Facebook

Interview met sp.a-europarlementslid Kathleen Van Brempt

23 maart 2015

Op 17 maart had Herman Michiel, redacteur van Ander Europa, een vraaggesprek met Kathleen Van Brempt, europarlementslid voor de sp.a en vice-voorzitter van S&D, de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement. De hoofdbrok van het interview gaat over het optreden van de Europese Unie (EU) in Griekenland en de vragen die daarbij rijzen over het economisch en monetair beleid, en de houding van S&D daarbij. Een tweede item zijn de vrijhandelsverdragen met de Verenigde Staten (TTIP) en met Canada (CETA) die de EU aan het afsluiten is. Tenslotte gaat het nog over de initiatieven van het Europees Parlement in verband met belastingsconstructies zoals ze met ‘Luxleaks’ aan het licht kwamen.
De tekst van het uitgeschreven interview werd door Kathleen Van Brempt nagelezen.

 

I. GRIEKENLAND, HET EUROPEES ECONOMISCH BESTUUR, DE EURO …

Herman Michiel: U hebt in diverse verklaringen en artikels uw sympathie laten merken voor het verzet van het Griekse volk tegen de Europese bezuinigingspolitiek en het optreden van de Trojka. Ook andere sociaaldemocratische leiders, onder andere S&D-voorzitter Gianni Pittella, verklaarden zich solidair met die strijd.
Nochtans kan men er moeilijk naast kijken: overal waar sociaaldemocraten belangrijke posten bezetten, in de nationale of Europese politiek, is er van die solidariteit niets meer te merken. Erger: het zijn vaak sociaaldemocraten die de woordvoerders zijn van het Trojkabeleid. Ik denk daarbij aan de voorzitter van de Eurogroep, de Nederlander Dijsselbloem (PvdA). Europarlementsvoorzitter Schulz (SPD) ging zelfs zo ver te zeggen dat twee derden van de Grieken niet achter de nieuwe regering staan, want Syriza behaalde ‘slechts’ 36,3% van de stemmen. SPD-voorzitter Sigmar Gabriel vindt dat de EU op de buitenissige Griekse eisen niet kan ingaan. Geen enkele van de zwaargewichten van de Europese sociaaldemocratie stak zijn nek uit voor Griekenland: Hollande, Renzi, Moscovici, Timmermans, Schulz… Is er dan een perfide taakverdeling in de Europese sociaaldemocratie: zij die kiezers moeten aantrekken en daarom sociale standpunten innemen, en zij die op hoge posities het neoliberale Europa verder uitbouwen ?

Kathleen Van Brempt: Het is heel belangrijk te kijken naar wat er de laatste maanden gebeurde, en ik heb het dan niet speciaal over Griekenland, daar kom ik straks op terug. Er is een heel groot verschil in de manier waarop het Parlement functioneert, en waarop de Raad functioneert. Dat is een eerste punt en dat is enorm belangrijk. Het Parlement is de rechtstreeks verkozen instelling waar de burgers voor gekozen hebben en de Raad is een getrapt systeem. In alle grote dossiers, of het nu gaat over het investeringsplan, over de roamingtarieven of over passagiersinformatie (PNR), zie je dat er een heel groot verschil is, en er zelfs een breuklijn loopt, tussen wat het Parlement doet en wat de Raad doet. Zeker, in het Parlement moeten ook compromissen gemaakt worden, ik ben daar niet vies van; als sociaaldemocraat moet je compromissen maken, anders kun je beter aan de kant staan roepen. Maar wij hebben altijd in het achterhoofd: wat is het belang van Europa? Dan zijn er ideologische verschillen, zeker, maar bij ons gaat het om dat Europees belang. Maar ik voel me echt niet verantwoordelijk voor wat onze mensen in de Raad doen. We hebben daar discussies over, harde discussies. Ik voel me wel verantwoordelijk voor wat de sociaaldemocraten in het Parlement doen. Dat wil niet zeggen dat ik niet heel veel tijd steek in het overtuigen van mensen in de Raad, in de Commissie.

