Facebook

SP lijsttrekker Dennis de Jong over de Europese kiescampagne 2009

27 juli 2011

door Willem Bos,  juni 2009

De Socialistische Partij speelde in 2005 een beslissende rol in de strijd tegen de Europese Grondwet. De partij nam ook het initiatief voor een referendum over de opvolger daarvan, het Verdrag van Lissabon. Nu voert de SP campagne onder de leuze ‘Nederland wil minder Brussel’. Grenzeloos sprak over de campagne met SP Lijsttrekker Dennis de Jong.

“De slogan van onze campagne is gebaseerd op de grondwetcampagne”, zegt Dennis als we vragen wat de kern is van de SP campagne. “De meerderheid van de Nederlanders is het niet eens met de Brusselse bemoeizucht”, gaat hij verder. “Daarnaast willen we het neoliberale karakter van de EU en de verspilling in Europa aan de orde stellen. Dat vatten we samen in de leuze ‘minder Brussel’.”

“We hopen natuurlijk dat het verdrag van Lissabon door de Ieren ook in een tweede referendum wordt afgestemd en we zullen ons daar als SP ook voor inzetten. Als dat lukt zijn we af van de afspraken die er de afgelopen jaren allemaal onderhands zijn gemaakt en kunnen we weer fris naar Europa kijken. Er moet in Brussel veel meer oog zijn voor wat lokaal kan. Men praat veel over subsidiariteit – het regelen van de dingen op een zo laag mogelijk niveau – maar dat is in de praktijk vaak een wassen neus. Zaken moeten in Brussel pas geregeld worden als het echt nodig is, bij grensoverschrijdende kwesties zoals milieu, veiligheid en vreemdelingenbeleid.”

Sociale rechten

“Wat betreft het tweede punt, het neoliberale karakter, het gaat het er om dat we er van af komen dat alles wordt getoetst aan het criterium van de ‘vrije en eerlijke concurrentie’. Nu worden sociale rechten daar ondergeschikt aan gemaakt. We zijn er voor dat alle voorstellen van de Europese Commissie getoetst worden op de sociale rechten, die mogen niet verslechteren. De interne markt is veel te ver doorgevoerd, tot en met de publieke diensten. Dat moet teruggedraaid worden zodat de sociale rechten veilig kunnen worden gesteld.”

“En dat begrip sociale rechten moeten we heel breed opvatten”, gaat hij verder. “Het recht op huisvesting bijvoorbeeld vind ik ook een sociaal recht, of bijvoorbeeld milieu-eisen. Wat je nu ziet is dat nationale milieumaatregelen soms niet mogen van Brussel omdat het oneerlijke concurrentie zou zijn. Zo wilde de Nederlandse regering bijvoorbeeld open gasgeisers verbieden in verband met het gevaar van koolmonoxide. Dat mag dan niet van Europa, want dat is oneerlijke concurrentie. We hebben dat indertijd ook gezien met het verbod van roetfilters voor dieselauto’s. Dat mocht indertijd ook niet van Brussel omdat het concurrentievervalsend zou werken. Absurd.”

Een ander Europa

“Een slanker Brussel, dat veel meer oog heeft voor de belangen van burgers en consumenten, daar moeten we naar toe” betoogt de Jong. “We kunnen ook met veel minder fondsen toe. Het landbouwbeleid kan wat ons betreft op de helling, dat scheelt al heel veel geld. Met betrekking tot de structuurfondsen (waaruit projecten in zwakke regio’s worden betaald) moet er een andere aanpak komen. Roemenië en Bulgarije zijn misschien landen die het nu nog hard nodig hebben maar er moet niet eindeloos geld rondgepompt worden. Het is absurd dat er door Brussel in Nederland projecten uitgevoerd worden met geld dat uiteindelijk van de Nederlandse belastingbetaler komt.”

“Wij hebben wel een idee van een ander Europa”, is zijn reactie als ik vraag of er niet vooral van een ander Europa, in plaats van alleen maar van minder Europa, sprake zou moeten zijn. “Maar op dit moment betekent dat vooral vechten tegen de trend om Brussel stiekem steeds meer bevoegdheden te geven en maar door te gaan met die neoliberale koers”, zegt hij. “En dat betekent ook strijd voeren tegen de lobby van grote bedrijven, want die zijn het die nu van Europa profiteren”, voegt hij daar aan toe.

“Nu met de crisis zie je een neiging bij verschillende politici om voor meer Europese macht te pleiten. PvdA lijsttrekker Thijs Berman pleit bijvoorbeeld voor Europees toezicht op de banken. ‘Dat is veel efficiënter en dat maakt al die nationale toezichthouders overbodig’, roept hij dan. Dat is natuurlijk nog maar de vraag. Je creëert dan weer een grote instelling die ver van alles afstaat en waar geen democratische controle op is. Wij zeggen juist; ‘geef ons als afzonderlijke landen weer de mogelijkheid alle banken die hier actief zijn te controleren’. Want die mogelijkheid hebben we door de liberalisering niet meer. De centrale bank en de autoriteit financiële markten zouden dat kunnen maar ze mogen dat nu vaak niet omdat er afspraken gemaakt zijn in Brussel. De regel is dat je moet vertrouwen op de instellingen in het land waar de bank gevestigd is: die moet toezicht uitoefenen. Dus Nederland mocht Icesave niet controleren want dat gebeurde in IJsland.”

