Facebook

Na het referendum: welk nee won?

26 juli 2011

door Willem Bos,  juli 2005

Na de geweldige overwinning van het nee in het referendum wordt er nu door de (voormalige) voorstanders van de Europese Grondwet alles aan gedaan om het nee zo uit te leggen dat het in hun straatje past. Zalm voelt zich gesteund in zijn strijd voor het verminderen van de Nederlandse afdracht aan Europa. Wouter Bos gebruikt het nee als argument voor steun aan de opstelling van zijn partijgenoot Tony Blair.

Alle reden om goed te kijken welk nee er nu echt heeft gewonnen. Welk deel van de bevolking heeft op basis van welke argumenten en overwegingen ja of nee gestemd? Vooral de onderzoeken van Maurice de Hond en het onderzoek in opdracht van de Europese Commissie (zie noot onderaan) geven daar inzicht in.

Het eerste wat opvalt is de relatief hoge opkomst van bijna 63 procent. Anderhalf keer hoger dan bij de laatste verkiezingen voor het Europese parlement en twee maal zo hoog als de door verschillende partijen gelegde drempel van dertig procent. Er gingen iets meer vrouwen dan mannen stemmen, en zoals gebruikelijk bij verkiezingen meer ouderen dan jongeren. Van de kiezers tussen de 18 en 24 maakten iets minder dan de helft de gang naar de stembus, van de 55 plussers driekwart.

Een klassenstem

Als we kijken naar de sociale positie van de voor- en tegenstemmers dan levert dat een opmerkelijk beeld op. Hoger opgeleiden stemden het vaakst voor. Middelbaar en vooral lager opgeleiden stemden in grote getale tegen, lager opgeleiden voor meer dan tachtig procent (volgende de peiling van de Hond). Een zelfde beeld zien we als we naar het inkomen kijken. Onder mensen met hogere inkomens won het nee overigens ook nipt, maar onder mensen met modale en lage inkomens werd twee keer vaker tegen dan voor gestemd (de Hond). Volgens de Eurobarometer stemde bijna tachtig procent van de handarbeiders tegen, en slechts zestig procent van de zelfstandigen. Iets meer vrouwen stemden tegen dan mannen. Van de jongeren tot 24 jaar ging bijna driekwart voor het nee.

Kortom, hoe lager op de maatschappelijke ladder, hoe meer men nee stemde. Een geografische analyse geeft precies hetzelfde beeld. Slechts in een twintigtal rijke gemeenten als Rozendaal, Bloemendaal en Wassenaar won het ja. En in de armste gemeente van het land, het Oost Groningse Reinderland, stemde bijna 85 procent tegen, een percentage dat slechts wordt overtroffen door Urk, waar meer dan negentig procent van de bevolking nee zei. Een blik op de stemverdeling in de wijken van de grote steden schept duidelijkheid: het percentage ja stemmers loopt op naarmate de bewoners welvarender zijn. Er is dus alle reden om te spreken van een klassenstem.

Tegen het neoliberalisme

Het massale nee is een duidelijk stem tegen de neoliberale politiek. Die groepen die de afgelopen jaren het meest geleden hebben onder deze politiek – de vergroting van de inkomensverschillen, de afbraak van de verzorgingsstaat, privatisering en dergelijke – hebben massaal tegen gestemd. Wat overigens niet betekent dat voorstanders wel met het huidige Europa instemden – zoals we zullen zien bepleitten ook veel voorstemmers een socialer Europa.

Deze stem tegen het neoliberalisme was overigens ook niet zonder meer een linkse stem. Het massale nee in Urk illustreert dat – daar waren de ‘Europese’ visvangstbeperking en het ontbreken van God in de grondwet de belangrijkste motieven.

Wel kwam een groot deel van de nee stemmers uit de linkse hoek. Van de aanhang van de SP stemde 87 procent tegen. Bij de PvdA was dit 63 procent en bij GroenLinks 46 procent. Zelfs onder de aanhang van D66 stemde bijna de helft tegen de grondwet evenals een aanzienlijk deel van de CDA kiezers (47 procent). Van de VVD aanhang stemde een kleine meerderheid tegen.

Een aardig beeld van de campagne valt de distilleren uit het onderzoek van Maurice de Hond een kleine week na het referendum. Daaruit blijkt dat als men toen had kunnen stemmen de overwinning van het nee nog iets groter was geweest. De verschuivingen in de steun voor verschillende politieke partijen voor en na de campagne geven een indicatie van het effect van de campagne. De grote verliezer direct na het nee bleek de PvdA te zijn, die in de peilingen terugviel van 50 naar 41 zetels. Op de vraag wat PvdA kiezers een week na het referendum zouden stemmen antwoordde zeventig procent met een nee tegen de grondwet.