Vanwaar dit verschil? Dat is echt een pijnpunt in de Europese constructie, zeker sinds het uitbreken van de crisis in 2007. Vroeger was het gemakkelijker om een consensus te vinden: dat er geïnvesteerd moest worden, dat er ingezet moest worden op een duurzame economie, dat er ook moest gewerkt worden aan het sociale Europa. Dat is nu allemaal van tafel geveegd en in de Raad is het heel sterk ieder voor zich. Ik zal Dijsselbloem niet verdedigen, want ik ben het, zoals bijna iedereen in de S&D-fractie -waarschijnlijk ook de Nederlandse PvdA-verkozenen in dit Parlement – volstrekt oneens met hem. Tussen haakjes, ik vind dat de Nederlandse sociaaldemocraten een koers varen die niet de onze is. Nu, het is niet gemakkelijk om iedereen op één lijn te krijgen, wij zijn trouwens de enige fractie met vertegenwoordigers uit de 28 landen. Toegegeven, er zijn soms verschillen, maar kijk naar de voorbije legislatuur en het eerste jaar van de nieuwe legislatuur en u zult merken dat we met S&D een heel duidelijke lijn ontwikkeld hebben. Die lijn houdt in dat er evident budgettaire orthodoxie moet zijn, anders kan het Europees project niet werken als iedereen zijn goesting doet. Maar de manier waarop we dat moeten bereiken, de timing, daar verschillen wij fundamenteel van mening met de conservatieven.

Het klopt, toen Di Rupo nog Belgisch premier was, konden er ook verwijten gemaakt worden, maar Di Rupo, Hollande, Renzi … hebben geprobeerd stilletjesaan een andere richting uit te gaan. Daarin merk je dat er wel degelijk verschillen zijn. Men moet natuurlijk begrijpen dat, nu de Fransen ook wat op het strafbankje zitten, ze eieren voor hun geld kiezen, dat ze niet te hard roepen en proberen een deal te maken met de Commissie. Ook Renzi probeert natuurlijk van dat strafbankje af te blijven. Wat we daarbij missen, is de moed van een Jacques Delors; ik geef het toe, we zijn er als sociaal-democraten onvoldoende in geslaagd de agenda te bepalen.

Nog een laatste punt. Als je kijkt naar deze Commissie, zijn we er toch gedeeltelijk in geslaagd haar een andere richting uit te sturen. Dat we in dit Parlement aan het discussiëren zijn over een investeringsplan, was de afgelopen vijf jaar niet mogelijk. Ook dat er terug wat flexibiliteit mogelijk is in de budgettaire regels, weliswaar te weinig naar onze zin, is toch een eerste stap in de goede richting. Het gaat te traag, ja, maar er is een verschil tussen deze Commissie en de vorige.

Herman Michiel: Ik begrijp wel dat er een verschillende logica is bij verschillende instellingen, maar voor een kiezer maakt dat eigenlijk niets uit. Die zal kiezen voor een politieke partij of een politieke stroming waarvan hij hoopt dat zijn wensen er min of meer door gerealiseerd worden.

Kathleen Van Brempt: Daar ben ik het niet mee eens. Vandaag was er in De Morgen een opiniestuk van Yves Desmet met als besluit: gelukkig is er nog het Europees Parlement. Er moet natuurlijk steeds een gevecht met de Raad gevoerd worden, maar de mensen zijn niet dom. Ze zien wel degelijk het verschil tussen de twee. Natuurlijk, er wordt inderdaad een link gelegd tussen een partij en een beleid, maar in deze is de sp.a steeds zeer consequent geweest. Mocht je onze houding rustig beoordelen, dan zou je zien dat je er geen speld kunt tussen krijgen. De Nederlandse PvdA moet natuurlijk de koers varen die zij denkt te moeten varen, ik ben niet verantwoordelijk voor de lijn die zij volgen. We hebben nog altijd geen politieke partij op het Europese niveau.

