Facebook

Retweeted Rudy (@RudyDeleeuw):

60th anniv of the treaty of Rome: on our way to the Capitol for a social & sustainable Europe @etuc_ces @vakbondABVV t.co/8s9rzNweUz
... See MoreSee Less

View on Facebook

Het Europees buitenlandbeleid gaat de commerciële toer op

16 januari 2017

Door Raf Custers (*)

Verschenen in december 2016 bij GRESEA
Nederlandse vertaling door Ander Europa

 

Op de top van juni 2016 stelde Federica Mogherini de nieuwe Globale Strategie van de Europese Unie (EU) voor, een document met de titel Shared Vision, Common Action: A Stronger Europe. Mogherini is sinds het aantreden van de Commissie Juncker eind 2014 de ‘hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid’ van de EU. Ze leidt in deze functie de Europese dienst voor extern optreden (EDEO, EEAS in het Engels). In juni 2015 had ze van de lidstaten (Europese Raad) de opdracht gekregen om een buitenlandstrategie uit te  stippelen. Vanaf oktober 2015 werden (niet openbare ) raadplegingen gehouden, waarin steeds hetzelfde pleidooi gehoord werd: de economische diplomatie moet deel uitmaken van het buitenlandbeleid van de EU. Dat is dan ook de strategie die door Mogherini uitgetekend werd. Hieruit blijkt weer eens dat de lidstaten hun buitenlandbeleid doorgaans zelf bepalen, maar dat ze beroep doen op de EU als het nationaal niveau daarbij ontoereikend is. Nederland, dat in de eerste helft van 2016 het Europees voorzitterschap uitoefende, is een goed voorbeeld van dit ‘bipolair’ Europa.

In oktober 2015 sprak Mogherini in de Koninklijke Academie voor Wetenschappen in Brussel voor een publiek van politici, analisten en de ‘veiligheidssector’. Ze lanceerde er formeel een raadpleging over de toekomstige buitenlandse politiek van de EU. In tegenstelling met de raadplegingen van de Europese Commissie was deze raadpleging niet openbaar. Tijdens de maanden die daarop volgden boog een schare beleidsvoerders en onderzoekers zich over een sneuveltekst die geheim bleef voor het grote publiek. Doorheen een reeks colloquia, seminaries en debatten onderstreepten verschillende deelnemers dat de toekomstige Globale Strategie zich niet zou kunnen beperken tot een politieke diplomatie en een veiligheidsbeleid in de strikte zin. Dat blijkt ook uit de paar documenten die gepubliceerd werden.

 

De analyse van Mogherini

We kijken eerst naar de opvatting van Mogherini in juni 2015. De EU zegt dat ze nood heeft aan een nieuwe strategie, omdat de vorige – de Europese Veiligheidsstrategie – reeds dateert van 2003. “Toen beleefde de EU de beste tijd van haar recente geschiedenis”, aldus de tekst, maar “ondertussen is de wereld radicaal veranderd” 1. Die wereld zou “geconnecteerder, gecontesteerder en complexer” zijn dan ooit. De EU is omringd door een kring van instabiliteit. Nieuwe conflicten kunnen uitbreken omdat het aantal ‘zwakke’ staten toeneemt, door de verspreiding van nieuwe technologieën, door de klimaatopwarming en door de krapte aan grondstoffen.

Federica Mogherini, ‘hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid’

In deze “gevaarlijkere, meer verdeelde en meer gedesoriënteerde wereld” geeft de EU zichzelf als opdracht “haar burgers te beschermen, en terzelfdertijd haar belangen en universele waarden te verdedigen”, dit niettegenstaande ze verzwakt is door de economische en financiële crisis.

De EU heeft ook de bedoeling “de uitdagingen aan te gaan en de kansen te grijpen”, maar daarvoor zullen er synergieën moeten ontwikkeld worden tussen het intern en extern veiligheidsbeleid om zo alle facetten van het externe optreden van de EU te bestrijken 2.

Deze tekst, die vaak slordig is in zijn woordgebruik en die volgens sommigen blijk geeft van een ‘post-welzijnsingesteldheid’ 3, is van een algemene aard. Wat ons in dit kader interesseert is het economische luik ervan, dat overduidelijk aanwezig is in het debat.

