Facebook

Retweeted EL4C (@EL4JC):

Are you wondering why those Confederate statues crumple like cheap plastic? t.co/5YDEyoP192
... See MoreSee Less

“The truth behind most of the Confederate monuments being torn down tells an even larger story than you'd realize — @JackSmithIV explains. t.co/Ppu2ojdO71

View on Facebook

Retweeted Miguel Urbán Crespo (@MiguelUrban):

Anoche llegamos a #Malta para apoyar a las ONGs de rescate ante el acoso y criminalización por testigos incómodos #DefenderAQuienDefiende t.co/Wdx0uxyKRj
... See MoreSee Less

View on Facebook

Opgejaagd Europees parlement?

3 juni 2011

door Herman Michiel (Ander Europa), mei 2011

 

De petitie van de Europese Attacs (www.oureurope.org) is één van de zeer weinige grensoverschrijdende initiatieven tegen de geplande Europese ‘economic governance’; als Ander Europa proberen we zoveel mogelijk bij te dragen tot het succes ervan. Tekenen en verspreiden dus!

Dat hoeft niet te betekenen dat je het voor 100% met de argumentatie eens bent. Zo wordt gesteld:

“De Europese Commissie en de ministers van financiën hebben een heel jaar achter gesloten deuren de wetsvoorstellen besproken en zij proberen thans het Europese Parlement een tijdschema op te leggen dat onaanvaardbaar is voor correcte democratische procedures.”

Mijns inziens moet men deze uitleg beschouwen als een gebaar van goodwill naar de parlementsleden toe, een captatio benevolentiae, eerder dan een realiteit. Met andere woorden, het beeld van een opgejaagd parlement dat met het mes op de keel verplicht is te stemmen over teksten die het nauwelijks kent,  klopt niet.

Het zou goed kunnen dat de teksten (we hebben het over het zgn. ‘sixpack’) i.v.m. het economisch bestuur  maar bij een deel van de 736 europarlementairen goed bekend zijn. Maar dat is dan hun eigen verantwoordelijkheid, de wetsvoorstellen van de Europese Commissie zijn publiek sinds oktober 2010. Nu is een (euro-)parlementair ook maar een mens, en hij/zij kan niet de honderden voorstellen die jaarlijks voorgelegd worden, alle even goed kennen (al zou een goede parlementair wel hoofd- van bijzaak moeten kunnen onderscheiden, en in het geval van het sixpack doorhebben dat het hier om een ‘silent revolution ‘ gaat, om de woorden van commissievoorzitter Barroso te gebruiken) . Daarom wordt elk voorstel in de daartoe geëigende commissie voorbereid, in het geval van het sixpack in de commissie ECON, ‘economische en monetaire zaken’. De verschillende politieke fracties hebben er hun vertegenwoordigers, bereiden amendementen voor, raadplegen en informeren hun fractie wanneer ze het nuttig achten en stellen een rapport op.

Uit de verslagen blijkt dat de ECON-commissie een eerste gedachtenwisseling had op 26 oktober 2010; de socialistische rapporteur Ferreira bv. had een eerste rapportversie voor de haar toevertrouwde tekst [2010/0281(COD)] klaar op 12 januari 2011. (Het gaat in dit geval om één van de twee verordeningen over macroeconomisch toezicht, waar zowat het hele sociaal-economische beslissingsveld in betrokken is.) Er is nog heel wat amenderingswerk geweest, dergelijk commissiewerk zal grote inspanningen vergen, maar tussen 12 januari en 19 april, de dag dat de commissie ECON stemde over de voorgestelde rapporten, liggen drie maanden. Het lijkt me niet onmogelijk om fracties, partijen, vakbonden, kiezers te informeren en te polsen, als men dat wil natuurlijk.

Hadden de ministers van financiën een maandenlange voorsprong, om de wetsvoorstellen achter gesloten deuren te bedisselen? Het is ongetwijfeld juist dat over het sixpack-voorstel  de Commissie eerst afstemde met de regeringen, zeker die van het kern-Europa. Dat is steeds het geval bij belangrijke aangelegenheden. Maar dat betekent niet dat de parlementsleden begin oktober 2010 totaal uit de lucht vielen als ze de teksten inkeken. De meeste behoren politiek tot de parlementaire meerderheid in hun land; de premier of de minister van financiën zijn gewoon partijgenoten. Voor de anderen, die nationaal tot de oppositie behoren,  zou het kunnen dat ze minder vlug  kladversies konden inzien, maar ook zij kenden al vóór  de officiële bekendmaking de globale oriëntatie van het ‘sixpack’. Getuige daarvan bv. het overleg met Commissaris Rehn op 16 september 2010; Rehn daagt de commissie ECON uit om vóór de zomer 2011 klaar te zijn. De commissie beantwoordde die oproep positief, d.w.z. ze zou de “fast track procedure” gebruiken, waarbij het parlement afziet van het recht op een tweede lezing. En inderdaad, de commissie ECON stemde op 19 april 2011 zélf  voor een vlugge afhandeling.

Klopt toch niet, zullen sommigen zeggen, er was op 27 april ll. zelfs een brief  van sociaal-democraten, groenen en radicaal-links aan Jerzy Buzek,  voorzitter van het Europees Parlement, waarbij ze aandrongen op minder haast in de afhandeling van de stemming.
Dit is maar een zeer gedeeltelijke weerlegging. Wie deze brief leest, zal merken dat men het alleen heeft over één van de 6 wetsvoorstellen, dat met rapporteur Wortman-Kool. Niet toevallig is dit de enige van de zes teksten waar sociaal-democraten en groenen samen met Unitair Europees  Links (de enige fractie die  zoals bekend het 6pack over de hele lijn verwierp en systematisch tegen de snelle procedure stemde) de snelle procedure verwierpen.

Conclusie: de commissie economie en financiën (ECON)  van het Europees Parlement heeft  zelf voor de snelle procedure gekozen, in de meeste gevallen met instemming van groenen en sociaal-democraten. Het argument als zou het Europees Parlement de wetsvoorstellen i.v.m. de ‘economic governance’ straks onder tijdsdruk goedkeuren, klopt dus niet.

Deze precisering is niet zonder belang. Sommige progressieven zien het rechtse beleid  in de Europese Unie soms te eenzijdig als een gevolg van een ongelijke strijd tussen de Raad en de Commissie enerzijds, het  Parlement anderzijds. Van de drie is het Parlement het enige verkozen lichaam, het geniet daarom onze sympathie en staat in zekere zin garant voor democratische, dus “goede” beslissingen. Dergelijke redenering is volledig in unisono met de opvatting die in en over het Europees Parlement zelf heerst, nl. dat er steeds allianties moeten gevonden worden om het tegen Raad en/of Commissie te kunnen halen. De werkelijke democratische strijd tussen verschillende visies verwordt daardoor tot een strijd tussen instituties.

Ook dàt verklaart waarom in de Europese Unie, nog meer dan in de nationale politiek, een strijd tussen zwart en wit, tussen rood en blauw, verwaterd is tot  een strijd tussen twee varianten van grijs, dus tot de afwezigheid van strijd en democratie.

Reacties plaatsen niet mogelijk