Herman Michiel: Er is toch de PES [Partij van de Europese Socialisten] ?

Kathleen Van Brempt: De PES bestaat, maar die heeft niets te zeggen. Dat is allemaal nog onder constructie. Ik voel me helemaal niet verantwoordelijk voor de Roemeense sociaaldemocraten, net zomin als voor de Nederlandse. We hebben onze debatten, maar op het eind van de rit moet iedereen zijn verantwoordelijkheid opnemen. Maar het onderscheid tussen het optreden van het Parlement en dat van de Raad is werkelijk fundamenteel. We hebben bijvoorbeeld een zeer kritisch rapport over de Trojka geschreven.

Herman Michiel: Inderdaad, maar waartoe heeft dat geleid? De Trojka bestaat nog steeds, alleen is de naamgeving wat veranderd.

Kathleen Van Brempt: In de politiek is het nooit helemaal wit of helemaal zwart. De een zegt wit, de andere zegt zwart, en er komt grijs uit de bus. Dat is het nadeel van de democratie, maar ook het voordeel. Inderdaad, de Trojka is nog niet afgeschaft, maar zijn macht is al zéér veel aangetast. Het evolueert stapsgewijs.

Wat Griekenland betreft, je weet wat ik erover denk. Van Overtveldt [Belgisch minister van financiën] is met niets anders bezig dan met de ‘grexit’ en de Grieken er uit te duwen. Hij heeft een extreem egoïstisch standpunt. Zelfs Tusk [opvolger van Van Rompuy als Europees ‘president’], waarvan ik geen fan ben, vindt dat een waanzinnige houding. Het komt erop aan een goede balans te vinden en in die balans ben ik niet de advocaat van Tsipras. Ik ben wel de advocaat van de Griekse bevolking, die allang kreunt onder een asociaal beleid. Daar gaat niet alleen mijn sympathie maar ook mijn steun naar uit. In al onze communicaties hebben wij gezegd: zoek een evenwicht. Aan Griekenland moet geen blanco cheque gegeven worden, want het is een land waar veel corruptie heerst. Er is heel veel nood aan de modernisering van die samenleving. Ik geef de huidige regering het voordeel van de twijfel, maar geen blanco cheque. Ik zeg: begin te onderhandelen, niet met het mes op de keel.

Herman Michiel: Mag ik mijn vraag herhalen: welke sociaal-democraat van formaat heeft zijn nek uitgestoken, of wat waren de initiatieven van de sociaal-democratische stroming in Europa waarvan men kan zeggen: dat maakt het verschil uit.

Kathleen Van Brempt: Ik ben het met die kritiek eens. Maar bekijk alle politieke stromingen in Europa, sociaal-democraten, conservatieven, groenen… : overal stel je het gebrek aan Europees leiderschap vast. De leiders zijn nationale leiders. Het is dus niet per toeval dat ik daarnet naar Jacques Delors verwees. Ik zou ook Mitterrand kunnen vernoemen, of Schröder die weliswaar zijn fouten heeft gehad maar durfde op te komen voor het belang van Europa. Ook van EVP-kant [de christendemocratische Europese fractie] waren er dergelijke figuren. Dat heeft minder met ideologie te maken dan met het geloof in het Europees project. Als we overtuigd zijn van een Europees project, moeten we daar een gemeenschappelijk belang in definiëren. Dat gebeurt vandaag niet. Er is een fundamenteel gebrek aan leiderschap in de Europese Unie. De leiders die we kennen zijn de premiers en die zijn alleen bezig met hun domestic agenda. Dat is het drama. Als we dat niet opgelost krijgen, komt Europa in de problemen.