 

“Een nieuwe globale orde gebaseerd op regels”

Onder de tientallen vergaderingen die het over deze globale strategie hadden zijn er drie die ons in het bijzonder interesseren. De eerste had plaats in december 2015 in Den Haag. Bert Koenders, minister voor buitenlandse zaken van Nederland, neemt het woord. “Zonder de EU en zonder het multilateraal systeem zou de rol van Nederland op de internationale scène veel beperkter zijn”, aldus de minister.

Nederland is dus voorstander van een krachtige politiek vanwege de EU. Vervolgens stelt hij: “Europa volgt de regels niet, Europa produceert ze” 4. Federica Mogherini sluit zich bij Koenders aan en voegt eraan toe dat de EU de kracht moet zijn die aanstuurt op “een nieuwe wereldorde gesteund op regels, samenwerking en multilaterale diplomatie” 5.

Een nieuwe wereldorde? Hoe moeten we dat interpreteren? Frederica Mogherini geeft daar in ieder geval niet het antwoord op. Europees commissaris Jyrki Katainen is daarop een andere conferentie veel duidelijker over. Deze Fin is vice-voorzitter van de Commissie met de portefeuille voor banen, groei, investeringen en concurrentievermogen, en onderhoudt heel nauwe banden met de bedrijfswereld, die vaak contact heeft met de leden van zijn kabinet 6.

In februari 2016 komt Katainen tussen op een conferentie over “Welvaart en economische diplomatie”. De conferentie is georganiseerd door een dienst van de Europese Commissie, het Europees Centrum voor Politieke Strategie (EPSC). “In het komend decennium”, aldus Katainen, “zal 90% van de groei van de wereldeconomie gerealiseerd worden buiten de Europese Unie”. Hij lanceert deze slogan, die regelmatig hernomen wordt in teksten van de Europese Unie 7 en als pleidooi bedoeld is voor een ‘economische diplomatie’, met andere woorden “het aanwenden van alle mogelijke middelen waarover we beschikken om onze eigen economische belangen te verdedigen buiten onze grenzen” 8. De eerste doelstelling is het wegnemen van de obstakels voor handel en investeringen. Maar omdat de meeste van deze obstakels zich niet op de grenzen, maar achter de grenzen bevinden moet “onze externe economische actie mikken op een regulerend beleid.” De EU zal er zich dus op toeleggen om tarifaire en niet-tarifaire handelsbarrières bij derde landen te doen opheffen.

Slechts twee redevoeringen uitgesproken bij de EPSC- ontmoetingen zijn publiek. Katainen heeft de debatten geopend, de ex-premier van Zweden Carl Bildt sluit ze af. Bildt ziet opportuniteiten in de digitale economie, die volgens een Finse studie de helft zou uitmaken van “de waarde gecreëerd in de wereldeconomie in 2025”. Geen protectionisme, maar een vrij en open internet, aldus Carl Bildt 9.

 

Wie is bevoegd: de EU of de lidstaten?

Niet alle actoren beschikken over een echt diplomatiek apparaat om hun economische belangen te verdedigen in het buitenland. Dat is het geval voor de duizenden Europese kleinbedrijven. Een heel aantal onder hen laten zich daarom vertegenwoordigen door de Europese Kamers van Koophandel. Deze lobby pleit er duidelijk voor dat de economische diplomatie haar plaats krijgt binnen de buitenlandstrategie van de EU, zoals blijkt uit een aantal van zijn berichten 10. Maar volgens deze lobby is er een taak voor elk niveau, de lidstaten staan in voor de promotie van de handel, de EU voor de handelspolitiek, en de twee moeten elkaar wederzijds versterken. “Met meer economische diplomatie zullen de internationale handelsstromen tussen de bedrijven toenemen”, aldus de Kamers van Koophandel. Op de verkoopcijfers, daar komt het inderdaad uiteindelijk op aan 11.

