Facebook

Naar een echte economische en monetaire dictatuur

10 december 2012

door Herman Michiel, 10 december 2012

Indien er een lettertype ‘Alarm’ bestond, dan moest het nu gebruikt worden, liefst met koeien van letters. Wat op de top van Europese leiders van 13-14 december besproken wordt, zijn de laatste punten en komma’s van een plan om Europa van de paar restanten sociaal beleid en democratische politiek te ontdoen, en het continent uit te roepen tot een vrijhaven voor kapitalistisch gewin.

De EU is nog niet liberaal genoeg

Het plan wordt door Europees boegbeeld Van Rompuy sinds maanden voorbereid, samen met de andere onverkozen Europese kopstukken Barroso (Europese Commissie), Draghi (Europese Centrale Bank) en Juncker (Eurogroep). Wie dacht dat het neoliberaal regime met het Europees Semester, de sixpack, het europluspact en het begrotingsverdrag volledig geïnstalleerd was, onderschat de ambities van de kapitalistenklasse. Het volstaat niet dat de Europese Commissie aanbevelingen doet om de pensioenleeftijd te verhogen, de werklozen te ‘activeren’ enz., ook al worden die aanbevelingen door de regeringen als bevelen uitgevoerd. Het is ook niet genoeg dat de nationale begrotingen reeds in een zeer strakke Europese dwangbuis[i] zitten. Vooral de hard-liners van de Duitse regering (met minister van financiën Wolfgang Schäuble) en de Europese Centrale Bank  willen niet het risico dat een regering dwaasheden uithaalt, dat een parlement onverantwoorde beslissingen neemt… Trouwens, zo gaat dan de redenering, een nationaal parlement is niet goed geplaatst om in te zien welke gevolgen zijn beslissingen hebben voor de Economische en Monetaire Unie in haar geheel; volgens het subsidiariteitsprincipe zijn de Europese instellingen dus beter in staat te zeggen hoe groot een nationaal budget mag zijn, hoe de arbeidsmarkt moet hervormd worden, enz.

Dit is het gedachtenkader  achter de plannen die Van Rompuy voor het eerst voorstelde op de top van 28-29 juni 2012 in een document getiteld Naar een echte Economische en Monetaire Unie. Tijdens de zomer kwamen dan enkele meningsverschilletjes tot uiting, vooral tussen Parijs en Berlijn (o.a. over de timing, over euro-obligaties) en het zal niemand verbazen dat Londen niet moet weten van ‘meer Europa’, al zijn de bezwaren van Cameron natuurlijk niet dat de plannen asociaal en antidemocratisch zijn. Op de top van 18-19 oktober legde Van Rompuy dan een interim-rapport voor dat de wensen en bezwaren integreerde van de grote spelers, Berlijn op kop. En met het oog op de top van 13-14 december lanceerde de Commissie eind november haar ‘Blueprint’ over de ‘diepe en echte economische en monetaire unie’, en Van Rompuy kwam op 5 december nog met een tijdschema en nadere preciseringen.

Er komen in de komende weken en maanden ongetwijfeld nog aanpassingen aan dit sluitstuk van het Europees ‘economisch bestuur’, en mogelijke meningsverschillen tussen de Europese Commissie, Duitsland, Frankrijk, De Europese Centrale Bank … kunnen nog aan de oppervlakte komen. Maar de krachtlijnen van wat we gemakshalve het ‘plan Van Rompuy’ zullen noemen zijn absoluut duidelijk, en behalve bij een zeer laattijdig ontwaken van de sociale en syndicale krachten zal het plan ook doorgevoerd worden. Wat staat er op de agenda?

Economische unie: veralgemeende memorandumpolitiek

Aanbevelingen zoals in het Europees Semester (verhoog de pensioenleeftijd! verlaag de werkloosheidsuitkeringen! België, herzie dat indexsysteem!) zijn een goede eerste stap, zegt het rapport Van Rompuy, maar echte contracten (‘arrangements of a contractual nature’) tussen de EU en de lidstaten zijn beter, waardoor deze laatsten zich verplichten tot ‘structurele hervormingen’. Dit is niets anders dan een veralgemening tot de hele eurozone van de politiek van ‘ structurele aanpassing’ vastgelegd in memoranda zoals nu opgelegd aan Griekenland, Portugal en Ierland.

