Facebook

Groeiende oppositie tegen het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU

25 september 2012

door Dana Gabriel (*)

Dit artikel werd met toelating overgenomen uit het tijdschrift van  Vrede vzw (nr 417, sept-okt 2012)

Met de laatste onderhandelingsronde gepland voor september en oktober, komen Canada en de Europese Unie (EU) dichter bij een vrijhandelsakkoord dat veel verder zou reiken dan NAFTA (het Noord-Amerikaans vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico). Ondertussen groeit de oppositie tegen het Canada-EU-akkoord omdat het onderhandelingsproces weinig transparant is en er geen enkele publieke consultatie werd gehouden.

In Canada heerst er bezorgdheid over de dreiging die dit akkoord vormt voor de lokale democratie. Er is ook angst voor deregulering (het verminderen van officiële regelingen en wetten) en privatiseringen, en voor de uitbreiding van de rechten van grote buitenlandse bedrijven. In Europa wordt er voor gewaarschuwd dat de deal als een achterpoortje gebruikt  zal worden om ACTA te implementeren, een akkoord tegen namaakproducten dat verworpen werd door het Europees Parlement (EP) in juli 2012.

Canadese oppositie

Terwijl de gesprekken over het ‘Comprehensive Economic and Trade Agreement’ (CETA) of vrijhandelsakkoord tussen Canada en de Europese Unie hun laatste fase in gaan, blijft de ‘Council of Canadians’ oppositie voeren tegen deze deal. Deze linkse burgerbeweging werd in 1985 opgericht om zich tegen het CETA te verzetten. In een poging om de misleidende verklaringen van de Canadese conservatieve regering over het handelspact te ontkrachten, heeft de beweging een rapport uitgebracht met als titel ‘the CETA Deception’ (het CETA bedrog). Dit rapport spreekt de bewering van de regering tegen dat “het handelsakkoord met de EU geen invloed zal hebben op de openbare gezondheidszorg, op de milieuregelgeving, op de sociale zekerheid, op de gemeentelijke democratie, op het Canadese cultuurbeleid, dat het de prijzen van geneesmiddelen niet zal opdrijven en dat het buitenlandse bedrijven niet zal toestaan om het overheidsbeleid aan te vechten”. Volgens handelsonderzoeker en co-auteur van het rapport van de Council of Canadians, Stuart Trew, zijn deze uitlatingen van de regering “ofwel misleidend ofwel aantoonbaar fout”. Als gevolg van de dreiging die CETA kan vormen voor de lokale soevereiniteit, hebben een groeiend aantal Canadese gemeenten resoluties goedgekeurd die meer informatie eisen van de centrale regering over CETA en die meer inspraak eisen in de onderhandelingen. Sommige vragen zelfs dat het akkoord niet van toepassing zou zijn op hun gemeente.

ACTA

Tijdens haar recente bezoek aan Canada sprak de Duitse bondskanselier Angela Merkel plechtig haar steun uit aan het Canada-EU vrijhandelspact en beloofde ze erop toe te zien dat de onderhandelingen snel afgerond zouden worden. Deze bekrachtiging van het project werd gezien als een zeer welgekomen boost voor de Canadese eerste minister Stephen Harper, die het akkoord graag zou willen ondertekenen voor het einde van dit jaar. De conservatieve regering houdt vol dat een intensievere handel met Europa, banen zal creëren in Canada, economische groei zal bevorderen en op langere termijn zal uitmonden in welvaart. De regering probeert het publiek er ook van te overtuigen dat CETA een van de meest transparante onderhandelingensprocessen in de Canadese geschiedenis is. In een artikel voor iPolitics benadrukt Stuart Trew “als CETA en gelijkaardige akkoorden, gelanceerd worden als dé vrijhandelsakkoorden van de 21ste eeuw, dan zouden ze ook onderhandeld moeten worden op een 21ste eeuwse manier: open, transparant, en met een input van het brede publiek. Onder meer door in gebreke te blijven op al deze vlakken tijdens de onderhandelingen over het internationale ‘Anti-Conterfeiting Trade Agreement’ (ACTA), werd dit akkoord in juli 2012 afgekeurd door het Europees Parlement (EP). Het CETA zou gemakkelijk hetzelfde lot beschoren kunnen zijn -aan beide kanten van de Atlantische Oceaan”. De verwerping van het ACTA-akkoord was het gevolg van stijgende publieke druk en van “een ongeziene rechtstreekse lobby-campagne van duizenden EU-burgers die opriepen om ACTA te verwerpen via acties, e-mails naar de Europese parlementsleden en telefoontjes naar hun kantoren. Het EP ontving ook een petitie getekend door 2,8 miljoen burgers wereldwijd”. Onder meer de Verenigde Staten, Canada, Australië, Japan en Nieuw-Zeeland hebben ACTA wel allemaal ondertekend, maar moeten het akkoord nog ratificeren. Een van de problemen met ACTA is dat het de vrijheid van meningsuiting op internet en de privacy bedreigt. Bovendien zou het akkoord een oneerlijk voordeel geven aan medicijnen die gepatenteerd zijn en de toegang tot betaalbare generische opties limiteren (generische geneesmiddelen bevatten dezelfde werkzame stoffen als de oorspronkelijk op de markt gebrachte merkgeneesmiddelen). Academisch onderzoeker en professor in de Rechten Michael Geist waarschuwde dat “we in de  komende weken en maanden, nieuwe inspanningen kunnen verwachten om het [ACTA] akkoord nieuw leven in te blazen binnen Europa. Er zullen alternatieve manieren gezocht worden om de bepalingen van het akkoord alsnog te implementeren.” Het ziet er nu naar uit dat de EU-onderhandelaars CETA willen gebruiken om er stiekem ACTA in te schuiven. Amper een paar dagen nadat ACTA verworpen werd door het EP, rapporteerde Michael Geist op basis van gelekte documenten dat “de EU plant om het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU (CETA), dat in zijn finale fase van onderhandelingen terecht komt, te gebruiken als een achterpoortje om de ACTA-bepalingen toch te implementeren”. Hij merkte op dat het “de strategie van de Europese Commissie lijkt te zijn om CETA te gebruiken als de nieuwe ACTA. Het wil de ACTA-bepalingen begraven in een breder handelsakkoord met Canada in de hoop dat het Europees Parlement dezelfde voorwaarden zal aanvaarden die het net verworpen heeft binnen het ACTA-kader”. Nadat de Europese Commissie eerst weigerde om te reageren op deze beschuldigingen gebaseerd op een lek, verklaarde de Commissie uiteindelijk: “CETA is ACTA niet”. De Europese Commissie stelde verder dat de beschuldigingen ongefundeerd zijn omdat ze “op gedateerde en onvolledige informatie gebaseerd zijn”. In een recente update bevestigde Geist echter zijn eerdere bewering: “de bezorgdheid dat CETA, ACTA zou kunnen reproduceren, lijkt zeer gerechtvaardigd te zijn, ondanks de ontkenningen van de Europese Commissie”. Deze episode heeft voor verontwaardiging gezorgd bij een geïnteresseerd publiek in Europa en Canada, en heeft de aandacht op CETA gevestigd.