Herman Michiel: Vijftig verkozenen van de Franse PS publiceerden half februari een verklaringDe plaats van Frankrijk is aan de zijde van Griekenland”. U lijkt ook op dit standpunt te staan. Vindt u steun voor uw standpunt? Wat gebeurt daarrond binnen S&D en de PES ? Wordt over de Griekse kwestie gedebatteerd in de sp.a ?

Kathleen Van Brempt: Daar wordt zeer levendig over gediscussieerd. Als het over Griekenland gaat, wordt de discussie bijna emotioneel, want Griekenland is een symbooldossier geworden. Het is een land dat reeds lang bij de EU is, de bakermat van de democratie, een stuk van ons cultureel erfgoed, enzovoort. Anderzijds is het het grote voorbeeld van hoe het niet moet, de corruptie. Als je ziet welke projecten er allemaal gefinancierd geweest zijn in Griekenland… Dat was trouwens ook voor een deel de schuld van Europa. Ook als je ziet wat voor soort hervormingen de Trojka de laatste jaren heeft opgelegd, het zijn nooit echte hervormingen geweest. Griekenland zou toch het ideale land zijn voor hernieuwbare energie. Als je een paar miljard spendeert in Griekenland, zou dat toch niet naar een nieuwe luchthaven moeten gaan, maar naar een project als hernieuwbare energie. Als Europa al investeerde, was het in megalomane projecten. In de discussies rond Griekenland komen dus heel wat lijnen van het politieke debat samen. We moeten nog zien waartoe dit allemaal leidt. Trouwens, de Griekse regering heeft ook heel wat fouten gemaakt. In de politiek moet men vaak kiezen tussen welke resultaten je wil behalen en welke communicatieoorlog je wil winnen. De regering Tsipras heeft resoluut gekozen om de communicatieoorlog voor de eigen publieke opinie te winnen. Maar op het einde van de rit willen de mensen toch wel gewoon resultaten zien. Nu merk ik dat zeker Tsipras aan het veranderen is.

Herman Michiel: Maar in zo’n serieuze aangelegenheid zal het resultaat toch niet afhangen van de communicatievaardigheden?

Kathleen Van Brempt: Ik heb al gezegd dat ik Dijsselbloem niet zal verdedigen, maar ik begrijp toch dat hij soms zeer geïrriteerd is; uiteindelijk moet hij in Nederland verkozen worden. De Belgen vinden al die financiële steun weggegooid geld en de Nederlanders nog veel meer. Hier in het Europees Parlement ligt dat natuurlijk wat anders, hier is er begrip voor het Europees belang. Indertijd zijn we zeer solidair geweest met Spanje, Portugal, Ierland. Maar dat soort solidariteit krijg je niet meer verkocht. Kijk maar naar de verziekte verhoudingen tussen Duitsland en Griekenland, waar men van beide kanten schuld aan heeft. Dat kan leuk zijn om verkiezingen te winnen, maar het is in feite dramatisch voor waar we naartoe willen. Er is een zeer grote kloof aan het ontstaan tussen het noorden, het zuiden en ook het oosten van Europa. Dat zal ons nog parten spelen.

Herman Michiel: Maar het probleem is bijna onoplosbaar, want met een begroting van 1% van het BBP kunnen er ook geen grote transfers gebeuren.

Kathleen Kathleen Van Brempt: Maar in het geval van Spanje en Portugal hebben we dat toch gedaan. Dat Griekenland nu over de oorlogsschulden discussieert, vind ik heel fout. Waar wel over moet gediscussieerd worden, zijn de overschotten op de handelsbalans van sommige landen. Duitsland zou moeten gedwongen worden om een heel ander beleid te voeren.

