Facebook

Neen aan het Duitse model van sociale dumping

12 september 2011

door Geert Cool,  juli 2011

Verschenen op de website van Rood! Met dank voor de toelating tot overname.

De werkgevers en de traditionele politici staan te springen om het Duitse model van lage lonen en extreme flexibiliteit voor werkenden op te leggen. In eigen land werpen De Wever (N-VA), Alexander De Croo (Open-VLD) en Charles Michel (MR)[1] zich op als voortrekkers van de sociale dumping, op Europees vlak volgen alle traditionele partijen met hun voorstellen inzake economisch bestuur. Het resultaat van dit beleid in Duitsland werd door de bekende schrijver Günther Walraff samengevat: “We worden stilaan een onderontwikkeld land.”

De Wever stelde op een bijeenkomst van werkgevers begin juni: “Met een Vlaams front moet het mogelijk zijn hervormingen naar Duits model door te duwen.” Er wordt gedaan alsof het Duitse model een succesverhaal is dat voorspoed en vooruitgang brengt. Wat houdt dit model in?

Aanval op lonen

Bij het begin van deze eeuw werd een uitgebreid besparingsprogramma doorgevoerd in Duitsland: “Agenda 2010” met daaraan gekoppeld de Hartz-hervormingen. Met dit programma wilde kanselier Schröder (SPD) de economische problemen aanpakken door de werkenden en uitkeringstrekkers ervoor te laten betalen. stop_gross_roh

De werkloosheidsuitkering werd beperkt in de tijd om vervolgens vervangen te worden door een uitkering van amper 351 euro per maand. Daarnaast werden werklozen verplicht om gelijk welke job aan te nemen, waaronder een pak zogenaamde 1-euro-jobs waarbij de werkloosheidsuitkering van de werkende wordt aangevuld met 1 euro per uur.

Resultaat: een algemene neerwaartse spiraal voor de lonen. Tussen 2000 en 2009 gingen de reële lonen in Duitsland gemiddeld 4,5% achteruit.

Vandaag verdient 20% van de Duitse werknemers minder dan 10 euro per uur en 1,5 miljoen Duitsers moeten het met minder dan 5 euro per uur doen. Zo’n 6,5 miljoen mensen hebben een brutoloon van minder dan 1500 euro per maand. Tussen 2005 en 2009 nam het aantal personen met risico op armoede toe met 2.630.000, een stijging met 26,4%, tot 12,6 miljoen (of 15,3% van de bevolking). Het aantal werkende armen groeide aan van 4,8% tot 6,8%.

Armen armer, rijken rijker

Voor Pieter Timmermans van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) is dat geen probleem: Duitsland is geen “extreem geval”, de armoedegraad van 14,9% ligt er amper boven het gemiddelde van 14,6% in de eurozone. Hij noemt Duitsland “wel degelijk een goed voorbeeld”. Een snel stijgende armoede en steeds meer arme werkenden zijn blijkbaar ‘goed’ voor de werkgevers. Het Duitse model staat voor een grotere kloof tussen rijk en arm: in 2005 was het gemiddeld inkomen van de 20% rijkste Duitsers 3,9 keer zoveel als dat van de 20% armsten, in 2007 was dat al 4,8.

Dat voorbeeld wil De Wever ook bij ons volgen: “De sociale hervormingen waren er hard, maar werpen wel hun vruchten af. Dat moet hier ook gebeuren: besparen op de uitgaven en structureel hervormen. De Franstaligen willen dat niet, uit vrees voor een sociaal bloedbad. Dus moeten we een Vlaams front vormen”.

Misschien moeten De Wever en co zelf op een dieet van 364  euro per maand worden gezet tot ze een regering hebben gevormd, wedden dat het plots allemaal sneller zou gaan? Parlementsleden die zelf ruim 8.500 euro bruto per maand trekken (het brutojaarloon van een Kamerlid bedraagt 103.794 euro) weten niet wat het is om van een armzalige uitkering te moeten overleven.

