Facebook

Hoe Europa werkelijk functioneert

21 juli 2011

door Willem Bos (Ander Europa), 2008

[Dit is een tekst uit de brochure Wat Europa werkelijk doet – een kritisch boekje over de EU]

Veel regels waar wij direct of indirect mee te maken hebben komen uit Europa. Europa wordt dan ook vaak omschreven als het vierde bestuursniveau, naast de gemeente, de provincie en het rijk.Veel mensen trekken daar de conclusie uit dat het in Europa wat betreft besluitvorming en democratie wel ongeveer net zo zal gaan als op die andere niveaus. Dat is een misverstand. In de EU missen bepaalde elementaire democratische regels en is de besluitvorming ondoorzichtig, waardoor grote internationale bedrijven een enorme invloed hebben.

Op de drie landelijke niveaus in Nederland is de besluitvorming in principe zo geregeld dat de beslissende stem uiteindelijk ligt bij het direct door de burgers gekozen orgaan (gemeenteraad, provinciale staten en parlement)(1). Als 76 leden van de (150 leden tellende) Tweede Kamer iets vinden en bereid zijn om hun poot stijf te houden, krijgen ze hun zin. Met 76 stemmen kunnen ze een minister of desgewenst de hele regering naar huis sturen. De ministers moeten de steun hebben van de meerderheid van het parlement. Hetzelfde geldt voor de leden van de uitvoerende macht op het vlak van de gemeente (de wethouders) en de provincie (Gedeputeerde Staten).

Het Europees Parlement

In de Europese Unie is die doorslaggevende rol van het parlement er niet. De uitvoerende macht in de EU is de Europese Commissie. Die wordt samengesteld uit leden voorgedragen  door de verschillende landen. De voorzitter van de Europese Commissie wordt voorgedragen door de Europese Raad, de vergadering van de Europese regeringsleiders. Het Europees Parlement moet instemmen met de benoeming van de commissie, maar ze kan geen individuele Commissieleden naar huis sturen.(2) Het parlement kan wel de hele commissie weg sturen, maar daarvoor is een tweederde meerderheid in het parlement noodzakelijk. Dat betekent dat in principe de Commissie aan het vertrouwen van éénderde plus 1 van de leden van het parlement voldoende heeft.

Ook andere bevoegdheden die voor andere parlementaire organen vanzelfsprekend zijn, ontbreken bij het Europees Parlement. Zo kan ze zelf geen initiatieven nemen voor wetten  en regelingen en ook heeft ze niet het laatste woord over de Europese begroting(3). Het Europees Parlement is het enige direct door de bevolking gekozen orgaan op Europees vlak. Toch heeft het slechts beperkte bevoegdheden. Het is slechts medewetgever samen met de Raad van Ministers.

Ondemocratisch en niet transparant

Die constructie van de EU leidt er toe dat de besluitvorming in de Unie niet erg democratisch en verre van transparant is. Het Europees Parlement is gedepolitiseerd, er is geen sprake van fracties die de uitvoerende macht steunen versus oppositionele fracties. In het Europees Parlement wordt steeds gezocht naar zo groot mogelijke consensus op basis waarvan er zo nodig onderhandeld wordt met de Europese Raad. Een groot deel van de Europese besluitvorming wordt uitvoerig voorbereid in een of meerdere van de duizenden ambtelijke commissies.

Door de niet-transparante besluitvorming is de Europese Unie een walhalla voor lobbyisten. In Brussel lopen er dan ook vele duizenden rond. De overgrote meerderheid daarvan werkt voor het bedrijfsleven: voor bepaalde bedrijfstakken of voor afzonderlijke multinationale ondernemingen. Vaak wordt door lobbyisten geopereerd onder een dekmantel. Zo gaat onder de noemer ‘patiëntenvereniging’ vaak de farmaceutische industrie schuil.

Het is zeer gebruikelijk dat lobbyisten kant-en-klare wetsvoorstellen presenteren. Het is duidelijk dat bijvoorbeeld regelingen voor voedselzekerheid voorgesteld door de grote internationale zuivelindustrie toegesneden zijn op hun belangen en niet op die van de kleine producenten van boerenkaas en streekproducten. Die laatsten leggen in Europa dan ook steeds meer het loodje omdat ze niet aan de regels voor ‘voedselveiligheid’ kunnen voldoen. (Terwijl we de grote problemen op het vlak  van voedselveiligheid juist zien bij de grote industriële productie.)

Zo gaat het ook op andere terreinen. Het grote internationale bedrijfsleven heeft een zee van mogelijkheden om het beleid te beïnvloeden. Zwakkere partijen als de milieubeweging, de vakbeweging, organisaties van kleine boeren en producenten, consumentenorganisaties en dergelijke kunnen daar niet aan tippen. Het is dan ook niet verbazend dat het beleid van Europa heel vaak samenvalt met het belang van het grote bedrijfsleven. Zo functioneert Europa.

 


Noten:
(1) Er is in het Nederlandse staatsbestel een aantal instellingen –  zoal het koningsschap, de burgemeester en de commissaris van de koningin – die hier een uitzonderingen op vormen. Maar dit zijn dan ook min of meer relikwieën uit een periode voor de parlementaire democratie.
(2) Er wordt vaak gesteld dat het Europees Parlement in de praktij wel degelijk één Eurocommissaris weg kan sturen en daarbij wordt dan verwezen naar de Italiaan Buttiglione. Deze kandidaatcommissaris voor Justitie stond indertijd sterk onder druk vanwege zijn homofobe uitlatingen. Door het Europees Parlement is toen gedreigd om – als voorzitter Barroso hem niet zou vervangen – de hele commissie weg te sturen, waarvoor een tweederde meerderheid van het parlement nodig was.
(3) In geval van een verschil van mening over de begroting tussen het Europees Parlement en de Europese Raad moet er een meerderheid van tweevijfde zijn om de wil van het EP door te zetten.

Reacties plaatsen niet mogelijk