 

eurostandbeeld_EP_detail

Smachtend naar de euro …
Standbeeld aan ingang Europees Parlement in Brussel

 

Herman Michiel: Dat het met de euro zou fout gaan, werd reeds vóór de invoering ervan door diverse economen (o.a. De Grauwe) voorspeld. De sociaal-democratie was echter steeds een groot voorstander van de eenheidsmunt, die in zekere zin het levenswerk van Jacques Delors is [Jacques Delors, Franse sociaaldemocraat die Commissievoorzitter was van 1985 tot 1995]. Men zag er zelfs de “hefboom voor het sociaal Europa” in. Nu, wanneer een bouwsel ondeugdelijk blijkt, wordt normaal gekeken naar de architecten, de aannemers. Voelen jullie zich als Europese sociaal-democraten medeverantwoordelijk voor de ontsporingen waarin de EMU fataal moest terecht komen ? En belangrijker nog: hoe denken jullie daaraan te verhelpen?

Kathleen Van Brempt: Ondanks alle fouten ben ik ongelooflijk fier op de Europese Unie. De Europese Unie is een project dat ons enorm veel heeft bijgebracht, in eerste instantie vrede en veiligheid. Jongeren hebben daar weinig begrip voor, maar uiteindelijk is de Tweede Wereldoorlog nog niet zo heel ver achter ons. Mijn vader is nog uit Antwerpen gevlucht voor de bommen. Dat is niet iets om zomaar je schouders over op te halen.

Herman Michiel: Ik moet toch een beetje lachen met dat argument. Men doet alsof Europa uit een aantal volkjes bestaat die, als ze geen nering drijven met elkaar, op elkaar gaan schieten. Er is geen Latijns-Amerikaanse unie, maar oorlogen zijn er heel weinig geweest.

Kathleen Van Brempt: Maar de geschiedenis van Europa is er een van het ene bloedbad na het andere. Er zijn aartsvijanden, Straatsburg is daarin een betekenisvol feit. [De maandelijkse vergaderingen van het Europees Parlement gaan in Straatsburg door.] Aan bezoekers leg ik altijd uit waarom we één maal per maand in Straatsburg moeten bijeenkomen; het gaat over aartsvijanden die gezegd hebben: nu beginnen we samen te werken. Hierover moet men niet lichtzinnig doen, mijn maag keert als men zich hierover vrolijk maakt. Dat is essentieel: zo lang al vrede in een continent ! Het is ook de reden waarom we zo vlug hebben uitgebreid naar het oosten. Het had te maken met vrede en veiligheid in een deel van Europa dat ontvlambaar was. Ook in Oekraïne moeten we heel goed nadenken hoe we er mee omgaan.

Herman Michiel: Ik denk dat ze niet goed nadenken.

Kathleen Van Brempt: Akkoord, maar dat vredesaspect, dat vind ik cruciaal. Ik zal het ook altijd aan mijn dochter doorgeven, democratie, vrede en veiligheid, dat zijn de waarden die de basis zijn van de Europese Unie. Natuurlijk, er zijn veel fouten gemaakt, elk verdrag is het resultaat van compromissen, niet alleen tussen de politieke stromingen, maar ook tussen Duitsland en Frankrijk die zegden: nu zetten we een stap vooruit. Daar merk je die stuwende kracht die wel degelijk te maken heeft met het concept van veiligheid en vrede.
Een tweede overweging [naast die van de vrede] is dat we heel veel van onze welvaart te danken hebben aan onze samenwerking. Neem België, zonder grondstoffen en met een zeer open economie, ons land heeft heel veel van zijn welvaart te danken aan de samenwerking.