Auteur Walraff vatte in een interview met De Standaard het asociale karakter van het Duitse model samen: “Men zegt dat de voorbije jaren in Duitsland twee miljoen nieuwe jobs zijn gecreëerd. Dat klopt. Maar men vergeet eraan toe te voegen dat slechts een kwart van die nieuwe arbeidsplaatsen een loon heeft dat voldoende is om van te leven. Er zijn 1,4 miljoen Duitse werknemers die wel werk hebben, maar niet genoeg verdienen om in hun basisonderhoud te voorzien. We spreken hier over jobs waarvoor 5 tot 8 euro per uur wordt betaald. Dan kom je aan een maandloon van zo’n 900 euro per maand.”

Collectief overleg bedreigd

Een onderdeel van de lage loonpolitiek en het opvoeren van het aantal onzekere en slecht betaalde jobs is het afbouwen van het collectief overleg. In het voormalige West-Duitsland viel in 2005 nog slechts 67% van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), tegenover 78% in 1998. In het vroegere Oost-Duitsland zakte dit percentage tot 53%.

Daarmee gepaard neemt de syndicalisatiegraad af: 21,2% in het westen en 17,8% in het oosten van Duitsland (tegenover respectievelijk 30,8% en 50,1% in 1990). Als de vakbonden de strijd tegen de opmars van het Duitse model van mini-jobs, lage lonen en sociale dumping, efficiënt willen voeren, moeten ze ook die werknemers organiseren en actief campagne voeren voor degelijke jobs voor jongeren.

Stop alle besparingen en sociale afbraak

In de plaats van de besparingslogica te aanvaarden (onder afgezwakte vorm), moeten de vakbonden aansluiting zoeken bij protest zoals dat van de Spaanse jongeren. Een deel van die jongeren ziet de vakbonden als onderdeel van het establishment. Ook in België voelen net de meest kwetsbare groepen zich – soms  terecht – niet vertegenwoordigd door de vakbonden. Dit is een waarschuwing voor strijdbare syndicalisten om op te komen voor sterke en democratisch georganiseerde vakbonden.

Daarnaast moeten we ook op politiek vlak het verzet tegen besparingen en sociale afbraak voeren. Met De Wever, De Croo en Michel  zullen we sneller tot een ‘onderontwikkeld land’ komen, terwijl de andere traditionele partijen het ritme van afbraak  enkel wat willen afzwakken. Maar ze zijn het wel allemaal eens over de richting waarin we moeten gaan.

Rood! is het daar niet mee eens en verzet zich resoluut tegen het besparingsbeleid en de aanhoudende uitholling van alle sociale verworvenheden.


[1] De Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) is een rechtse nationalistische partij in Vlaanderen, met Bart De Wever als boegbeeld. De partij behaalde 28% van de Vlaamse stemmen bij de federale verkiezingen van 13 juni 2010, en werd aldus de grootste partij. Ze vormt sindsdien de belangrijkste struikelsteen voor de vorming van een nieuwe regering in België.
Open-VLD is de liberale partij aan Vlaamse kant, MR aan franstalige kant.
{Noot toegevoegd door Ander Europa}

Neen aan het Duitse model van sociale dumping Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Geert Cool
vrijdag, 29 juli 2011 09:29

De werkgevers en de traditionele politici staan te springen om het Duitse model van lage lonen en extreme flexibiliteit voor werkenden op te leggen. In eigen land werpen De Wever (N-VA), Alexander De Croo (Open-VLD) en Charles Michel (MR) zich op als voortrekkers van de sociale dumping, op Europees vlak volgen alle traditionele partijen met hun voorstellen inzake economisch bestuur. Het resultaat van dit beleid in Duitsland werd door de bekende schrijver Günther Walraff samengevat: “We worden stilaan een onderontwikkeld land.”

De Wever stelde op een bijeenkomst van werkgevers begin juni: “Met een Vlaams front moet het mogelijk zijn hervormingen naar Duits model door te duwen.” Er wordt gedaan alsof het Duitse model een succesverhaal is dat voorspoed en vooruitgang brengt. Wat houdt dit model in?

