Facebook

“One wedding and three funerals” voor sociaal Europa DEEL 1 – De terugkeer van Sociaal Europa

25 maart 2013

door Ronald Janssen (*)

verschenen op 19 maart 2013 in Social Europe Journal
Nederlandse vertaling: Ander Europa

  (Dit is de eerste bijdrage in een serie van drie artikels door Ronald Janssen over het stappenplan naar een Economische Unie,  en de sociale dimensie ervan.  )

In de komende weken zullen Europese politici een stappenplan opstellen om een ‘echte’ en sterkere Economische Unie te maken. De sociale dimensie, waaronder ook de sociale dialoog, is een van de vier hoofdstukken in dit stappenplan.

Meer uitleg over dit vierpuntenplan vinden we in een brief van de eerste februari van de voorzitter van de Europese Raad [i] gericht aan het Ierse voorzitterschap. Het aanhangsel aan deze brief steekt de loftrompet over de sociale dimensie, en noemt het Europees sociaal contract een deel van ons globaal concurrentievoordeel en het cement voor politieke stabiliteit.

Dit klinkt veelbelovend. Het lijkt alsof de Europese politieke leiders na een desastreuze soberheids- en dereguleringskoers nu hoogst bezorgd zijn over stijgende werkloosheid, toenemende armoede en politieke instabiliteit die daarmee gepaard gaat.

Maar wat staat er dan in de drie andere hoofdstukken van dit stappenplan naar een economische unie?

Op dit vlak leert een nadere blik op de brief en het discussiedocument van de voorzitter nogal snel dat het helemaal niet de bedoeling is een andere richting in te slaan voor het economisch beleid. Integendeel, de bedoeling is het systeem van Europees economisch bestuur nog steviger te maken dan het al is. Nieuwe en nog krachtigere instrumenten van ‘economisch folteren’ moeten ontworpen worden om zo de lidstaten te dwingen verder te gaan op de weg van deregulering van de arbeidsmarkten en inkrimping van de lonen.

Ex ante [ii]coördinatie van de structurele hervormingen

Het eerste voorstel bestaat erin elk nationaal plan om de arbeids-en productmarkten te hervormen te bediscussiëren en te evalueren nog voor het wordt aangenomen door een nationale regering. Op zichzelf zou een dergelijke coördinatie van structurele hervormingen op een hoger Europees vlak zin kunnen hebben. Per slot van rekening leert de eurocrisis ons dat een monetaire unie waar de ene hoofdrolspelers een beleid voeren van neergaande lonen terwijl anderen hun schulden zien omhoogschieten, recht naar de mislukking leidt.

Maar uit de brief aan het Iers voorzitterschap wordt het onmiddellijk duidelijk dat de Europese politici alleen geïnteresseerd zijn in een welbepaald soort structurele hervorming, namelijk die welke de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verhoogt. Eens te meer is het idee dat, aangezien leden van een monetaire unie niet langer hun nationale munt kunnen devalueren, hun arbeidsmarkten dan maar moeten flexibel zijn en vlot in staat grote loonsverminderingen te ondergaan en aantastingen van andere werkvoorwaarden, om op die manier weerstand te bieden aan negatieve economische schokken.

Er blijkt absoluut geen belangstelling te bestaan voor het coördineren van structurele hervormingen om zo de lidstaten van de monetaire unie te beletten een ‘beggar-thy-neighbour’-politiek [iii] te voeren. Integendeel, het soort coördinatie dat voorzitter Van Rompuy voor ogen heeft zou beleidsinitiatieven zoals Duitsland ze nam in het begin van de jaren 2000 op applaus onthalen. In die periode dreigde de aan de macht zijnde regering ermee tussen te komen in de sectoriële loononderhandelingen als de vakbonden loonflexibilisering zouden verwerpen door op bedrijfsvlak loonsverlagingen te weigeren. Dit leidde tot een decennium van stagnering van de lonen en stijgende ongelijkheid. Op zijn beurt destabiliseerde dit op fundamentele wijze de eenheidsmunt.

Contractuele overeenkomsten voor groei en competitiviteit

Het tweede voorstel bestaat erin de lidstaten contracten te laten aangaan met de Europese Commissie over de structurele hervormingen die ze verwacht worden door te voeren. Daarover stelt de tekst van de Europese voorzitter expliciet dat het de bedoeling is verder te bouwen op het recent ingevoerde systeem van economisch bestuur, dat aan de Commissie toelaat financiële boetes op te leggen aan de lidstaten die er niet in slagen of weigeren hervormingen door te voeren die de Commissie voorschrijft.

