Facebook

Paaseieren zoeken in het Catshuis

7 maart 2012

door Willem Bos, 7 maart 2012

(dit artikel verscheen ook in Grenzeloos)

In het Catshuis [voor de Vlaamse lezers: dit is de ambtswoning van de Nederlandse minister-president] zijn de regeringspartijen en de gedoogpartner [de PVV van Wilders] aan het paaseieren zoeken. Ze hopen voor maar liefst zestien miljard aan eitjes te vinden. Maar terwijl ze op hun knieën door het pand kruipen om in alle hoeken en gaten eitjes te verzamelen zien ze een paar gigantische bergen eieren over het hoofd.

Bij ongewijzigd beleid hebben we volgens de berekeningen van het Centaal Planbureau in Nederland dit jaar te makken met een begrotingstekort van vier en een half procent. Dat is anderhalf keer hoger dan de drie procent die in Europa is afgesproken en waarvoor de Nederlandse regering zich hard heeft gemaakt.
De oorsprong van dit tekort is duidelijk. Om de financiële crisis, die in 2008 van de VS oversloeg naar Europa, te bezweren werden er tientallen miljarden besteed om de banken en andere financiële instellingen overeind te houden. Dat sloeg een flink gat in de overheidsfinanciën. Toen de financiële crisis zich ook tot een economische crisis ontwikkelde liepen de belastinginkomsten terug terwijl de kosten voor sociale zekerheid (uitkeringen) opliepen. Vervolgens koos de regering Rutte voor een fors bezuinigingsprogramma, waardoor de economie verder inzakte. Voor die aanpak krijgen we nu de rekening gepresenteerd.

Uitgaven en inkomsten

Politici – en anderen die duidelijk willen maken dat drastische bezuinigingen ‘echt’ noodzakelijk zijn -vergelijken de overheidsfinanciën graag met een huishoudboekje. Die vergelijking gaat mank omdat bij een gezin de inkomsten over het algemeen betrekkelijk vast liggen en het huishoudboekje alleen kloppend kan worden gemaakt door de uitgaven aan de inkomsten aan te passen. Bij de overheid ligt dat anders. In tegenstelling tot een huisgezin kan de overheid zelf in sterke mate bepalen hoeveel inkomsten ze krijgt. Zij stelt immers zelf de tarieven van de belastingen vast.
Maar over belastingen praten is nu juist het grote taboe. ‘Wij willen absoluut niet dat de lasten voor de bedrijven en de burgers omhoog gaan’, zegt VVD-er Blok dan en kijkt met een ijzige blik in de camera. ‘Nee, dat wil ik ook niet’, denkt de burger thuis die zich toch al zo belast voelt, en het onderwerp is weer van tafel. En als er al eens een suggestie wordt gedaan voor verhoging van belastingen dan gaat het over verhoging van de BTW, de belasting op alledaagse producten waardoor de minst draagkrachtigen het sterkst worden getroffen. Nee meer belasting betalen willen we geen van allen… Dus moet het huishoudboekje van de overheid op orde gebracht worden door het geld te halen bij de gehandicapten, de scholieren en studenten, de ouderen en door te korten op de lonen en het aantal ambtenaren en het snijden in ontwikkelingssamenwerking. Kortom door het af te pakken van die groepen die in het overleg in het Catshuis niet vertegenwoordigd zijn.
Het gevolg van de bezuinigingsoperatie die nu in het Catshuis wordt voorbereid zal zijn dat de economie nog verder in het slop raakt. Zelfs het IMF, het CPB en vele anderen zien dat in en waarschuwen er voor. Waarom wordt er door Rutte en Verhagen en als puntje bij paaltje komt ook Wilders toch voor een dergelijke aanpak gekozen? Omdat er grote economische en politieke belangen op het spel staan.

