Facebook

Retweeted EL4C (@EL4JC):

Are you wondering why those Confederate statues crumple like cheap plastic? t.co/5YDEyoP192
... See MoreSee Less

“The truth behind most of the Confederate monuments being torn down tells an even larger story than you'd realize — @JackSmithIV explains. t.co/Ppu2ojdO71

View on Facebook

Retweeted Miguel Urbán Crespo (@MiguelUrban):

Anoche llegamos a #Malta para apoyar a las ONGs de rescate ante el acoso y criminalización por testigos incómodos #DefenderAQuienDefiende t.co/Wdx0uxyKRj
... See MoreSee Less

View on Facebook

Het Grieks debacle en de politieke geloofwaardigheid van Europees links

30 mei 2017

door Klaus Dräger (*)

30 mei 2017

 

Twee dingen bleven vrij constant sinds het begin van de ‘eurozonecrisis’ en de in 2010 ingezette ‘Griekse tragedie’. Enerzijds is er de steeds hardere druk vanwege de Griekse geldschieters (EU-instellingen, IMF) voor een soberheidsbeleid en neoliberale structuurhervormingen. Anderzijds is er het verzet hiertegen door diverse sociale bewegingen, in het bijzonder de officiële sociaaldemocratische vakbonden (GSEE en aangesloten organisaties) en de radicalere ‘communistische’ interprofessionelePAME- vakbondsbeweging in Griekenland.

Ze mobiliseerden tegen de diktaten van de Trojka, onafhankelijk van wie aan het hoofd stond van de Griekse regering, de sociaaldemocraten van PASOK, de conservatieven van Nea Demokratia of het ‘radicaal linkse’ SYRIZA; alle drie brachten ze het soberheidsbeleid ten uitvoer dat aan het Griekse volk was opgedrongen door de kredietverleners, en aanvaardden daarmee dat het land een semi-koloniale status verkreeg.

Ook tegen het recentste ‘hervormingspakket’ van de huidige door Tsipras geleide SYRIZA-regering organiseerden deze vakbondskrachten algemene stakingen en protesten waaraan honderdduizenden mensen deelnamen. Niettegenstaande de recente golf van verzet werden door het Grieks Parlement op 18 mei 2017 nieuwe soberheidmaatregelen goedgekeurd, met het oog op het vrijmaken door de geldschieters van een schijf van 7,5 miljard euro aan ‘noodhulp’, in het kader van de tweede review van het door Tsipras in 2015 aanvaarde derde Memorandum. Met dit geld wil Athene leningen terugbetalen die in juli 2017 vervallen. Er kunnen tot mogelijks 2021 nieuwe ‘reviews’ komen, die nieuwe eisen van de kredietverleners kunnen inhouden, als Griekenland in hun ogen niet voldoende tegemoet kwam aan de vereisten.

 

De tweede review in een notendop

De Europese Commissie, de Europese Centrale Bank, het ESM en het IMF kondigden reeds op 2 mei 2017 aan dat ze tot een akkoord met de regering Tsipras gekomen waren over de inhoud en financiële implicaties van het volgende  ‘hervormingspakket’: een nieuwe ronde van besnoeiingen in de pensioenen, privatiseringen, belastingsverhogingen en nog meer deregulering van de arbeidsmarkt. Wat de nieuwe liberaliseringsmaatregelen betreft gaat het niet alleen over het ‘openen van de energiesector voor meer competitie’, maar ook over de privatisering van kolencentrales in handen van de staat, de Public Power Corporation, Hellenic Petroleum, , Greek Gas Company-DEPA en andere overheidsbedrijven, zoals reeds het geval geweest was met regionale luchthavens (verkocht aan het Duitse Fraport), de haven van Thessaloniki (verkocht aan een Duitse investeringsgroep), enzovoort. Voor een korte heldere samenvatting van het laatste pakket, zie het artikel van Nikos Chountis, Grieks Europarlementslid in de linkse fractie GUE/NGL.

De politieke krachten van ‘radicaal links’ in Europa waren ooit, vanaf de jaren 1990, zeer eensgezind in hun verzet tegen het soberheidsbeleid van de EU of van de lidstaten en tegen de neoliberale structuurhervormingen. Maar dat lijkt nu niet meer het geval te zijn.

