Facebook

Human Rights Watch: Mensen laten verdrinken is geen EU-waarde

8 april 2017

Door Judith Sunderland (*), Human Rights Watch

Opinie verschenen in EUObserver, 7 april 2017
Nederlandse vertaling: Ander Europa

 

595: Is dat geen mooi getal? Het verwijst wel naar het aantal doden en vermisten in het centrale gedeelte van de Middellandse Zee, vooral tussen Libië en Italië, in de eerste drie maanden van 2017. Het zijn degenen waarvan we weten dat ze dood zijn, en we weten ook dat ze stierven door verdrinking, blootstelling, onderkoeling en verstikking. Een afschuwelijke manier van omkomen.

24 474. Nog een mooier getal. Het is het aantal vrouwen, mannen en kinderen die dit jaar veilig tot in Italië geraakten, allen geplukt van gammele overladen bootjes door Europese schepen. Velen werden gered door teams van niet-gouvernementele organisaties die rondtoeren op de internationale wateren voor de kust van Libië, waar de meeste migranten vertrekken.

Deze organisaties, waaronder Artsen Zonder Grenzen, Migrant Offshore Aid Station (MOAS), SOS Méditerranée, Proactiva Open Arms, Sea Watch en andere, worden er nu van beschuldigd om overzeese migratie te bevorderen. Of erger zelfs, van samenspannen met smokkelaars.

Frontex, het Europese grensagentschap, suggereerde dat niet-gouvernementele groepen met hun reddingsoperaties een aantrekkingskracht uitoefenen, en daardoor mensen aanmoedigen om de gevaarlijke oversteek te maken in de hoop gered te worden. Een openbare aanklager in het Siciliaanse Catania heeft een onderzoek geopend naar de financieringsbronnen van deze groepen, waarbij ze ervan verdacht worden op een onwettige manier profijt te slaan uit mensen die op zoek zijn naar veiligheid en een beter leven. Dit is de nieuwste, en wrede, ontwikkeling in het antwoord van de EU op de bootvluchtelingen uit Libië. Er spreekt bezorgdheid uit over het toenemend aantal mensen die vanuit Libië vertrekken, over de druk die dit uitoefent op het onthaalsysteem in Italië en elders, en over de toename van een xenofoob populisme in veel lidstaten van de EU.

Maar de schuld afwentelen op diegenen die levens redden geeft blijk van een gebrek aan inzicht in de geschiedenis, de werkelijke toedracht  en elementaire morele principes. Aurelie Ponthieu van Artsen Zonder Grenzen stelde terecht dat de reddingsoperaties door NGO’s niet de oorzaak zijn van, maar een antwoord op een aanslepende menselijke tragedie. Zelfs nog voor de grote toename van het aantal in 2015 riskeerden tienduizenden mensen al gedurende decennia hun leven in gammele boten op de Middellandse Zee. Sinds 2011 stierven of verdwenen er bijna 14 000.

Na de tragedie bij Lampedusa in oktober 2013, waarbij 368 mensen het leven verloren, begonnen organisaties meer te denken aan het opzetten van reddingsoperaties in de centrale Middellandse Zee.

Dat gebeurde ook in 2015, grotendeels omdat de humanitaire reddingsmissie Mare Nostrum van de Italiaanse marine beëindigd werd, en slechts zeer gedeeltelijk vervangen werd door Frontex.

Er zijn een hele reeks redenen waarom mensen zo ’n gevaarlijke reis ondernemen. Ze ontvluchten vervolging, geweld en armoede, op zoek naar vrijheid, veiligheid en nieuwe kansen. Bij migratie speelt altijd zowel een pull- als een pushfactor. Als het vooruitzicht op meer rechten en vrijheden en een humanitair beleid  – waaronder vitale reddingsoperaties op zee – een aantrekkingskracht  betekenen, mag dit niet beëindigd worden met de bedoeling de migratie te beperken.

De aanwezigheid van reddende Europese schepen voor de kust van Libië heeft de dynamiek van de bootvluchtelingen veranderd. Er is meer hoop op redding, en de mensensmokkelaars hebben zelfs nog gewetenlozer tactieken aangewend zoals het gebruik van opblaasbare weggooiboten (Zodiacs) in plaats van houten schepen, met slechts voldoende brandstof om de internationale wateren te bereiken.

Maar als we de humanitaire imperatief van redding op zee in vraag stellen, gooien we het meest elementaire respect voor het leven overboord. En de logica van degenen die kritiek hebben op de reddingsoperaties omdat het een aantrekkingsfactor is, houdt in dat men ermee moet ophouden om mensen te redden, dat men ze moet laten verdrinken om anderen te ontmoedigen nog af te komen. Dat is moreel niet hoogstaander dan landmijnen op een grens leggen om mensen ervan te weerhouden die over te steken.

Het is veelzeggend en bemoedigend dat Operatie Sophia van de EU, een anti-smokkeloperatie genoemd naar een baby die gered werd in 2015 door een van deze schepen, er prat op gaat duizenden levens te redden. Bemanningen van talloze Europese marineschepen die betrokken waren bij deze operaties hebben heel wat reddingen achter de rug, en hebben talloze uitgeputte, dankbare mensen naar veilige havens kunnen begeleiden. Noch Operatie Sophia, noch Frontex hebben het opsporen en redden als kernopdracht, maar ze zijn verplicht door het zeerecht en de menselijkheid van hun bemanningen om het leven te redden van wie in gevaar is.

Naast het redden zijn er andere stappen mogelijk om de situatie te verbeteren. Mensen opgesloten houden in onveilige landen zoals Libië is niet het antwoord. Meer veilige en legale routes voor vluchtelingen die bescherming zoeken in Europa, en de migratiebevorderende problemen aanpakken op het gebied van mensenrechten en armoede, dat kan helpen.

In afwachting moeten de beschuldigingen en aantijgingen ophouden aan het adres van redders die werken voor caritatieve organisaties; ze worden behandeld als criminelen terwijl ze tegemoetkomen aan de nalatigheid van de EU-lidstaten.

Wat we nodig hebben is meer onderling vertrouwen, betere coördinatie, en actieve patrouilles van de EU om een tijdige redding te verzekeren op de locaties waar de meeste boten in de problemen komen.


(*) Judith Sunderland is associate director voor Europa en Centraal Azië bij de Amerikaanse NGO Human Rights Watch.

 

Ter informatie een reportage van Sky News (2 oktober 2016) over reddingsoperaties door MOAS  voor de Libische kust.

Reacties plaatsen niet mogelijk