Facebook

Lessen uit 15 jaar Japanse deflatie

22 september 2014

door Ronald Janssen (*)

verschenen op 12 september 2014 in Social Europe Journal
Nederlandse vertaling door Ander Europa

 

Mario Draghi [i] mag dan wel de show gestolen hebben in Jackson Hole [ii], de speech van Harihiko Kuroda [iii], gouverneur van de Bank van Japan, was eigenlijk nog interessanter. Kuroda’s inleidende opmerkingen waren kort en eenvoudig, en gingen over de 15 jaar deflatie die Japan gekend heeft sinds het midden van de jaren 90.

De belangrijkste les is de volgende. Indien een terugval in de economische vraag niet goed wordt aangepakt, brengt dit mechanismes op gang die de economie in een toestand van depressie houden lang nadat de aanvankelijke schok zich voordeed. In het geval van Japan was de initiële schok in de globale vraag het barsten van een grote activa-zeepbel in het begin van de jaren 90. Dit bracht een vicieuze cyclus op gang van depressie en deflatie vanaf het midden van de jaren 90. De gevolgen laten zich nog steeds gevoelen op de arbeidsmarkt.

In meer detail verklaart Kuroda deze vicieuze cirkel als volgt. Het begon ermee dat Japanse bedrijven de prijzen niet meer konden verhogen wegens de algemene zwakte in de economische vraag ten gevolge van het uitbarsten van de reeds vernoemde activa-zeepbel. De bedrijven reageerden hierop door hun kosten te verlagen, in het bijzonder de loonkosten. Daartoe deden ze beroep op onregelmatige statuten, waarbij de lonen meer kunnen afgezwakt worden dan bij normale contracten. Bedrijven begonnen ook verstek te laten gaan bij het zogenoemde ‘lente-offensief’, waarbij vakbonden en directie van grote firma’s in de lente bijeen zitten om gelijktijdig loonsverhogingen toe te kennen. Wanneer echter de bedrijven in de lonen wilden snijden omwille van de dalende prijzen, zagen ze een dergelijke looncoördinatie als een belemmering.

Bovendien begonnen de nominale lonen op het eind van de jaren 90 sneller te dalen dan de prijzen, wat een sterke vermindering voor gevolg had van het loonaandeel in het Japanse bruto binnenlands product (BBP). Met loondalingen in het kielzog van prijsdalingen kreeg de deflatie vaste voet aan wal. Maar omdat ze ook een invloed had op de bedrijfsinvesteringen, had de deflatie nog een ingrijpender invloed op de Japanse economie. Want aangezien de bedrijven verdere prijsdalingen verwachtten, hadden ze ook geen zin meer om te investeren. Waarom zou een bedrijf een hoop geld investeren in uitrusting en machines als het weet dat de cash flow die dat meebrengt zal te lijden hebben onder continu dalende prijzen? De bedrijfsrationaliteit in zo’n geval bestaat erin niet te investeren in machines, maar om grote hoeveelheden cash op te hopen. Daarmee kan een positieve rente geïnd worden, wat als buffer kan dienen tegen mogelijke verliezen in de toekomst.

Dalende investeringen vormen de feedbackloop die de vicieuze cirkel sluit. Want dalende investeringen betekenen dat de globale vraag in de economie verder zal dalen, waardoor de neerwaartse druk op de prijzen aanhoudt. De economie geraakt gevangen in een deflatie-evenwicht, waarbij dalende prijzen, dalende lonen, en dalende investeringen elkaar wederzijds ondersteunen. De grafiek hieronder, overgenomen uit Kuroda’s inleiding, illustreert hoe de Japanse prijzen en lonen nauw samen evolueerden en elkaar ondersteunden in hun neerwaartse trend.

 

Lonen en prijzen

Lessen voor ‘deflatie-dummies’ in Europa

Dit alles klinkt ons verdacht vertrouwd in de oren voor het debat hier in de eurozone. Bedrijven in Europa reageren op het gebrek aan vraag en de onmogelijkheid om zelfs maar matige prijsstijgingen in te voeren, net op dezelfde manier als in Japan. Ze zijn er diep van overtuigd dat er in de loonkosten moet geknipt worden zodat bedrijven terug kunnen competitief worden en dat daarom elk loonzettingsmechanisme dat bedrijfsgebaseerde loonverminderingen in de weg staat en elke arbeidsreglementering die het jobbehoud beschermt moet verdwijnen.

Er is nochtans een grondig verschil met Japan; de beleidsmakers daar zijn tot het inzicht gekomen dat een dergelijke competitiviteitsagenda een doodlopend straatje is. Zulke agenda werd door Keynes een ‘fallacy of composition’ genoemd; een beslissing die rationeel lijkt vanuit het standpunt van een individueel bedrijf is rampzalig voor de economie in haar globaliteit. En het is opmerkenswaardig dat dit inzicht bij Japanse beleidsmakers zelfs doorgedrongen is tot zijn centrale bank.

Helaas kunnen we dit niet zeggen voor de Europese Centrale Bank (ECB). Draghi’s speech in Jackson Hole lijkt er weliswaar op te wijzen dat de ECB zich eindelijk (!) bewust geworden is van het gevaar van een eurozone met een inflatie dicht bij nul [iv]. Maar men heeft blijkbaar geen benul van de perverse rol die flexibiliteit op het vlak van lonen en arbeidsmarktbeleid speelt in het deflatieproces. In plaats van de juiste conclusies te trekken uit het Japans geval en in te zien dat dit soort flexibiliteit de deflatie en depressie dieper inwortelt, zegt Draghi in zijn speech net het omgekeerde [v]. In ruil voor een vage belofte om het monetaire beleid te versoepelen, roept Draghi op tot meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, door de voorkeur te geven tot loonovereenkomsten op bedrijfsvlak ten koste van cao’s op een hoger niveau, door de bescherming van de loopbaan te verminderen.

Dit is met vuur spelen. Indien Draghi’s flexibiliteitsagenda wordt verdergezet, dan worden net die mechanismen vernietigd die een buffer kunnen vormen tegen een verdere ontwikkeling van de deflatie. Door aan te sturen op de deregulering van de arbeidsmarkt en de procedures voor loonzetting, zal de voorzitter van de ECB het deflatiespook op de eurozone loslaten in plaats van het tegen te houden.


(*) Ronald Janssen is economisch adviseur werkzaam bij de Europese vakbeweging in Brussel.

[i] Mario Draghi is de voorzitter van de Europese Centrale Bank. [Noot van de vertaler] [ii] Jackson Hole is een stadje in de Amerikaanse staat Wyoming. Jaarlijks organiseert de Amerikaanse centrale bank (de “FED”) er een seminarie met vooraanstaande centrale bankiers, ministers van financiën, professoren en beleggers uit de hele wereld. [Noot van de vertaler] [iii] Downloaden via https://www.boj.or.jp/en/announcements/press/koen_2014/data/ko140824a1.pdf.

[iv] Zie Adair Turner, Facing Reality In The Eurozone, http://www.social-europe.eu/2014/09/facing-reality-eurozone/

[v] Zie Ronald Janssen, Quantitative Easing or Business Easing in Europe ? http://www.social-europe.eu/2014/09/business-easing/. [Voor een samenvatting, zie Ander Europa, De “neutrale” rol van de Europese Centrale Bank.]

 

Reacties plaatsen niet mogelijk