De grote winnaar in dit onderzoek is de SP die in de peilingen van 13 naar 21 zetels ging. De lijst Wilders verloor een zetel. Al met al wordt duidelijk dat we de uitslag niet alleen als een ondubbelzinnige afwijzing van het neoliberale project kunnen interpreteren, maar ook dat vooral links zijn stempel op de campagne heeft weten te drukken in plaats van Geert Wilders.

Pro Europees

Bij het Eurobarometer onderzoek is ook gevraagd naar de motieven van de voor- en tegen stemmers. De belangrijkste reden die de nee stemmers opgaven (32 procent) is ‘gebrek aan informatie’. Op de tweede plaats komt ‘het verlies van nationale soevereiniteit’ (19 procent). ‘Tegen de verdere uitbreiding van Europa’ wordt maar door zes procent van de mensen als reden aangevoerd en ‘Turkije’ door drie procent. Slechts acht procent van de nee stemmers zegt tegen de Europese integratie te zijn en 13 procent noemt als reden van een nee stem dat Europa te veel kost.

Meer dan tachtig procent van de Nederlanders steunt het Nederlandse EU lidmaatschap – onder de nee stemmers ligt dat percentage op 78 procent. Van een brede anti Europese stemming is dus geen sprake. De meeste Nederlanders zijn dan ook van mening dat de Grondwet niet essentieel is voor het voortzetten van de Europese samenwerking. Wel is er een betrekkelijk negatief beeld van de Europese instellingen. Dat beeld is het sterkst bij de nee stemmers (zeventig procent), maar ook bij een kleine veertig procent van de ja stemmers. Een ruime meerderheid van de ondervraagden is van mening dat het nee tegen de Grondwet via nieuwe onderhandelingen zal leiden tot een socialere tekst. Ook de voorstanders van de grondwet zijn die mening in meerderheid toegedaan.

Opvallend in de Barometer is ook de tevredenheid over de uitslag van het referendum. Van de ondervraagden (stemmers en niet stemmers) zegt 67 procent tevreden te zijn over de uitslag en maar 22 procent ontevreden. Van degenen die niet gingen stemmen is bijna zeventig procent tevreden met de uitslag waaruit de onderzoekers concluderen dat zij tot het nee kamp gerekend kunnen worden.

Samenvattend: de gemiddelde Nederlander is pro Europees, ontevreden over het functioneren van de instellingen van de Unie, ziet niet in wat de Grondwet daaraan zal verbeteren en hoopt op een socialer Europa.

Mogelijkheden

Dat is dus een ander beeld dan de meeste media en de vaak luidruchtige voorstanders van de Grondwet uitdragen. Geen afwijzing van Europa, geen massale stem tegen de uitbreiding van de Unie of tegen de mogelijke toetreding van Turkije. Niet een nationalistisch of reactionair nee, maar een poging om een socialer en democratische Europa af te dwingen. Een uitstekende basis voor een verdere campagne voor een ander Europa.

De uitslag en deze onderzoeken gaan ook in tegen het beeld dat de afgelopen drie jaar – sinds Fortuyn – van de opstelling van het Nederlandse electoraat wordt geschetst. Het beeld dat er vooral van een geweldige verrechtsing van de opvattingen van de kiezers sprake is.

Zoals in dit blad de afgelopen jaren vele malen is betoogd is de werkelijkheid ingewikkelder. We hebben vooral te maken met een electoraat dat niet meer automatisch kiest voor de zuil waartoe het behoort, en een electoraat dat zich in sterke mate in de steek gelaten voelt door de traditionele partijen en sociale organisaties. Die ontevredenheid kan tot uitdrukking komen in een stem op de LPF, maar ook in deelname aan de (vakbonds)acties tegen de kabinetsplannen met de WAO en de prepensioen eind vorige jaar. Of in een nee tegen de Europese Grondwet. Het hangt er maar van af wie die onvrede weet te mobiliseren en welk perspectief er aan wordt gegeven. Voor links liggen er mogelijkheden en een grote verantwoordelijkheid om de overwinning in het referendum nu om te zetten in actie voor een ander Europa en een ander Nederland.

Een Europees NEE

Er bestaat nog steeds de neiging om het Franse en Nederlandse Nee als een uitzondering te zien en te wijten aan specifieke nationale omstandigheden. (Een stem tegen Chirac en een stem tegen Balkenende). Recente opiniepeilingen in ander landen laten inmiddels echter ook in overwegende mate een overwinning van het nee zien. In Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk is er een duidelijke meerderheid voor het nee.

De uitzonderingen zijn tot nu toe Portugal, waar de voor- en tegenstemmers vrijwel in evenwicht zijn en Luxemburg en Polen waar de laatste peilingen een meerderheid voor ja geven.

[ Dit artikel verscheen in Grenzeloos nummer 82, juli – augustus 2005]

Reacties plaatsen niet mogelijk