Sommige lidstaten zien het anders. In het Verenigd Koninkrijk heeft het Hogerhuis een hele reeks gesprekken gevoerd met experten als voorbereiding op de raadpleging van Frederica Mogherini. Het eindrapport is beperkt tot de kwestie van de veiligheid. Het zijn duidelijk de lidstaten die naar voren geschoven worden als de protagonisten in dat domein. Maar de Lords geven toe dat economie en buitenlandse politiek nauw verweven zijn. De geloofwaardigheid van de EU berustte op haar economische kracht, schrijven ze, maar deze geloofwaardigheid wordt op de proef gesteld door de crisis van de eurozone en de lage groeicijfers 12.

In hun schriftelijke antwoorden nemen Londen en Brussel acte van dit rapport. De regering in Londen neemt de gelegenheid te baat en ziet er de bevestiging in dat het de lidstaten zijn die hun dynamiek geven aan de buitenlandpolitiek van de EU 13. Mogherini van haar kant wijst op de hoofdas van de Globale Strategie: deze moet een weerspiegeling zijn van de rol en de ambitie van de Europese Unie als globale speler. “Globaal, ook in de betekenis van alomvattend”, schrijft Mogherini, “om de EU te helpen een beter gebruik te maken van de hele waaier aan hulpmiddelen en instrumenten die tot haar beschikking staan”. Maar ze herhaalt het reeds aangehaalde principe van commissaris Katainen: om de belangen en waarden van de EU te promoten moet er meer gereglementeerd worden, in partnerschap met anderen en “met de Verenigde Staten in het bijzonder” 14. Het is niet moeilijk om de achterliggende gedachte te raden: meer reglementeren (met de Amerikanen) en er een effen speelveld van maken om zo de vrijhandel te veralgemenen, het dogma van de Europese ondernemingen.

 

Het bipolair Europa

De bipolariteit EU/lidstaten komt telkens weer tot uiting, ook in het geval van Nederland dat voorzitter was van de Unie in het eerste semester van 2016. In 2015 leidde minister van financiën Jeroen Dijsselbloem de kruistocht tegen de progressieve regering van Griekenland, om er een radicale soberheidspolitiek op te leggen. Op het eind van dat jaar bracht eerste minister Marc Rutte de EU tot een koehandel zonder voorgaande met Turkije met betrekking tot de vluchtelingen uit Syrië en Irak. Men kon dus een actief Nederlands voorzitterschap verwachten waarin Den Haag punten zou scoren.

In 2011 is Nederland overgegaan tot een hervorming van zijn (traditionele) diplomatie, op aansturen van minister Koenders 15. Een studie van 2013 stelt vast dat de economische diplomatie van Nederland in Latijns-Amerika vrij efficiënt is. Sleutel daarvoor is het gebruik van de relaties en de invloed van de regering om de handelsbelangen van een groep ondernemingen te promoten. Voor deze studie was opdracht gegeven door de minister voor economie. Ze toont in de eerste plaats aan dat Nederlandse bedrijven, dankzij de economische diplomatie van Nederland, posities innemen in de havens en de maritieme sector in Brazilië. De studie vindt ook een direct verband tussen de intensiteit van de economische diplomatie van Nederland en de volumes geëxporteerd door zijn bedrijven naar Latijns-Amerika. De Nederlandse economische diplomatie lijkt dus haar doel te bereiken, namelijk “barrières doorbreken en opportuniteiten creëren door gebruik te maken van relaties en invloed van de overheid”16.

Nederland heeft zelfs een Speciaal Vertegenwoordiger Natuurlijke Hulpbronnen benoemd, prins Jaime de Bourbon Parma. Zijn eerste opdracht was de levering van kritische metalen te garanderen (onder andere de ‘conflictertsen’ uit de Democratische Republiek Congo) voor de elektronica-industrie van zijn land, met name de multinational Koninklijke Philips 17. Dirk-Jan Koch volgde in 2014 Jaime de Bourbon op. Hun missies zijn vaak verpakt in een humanistisch discours.

