gehanteerde rentevoeten voor de Europese noodleningen, maar de conclusie was vooral dat het Europees Vakverbond zich ten volle zou engageren in de task force onder leiding van Herman Van Rompuy…

Ook de Belgische vakbonden leken even het Noorden kwijt. “Zij verheugen zich erover dat de Staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone eindelijk tot een akkoord gekomen zijn om Griekenland bij te springen. Op die manier geven ze gevolg aan de vraag van de vakbonden naar een billijke, solidaire oplossing.” Ze betreuren wel “het onvermogen om een eventueel beroep op het Internationaal Muntfonds te vermijden, een duidelijke smet op het Europese karakter van dit akkoord“. Dit is echt wel ironie ten top gedreven. Zoals hoger beschreven vraagt het IMF Griekenland immers een lagere rente dan de eurolanden. Dit getuigt weer van het latente eurochauvinisme van de vakbonden, waarbij alles goed is als het maar Europees is. De inhoud van het beleid wordt dan bijzaak.

Over het bikkelharde antisociale voorwaarden waaraan de Europese steun gekoppeld is geen woord, noch in de Europese verklaring, noch in de Belgische verklaring.

Tien procent

De Griekse economist Yannis Stournaras rekende uit dat de Griekse ambtenaren alle maatregelen samengenomen, per saldo en netto, tien procent inkomensverlies lijden. Griekse verpleegsters, leerkrachten, vuilnismannen, enz., verliezen in een klap dus meer dan een maand loon (overigens publiceerde de regering van Letland eind april een rapport dat de ambtenaren daar de laatste twee jaar 31 procent van hun wedde inleverden…). In de Griekse private sector leveren de werknemers drie procent in, ook niet niets. Maar dat is dus voor de Europese vakbeweging niet de kern van het probleem?!

Van bij de invoering van de euro werd gewaarschuwd, ook door de vakbonden, dat een situatie werd geschapen waarbij landen binnen de eurozone verlies aan concurrentiekracht enkel zouden kunnen opvangen door de invoering van antisociale maatregelen. Nu we dit onder onze ogen zien gebeuren geven de vakbonden niet thuis.

Straks, wanneer de crisis in de eurozone tot volle uitbarsting komt en knopen moeten worden doorgehakt, krijgen de vakbonden een herkansing. Dan zal immers voor iedereen opnieuw de vraag op tafel liggen: welk Europa willen wij? De Europese leiders zijn verdeeld, dat schept kansen om andere stemmen te laten horen. De vakbonden kunnen dan met eigen alternatieven tussenkomen in het politieke debat. Maar willen zij dat wel?

De alternatieven liggen voor het rapen: maatregelen invoeren tegen financiële speculatie; via rechtvaardige belastingen op het financieel kapitaal en op de rijken Europese middelen mobiliseren om een meer evenwichtige economische ontwikkeling in Europa te sturen; de Europese Centrale Bank hervormen zodat zij een rol krijgt in de kredietverlening aan de lidstaten (zoals elke ‘normale’ centrale bank); enz.

Daarnaast is een operatie “waarheid” nodig, om de werknemers in Europa te informeren over de ware toedracht van de “Griekse” crisis. Het moet toch mogelijk zijn Duitse verpleegsters te overtuigen dat het niet hun Griekse collega’s zijn die door boven hun stand te leven verantwoordelijk zijn voor de crisis? Dat is allemaal perfect mogelijk als men de solidariteit onder de werkende mensen belangrijker vindt dan de concurrentiekracht van het eigen land of van de Europese Unie, en het is allicht hier dat het syndicale schoentje wringt.

Ook in altermondialistische kringen lijkt niet door te dringen wat er op het spel staat. Zo lijkt gans deze crisis geen thema te worden op het Europees Sociaal Forum in juli in Istambul. Het blijft beperkt tot schuchtere initiatieven, zoals een petitie die onlangs werd gelanceerd door kringen rond Transform en Attac.

Reacties plaatsen niet mogelijk