Aanval op lonen

Bij het begin van deze eeuw werd een uitgebreid besparingsprogramma doorgevoerd in Duitsland: “Agenda 2010” met daaraan gekoppeld de Hartz-hervormingen. Met dit programma wilde kanselier Schröder (SPD) de economische problemen aanpakken door de werkenden en uitkeringstrekkers ervoor te laten betalen. stop_gross_roh

De werkloosheidsuitkering werd beperkt in de tijd om vervolgens vervangen te worden door een uitkering van amper 351 euro per maand. Daarnaast werden werklozen verplicht om gelijk welke job aan te nemen, waaronder een pak zogenaamde 1-euro-jobs waarbij de werkloosheidsuitkering van de werkende wordt aangevuld met 1 euro per uur.

Resultaat: een algemene neerwaartse spiraal voor de lonen. Tussen 2000 en 2009 gingen de reële lonen in Duitsland gemiddeld 4,5% achteruit.

Vandaag verdient 20% van de Duitse werknemers minder dan 10 euro per uur en 1,5 miljoen Duitsers moeten het met minder dan 5 euro per uur doen. Zo’n 6,5 miljoen mensen hebben een brutoloon van minder dan 1500 euro per maand. Tussen 2005 en 2009 nam het aantal personen met risico op armoede toe met 2.630.000, een stijging met 26,4%, tot 12,6 miljoen (of 15,3% van de bevolking). Het aantal werkende armen groeide aan van 4,8% tot 6,8%.

Armen armer, rijken rijker

Voor Pieter Timmermans van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) is dat geen probleem: Duitsland is geen “extreem geval”, de armoedegraad van 14,9% ligt er amper boven het gemiddelde van 14,6% in de eurozone. Hij noemt Duitsland “wel degelijk een goed voorbeeld”. Een snel stijgende armoede en steeds meer arme werkenden zijn blijkbaar ‘goed’ voor de werkgevers. Het Duitse model staat voor een grotere kloof tussen rijk en arm: in 2005 was het gemiddeld inkomen van de 20% rijkste Duitsers 3,9 keer zoveel als dat van de 20% armsten, in 2007 was dat al 4,8.

Dat voorbeeld wil De Wever ook bij ons volgen: “De sociale hervormingen waren er hard, maar werpen wel hun vruchten af. Dat moet hier ook gebeuren: besparen op de uitgaven en structureel hervormen. De Franstaligen willen dat niet, uit vrees voor een sociaal bloedbad. Dus moeten we een Vlaams front vormen”.

Misschien moeten De Wever en co zelf op een dieet van 364  euro per maand worden gezet tot ze een regering hebben gevormd, wedden dat het plots allemaal sneller zou gaan? Parlementsleden die zelf ruim 8.500 euro bruto per maand trekken (het brutojaarloon van een Kamerlid bedraagt 103.794 euro) weten niet wat het is om van een armzalige uitkering te moeten overleven.

Auteur Walraff vatte in een interview met De Standaard het asociale karakter van het Duitse model samen: “Men zegt dat de voorbije jaren in Duitsland twee miljoen nieuwe jobs zijn gecreëerd. Dat klopt. Maar men vergeet eraan toe te voegen dat slechts een kwart van die nieuwe arbeidsplaatsen een loon heeft dat voldoende is om van te leven. Er zijn 1,4 miljoen Duitse werknemers die wel werk hebben, maar niet genoeg verdienen om in hun basisonderhoud te voorzien. We spreken hier over jobs waarvoor 5 tot 8 euro per uur wordt betaald. Dan kom je aan een maandloon van zo’n 900 euro per maand.”

Collectief overleg bedreigd

Een onderdeel van de lage loonpolitiek en het opvoeren van het aantal onzekere en slecht betaalde jobs is het afbouwen van het collectief overleg. In het voormalige West-Duitsland viel in 2005 nog slechts 67% van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), tegenover 78% in 1998. In het vroegere Oost-Duitsland zakte dit percentage tot 53%.