De contracten zouden verplicht zijn voor de landen van de eurozone, facultatief voor de andere. Concrete voorbeelden van contracten worden niet gegeven, maar men heeft het expliciet over het wegwerken van ‘rigiditeiten in de arbeidsmarkt’ en het verhogen van de competitiviteit. De contracten zouden over meerdere jaren lopen (maar opnieuw kunnen onderhandeld worden bij een regeringswissel) .

Men verwacht blijkbaar niet dat deze contractpolitiek in de lidstaten op applaus zal onthaald worden, en daarom wordt gedacht aan een financieel lokaas. Ter promotie van structurele hervormingen zou een ‘doelgerichte, beperkte en flexibele financiële steun’ kunnen overwogen worden. Daarvoor zou een specifiek budget van de eurozone nodig zijn, dat verder nog ter sprake komt.

Er is niet rechtstreeks sprake van boetes bij niet-naleving van een contract, maar die komen langs de achterdeur. De uitkering uit het vermelde specifieke budget van de eurozone zou kunnen geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden, en de bijdrage tot dat budget zou kunnen verhoogd worden voor contractbrekers. Er staat trouwens expliciet dat het niveau van de bijdragen tot en uitkeringen uit het eurozone-budget direct zou afhangen van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Andere prioriteiten voor de ‘economische unie’ zijn de arbeidsmobiliteit over de grenzen (zoals nu reeds het geval met duizenden Spaanse en Griekse jongeren richting Duitsland en Finland), en het probleem van de ‘skills mismatch’ op arbeidsmarkt. Vrij vertaald: te veel kunsthistorici, te weinig accountants, het onderwijs moet nog meer ten dienste staan van de bedrijfsnoden …

Begrotingsunie

17 parlementen die over hun eigen begroting beslissen, 17 regeringen die deficits en schulden kunnen veroorzaken, dat is niet te verenigen met een echte economische en monetaire unie. Stabiliteitspact en sixpack hebben die soevereiniteit al een heel stuk ondermijnd, maar het gaat niet ver genoeg. Volgende stap is de goedkeuring door het Europees parlement en de Raad van de 2-pack. Daardoor zouden ontwerpen van nationale begrotingen reeds half oktober van elk jaar aan de Europese Commissie en de ministers van financiën van de eurozone moeten voorgelegd worden alvorens ze naar de nationale parlementen gaan; de Commissie kan dan zelfs een herziening van het ontwerp vragen.

Vragen, niet eisen. Dit blijft een doorn in het oog van de EU-leiding. Al mag men allerlei, al dan niet legale,  drukkingsmiddelen niet onderschatten, zeker tegenover lidstaten die aan een financieel infuus liggen, de gangmakers van de ‘echte economische en monetaire unie’ willen absolute controle over de nationale begrotingen. De meest brutale uitingen hierover kwamen uit de mond van de Duitse financiënminister Schäuble. De Duitse regering is voorstander van een super-commissaris met ‘eenzijdige beslissingsmacht, in staat om nationale begrotingen te verwerpen, ze terug te sturen naar de parlementen wanneer schuld en deficit niet voldoende aangepakt worden’. Het voorbeeld is de commissaris voor handel, aan wie de lidstaten de bevoegdheid overgedragen hebben om handelsakkoorden te onderhandelen. Hij wordt gerespecteerd en gevreesd in de hele wereld, voegde Schäuble er enigszins sinister aan toe…  Ook de Europese Centrale Bank is de idee van een gespierde budgetcommissaris zeer genegen.

Olli Rehn: toekomstig supercommissaris?

De Europese Commissie zou natuurlijk niets liever willen, maar denkt ook praktisch: hoe lappen we dit? In haar  ‘Blueprint’ omschrijft ze duidelijk het probleem: met wat in de two-pack bereikt werd, zit ze ‘aan de grens van de wetgevende mogelijkheden’. Verder gaan vereist dus grensverleggend werk: een verdragswijziging. Ook Schäuble ziet de noodzaak daarvan in, en zelfs op zeer korte termijn: in oktober sprak hij nog van een conventie in december (!) die het zaakje zou klaren.
De Franse president Hollande zou, net zoals de Belgische premier Di Rupo, de voorkeur geven aan de Eurogroep (ministers van financiën van de eurozone), eerder dan een supercommissaris. De keuze dus tussen één of zeventien onverkozen hakbijlzwaaiers.