Maar ze verhullen hun mercantiel doel niet. Om een voorbeeld te geven: in februari 2016 verkoopt Koch de expertise van zijn land in het waterbeheer aan de grote mijnbedrijven. Deze komen bijeen in Cape Town (Z-Afrika) voor een jaarlijkse beurs, de Mining Indaba. Koch maakt uitdrukkelijk allusie op een milieuramp die zich kort tevoren in Brazilië had afgespeeld en die de transnationale bedrijven sterk in diskrediet had gebracht 18. Koch sympathiseert met deze bedrijven, maar wendt deze ramp terzelfdertijd aan als een ‘opportuniteit’ 19.

In het kader van haar voorzitterschap van de EU beslist de Nederlandse regering het thema van de grondstoffen op de agenda te plaatsen, en bestelt andere studies om het terrein voor te bereiden. Een door het ministerie voor economie gesponsorde studie van januari 2016, “Materials in the Dutch economy”, zegt expliciet dat het land niet op zichzelf in staat is de bevoorrading te garanderen. Daarvoor doet ze beroep op het Europa van de 28. Andere conclusie: het grondstoffeninitiatief van de Europese Commissie moet verbreed worden. Dit initiatief beperkt zich tot grondstoffen buiten de energie-en landbouwsector, maar voor Den Haag zouden daar voortaan ook alle organische materialen moeten bijkomen 20.
De Nederlandse regering neemt zich voor deze ‘visie’ te laten overnemen door de andere regeringen op een conferentie in april 2016. Franse en Duitse sprekers nemen er het woord. Ze vertegenwoordigen zowel een regering als hun zakenmilieu 21. Deze twee milieus raadplegen en ontmoeten elkaar voortdurend, wat een ander kenmerk is van de nieuwe economische diplomatie. Men vindt ze ook terug in een ander mechanisme dat door Den Haag voorgesteld werd en op 12 mei aanvaard door een ‘tripartite’ partnerschap. Het betreft het Europees partnerschap voor een verantwoorde handel in mineralen, gekopieerd van een bestaand programma in de Verenigde Staten waarbij bedrijven en regering zich samen inzetten voor een ‘verantwoorde’ exploitatie van de ertsen, vooral in conflictgebieden. Het partnerschap dat door Nederland werd voorgesteld wordt gesteund door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, NGO’s (IPIS en Solidaridad) en de bedrijven Philips en Intel, allebei bedrijvig in de elektronicasector 22.

We stellen dus vast dat er een dubbele logica ontwikkeld wordt. Enerzijds treedt de overheid op als lobby voor de belangen van haar grote bedrijven, anderzijds doet ze beroep op het Europees niveau als dat als meer efficiënt aangevoeld wordt.

 

Ondertussen in Lampedusa …

Terwijl de consultatie haar gang gaat is Federica Mogherini voortdurend op reis, en ontmoet personen van rang en stand. Het is duidelijk dat de gesprekken gaan over veiligheid en buitenlandse politiek. De hashtags op Twitter spreken voor zich: #Syria #Libya #Ukraine #Yemen #Turkey #Russia #Iran #MiddleEast #Kosovo #EUTM #Mali… Mogherini laat op haar blog regelmatig de speeches verschijnen die ze uitspraak bij die ontmoetingen 23. Ze heeft het ook uitgebreid over zaken. Een kleine bloemlezing uit haar mededelingen van maart en april 2016:

  • Op 2 maart is Mogherini op bezoek in Azerbeidzjan. Voor ze de president ontmoet heeft ze een onderhoud met het consortium dat een pijplijn aanlegt, de Southern Gas Corridor. Aangezien dit project “cruciaal is voor de energieveiligheid van Europa, is het ook van cruciaal belang om de samenwerking te versterken met de landen die eraan deelnemen”, aldus Mogherini 24.
  • De volgende dag neemt Mogherini het woord op een bijeenkomst van de bedrijfslobby Business Europe. Haar speech onder de titel “Een buitenlandbeleid voor groei in Europa” is een duidelijke belofte aan de zakenmilieus: “We weten dat het Europees buitenlandbeleid belangrijk is voor de Europese ondernemingen” 25.
  • Dit bedrijfsvriendelijk discours wordt telkens opnieuw bevestigd. In verband met Marokko bevestigt Mogherini dat het visserij-akkoord met de EU moet gehandhaafd worden. Ze verzet zich dus tegen het Europees Hof van Justitie dat dit akkoord verwierp omdat Marokko op onwettelijke wijze de Westelijke Sahara en zijn visrijke territoriale wateren bezet 26.
  • Volgende etappe van haar rondreis: Argentinië, waar Mogherini de nieuwe neoliberale president Mauricio Macri ontmoet, en waar ze ook Europese investeerders ontvangt. Ze zegt hen dat “Europa bereid is om terug aan te knopen met een historische band (met Argentinië) die lange tijd onderbroken was.”
  • Op 15 april bevindt Mogherini zich aan boord van het vliegdekschip Cavour (stafschip van de Europese vloot) en vervolgens op het eiland Lampedusa, de tragische bestemming van duizenden clandestiene Afrikaanse migranten. De hoge vertegenwoordigster is gelukkig (haar eigen woorden) “omdat Europa hier het beste van zichzelf laat zien”. Ze stelt zich geen vragen bij de redenen die er deze migranten toe aanzetten om hun leven te riskeren; dat maakt geen deel uit van haar analyse.

 

Economische diplomatie: een goed gevulde gereedschapskist

Wanneer men de diplomatieke capaciteiten van Bolivië vergelijkt met die van de Europese Unie is het eerder belachelijk om te spreken van asymmetrie. Het gaat niet over asymmetrie maar over een krachtdemonstratie. De Europese Dienst voor extern optreden beschikt over honderden ambtenaren en diplomaten in haar delegaties (haar “ambassades”) overal ter wereld. Een diplomaat van een van de Andes-landen schat dat er ongeveer 70 mensen werken op de EU-delegatie in La Paz, meer dan wat de ambassade van de Verenigde Staten heeft in Bolivië. Derde landen weten zich dus omsingeld door een gigantische machine. Deze beschikt over een enorme ‘gereedschapskist’ en werkt op verschillende vlakken om markttoegang te krijgen bij haar ‘partners’.

De EU heeft in de eerste plaats bilaterale betrekkingen met Bolivië. Beide landen houden jaarlijks een Dialoog op Hoog Niveau sinds 2011, de eerste in La Paz, de tweede in november 2012 in Brussel, enzovoort. Bolivië wou zich stapsgewijze bevrijden van het Europees paternalisme. Aanvankelijk kwam de Europese delegatie op de bijeenkomsten met vooraf opgestelde teksten waar Bolivië niets aan kon veranderen. De persberichten van de eerste twee Dialogen waren dus volledig van de hand van Brussel.

Maar Bolivië geeft nogal om zijn soevereiniteit. De Dialogen van 2013 en 2014 liepen niet uit op een overeenkomst, en er was ook geen communiqué van. Zo heeft Bolivië onder andere het Europees voorstel verworpen om een register op te stellen van de mijnactiviteiten, niettegenstaande de belofte een paar maanden eerder door Europees commissaris Piebalgs om 281 miljoen euro steun aan Bolivië te verlenen. Eind 2013 kwam er een andere breuk: de EU wou de Dialoog verruimen tot handel en politiek, terwijl de Boliviaanse regering het alleen wou hebben over samenwerking.

Om haar doel te bereiken beschikt de Europese diplomatie over een hele waaier middelen en instrumenten, gaande van de streling tot de zweep. De eeuwenoude diplomatieke ervaring van de Europese machten (de gewezen koloniale mogendheden) wordt nu ook versterkt door een uitgebreid apparaat dat de aanwezigheid garandeert in alle landen van Zuid-Amerika. Zo slaagt de EU erin om het verzet van individuele landen te omzeilen. Wanneer een actie mislukt op het bilaterale vlak herneemt de EU ze op het regionale vlak. Ze oefenen bijvoorbeeld druk uit via het akkoord met de Andes Gemeenschap (CAN), een samenwerking opgezet in 1969 waarin nu opgenomen zijn Bolivië, Ecuador, Peru en Colombië (Venezuela verliet de CAN in 2006).

