Facebook

Het Europese syndicalisme steekt de Rubicon over

13 september 2011

door Anne Dufresne (*), september 2011

Het artikel verscheen in het nummer 71 (sept-okt 2011) van het tijdschrift Politique; met dank voor de toelating voor overname. Vertaald uit het Frans door Natan Hertogen.


Het was Julius Caesar die, toen hij besliste de macht in Rome te grijpen, met zijn legioenen de Rubicon overstak in het jaar 49 voor onze tijdrekening (de Rubicon is een kleine rivier in Noord-Italië). De uitdrukking wil zeggen je in een risicovolle onderneming storten, zonder weg terug.

De laatste jaren hebben in de meeste EU-listaten de arbeidswetgeving, de lonen, de pensioenen en de openbare diensten zware klappen moeten verduren. Het doorvoeren van dergelijke ‘sociale hervormingen’ leek nationaal te blijven. Sinds kort hebben de Europese regeringen nu, in het kader van de financiële crisis, beslist om op een gecoördineerde wijze en op Europese schaal een politiek van sociale afbraak te voeren. De vakbonden staan met de rug tegen de muur.

Het ‘Euro Plus Pact’ van 24 maart[1], versnelt zonder twijfel de gelijktijdige ontrafeling van de nationale sociale modellen. Op de agenda: de afbraak van het arbeidsrecht, de verhoging van de pensioenleeftijd, een fiscaliteit in het voordeel van de allerrijksten en de multinationals en – vanzelfsprekend – loonsverlagingen. Het pact, ondertekend door 22 landen, en het engagement dat er van uitgaat, zou een papieren tijger gebleven zijn, als het niet was gevolgd door voorstellen over ‘economische governance’. Er zijn daarvoor hoogdringend en in de opperste discretie Europese wetten in de maak.

“Wat er aan het gebeuren is, is een stille revolutie. Een stille revolutie in de richting van een veel sterker economisch bestuur”, zo stelde José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie het in juni 2010. Dit antidemocratische project onder leiding van de Europese Centrale Bank, het directoraat-generaal voor economische en financiële zaken (van de Europese Commissie) en de ministers van economie en financiën plaatst de lidstaten onder zwaar toezicht.  Op aangeven van Europese Commissie krijgen ze te maken met sancties als ze in de begroting bepaalde drempels overschrijden. Bij de minste afwijking zullen op een Big-Brotherachtig dashboard dat de nationale economieën in het oogt houdt alle lampjes flikkeren[2]. Onder andere de openbare schulden, de handelsbalans en … de lonen, zullen elk jaar geëvalueerd worden. De Commissie deinst er niet voor terug om daarbij de bepalingen in het laatste Europese Verdrag met de voeten te treden die haar verbieden in dergelijke materies tussen te komen.

Op die manier worden de lonen expliciet een factor in de evaluaties op Europees niveau van de economische gezondheid (competitiviteit). Dit impliceert een nivellering naar beneden, onder druk van de Duitse reële lonen die al tien jaar lang in vrije val zijn. Het is door de wonderen van de Duitse competitiviteit te bewieroken – nochtans verkregen dankzij de afbouw van haar sociaal model – dat Gerhard Schröder, de ‘kameraad van de patroons’ en Angela Merkel, er in geslaagd zijn om beetje bij beetje de Duitse loonmatiging op te leggen als voorbeeld voor de rest van Europa. Op deze basis mengt de EU zich voortaan in elke nationale onderhandeling en geeft haar recept van een geslaagde loonmatiging.

Het Europact bestaat uit diverse ingrediënten: de ontmanteling van de mechanismes van de collectieve onderhandelingen die de minimumlonen vastleggen en het herzien van systemen van automatische indexatie[3], het ondersteunen van de tendens tot decentralisatie van de collectieve onderhandelingen naar het niveau van de onderneming, en ten slotte wordt aan de regeringen gevraagd te knippen in de lonen in de publieke sector. Deze frontale aanval van de EU op de lonen en de vakbonden betekent een belangrijke symbolische wending. Nochtans had de vice-presidente van de Europese Commissie, Viviane Reding het lef om tijdens het laatste EVV-congres voor een van 500 syndicalisten te verklaren: “Europa is niet het probleem, maar de oplossing! We bouwen op wat de cijfers ons toelaten: een Europa voor de volkeren. We moeten onze samenleving versterken en onze krachten bundelen. De 27 commissarissen staan aan jullie kant!” Hoe zullen de vakbonden reageren, nu ze zo in het hart geraakt zijn? Zal dit hypocriete liberale offensief hen dwingen om meer en meer Europese eisen naar voor te schuiven?