Dit dus wat betreft de begrotingen van de lidstaten in de eurozone. Maar die eurozone zelf zou, op termijn,  een budget krijgen, los van het EU-budget. Rara, en dat terwijl een hele reeks regeringen, waaronder de Duitse, het EU-budget al te groot vinden ? Het eurozone-budget zou echter lonende operaties kunnen toelaten. Bij de ‘economische unie’ hadden we het over de ‘doelgerichte, beperkte en flexibele financiële steun’ voor structurele aanpassingsprogramma’s. De arbeidsmarkten volledig dereguleren, en dit tegen een ‘beperkte financiële steun’? Deal! Eenmaal de lidstaten volledig onderworpen zijn aan het Brusselse machtscentrum, is er zelfs geen bezwaar meer tegen het aangaan van leningen en gemeenschappelijk schuldbeheer in de eurozone, en het eurozone-budget zou op termijn ook een ‘beperkte functie’ kunnen hebben voor het opvangen van ‘assymmetrische economische schokken’.

Het zal ook wel duidelijk zijn dat hier geen enkele poging meer gedaan wordt om het ‘Europees project’, waar tot nader order 27 landen aan deelnemen, als dusdanig terug vlot te krijgen. De eurozone, met 17 landen, vormt dan de kern, waaromheen 10 satellietstaten cirkelen. En binnen de kern heb je de ‘echte kern’ rond Duitsland, met daarrond perifere satellieten als Griekenland, Portugal, Spanje, Ierland. François Hollande probeerde Hongaarse bezorgdheid dat een eurozone-budget leidt tot ongelijke behandeling van lidstaten (met/zonder euro) te sussen door dit budget voor te stellen als bovenop, en niet ter vervanging van het EU-budget. Zeer geloofwaardig is dit niet, nu het meerjaren EU-budget gekortwiekt uit de bitsige onderhandelingen komt.

Bankenunie

Het eurozone-budget komt er in Van Rompuy’s plannen pas na 2014; daarvóór moeten de ‘contracten’ doorgedrukt zijn, en als eerste prioriteit moet een ‘geïntegreerd financieel kader’, de zogenoemde ‘bankenunie’, tot stand gebracht worden.Volgens de aanvankelijke planning moest die bankenunie op 1 januari 2013 van start gaan. Maar naarmate de decembertop naderde, kwamen er steeds meer meningsverschillen naar boven.

Een  laattijdige reactie is natuurlijk beter dan geen reactie. In Van Rompuy’s nota van 5 december wordt zelfs impliciet toegegeven dat de explosie van de staatsschulden ergens iets te maken heeft met het gedrag van de banken, terwijl de mantra van de EU luidt dat de crisis vooral het gevolg is van de onverantwoorde spilzucht van de overheden. Maar het lijkt erop dat het compromis dat in de maak is, steeds meer verwaterd uit de belangenstrijd zal komen.

Wat het bankentoezicht betreft is er niet langer sprake van toezicht op de Europese banken, maar op de banken van de eurozone. Dat Londen ook maar een schijn van ‘vreemd’ toezicht op zijn geldindustrie zou toelaten, was trouwens al altijd uitgesloten. Nochtans verloopt 40% van de euro-valutahandel via de City.
Men is het erover eens dat het bankentoezicht, dat totnogtoe aan de lidstaten werd overgelaten,  moet gebeuren door de Europese Centrale Bank (de ECB wordt dan  het Single Supervisory Mechanism), zij het dat veel van de praktische controle aan de Nationale Banken gedelegeerd zou worden.  De ECB als ultieme toezichthouder op de banken van de eurozone is nochtans minder vanzelfsprekend dan de EU het voorstelt. Al wordt er steeds bijgevoegd dat er een strikte scheiding (een ‘Chinese Muur’) zal zijn tussen de monetaire rol van de ECB en die van toezichthouder, wie kan dit garanderen voor een instelling die alleen door zichzelf gecontroleerd wordt? Er kunnen ongetwijfeld belangenconflicten ontstaan tussen de twee functies. Stel je voor dat de ECB-toezichthouder een Franse  bank verplicht zijn blootstelling aan Italiaans schuldpapier te verminderen; dit zal onmiddellijk geïnterpreteerd worden als een statement van de ECB over de Italiaanse overheidsschuld, met alle gevolgen vandien. En wat te denken van de liaisons dangereuses, zoals het feit dat ECB-voorzitter Draghi van 2002 tot 2005 vice-voorzitter voor Europa was bij Goldman-Sachs?