Daarmee gepaard neemt de syndicalisatiegraad af: 21,2% in het westen en 17,8% in het oosten van Duitsland (tegenover respectievelijk 30,8% en 50,1% in 1990). Als de vakbonden de strijd tegen de opmars van het Duitse model van mini-jobs, lage lonen en sociale dumping, efficiënt willen voeren, moeten ze ook die werknemers organiseren en actief campagne voeren voor degelijke jobs voor jongeren.

Stop alle besparingen en sociale afbraak

In de plaats van de besparingslogica te aanvaarden (onder afgezwakte vorm), moeten de vakbonden aansluiting zoeken bij protest zoals dat van de Spaanse jongeren. Een deel van die jongeren ziet de vakbonden als onderdeel van het establishment. Ook in België voelen net de meest kwetsbare groepen zich – soms  terecht – niet vertegenwoordigd door de vakbonden. Dit is een waarschuwing voor strijdbare syndicalisten om op te komen voor sterke en democratisch georganiseerde vakbonden.

Daarnaast moeten we ook op politiek vlak het verzet tegen besparingen en sociale afbraak voeren. Met De Wever, De Croo en Michel  zullen we sneller tot een ‘onderontwikkeld land’ komen, terwijl de andere traditionele partijen het ritme van afbraak  enkel wat willen afzwakken. Maar ze zijn het wel allemaal eens over de richting waarin we moeten gaan.

Rood! is het daar niet mee eens en verzet zich resoluut tegen het besparingsbeleid en de aanhoudende uitholling van alle sociale verworvenheden.

De werkgevers en de traditionele politici staan te springen om het Duitse model van lage lonen en extreme flexibiliteit voor werkenden op te leggen. In eigen land werpen De Wever (N-VA), Alexander De Croo (Open-VLD) en Charles Michel (MR) zich op als voortrekkers van de sociale dumping, op Europees vlak volgen alle traditionele partijen met hun voorstellen inzake economisch bestuur. Het resultaat van dit beleid in Duitsland werd door de bekende schrijver Günther Walraff samengevat: “We worden stilaan een onderontwikkeld land.”

 

De Wever stelde op een bijeenkomst van werkgevers begin juni: “Met een Vlaams front moet het mogelijk zijn hervormingen naar Duits model door te duwen.” Er wordt gedaan alsof het Duitse model een succesverhaal is dat voorspoed en vooruitgang brengt. Wat houdt dit model in?

 

Aanval op lonen

 

Bij het begin van deze eeuw werd een uitgebreid besparingsprogramma doorgevoerd in Duitsland: “Agenda 2010” met daaraan gekoppeld de Hartz-hervormingen. Met dit programma wilde kanselier Schröder (SPD) de economische problemen aanpakken door de werkenden en uitkeringstrekkers ervoor te laten betalen. stop_gross_roh

 

De werkloosheidsuitkering werd beperkt in de tijd om vervolgens vervangen te worden door een uitkering van amper 351 euro per maand. Daarnaast werden werklozen verplicht om gelijk welke job aan te nemen, waaronder een pak zogenaamde 1-euro-jobs waarbij de werkloosheidsuitkering van de werkende wordt aangevuld met 1 euro per uur.

 

Resultaat: een algemene neerwaartse spiraal voor de lonen. Tussen 2000 en 2009 gingen de reële lonen in Duitsland gemiddeld 4,5% achteruit.

 

Vandaag verdient 20% van de Duitse werknemers minder dan 10 euro per uur en 1,5 miljoen Duitsers moeten het met minder dan 5 euro per uur doen. Zo’n 6,5 miljoen mensen hebben een brutoloon van minder dan 1500 euro per maand. Tussen 2005 en 2009 nam het aantal personen met risico op armoede toe met 2.630.000, een stijging met 26,4%, tot 12,6 miljoen (of 15,3% van de bevolking). Het aantal werkende armen groeide aan van 4,8% tot 6,8%.