Het Griekse laboratorium

De Europese vakbonden hebben sterk gereageerd net na het afsluiten van het Europact. De gemeenschappelijke verklaring van de Franse bonden en de Duitse vakbondsfederatie (DGB), op 22 maart, de dag na het bekend worden van het Merkel-Sarkozy-pact, was een eerste belangrijke stap. Door op enkele weken tijd forst te mobiliseren onder de slogan “Neen aan de besparingen!” toonden de bonden zich ook erg reactief. Ze gaven afspraak op 24 maart in Berlijn en Brussel, de 26ste in Londen en de 9de april in Budapest. Tijdens het 12de vierjaarlijkse EVV-congres in Athene van 16 tot 19 mei tenslotte domineerde het vinden van een antwoord op de economische governance de tribune[4].

In zijn inleidende speech noemde John Monks, de secretaris-generaal, het Euro Plus Pact onaanvaardbaar. “De EU vormt een bedreiging voor onze beweging”, stelde hij onomwonden. De uittredende voorzitter, de Spanjaard Candido Mendez van het UGT bevestigde dit: “We hebben de Rubicon overgestoken. We moeten de bezuinigingsplannen van de Commissie dwarsbomen. (…) We steunen de Griekse bonden in hun strijd.” Athene was dan ook uitgekozen als ontmoetingsplaats uit solidariteit met de in grote moeilijkheden verkerende Griekse bonden. De maatregelen in het kader van de opeenvolgende ‘structurele aanpassingsplannen’ bedreigen het sociale weefsel van hun land: verlaging van het minimumloon, een soepelere ontslagregeling, lagere ambtenarenlonen en besparingen op pensioenen, onderwijs en gezondheidszorg. Deze situatie is gedoemd om zich te verspreiden over heel Europa. Woedende Griekse delegees stelden voor om te vertrekken vanuit hun ‘laboratorium’ om strategieën uit te werken: “De medicamenten (de bezuinigingsplannen en het Europese economische bestuur) zijn erger dan de ziekte. Het kapitalisme is losgeslagen. We moeten vechten tegen de terugkeer naar de middeleeuwen, tegen de orthodoxie van de ECB die een shocktherapie toepast. We moeten breken met het dogma van de competitiviteit en de lonen gelijkschakelen naar boven.”

Aan de andere kant van het spectrum van een Europa aan twee snelheden, was een vertegenwoordiger van het Duitse Ver-Di (de bond van de openbare diensten) zo eerlijk om een mea culpa te slaan voor zijn land dat grotendeels verantwoordelijk is voor de neerwaartse spiraal. “De export van het Duitse model zal de situatie verslechteren. Een totaal andere aanpak is nodig met een politiek van gelijkgeschaking naar boven van lonen, fiscaliteit en sociale maatregelen!”. Een delegee van DGB zag het zo: “Duitsland doet zichzelf de das om. Angela Merkel is de gevangene van haar ideologie… We moeten ook in Duitsland ageren, niet enkel in Griekenland. De Europese governance is een consensus over een verkeerde oplossing die zal leiden tot een Europa op twee snelheden.” De vertegenwoordiger van het Poolse Solidarnosc was het daarmee eens: “Vandaag verlaagd Polen de minimumlonen om de competitiviteit te verbeteren. Onze buren worden vijanden. We kunnen zo niet verder.”

Het ABVV legde het zo uit: “Het kader dat de Europese Commissie wil opleggen betekent een regelrechte aanval op ons sociaal model. De tijd dringt. We hopen dit congres te verlaten met een ordewoord dat ons Europees sociaal systeem beschermt.” Het ACV voegde daar aan toe: “We eisen dat de onafhankelijkheid van de collectieve onderhandelingen behouden blijft en dat de invoering van regels die een Europa van eeuwigdurende besparingen mogelijk maken, worden tegengehouden. (…) We mogen niet wachten om deze rollercoaster tegen te houden.” Van Scandinavische kant kwamen de Finnen tussen om te preciseren dat “we leven in de tijd van het politieke Europa. We mogen niet buitenspelgezet worden”. De Denen bevestigden tenslotte “de nood aan een gemeenschappelijke syndicale kracht”. Deze tussenkomsten tonen aan dat er een gedeelde diagnose bestaat, die er de Europese syndicalisten toe brengt zich af te zetten tegen de installatie van permanente bezuinigingen[5].