Als je dan vraagt waarin wij als sociaal-democraten een cruciale fout gemaakt hebben: dat was in de jaren 80 en vooral in de jaren 90, in een periode waarin we mee aan de macht waren, we hebben er een denkfout gemaakt. We hebben gedacht dat de sociale dimensie tot stand moest gebracht worden op het nationale niveau; niet gestuurd vanuit het Europese. Zeker in rijke landen zoals het onze leefde de schrik dat eenheid op dat niveau tot een achteruitgang zou leiden voor onze hoogontwikkelde systemen. Een gemeenschappelijke ‘sokkel’ zou in ons geval een zeer lage kunnen worden. Daar hebben wij een cruciale denkfout gemaakt. We hadden dat wel moeten doen. Niet onmiddellijk door een sociaal zekerheidssysteem uit te bouwen voor heel Europa, ook al kan men daarvan dromen, maar toch een set van sociale wetten, zoals bijvoorbeeld het recht op een minimumloon. Toen hadden we de kracht en de macht om dat te doen, we hebben het niet gedaan. Daar hebben we een grote fout gemaakt. Dat had moeten in de verdragteksten geschreven worden. En ja, we hebben heel vlug uitgebreid naar Oost-Europa, maar van sociale wetgeving geen punt gemaakt. Daardoor moeten onze eigen mensen nu concurrentie ondergaan van Polen die aan heel andere voorwaarden werken.

Een constructiefout is er uiteraard ook op het gebied van het democratisch deficit. Het Parlement heeft bij elke verdragswijziging wel steeds meer macht gekregen, maar er zijn nog steeds veel lacunes.

Herman Michiel: Maar ook bij kleinere aangelegenheden, wanneer het wel mogelijk was, hebben jullie het niet gedaan. Bijvoorbeeld voor wat betreft detachering. Toen er aan de vorige eurocommissaris voor sociale aangelegenheden, de sociaal-democraat László Andor, gevraagd werd waarom de reglementering rond detachering niet nauwer was omschreven, antwoordde hij: je wil het kind toch niet met het badwater weggooien? Detachering heeft precies als bedoeling om voor goedkope arbeidskrachten te zorgen… Andor ging dan nog door voor de meest sociale commissaris onder Barroso.

Kathleen Van Brempt: Sorry dat ik het moet zeggen, maar Andor had geen ruggengraat. Hij had niets te zeggen en Barroso zou het ook niet toegelaten hebben. Zes jaar geleden hebben wij onze steun aan Barroso afhankelijk gemaakt van een herziening van de detacheringrichtlijn. Maar hij heeft zijn woord gebroken. Zes jaar geleden maakten we er een punt van, en elk jaar opnieuw.

Herman Michiel: Het huidig economisch beleid van de EU, de “economic governance”, steunt op Europese wetgeving (sixpack, twopack, Europees Semester, Begrotingsverdrag enzovoort) die bijna zonder uitzondering door S&D werd goedgekeurd, samen met EVP en ALDE. Waarin ligt dan eigenlijk nog het belang van een sociaal-democratische fractie ?

Kathleen Van Brempt: Nee nee, dat klopt niet. Er is een groot verschil tussen de twopack en de sixpack, als fractie waren we tegen de twopack en …

Herman Michiel: Ik wil het niet over details hebben, wel over de algemene aanpak van de economic governance, de begrotingsdiscipline, enz. Het Begrotingsverdrag is door jullie ook goedgekeurd in de verschillende landen.

Kathleen Van Brempt: Ik heb geen probleem met begrotingsdiscipline.

Herman Michiel: Wat zijn dan eigenlijk nog de verschillen tussen de politieke stromingen? Verhofstadt bijvoorbeeld heeft toch ook heel wat pleidooien gehouden voor investeringen, het plan Juncker zou op het randje af ook het plan Verhofstadt kunnen genoemd worden?

Kathleen Van Brempt: Verhofstadt is sociaal-democraat geworden in het Europees Parlement.

Herman Michiel: Excuseer ?

Kathleen Van Brempt: Verhofstadt is sociaal-democraat geworden in het Europees Parlement.

Herman Michiel: Mja, is hij naar jullie toegegroeid of omgekeerd? Het is zeer moeilijk geworden om de sociaal-democratische accenten nog te zien.

Kathleen Van Brempt: Die verschillen zijn nochtans zeer duidelijk. Wij zeggen al zes jaar dat het moet gedaan zijn met het asociale beleid, er moet een ander ….