De inkomstenkant

Als we in tegenstelling tot de onderhandelaars wel even kijken wat er aan de inkomstenkant te halen valt dan levert dat een rooskleurig beeld op. De grote Nederlandse bedrijven doen het goed. De Koninklijke Shell is de grootste winstmaker en maakte (dankzij de stijging van de olieprijzen) het afgelopen jaar een winst van 24 miljard. Ook met de vermogende particulieren in Nederland gaat het meer dan goed. Ondanks de crisis daalde het totale vermogen van de 10% meest vermogende Nederlanders van 2008 tot 2011 met minder dan 1% en de verdeling van het vermogen werd in die periode nog een stuk schever dan het voor de crisis was, zo berekende SP senator en hoofddocent economie aan de UvA Geert Reuten op basis van gegevens van het CBS. Het totale vermogen van de rijkste tien procent van de Nederlanders bedraagt volgens deze cijfers nu € 731 miljard tegen € 737 miljard voor het begin van de crisis. (Het in Zwitserland en elders gestald ‘zwarte’ vermogen zit hier natuurlijk nog niet bij). Als we dit vermogen vergelijken met de alom als ‘gigantisch’ omschreven bezuinigingsoperatie van 16 miljard dan zien we dat in principe een eenmalige belasting van 2,2% op het vermogen van de allerrijksten voldoende is om dit hele bedrag op te hoesten. En met een kleine afronding naar boven tot 3% zijn ook de huidige korting op de uitkeringen, het onderwijs, cultuur en milieu niet nodig.
Die grote vermogens zijn de afgelopen decennia (tot 2008) zo enorm gegroeid omdat de bezitters of opbouwers ervan op allerlei wijze gefaciliteerd werden, onder andere door belastingverlaging. De vennootschapsbelasting werd verlaagd, de vermogensbelasting vervangen door een vermogensrendementsheffing en door het vrijgeven van het internationale kapitaalsverkeer werd de mogelijkheid voor legale en illegale belastingontduiking enorm vergroot.
Ook in de inkomenssfeer hebben de rijken de afgelopen periode enorm geprofiteerd van belastingverlaging. Terwijl de topinkomens stegen werd in 1990 door minister Kok (financiën, PvdA) de hoogste schijf van de inkomstenbelasting verlaagd van 72% naar 52%.

Een zegen voor de economie

Er wordt nu door sommigen gedaan alsof hogere belastingen voor de rijken tot een economische ramp zal leiden. Het tegendeel is waar. Het belasten van winsten en vermogens zal leiden tot een vermindering van het voor speculatie beschikbare kapitaal, terwijl het de koopkracht niet of nauwelijks aan zal tasten. De rijkste 10 procent van de bevolking geeft immers maar een klein deel van haar inkomsten uit aan consumptiegoederen, die gebruikt haar (extra) geld vooral om er nog meer geld mee te verdienen. Als dergelijke maatregelen gepaard gaan met een koopkrachtverbetering van de armste tien procent van de bevolking worden de binnenlandse bestedingen en daarmee de economie zelf flink gestimuleerd. De armste 10 procent van de bevolking geeft immers wel een heel groot deel van haar inkomen uit aan consumptiegoederen.

Als een dergelijke politiek in alle Noord-Europese landen wordt doorgezet zou dat ook de Zuid- Europese landen helpen er weer bovenop te komen. Met een stijging van de lonen in landen als Nederland en Duitsland wordt de economie van de zuidelijke landen weer meer concurrerend.
Waarom komt een dergelijke aanpak in het Catshuis toch niet aan de orde? In de eerste plaats natuurlijk omdat het botst met de belangen van degenen die het in Nederland voor het zeggen hebben. De bezitters van grote vermogens zitten er niet om te springen om daar een deeltje van af te staan voor het algemeen belang. En ook de Shell’s van deze wereld zien er geen heil in om iets van hun winst in te leveren. Maar minstens even belangrijk lijkt mij het politieke belang. In het Catshuis heeft men er – net als in Brussel, Washington en elders – al lang voor gekozen om deze crisis niet aan te pakken door af te wijken van de neoliberale heilsleer, maar door die juist versterkt door te voeren. Niet het geld halen, maar het geld brengen waar het zit is het devies, gedachtig Matteüs 25:29: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.” . Ook een kleine wijziging in deze koers zou maar tot wankelmoedigheid leiden en vooral zou het er toe kunnen leiden dat onder de bevolking het inzicht versterkt wordt dat er een andere weg mogelijk is. En dat wil men tot iedere prijs vorkomen. Vandaar dat men de komende tijd in het Catshuis overal op zoek is naar paaseieren, maar de gigantische bergen gouden eieren elders buiten beschouwing laat.

Reacties plaatsen niet mogelijk