Met andere woorden zullen de contractuele overeenkomsten de Commissie nog meer macht toekennen om structurele hervormingen op te leggen. Inderdaad, indien een lidstaat niet slaagt in de structurele hervorming die de Commissie wil, komt hij zijn deel van het contract niet na, en zoals bij elk contract zouden daar gevolgen aan verbonden zijn in de vorm van boetes en/of het blokkeren van de toegang tot Europese fondsen.

Men moet zich ook niet de minste begoocheling maken over het soort hervormingen dat de voorzitter voor ogen heeft. Eens te meer ligt de nadruk op het verhogen van de competitiviteit door het aanpakken van ‘ belemmeringen binnen de sectoren’ (impliciete verwijzing naar de loononderhandelingen per sector?) en ‘ institutionele belemmeringen’ (verwijzing naar de nationale minimumlonen of systemen van wettelijke bekrachtiging van collectief afgesproken lonen?).

Bij andere gelegenheden hebben politici dit soort contractuele overeenkomsten gepromoveerd als een manier ter verspreiding binnen de hele eurozone van de structurele aanpassingsprogramma’s die nu door de trojka opgelegd worden aan landen met financiële problemen. Als dat het geval was zouden inleveringen op de minimumlonen, op de lonen in de openbare sector, en alle soorten hervormingen die vakbonden en werkers in een zwakkere onderhandelingspositie duwen, de orde van de dag worden binnen de hele eurozone.

Een mechanisme voor perverse solidariteit

Het derde economisch foltertuig dat in de tekst van Van Rompuy wordt voorgesteld krijgt, ironisch genoeg, de naam ‘ mechanisme voor solidariteit’. Ter compensatie voor het feit dat structurele hervormingen economische en sociale kosten meebrengen, zou een Europees fonds een aantal van deze kosten tijdelijk dekken. Lidstaten die zouden ingaan op de hoger beschreven contractuele overeenkomsten, en de structurele hervormingen doorvoeren die de Commissie wil, zouden extra geld krijgen. Europa zou met andere woorden structurele hervormingen subsidiëren zoals bijvoorbeeld het privatiseren van openbare pensioenstelsels, het verlagen van minimumlonen en weddes in de publieke sector, het verzwakken van het collectief loonoverleg en de deregulering van de arbeidswetgeving.

Dat is wel een heel speciale opvatting over solidariteit. Het is de solidariteit van de zwakken met de sterken. Werknemers in een verzwakte economie zullen het slachtoffer zijn van de sociale gevolgen van deregulering. Werknemers in een vlot draaiende economie zullen geconfronteerd worden met de gevolgen van loonconcurrentie terwijl ze bijdragen tot een pan-Europees fonds dat net deze loonconcurrentie promoveert. De grote winnaars van deze georganiseerde neerwaartse spiraal zullen het management en de kapitaalbezitters zijn, die de inkrimping van de lonen zullen gebruiken om winsten, dividenden en bonussen aan te dikken.

De sociale dimensie als rookgordijn

Het stappenplan naar een Economische Unie van de Europese voorzitter belooft de werkers en vakbonden een sociale dimensie.

Maar als we het stappenplan in zijn geheel bekijken, is het moeilijk te ontkomen aan de conclusie dat er gevaar schuilt achter dit vernieuwd sociaal taalgebruik. Terwijl vakbonden en werknemers zoet worden gehouden met mooie praatjes en beloftes om de sociale dialoog en de sociale cohesie op te krikken, is de werkelijke agenda van dit stappenplan een grote  sprong voorwaarts te maken in de richting van verminderde werknemersrechten en verzwakking van regelingen op de arbeidsmarkt die de werknemers beschermen tegen neerwaartse flexibiliteit. Als men in die richting verder gaat, zullen de vakbonden zich geconfronteerd zien met een Economische Unie waar de markt vrij spel heeft en ondernemers zich niet veel zorgen moeten maken om werknemersrechten en vakbonden. Men kan moeilijk inzien hoe dit te rijmen valt met de belofte van een eenheidsmunt met een sterke sociale dimensie.



(*) Ronald Janssen is economisch adviseur werkzaam bij de Europese vakbeweging in Brussel.

Over de voorstelling van Van Rompuys stappenplan op de top van december 2012, zie op deze site het artikel Naar een echte economische en monetaire dictatuur.

[i] Herman Van Rompuy [Noot van de vertaler]

[ii] Ex ante betekent ‘vooraf’, voorafgaand aan de doorvoering van iets. Het tegengestelde is ex post, na de doorvoering. [Noot van de vertaler]

[iii] Met een ‘beggar -thy-neighbour’-politiek wordt een beleid bedoeld dat probeert de (economische ) problemen van een land op te lossen door ze af te wentelen op een ander. [Noot van de vertaler]

Reacties plaatsen niet mogelijk