“Hun doel is steeds de Europese consumptiegoederen en kapitalen bij ons binnen te brengen, en bij ons weg te halen wat ze nodig hebben “, aldus een diplomaat.”Het is in die optiek bijvoorbeeld dat de EU de ‘groene economie’ promootte. Maar dat hebben we afgewezen, want het gaat in tegen onze voorstellen voor de klimaatsverandering. Hoe kan men nu de kapitalistische crisis oplossen met kapitalistische voorstellen?”

Er zijn nog andere twistpunten. In 2011 nam de Europese Unie een Agenda voor verandering aan, haar nieuw programma voor hulp aan het buitenland. Het eerste principe ervan is dat de Europese Commissie voortaan een ‘differentiatie’ doorvoert, om sommige ‘te ontwikkelde’ landen uit te sluiten. De Commissie kan een overgangsperiode inlassen voor de uitgeslotenen op voorwaarde dat ze zich plooien naar een aantal politieke voorwaarden. Colombia moest zo voortgang maken met de pacificatie na een lange burgeroorlog, Peru moest conflicten aanpakken rond dagbouwmijnen.

Ten slotte het verderfelijk wapen van het Algemeen Preferentie Stelsel (Generalized System of Preferences, GSP). Dit systeem liet geassocieerde landen toe hun goederen te exporteren zonder douanerechten te moeten betalen bij de toegang tot de Europese markt. In 2013 kondigde de EU aan dat Ecuador uitgesloten zou worden van het GSP vanaf 2015. Reden: de Wereldbank had Ecuador geklasseerd onder de ‘landen met een gemiddeld inkomen’. Het was dus gedaan met de voorkeursbehandeling. Zo verplichtte de Unie Ecuador er toe om het voorbeeld van Peru en Colombië te volgen en een vrijhandelsakkoord af te sluiten met de EU om de markttoegang te behouden.

En Bolivië? Ook dit land wordt bedreigd door de veranderingen die de EU aanbracht in haar GSP-regels. Om van het systeem te genieten moet een land niet minder dan 27 internationale conventies tekenen. Indien een of ander element van een conventie niet in acht genomen wordt kan het land uitgesloten worden. Het nieuwe is dat de Commissie onmiddellijk kan overgaan naar een tijdelijke uitsluiting, terwijl er vroeger een onderzoek moest gevoerd worden. Maar geen enkel land kan elk detail van de 27 conventies respecteren. Voor het geval Bolivië heeft de EU gemakkelijk een aantal afwijkende dossiers gevonden, of het nu gaat over werk in de mijnen, cocabladeren (een drug!) of mensenrechten. Elk dossier werd aldus een pressiemiddel voor haar economische politiek, en een nieuw instrument in haar gereedschapskist.

 


 