Herman Michiel: Maar ondertussen steunen jullie alle initiatieven van ….

Kathleen Van Brempt: Je moet eens komen kijken naar de stemmingen in het Europees Parlement, dan zul je de verschillen zien.

 

 II. OVER VRIJHANDEL, INVESTERINGSVERDRAGEN, TTIP, CETA, ISDS …

 

Herman Michiel : Ik zou graag eerst een heel algemene vraag stellen: denken jullie bij S&D dat méér vrijhandel leidt tot meer werkgelegenheid, economische vooruitgang, welvaart ?

Kathleen Van Brempt: Theoretisch is het mogelijk dat vrijhandel leidt tot hogere normen, als die normen in het verdrag ingeschreven worden. In theorie is het mogelijk dat Derde Wereldlanden betere toegang krijgen tot je markt en dus ook aan vooruitgang kunnen deelnemen. Maar dat is in theorie. In de praktijk blijkt dat niet zo te zijn. Vrijhandelsakkoorden worden vandaag ingezet voor twee dingen: voor een verregaande liberalisering, in Europa en ook elders, en ten tweede, voor de verlaging van de normen. Zoals vrijhandelsakkoorden vandaag aangewend worden, denk ik niet dat ze ons vooruitgang brengen.

Herman Michiel : Hebben TTIP en CETA een gemengd karakter [i](handel + niet-handelsgerelateerde aspecten) zodat er ook goedkeuring moet komen van de nationale parlementen? Wat zal S&D doen als het gemengd karakter ontkend wordt ?

Kathleen Van Brempt: Ik durf daar niet op antwoorden, dat zijn juridische aangelegenheden. Ik ga er van uit dat het gemengde akkoorden zijn, maar ik ben geen jurist.

Herman Michiel: Maar is het aanvaardbaar dat men dat overlaat aan het Europees Hof van Justitie? Als dit oordeelt dat het geen gemengd karakter heeft, weet men toch dat men bedrogen wordt. Dat is toch meer een kwestie van democratie dan van jurisdictie ? Zullen jullie er als sociaal-democraten iets tegen doen als men afkomt met juridische spitsvondigheden?

Kathleen Van Brempt: Ik ken de juridische details niet, maar ik ga er toch vanuit dat het Europees Hof niet zal zeggen dat er geen gemengd karakter is. Het is trouwens verre van zeker dat TTIP door het Europees Parlement zal geraken.

Herman Michiel: Er is veel onduidelijkheid in het standpunt van de Europese sociaal-democraten over de lopende onderhandelingen, TTIP, CETA , in het bijzonder over de opname van de fel omstreden investeringsbescherming via speciale arbitragehoven, het zgn. ISDS-gedeelte. De Franse regering bezweert de parlementsleden om zich niet tegen TTIP en niet tegen ISDS te verzetten. Wat is eigenlijk jullie standpunt ?

Kathleen Van Brempt: We hebben net vorige week in de groep een standpunt over ISDS goedgekeurd, ik verwijs naar de “S&D Position Paper on Investor-state dispute settlement in ongoing trade negotiations“. Wij zijn tegen ISDS, je zult dat onmiddellijk zien in ons standpunt.

Herman Michiel: Er was toch in februari een bijeenkomst van de PES in Madrid met als standpunt dat ISDS moet verbeterd worden ?

Kathleen Van Brempt: Wij, S&D in het Europees Parlement zijn tegen. Maar ik geef toe, in Oost-Europa zijn er landen met merkwaardige standpunten, ze hadden soms akkoorden met heel negatieve ISDS-clausules en ze hopen nu op een verbetering.