Het is ook veel gemakkelijker om ronkende verklaringen af te leggen over een ‘ toezicht met tanden’, maar het is een ander paar wanten dit effectief waar te maken tegenover 6000 banken in de eurozone. Er is al geopperd dat de ECB alleen een dertigtal ‘ systeembanken’ direct zou controleren, en dat de rest hoofdzakelijk een nationale kwestie blijft zoals vandaag. Er is trouwens verzet vanuit de Duitse regering, die niet willen horen van toezicht op de Sparkassen van de Länder. Meer algemeen ziet Berlijn geen reden om spoed te zetten achter het eengemaakt bankentoezicht. Dit wordt ingekleed met het argument ‘beter degelijk dan snel’, maar dit lijkt vooral door tactische overwegingen[ii] ingegeven.

Dit alles betreft nog maar de organisatie van het toezicht. Maar waarop zal toegezien worden? Welke regels zullen gehanteerd worden? Het ziet er nu al naar uit dat het geen ‘regels met tanden’ worden, terwijl de uitdrukking ‘governance met tanden’ zo vaak viel bij het opleggen van de soberheidspolitiek. “De ECB mag de toepassing van de regels nog zo hard controleren, dat haalt niets uit tegen de achterpoortjes die met opzet in de regelgeving werden ingebouwd”, schrijft Corporate Europe Observer in haar studie Bij de bankenunie gaat het niet om veiliger banken.  De regels, dat is de Europese vertaling van het zgn. Basel III akkoord. Deskundigen hebben er geen  vertrouwen in dat de — zwaar door bankenlobbyisten beïnvloede – Basel-regels nieuwe crashes zullen kunnen vermijden [iii].  En er is in dat internationaal akkoord natuurlijk absoluut geen sprake van het promoten van openbare banken of het vlakaf begrenzen van de grootte van de banken om  te vermijden dat ze  too big to fail [iv] zouden worden.

Depositogaranties en crisisafwikkeling

Een depositogarantie is een waarborg op deposito’s (zicht- en spaarrekeningen) voor het geval een bank failliet gaat; in heel de EU bedraagt die doorgaans € 100.000. In principe moeten banken een premie betalen om een dergelijk garantiefonds te spijzen, maar het bevat doorgaans niet genoeg geld om een ernstige bankencrisis te doorstaan. Om het vertrouwen in het banksysteem  te ondersteunen, stellen staten zich borg voor het geval dat … Zeker na de aderlating van de publieke financiën door de recente bankencrisis is het duidelijk dat staten dergelijke garantie niet kunnen waarmaken. Het zou daarom logisch zijn om op zijn minst de nationale garantiefondsen te poolen, een voorstel dat ook op voorzichtige manier geformuleerd werd in Van Rompuy’s voorstellen van juni. De kans dat zoiets er komt is echter uiterst miniem; mieren zouden wel eens garant moeten staan voor krekels… ECB voorzitter Draghi zei dan ook begin november dat een financiële unie geen nood heeft aan dergelijke pooling.

Even weinig kans is er dat er een Europees crisisafwikkelingsfonds komt van enige betekenis. Wanneer een overheid geconfronteerd wordt met een zieltogende bank, kan het de belastingbetaler veel, heel veel geld kosten. De Dexia-affaire heeft dat in België duidelijk gemaakt, maar het fenomeen is universeel (USA, Ijsland, Ierland …)  Er wordt dan bv. een bad bank gemaakt, waarin alle rommel wordt gestopt waarvoor de overheid kan opdraaien; de betere stukken kunnen aan andere banken verkocht worden. Crisisafwikkeling is een miljardenzaak die al vlug de mogelijkheden van een land overstijgt. Het subsidiariteitsbeginsel zou dan zeggen dat het aangewezen is dat het probleem op Europese schaal aangepakt wordt. Als alle Europese banken bijdragen in één gemeenschappelijk fonds, kan crisisafwikkeling misschien een stuk minder traumatisch zijn. Maar ook dit zal blijkbaar niet verder komen dan het stadium van de blauwdrukken.