 

Armen armer, rijken rijker

 

Voor Pieter Timmermans van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) is dat geen probleem: Duitsland is geen “extreem geval”, de armoedegraad van 14,9% ligt er amper boven het gemiddelde van 14,6% in de eurozone. Hij noemt Duitsland “wel degelijk een goed voorbeeld”. Een snel stijgende armoede en steeds meer arme werkenden zijn blijkbaar ‘goed’ voor de werkgevers. Het Duitse model staat voor een grotere kloof tussen rijk en arm: in 2005 was het gemiddeld inkomen van de 20% rijkste Duitsers 3,9 keer zoveel als dat van de 20% armsten, in 2007 was dat al 4,8.

 

Dat voorbeeld wil De Wever ook bij ons volgen: “De sociale hervormingen waren er hard, maar werpen wel hun vruchten af. Dat moet hier ook gebeuren: besparen op de uitgaven en structureel hervormen. De Franstaligen willen dat niet, uit vrees voor een sociaal bloedbad. Dus moeten we een Vlaams front vormen”.

 

Misschien moeten De Wever en co zelf op een dieet van 364 euro per maand worden gezet tot ze een regering hebben gevormd, wedden dat het plots allemaal sneller zou gaan? Parlementsleden die zelf ruim 8.500 euro bruto per maand trekken (het brutojaarloon van een Kamerlid bedraagt 103.794 euro) weten niet wat het is om van een armzalige uitkering te moeten overleven.

 

Auteur Walraff vatte in een interview met De Standaard het asociale karakter van het Duitse model samen: “Men zegt dat de voorbije jaren in Duitsland twee miljoen nieuwe jobs zijn gecreëerd. Dat klopt. Maar men vergeet eraan toe te voegen dat slechts een kwart van die nieuwe arbeidsplaatsen een loon heeft dat voldoende is om van te leven. Er zijn 1,4 miljoen Duitse werknemers die wel werk hebben, maar niet genoeg verdienen om in hun basisonderhoud te voorzien. We spreken hier over jobs waarvoor 5 tot 8 euro per uur wordt betaald. Dan kom je aan een maandloon van zo’n 900 euro per maand.”

 

Collectief overleg bedreigd

 

Een onderdeel van de lage loonpolitiek en het opvoeren van het aantal onzekere en slecht betaalde jobs is het afbouwen van het collectief overleg. In het voormalige West-Duitsland viel in 2005 nog slechts 67% van de werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), tegenover 78% in 1998. In het vroegere Oost-Duitsland zakte dit percentage tot 53%.

 

Daarmee gepaard neemt de syndicalisatiegraad af: 21,2% in het westen en 17,8% in het oosten van Duitsland (tegenover respectievelijk 30,8% en 50,1% in 1990). Als de vakbonden de strijd tegen de opmars van het Duitse model van mini-jobs, lage lonen en sociale dumping, efficiënt willen voeren, moeten ze ook die werknemers organiseren en actief campagne voeren voor degelijke jobs voor jongeren.

 

Stop alle besparingen en sociale afbraak

 

In de plaats van de besparingslogica te aanvaarden (onder afgezwakte vorm), moeten de vakbonden aansluiting zoeken bij protest zoals dat van de Spaanse jongeren. Een deel van die jongeren ziet de vakbonden als onderdeel van het establishment. Ook in België voelen net de meest kwetsbare groepen zich – soms terecht – niet vertegenwoordigd door de vakbonden. Dit is een waarschuwing voor strijdbare syndicalisten om op te komen voor sterke en democratisch georganiseerde vakbonden.

 

Daarnaast moeten we ook op politiek vlak het verzet tegen besparingen en sociale afbraak voeren. Met De Wever, De Croo en Michel zullen we sneller tot een ‘onderontwikkeld land’ komen, terwijl de andere traditionele partijen het ritme van afbraak enkel wat willen afzwakken. Maar ze zijn het wel allemaal eens over de richting waarin we moeten gaan.

 

Rood! is het daar niet mee eens en verzet zich resoluut tegen het besparingsbeleid en de aanhoudende uitholling van alle sociale verworvenheden.

Reacties plaatsen niet mogelijk