(*)  Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative), een Belgische ngo die onderzoek doet en vorming verzorgt over internationale economie, transnationale bedrijven, financiële crisissen en het verzet daartegen. In 2013 publiceerde Raf Custers het boek Grondstoffenjagers, in 2016 gevolgd door De uitverkoop van Zuid-Amerika -Grondstoffen, burgers en big business. Het hier weergegeven artikel maakt deel uit van een uitgebreid dossier (in het Frans) dat verscheen in nr. 86 van Gresea Echos, april-juni 2016 (beschikbaar online  ).
  1. The European Union in a changing global environment. A more connected, contested and complex world, EDEO, 25 juni 2015. Er zij opgemerkt dat deze dienst alleen in het Engels communiceert.
  2. Ibidem.
  3. Henökl, Thomas, What place for Asia in the EU’s Global Strategy ? And, which role for the EU in Asia ? Any at all ? http://data.parliament.uk/writtenevidence/committeeevidence.svc/evidencedocument/eu-external-affairs-subcommittee/strategic-review-of-the-eus-foreign-and-security-policy/written/22103.html .
  4. Speech van minister van buitenlandse zaken Bert Koenders op de expertenmeeting over Global Governance, Den Haag , 8 december 2015. De tweedaagse conferentie werd georganiseerd door het Hague Institute for Global Justice. De tweede dag ging achter gesloten deuren door.
  5. Keynote address by High Representative / Vice-President Federica Mogherini at the Conference « The EU’s contribution to global rules : challenges in an age of power shifts », Den Haag, 8 december 2015.
  6. Zie bijvoorbeeld het onderzoek van Corporate Europe Observatory (CEO) over de contacten tussen de investeringsbank Global Sachs en het kabinet van Katainen, http://www.asktheeu.org/en/request/meeting_between_cabinet_of_commi
  7. De bron hiervan lijkt de volgende studie te zijn: Fouré, Jean & Bénassy, Agnès & Fontagné, Lionel, The Great Shift : Macroeconomic projections for the world economy at the 2050 horizon, CEPII Working Paper, n°2012-3, Frankrijk, februari 2012.
  8. Vice-president Katainen’s speech ‘Propesperity and Economic Diplomacy’ EPSC seminar, Brussel 26 februari 2016.
  9. Bildt, Carl, Concluding remarks, Seminar Economic Diplomacy and Foreign Policy, European Policy Strategy Centre, Brussel, 25 februari 2016.
  10. Als voorbeeld een tweet van 3 maart 2016:  « European Economic Diplomacy must be part of new EU Foreign Policy strategy. 
  11. “As trade promotion is a competence of the Member States, any action that is taken by the EU should respect the principle of subsidiarity. When assessing a measure, the EU should refer first to those Member States that offer the most extensive set of services and dispose of the biggest international network. Trade policy, on the other hand, is a competence of the EU. The EU and Member States should leverage each other’s strengths and synergize in order to establish a closer linkage between both policy fields.”, in : European Economic Diplomacy. Position Paper, EuroChambres, februari 2015.
  12. Zie http://www.publications.parliament.uk/pa/ld201516/ldselect/ldeucom/97/9702.htm
  13. Brief van David Lidington, Minister for Europe, aan Lord Tugenthat, Chairman of the EU External Affairs Sub-Committee-House of Lords, 15 april 2016.
  14. Brief van Federica Mogherini aan Lord Tugenthat van het Britse Hogerhuis, 21 maart  2016
  15. Executive summary of a letter to the House of Representatives, ‘Modernising Dutch diplomacy – a timeless profession remodelled for today’, april 2011
  16. An evaluation of Dutch economic diplomacy in Latin America. Economic diplomacy in practice, IOB Study no. 385, oktober 2013.
  17. Meer informatie over Philips op http://www.mirador-multinationales.be/secteurs/mixte/article/philips. Noot van de vertaler: Voor een nederlandstalig publiek kan natuurlijk ook verwezen worden naar SOMO.
  18. Water and mining, disasters & opportunities. The Dutch approach, Dirk-Jan Koch,Special Envoy Natural Resources Netherlands Government, Cape Town, 12 februari 2016.
  19. Zie ook het uithangbord http://www.dutchwatersector.com/ .
  20. Materials in the Dutch economy. A vulnerability analysis, TNO report, januari 2016.
  21. Voor Frankrijk zijn aangekondigd : Rémi Galin (ministerie van ecologie, duurzame ontwikkeling en energie) en Laurent Corbier van het extractiebedrijf Eramet ; voor Duitsland Thomas Gäckle van het ministerie van economische zaken en Eva Stollberger van de ondernemersfederatie BDI. Towards a reinforced Raw Materials Initiative.‘Strengthen Better Information on Security of Supply of Raw Materials’, Uitnodiging voor de conferentie, Den Haag, 22 april 2016.
  22. Innovative European partnership to stimulate responsible mineral trade, persbericht van het Nederlands voorzitterschap van de EU, 3 mei 2016.
  23. http://www.federicamogherini.net/?lang=en
  24. Blog van Mogherini, Returning from Azerbaijan and Armenia, 2 maart 2016.
  25. Mogherini, Federica, Foreign policy for European growth. Speech at a Business Europe dinner event in Brussels, 3 maart 2016.
  26. Statement by High Representative/Vice-President Federica Mogherini at the press point with Mr Salaheddine Mezouar, the Moroccan Minister for Foreign Affairs and Cooperation, 4 maart 2016.

Reacties plaatsen niet mogelijk