Alternatieven en mobilisaties

De gedeelde diagnose heeft niet geleid tot een specifieke eis zoals een Europees minimumloon. Maar in het manifest van Athene, de handleiding voor de vier jaar die komen, legt het EVV sterk een nieuwe focus op de kwestie van de lonen als gezamenlijke hoofdas voor offensieve eisen. Het manifest bevat enkele belangrijke elementen die de rijken en de ondernemingen willen doen meebetalen: een belasting op financiële transacties, de harmonisatie van de geconsolideerde basis voor de belasting van bedrijven en minimale belastingstarieven voor ondernemingen. Last but not least eist het EVV acties in het voordeel van euro-obligaties, evenals het recht te staken om transnationale kwesties.

Deze alternatieve oplossingen, zelfs gedeeltelijk, zijn in strijd met het Verdrag van Lissabon en veronderstellen dus dat de Europese constructie een radicale nieuwe koers gaat varen, evenals het opbouwen van de krachtsverhoudingen om daar in te slagen.

De vakbonden zijn absoluut verplicht overeen te komen, om zo de nationale mobilisaties met gemeenschappelijke eisen en de Europese mobilisaties verder te zetten. Het is dan ook misschien in de bestaande strategieën van gecoördineerde loonsonderhandelingen dat de kiem schuilt voor een herpolitisering van de Europese vakbeweging, de garantie voor een grotere Europese mobilisatiekracht in de toekomst[6]. We kunnen ons misschien zelfs voorstellen dat de beweging van de indignados, zo vol van hoop en geurend naar een vleugje utopie en een parfum van algemene staking, zich weet te associëren met de vakbonden. Het Europact duwt de Europese vakbonden alvast in die richting. Rest ons de vraag wanneer de strijd zodanig zal gaan convergeren dat we overschakelen in een volgende versnelling met grotere mobilisaties en gemeenschappelijke eisen.


(*) Anne Dufresne is doctor in de sociologie, onderzoekster aan de Université Catholique de Louvain

[1] Volgend op een eerste bilateraal ‘competitiviteitspact (Duitsland, Frankrijk) op 2 februari, werd het ‘Europact’ op 11 maart getekend door de 17 landen van de eurozone. Het werd vervolgens op 25 maart met zes landen uitgebreid tot ‘Euro Plus Pact’ (Bulgarije, Roemenië, Polen, Letland, Litouwen en Denemarken).

[2] De leiders van de EU zijn het in juni eens geworden over een nog belangrijker systeem van toezicht. Een akkoord over de sancties tegen landen die ‘in de fout gaan’ zal op 16 september worden gefinaliseerd. Op de volgende Eurotop in oktober zou een wetgevend pakket moeten aangenomen worden.

[3] België is duidelijk extra betrokken in de aanval tegen de indexatie. Een volledig dossier van het magazine ‘Syndicats’ van het ABVV gaat hier over: ‘L’index, pointé du doigt’. In het nummer vind je tevens een debat hierover tussen Mateo Alaluf et Étienne de Callataÿ.

[4] Onder de leden van het EVV zijn 83 nationale syndicale confederaties afkomstig uit 36 landen, 12 professionele syndicale federaties, met samen in totaal 60 miljoen leden. In België zijn ABVV, ACV en ACLBV lid van het EVV.

[5] Op een uitzondering na deelden alle 83 confederaties deze visie. Het Franse CFDT bewees erg dubbelzinnig met de materie om te gaan door te stellen dat ‘het idee van economische governance is goed op zich, zelfs al het vandaag ontbreekt aan politieke prioriteiten’

[6] Over de lange geschiedenis van dergelijke strategieën van syndicale coördinatie, zie Anne Dufresne, Le salaire, un enjeu pour l’eurosyndicalisme, Presses universitaires de Nancy, Paris

Reacties plaatsen niet mogelijk