 

lll. LUXLEAKS, BELASTINGSONTDUIKING, ONDERZOEKSCOMMISSIE

 

Herman Michiel : S&D heeft zich samen met de EVP en ALDE verzet tegen een door Groenen en links-radicalen gesteunde EP-onderzoekscommissie naar tax-rulings zoals ze tot uiting kwamen bij Luxleaks. Dit wordt door de meeste commentatoren gezien als een ‘uit de wind zetten’ van commissievoorzitter Juncker. Net zoals Guy Verhofstadt beweren jullie bij S&D ook dat een ‘speciale commissie’ meer mogelijkheden zal hebben dan een onderzoekscommissie. Is dat geloofwaardig als men weet dat er bijvoorbeeld bij een speciale commissie, in tegenstelling tot een onderzoekscommissie, geen verplichting is om opgevraagde documenten door te spelen?

Kathleen Van Brempt: Ik geloof niet dat een speciale commissie over meer middelen beschikt zoals Verhofstadt beweert, zeker niet. In onze groep speelden twee argumenten, maar ik geef toe dat ook een ander standpunt was mogelijk geweest. Het eerste argument is dat wij als Parlement wetgevend werk doen; er is over de tax rulings veel sterkere wetgeving nodig. Het is daarop dat het Parlement zich moet concentreren. Energie stoppen in het verleden biedt nog geen garanties voor de toekomst. Het tweede argument is legistiek, wetgevingstechnisch. Het Parlement kan geen onderzoek doen naar Starbucks, Google enzovoort als de Commissie dat al doet. De Commissie is met een heel aantal zaken bezig, de juridische dienst van het Parlement zag daarin ook een probleem. Enfin, persoonlijk was ik voor een onderzoekscommissie en een aantal mensen van ons heeft de vraag van de Groenen ondertekend. Er was intern heel wat discussie, ik geef dat toe. Maar ik ben blij dat er nu een compromis is. Het komt er nu op aan om als Parlement een sterk standpunt in te nemen. Men kan jaren over het verleden praten, maar dat interesseert me helemaal niet. Het komt er niet op aan schuldigen te kunnen aanwijzen, naming and shaming, iets wat de pers erg op prijs stelt. Wat wel belangrijk is, is dat er op het eind van de legislatuur een goede wetgeving uit de bus is gekomen.

Herman Michiel: Ik zag het belang van een onderzoekscommissie vooral in het blootleggen van de gebruikte technieken.

Kathleen Van Brempt : Over de gebruikte technieken bij de tax rulings zijn we voldoende op de hoogte, dat is het probleem niet.

Herman Michiel: Nee? Waarom heeft men in het verleden dan niet …

Kathleen Van Brempt: Goede vraag. Maar ook in België, met socialistische regeringen, zei men: zij doen het, wij doen het ook, ook wij willen investeringen. Zo vertrekt men ook hier weer vanuit een zeer nationaal eigenbelang. Nogmaals, wat mij interesseert, is goede wetgeving ter zake.

Herman Michiel: Hartelijk dank voor dit gesprek.


[i] De bevoegdheid voor het eigenlijke handelsbeleid is met het Verdrag van Lissabon volledig aan de EU overgedragen; dat brengt mee dat handelsverdragen alleen door de Raad en het Europees Parlement moeten goedgekeurd worden. Maar wanneer er andere aspecten aan verbonden zijn waarvoor de bevoegdheid niet (volledig) overgedragen is, moeten ook de nationale parlementen hun goedkeuring geven. Aangezien de verdragen met de USA (TTIP) en Canada (CETA) naast over handel ook over investeringen, over reglementering op allerlei gebied gaan, met andere woorden een gemengd karakter hebben, zouden ze ook door de nationale parlementen moeten geratificeerd worden. Gezien het sterke verzet in heel wat lidstaten tegen de vrijhandelsakkoorden, en in het bijzonder de investeringsbescherming (ISDS) die er deel van uit maakt, zou de ratificatie moeilijk kunnen worden. Er wordt dan ook door sommigen gevreesd dat juridische spitstechnologie het gemengd karakter zou kunnen ontkennen. (hm)

Reacties plaatsen niet mogelijk