Gevolgen van CETA

In hun artikel ‘A trade deal that sets a bad precedent’ (een handelsakkoord dat een slecht precedent schept), wijzen Stuart Trew en Blair Redlin op de andere gevaren verbonden aan CETA. Gevaren die het beleid en de belangen van Europa kunnen schaden. Ze benadrukken dat CETA het eerste Europese verdrag is, waarin de rechten van buitenlandse investeerders voor alle EU-lidstaten worden vastgelegd. Trew and Redlin stellen zichzelf de vraag “welke veranderingen brengt dit nieuwe verdrag met zich mee?” Vrijhandelsakkoorden geven buitenlandse investeerders het recht om geschillen te beslechten met de overheid van het gastland door ze voor een speciale raad te dagen. Gemodelleerd naar hoofdstuk 11 van het Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (NAFTA), zou CETA de Europese bedrijven het recht geven om in geval van een dispuut met de staat, het beleid van de Canadese regering aan te klagen indien ze vinden dat dit hun winsten inperkt. Het is ook belangrijk om de diepe integratie van de Noord-Amerikaanse economie in gedachten te houden. Dezelfde VS-bedrijven die Canada al 17 maal voor een geschillenraad gedaagd hebben onder de bepalingen van het NAFTA-akkoord, zullen onder CETA het Europees beleid kunnen aanvechten via hun Canadese filialen”. Alle rechten die toegezegd worden aan EU-bedrijven en Canadese bedrijven in het kader van CETA zullen op die manier ook gelden voor Noord-Amerikaanse bedrijven. CETA wordt dus gebruikt om de handelsmodellen van NAFTA aan de EU te koppelen. Volgens een juridische analyse uitgevoerd door de Internationale Handelsadvocaat, Steven Shrybman, zou CETA de bescherming en de rechten van de investeerders, vastgelegd in NAFTA, verder uitbreiden. “Met CETA stelt Canada voor om de EU-investeerders en dienstverleners veel uitgebreidere rechten toe te kennen dan toegewezen zijn aan hun Amerikaanse en Mexicaanse tegenhangers. Canada zou verplicht zijn om deze geprivilegieerde behandeling ook aan zijn NAFTA-partners aan te bieden, hoewel geen van hen een wederzijds  engagement aanging.” Shrybman beschrijft ook hoe CETA, de Europese bedrijven nieuwe rechten zal geven in Canada, ten koste van de macht van de Canadese provincies: “CETA betekent een dramatische expansie van de toepassing van internationale regelgeving op de provinciale en lokale bestuursniveaus”. Hij voegt daar aan toe: “de regelgevende en beleidsopties van provinciale, territoriale en gemeentelijke Canadese regeringen zullen veel meer ingeperkt worden dan onder de reeds bestaande vrijhandelsakkoorden.”

Terwijl de onderhandelingen hun finale fase ingaan is het noodzakelijk om de Canadese burgers in te lichten over hoe CETA onze politieke en economische soevereiniteit verder kan beknotten. Een vrijhandelsakkoord met Europa, genre NAFTA, dat bedrijven meer macht geeft om de Canadese wetgeving te beïnvloeden, zou gevaarlijk en destructief zijn. Met de diepe economische crisis in Europa en de Eurozone (de 17 Europese landen die de euro als munt hebben) in het achterhoofd, is dit het verkeerde moment voor Canada om zich in dit soort van handelsakkoord met de EU in te schrijven.

(*) Dana Gabriel is een Canadees journalist en activist.

 

Reacties plaatsen niet mogelijk