 

‘Radicaal links’ in Europa en de ‘Griekse tragedie’

Europees Links was na 2012 euforisch naar aanleiding van de electorale vooruitgang van SYRIZA: Griekenland zou de vonk worden die het soberheidsbeleid in Europa zou vernietigen. Daar werd de voorstelling aan gekoppeld dat Spanje, Portugal, Ierland en anderen zouden volgen om een Europese alliantie tegen het soberheidsbeleid uit te bouwen, sterk genoeg om de regeringen van Frankrijk (Hollande), Italië (Renzi), sociaal-democraten en Groenen aan hun zijde te scharen. In die periode kwam het debat pas op gang binnen beperkte linkse academische kringen (zoals onder de linkse economen Michel Husson en Özlem Onaran vs. Costas Lapavitsas en anderen van het Research on Money and Finance network) over de beperkingen binnen het euro-regime bij elke mogelijke ‘progressieve regering’ die in de EU-periferie zou willen opkomen voor een programma tegen het strikte EU-soberheidsbeleid en de Duitse economische dominantie. Lapavitsas was van oordeel dat een breuk met de eurozone daarvoor noodzakelijk zou zijn, terwijl Husson et. al. dachten dat de euro-kwestie niet zo belangrijk was, en een terugkeer naar de nationale munt gevaarlijk zou zijn.

Met de capitulatie van de door SYRIZA geleide regering in 2015, en Tsipras’ aanvaarding van het derde Memorandum kwam een begin aan de ontgoocheling binnen links, want de ‘dominotheorie’ van een linkse draai in Europa bleek ook geen realiteit te worden. Men kan er eventueel Perry Anderson’s artikel ‘The Greek Debacle’ op nalezen 1. Het voorheen louter academisch debat over een linkse strategie in Europa werd verbreed en uitgebreid, met discussies over een Plan A, Plan B, Plan C, enzovoort.

Ook de ideeën over het eens zo opgehemelde SYRIZA als een model voor Europees radicaal links begonnen te evolueren. Sommigen gaven openlijke kritiek op Tsipras en SYRIZA (zoals de Franse Parti de Gauche), anderen onthielden zich van publiek commentaar (zoals Izquierda Unida en Podemos in Spanje en het Linkse Blok in Portugal), en nog anderen claimden dat SYRIZA nu nog meer solidariteit zou vergen van de linkerzijde (zoals Die Linke in Duitsland en Rifondazione Communista in Italië).

 

Die Linke en Syriza

De standpunten in dit verband naar voren gebracht door de medevoorzitters Bernd Riexinger en Katja Kipping van Die Linke zijn veelbetekenend voor deze groep. Europees radicaal links was niet sterk genoeg om op EU-schaal voldoende solidariteit voor SYRIZA op gang te brengen; door deze ongunstige krachtsverhouding kon Tsipras niets anders dan buigen voor de eisen van de Trojka. En deze regering doet minstens al het mogelijke om een tegengewicht te bieden voor het soberheidsbeleid van de EU voor de meest kwetsbare groepen in de Griekse samenleving (bijvoorbeeld gratis schoolmaaltijden, gratis openbaar transport voor de armsten). Als Griekenland de eurozone zou verlaten, zou het allemaal nog veel erger zijn.

Maar in dit verhaal steekt reeds het TINA-idee, there is no alternative, tenminste zolang als er geen opbloei van de klassestrijd is in Europa en een Rood-Groen-Groene (R2G) coalitie in Duitsland 2, die een grondige hervorming van de EU zou kunnen doorvoeren en een eind stellen aan het soberheidsbeleid. In afwachting zal het Griekse volk helaas moeten afwachten en afzien.

Binnen Die Linke is er ook een stroming rond economen zoals Joachim Bischoff (uitgever van het maandblad Sozialismus) en de volksvertegenwoordiger Axel Troost (lid van de Duitse groep Alternative Wirtschaftspolitik – Memorandum), die zichzelf beschouwen als ‘centrumfiguren’ van Die Linke. Zij zijn van oordeel dat links in Europa meer ‘politieke maturiteit’ zou moeten aan de dag leggen door te erkennen dat Tsipras er reeds in slaagde om het soberheidsbeleid af te zwakken en meer steun te krijgen voor een stimulerend economisch beleid. Ze denken dat Griekenland op de goede weg is voor een economische heropbloei dankzij een ‘intelligent management’ van de EU-steun, en dat het land binnenkort zal kunnen afstappen van de Memoranda, en toegang krijgen tot de financiële markten en het QE (‘Quantitative Easing’)  programme van de Europese Centrale Bank.

Tot dusver zijn deze optimistische analyses nog geen werkelijkheid geworden. Voor een kritiek van dit wishful thinking, zie bv. de artikels van econoom Paul Steinhardt hier en hier, en een bijdrage door Günther Grunert en Walter Tobergte hier (in het Duits).

 

R2G in het Europees Parlement en Griekenland

Als we dit alles in beschouwing nemen, wat kunnen we dan verwachten van een Duits R2G met het oog op de beëindiging van het soberheidsbeleid in Griekenland? Op 17 mei 2017 lanceerden de fractievoorzitters in het Europees Parlement van de sociaal-democratische S&D-groep (Gianni  Pittella), de Groenen (Ska Keller) en van het linkse GUE/NGL (Gabi Zimmer) een gemeenschappelijke verklaring 3 gericht aan de ministers van financiën van de eurozone op hun  meeting gepland voor 22 mei. De eurogroep had vaag laten verstaan dat met de afronding van de tweede review van het hervormingpakket er discussies konden beginnen over een schuldverlichting voor Griekenland. Maar op de bewuste bijeenkomst was daarover geen enkel akkoord.