“Het grappige is”, gaat hij verder, “dat Wouter Bos juist voor versterking van het Nederlandse toezicht is, dus ook op dat punt bestaan er in de PvdA verschillende opvattingen.”

Internationale aanpak

“Wij zeggen helemaal niet dat je de zaken alleen maar op nationaal niveau aan moet pakken. Er zijn een heleboel dingen die internationaal geregeld moeten worden en wij zijn daar voor. Maar dat betekent niet per se dat Europa dat moet doen of dat er nationale bevoegdheden voor opgegeven moeten worden. Zo’n probleem als belastingparadijzen, dat is niet tot Europa beperkt, daar hebben de Amerikanen en anderen ook last van. Natuurlijk moet je binnen de EU afspraken maken en EU landen die boter op hun hoofd hebben aanpakken. Maar dit komt ook aan de orde in het kader van de OESO waarin de economisch belangrijkste landen van de wereld samenwerken.”

“Kijk,” gaat hij verder, “Waarom hebben wij problemen met Brussel? Omdat dat Brussel niet gewoon een kwestie is van samenwerking van landen. Als een minister naar de OESO in Parijs gaat dan krijgt hij daar als het goed is van de Tweede Kamer een bepaald mandaat voor mee. En dan mag hij in de onderhandelingen niet over dat mandaat heen gaan. In Brussel is dat veel ingewikkelder. Daar heb je te maken met een Europese Commissie, wat een beetje op een regering lijkt maar dat ook weer niet helemaal is. Afzonderlijke landen hebben in Brussel soms een veto maar vaak ook niet.”

“Bij onderhandelingen in bijvoorbeeld de OESO kan je als land niet overruled worden. Als je het er echt niet mee eens bent dan kan je iets tegen houden, dan doe je niet mee. Dus gaan landen onderhandelen om er zo veel mogelijk uit te krijgen, ze gaan bondgenoten zoeken. Maar uiteindelijk kan je zeggen ‘ik doe niet mee’. En de minister moet in de kamer verantwoording afleggen. Dat is allemaal veel helderder.”

Schijndemocratie

“Zou het in Europa ook zo moeten functioneren?” is mijn volgende vraag. “Het zou het het wel een stuk democratischer maken”, is de onmiddellijke reactie. “Het is nu een soort schijndemocratie. We hebben een parlement: daarin zitten partijen of eigenlijk geen Europese partijen maar fracties. Maar het is niet duidelijk waar de oppositie zit en waar de regering. Waar het Parlement mee te maken heeft is de Europese Commissie maar dat is meer een soort uitvoerend apparaat zonder politieke kleur, maar er zitten wel politici in. Voor Nederland zit Nelie Kroes er in – Nederland wordt dus vertegenwoordigd door een VVD’ster. Maar zij vertegenwoordigt officieel weer niet Nederland.

Dan hebben we de Europese Raad van regeringsleiders. Dat is ook een soort Europese regering, maar dat zijn alle lidstaten samen, dus die heeft ook niet een bepaalde politieke kleur. Je hebt als Europees Parlement dus niet te maken met een rechtse of een linkse regering die je in principe steunt of waar je oppositie tegen voert. Het is geen staat en het is ook geen democratie zoals wij die in Nederland kennen. De enige democratie die goed functioneert is die op nationaal niveau.”

Kleinschaligheid

“Dat sluit ook aan bij een meer algemene trend, de roep om de menselijke maat. Heel lang moest alles maar in steeds grotere verbanden. Grotere scholen, grotere zorginstellingen, grotere woningcorporaties. De mensen hebben daar genoeg van. Men wil kleinere scholen en gewoon de wijkverpleegkundige weer terug. Woningcorporaties zijn uitgegroeid tot grote, half commerciële instellingen. Mensen willen gewoon hun eigen coöperatie hebben; zo klein mogelijk, het liefst in hun eigen buurt. En ze willen daar ook controle over hebben zonder al dat commerciële gedoe.

Wij leggen dan ook veel meer nadruk op wat er kan in je eigen wijk, wat wijkbewoners kunnen beslissen over hun eigen wijk. Natuurlijk, op een gegeven moment heb je te maken met landelijke zaken, dan moet je naar Den Haag, daar functioneert de democratie ook. En dan zijn er ook nog dingen waarvoor een vorm van samenwerking met andere landen in Europa noodzakelijk is. Maar dan moet je niet doen alsof er een soort Europese staat is of streven naar de Verenigde Staten van Europa.”

“Wij staan helemaal niet zo met onze rug naar Europa”voegt hij daar aan toe. “Maar we leggen de nadruk op minder Brussel omdat dat de afgelopen 20 jaar is doorgeslagen en dit moet teruggedraaid worden.”

“Het mooiste zou zijn als er nu een duidelijk signaal zou komen, als de SP duidelijk zou winnen. Dat zou net als bij de Grondwet een schok kunnen geven. Het gaat natuurlijk niet om de paar mensen die in het Europees parlement komen, het gaat om het signaal. En dat blijft noodzakelijk. Ook de komende vijf jaar moeten we gewoon regelmatig de straat op om over Brussel te demonstreren, of tegen Brussel te demonstreren, of omdat we wat van Brussel willen. Want uiteindelijk zijn het toch de acties die bepalend zijn.”

[Dit artikel verscheen in Grenzeloos nummer 102, juni – juli 2009]

Reacties plaatsen niet mogelijk