Democratische unie ?

In zijn voorstellen doet Van Rompuy meelijwekkende pogingen om een zekere democratische bekommernis te laten blijken. Verder dan  holle formules over ‘strong mechanisms for democratic legitimacy’, ‘renewed dialogue with social partners’  of  ‘adequate arrangements ensuring full democratic accountability’ komt hij niet. En als er verwezen wordt naar artikel 13 van het begrotingsbedrag, blijkt dat alleen te gaan over het beleggen van een conferentie met afgevaardigden uit nationale parlementen en europarlementairen.

Deze europarlementairen hebben zich er inderdaad over beklaagd dat ze nauwelijks betrokken worden in de neoliberale machtsgreep. Commissie, Europese raad, centrale bank, die steken maar de pluimen op hun hoed dat ze Europa aan het ombouwen zijn, zonder het Europees parlement erin te kennen! Als we een PR-bureau waren, zouden we Barroso en Van Rompuy aanraden die Europarlementsleden een ietsje meer te bevestigen in hun waan van belangrijkheid. Echte democratische bekommernis is er bij geen enkele van de grote politieke families, en hun fundamentele instemming [v] met het autoritair Europees economisch bestuur toont aan dat er van hen geen enkel gevaar uitgaat.

Voorlopig gaat er ook weinig gevaar uit van de arbeidersbeweging. De meeste van hun leiders geloven nog in de nationale business as usual, of hopen door wat bezwerende formules over ‘sociale dialoog’ en ‘respect voor de nationale geplogenheden’ de machtsgreep te kunnen tegenhouden. Een groeiend aantal syndicale en sociale militanten komt echter tot het inzicht dat dit alleen kan door opnieuw aan te knopen bij de strijdmethodes die historische successen opleverden: bewustmaking in de diepte, ideologische strijd, vertaling van de sociale strijd maar het politieke niveau, concrete eisen waarvan niet wordt afgeweken, stakingen, betogingen, bezettingen, werkerssolidariteit over de grenzen heen. De weg is moeilijk, vol hindernissen en gevaren


[i] Binnenkort wordt de  ‘2-pack’ goedgekeurd, en dan moeten de begrotingen door de Europese Commissie goedgekeurd worden vooraleer ze aan het nationaal parlement worden voorgelegd.

[ii] Er was bijvoorbeeld gezegd dat het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) rechtstreekse steun zou kunnen geven aan banken, zodra de bankenunie tot stand is gekomen. Spanje had daar vanaf het voorjaar 2012 sterk  op gerekend, maar moest toen horen dat die bankenunie toch niet zo vlug van stapel zou lopen… Er wordt ook algemeen van uitgegaan dat de Duitse Bondsdagverkiezingen van september 2013 een grote rol spelen bij de huidige opstelling van Merkel.

[iii] Zie bv. Third time’s the charm? , The Economist, 13 september 2010, en Basel III: business as usual for bankers, The Guardian, 6 juni 2011.

[iv] Too big to fail verwijst naar het risicogedrag van de grote banken, die er vanuit gaan dat ze door de overheid toch zullen gered worden in het geval het verkeerd gaat. Het faillissement van een grote bank kan een land immers volledig ontwrichten. Zie hierover het artikel van Peter Wahl, Liikanen report: half-hearted attempt to solve the ‘too big to fail’ problem.

[v] De Belgische christen-democratische europarlementaire Marianne Thyssen stelde een rapport op over de plannen van haar partijgenoot Van Rompuy. In de commissie economie en monetaire zaken van het Europees parlement werd dit rapport door  christen-democraten, liberalen, sociaal-democraten en groenen goedgekeurd. Er blijkt geen meningsverschil over de inhoud van de plannen, alleen voelen de europarlementsleden zich miskend in hun rol van medebeslissers.

Reacties plaatsen niet mogelijk