V.l.n.r.: Pittella, Ska en Zimmer, fractieleiders van resp. S&D, Groenen en GUE/NGL in het Europees Parlement

Het verhaal over Griekenland van deR2G-alliantie in het Europees Parlement is eenvoudig: de Griekse regering willigde bij de tweede review de eisen van de kredietverleners in, meningsverschillen tussen het IMF en de Europese crediteuren, en het soberheidsbeleid zelf bleken contraproductief te zijn, bijgevolg is het nu aan de eurogroep om iets te doen aan de schuldverlichting. Maar de drie voorzitters (Pittella, Ska en Zimmer) raadden hun gemeenschappelijke vriend Tsipras ook aan: “Een verhoging van het concurrentiebeleid om oligopolies open te breken ten voordele van eerlijke markten moet de prioriteit blijven om de Griekse economie tot een duurzaam herstel te brengen.” Als men dan weet wat aan liberalisering en privatisering zoal  gevraagd wordt door de kredietverleners en goedgekeurd werd door de SYRIZA-regering is dit R2G op zijn best: steun verlenen aan de geldschieters om structurele hervormingen door te voeren om het concurrentievermogen te verbeteren.

Wat sociaaldemocraten en Groenen betreft is dit niet verwonderlijk. Ze waren altijd al voorstander van een ‘evenwichtige benadering’ bestaande uit ‘begrotingsconsolidatie’ en groeimaatregelen, waaronder de ‘structurele hervormingen’. Men zal zich ook herinneren dat SPD-er Martin Schulz, de toenmalige voorzitter van het Europees Parlement, en nu kandidaat voor het kanselierschap in Duitsland, in 2015 tegen het OXI- referendum in Griekenland campagne voerde, en samen met SPD-voorzitter Sigmar Gabriel zich rechts van Schäuble en Merkel opstelde als het NEEN-OXI het haalde. De voorgeschiedenis in verband met de ‘Griekse tragedie’ kennende is het nutteloos  om van sociaaldemocraten en Groenen enige solidariteit te verwachten met protesterende Griekse gepensioneerden en vakbondsleden. Ze hebben alleen wat krokodillentranen geplengd over de miserie van het Griekse volk.

Ooit was het anders bij radicaal links in Europa. Voor de politiek heterogene GUE/NGL groep was verzet tegen het soberheidsbeleid, liberalisering, privatisering en neoliberale structuurhervormingen het emblematische bindmiddel dat deze formaties van radicaal links samen hield. Met het gemeenschappelijk standpunt van 17 mei is het politiek profiel van GUE/NGL als een anti-soberheid- en anti-neoliberale kracht beschadigd. Dat is de prijs die moet betaald worden om een ‘volwassen en verantwoordelijke’ junior-partner te worden in een R2G-constellatie (ook al bestaat deze maar als een ‘coalitie in de oppositie’).

Hoe kon het zover komen? De gebruikelijke procedure bij alle andere groepen in het Europees Parlement wanneer ze een gemeenschappelijke verklaring tekenen, is dat op zijn minst de respectieve groepsverantwoordelijken geconsulteerd worden over de tekst en hun akkoord geven. In het geval van het ‘gemeenschappelijk standpunt’ van 17 mei wordt gezegd dat het uitvoerend orgaan van GUE/NGL niet geraadpleegd werd. Hoe het ook zij, het stelt serieuze vragen over het interne functioneren van de groep in het algemeen, en de democratische beslissingname in het bijzonder. Hoe kan het euvel hersteld worden, en welke besluiten moeten eruit getrokken worden? We kijken uit naar het antwoord van de ‘radicaal linkse’ krachten in het Europees Parlement.


(*) Klaus Dräger was medewerker van de linksradicale fractie GUE/NGL in het Europees Parlement. Hij is lid van de redactionele adviescommissie  van het tijdschrift  Z., Zeitschrift Marxistische Erneuerung. Het artikel verscheen in het Engels op 23 mei op de website van het Lexit-netwerk.  Nederlandse vertaling door Ander Europa.

  1. Over hetzelfde thema, zie ook Ander Europa,  Oriëntaties binnen links Europa na de Griekse nederlaag [Noot van de vertaler]
  2. Daarmee wordt bedoeld: SPD, Die Linke en Groenen [Noot van de vertaler]
  3. zie ons artikel Europees Parlement: sociaaldemocratische pad in linkse korf? [Noot van de vertaler]

Laat een reactie achter