Facebook

Strategische overdenkingen om Europa te veranderen

27 maart 2014

Walter Baier, Elisabeth Gauthier, Haris Golemis (*)

Oospronkelijk in het Engels verschenen in het nummer 13/2013 van het tijdschrift Transform!
In het Nederlands vertaald door Jos Wolles, en gepubliceerd in het lentenummer van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift (jaargang 48 nr. 1).
Met dank voor toelating voor overname.

De Europese verkiezingen van mei 2014 confronteren ons met de noodzaak precies te formuleren waar wij naartoe willen met Europa. Euroscepticisme, impopulariteit, groeiende verwerping van de EU kunnen leiden tot sterk verschillende politieke conclusies. Bij de simpele verwerping van de EU zonder opheldering rond de werkelijke oorzaken en alternatieven, loopt men het risico het terrein over te laten aan extreemrechts dat drijft op deze golf en dat vandaag de wind in de zeilen heeft.
De crisis in de EU is bijzonder diep omdat zij een dubbele oorzaak heeft, enerzijds de algemene crisis van het “financial market capitalism” die tot uitbarsting kwam in 2007/2008; anderzijds is een van de oorzaken, buiten haar ondemocratische institutionele structuur, het extreem neoliberaal model dat de Europese integratie regeert sedert het verdrag van Maastricht.

Tegen de crisis ageren in het belang van de volken van Europa betekent dus de sociaaleconomische logica wijzigen, en dit op een dubbel vlak, zowel het micro- en macro-economisch niveau als het nationaal en Europees niveau. Het komt erop aan de logica van de dominantie van het “financial market capitalism” terug te dringen wat betreft de spreiding van de rijkdommen, het statuut van het salariaat, de openbare sector, de stelsels van sociale bescherming. En tezelfdertijd moet de EU geheroriënteerd worden om een ruimte te worden voor samenwerking, voor sociale, ecologische, democratische ontwikkeling met het perspectief van een democratische en socialistische transformatie van Europa en de nationale staten.

Jan In ’t Veld, hoofdeconomist van de Europese commissie en belast met het ontwerpen van operationele economische modellen, mat de effecten van de soberheidspolitiek op gecoördineerde wijze georganiseerd in de eurozone tussen 2011 en 2013 [1]. Volgens zijn berekeningen zou de budgettaire soberheid in Griekenland een verlies van cumulatief 8% van de groei van het BNP hebben veroorzaakt, 6,9% in Portugal, 5,4% in Spanje, 4,9% in Italië, 4,8% in Frankrijk, 4,5% in Ierland, 2,6% in Duitsland. Dit is een bekentenis van formaat die de dringendheid aantoont van een radicale verandering van logica.

Het onderzoek van de toestand van de openbare opinie [2] toont dat er in heel Europa en in de meerderheid van de EU-landen [3] in het algemeen een crisis van de politieke vertegenwoordiging is, in het bijzonder bij de sociaaldemocratie. Deze crisis is gekoppeld aan een stijging van de volkswoede en aan een sterke toename van extreemrechts in bepaalde landen. Een aantal regeringen zijn trouwens gevallen ten gevolge van de crisis en de “bezuinigingseisen” opgelegd in een zuiver neokoloniale stijl door de Europese instellingen en het IMF. Het in vraag stellen van het neoliberaal model van de Europese integratie vereist de wijziging van de krachtsverhoudingen in elk land en op het Europees niveau. Daarom roepen de partijen links van de sociaaldemocratie en de Groenen de volken van Europa op zich niet te onthouden bij de verkiezingen voor het Europees Parlement: dit zou vrij spel geven aan conservatieven en sociaalliberalen om hun rampzalige politiek verder te zetten. Tezelfdertijd moeten de kiezers niet enkel hun symbolische proteststem laten horen, maar dienen zij ook de politieke krachten te steunen, die de EU radicaal willen wijzigen, zowel door parlementaire actie als in de straten van Europa. De crisis van de neoliberale hegemonie opent nieuwe mogelijkheden om te werken aan een verbond van de verschillende politieke, sociale en culturele krachten, met als gemeenschappelijk objectief Europa te herfunderen op basis van sociale ecologische solidariteit, democratie, feminisme en vrede.

Welke uitwegen voor de crisis ?

Het is niet verrassend dat in deze periode van historische instabiliteit uiteenlopende en omstreden voorstellen naar voor worden geschoven. Een ervan bestaat erin de uitstap uit de euro aan te bevelen als middel om de crisis op te lossen of tenminste te verzachten. Wij delen dit standpunt niet. De terugkeer naar de nationale munt is geen synoniem van verandering van de bestaande krachtsverhoudingen en van ideologisch en politiek bankroet van het neoliberalisme. Het Verenigd Koninkrijk is een goed voorbeeld van een land met zijn eigen nationale munt, dat onder het voorwendsel uit de crisis te geraken, een zeer strikt bezuinigingsbeleid heeft opgelegd aan zijn bevolking. Het vertrek van een land uit de eurozone vormt niet in het minst een middel voor een uitweg uit de neoliberale kapitalistische crisis. Het uiteenvallen van de euro is evenmin een vooruitstrevende optie – alhoewel men dat niet kan uitsluiten omwille van de tegenstellingen die zich voordoen, met name in de schoot van de grote kapitalistische staten van Europa. De manier waarop de instelling van de economische en monetaire unie werd geconstrueerd in het begin van de jaren 1990 was een “vergissing” en het is om deze reden dat wij er tegen gekant waren. Indien de euro zou verdwijnen en de EU uiteenvallen, dan kan de situatie voor de “lagere” klassen en de volken van Europa verergeren. Indien dit zich zou voordoen, dan gaan de verschillende landen competitieve devaluaties van hun munt uitvoeren in een concurrentiestrijd met de andere, wat zich precies vandaag voordoet met de interne devaluaties. Het eindresultaat zou de transformatie betekenen van een klassenconflict naar een conflict tussen de staten, terrein bij uitstek voor extreem- en nationalistisch rechts. Daarom menen wij dat een uitweg uit de crisis een andere economische en monetaire conceptie vereist, een wijziging van de sociale en politieke krachtsverhouding op de nationale en Europese niveaus.

De huidige sociale en politieke strijd mikt op de stopzetting van de soberheidsmaatregelen om de volken te bevrijden, in het bijzonder deze van het Zuiden en het Oosten, van de greep van de trojka en de financiële markten om zo de voorwaarden te scheppen voor het weer op gang brengen van economische en sociale ontwikkeling [4]. Het monetair beleid is zeker belangrijk, maar de noodzakelijke veranderingen overschrijden ruim deze kwestie [5]. Zoals meerdere ernstige studies dit vandaag aantonen, zou in de huidige condities een uiteenvallen van de eurozone naar alle waarschijnlijkheid verwoestende gevolgen hebben, terwijl de EU, wanneer zij zou willen, de middelen heeft om de financiële markten te doen wijken.

Wat te doen? Eerst en vooral moet men een onmiddellijke oplossing brengen voor de ondragelijke schuldenlast van verschillende landen. Het is evident dat dit slechts mogelijk is op het Europees niveau. Dit vereist een inversie van de nu aan het werk zijnde logica. De prioriteit dient niet te bestaan in het ter hulp snellen van de banken, te groot om failliet te gaan, maar in het werken aan economisch en sociaal herstel. De reddingsplannen van de trojka hebben het schuldprobleem niet opgelost, maar, zoals men bemerkt in Griekenland en elders, hebben zij het verergerd. Laten we ons niet bedriegen door een nieuw “TINA” (“There is no alternative”, uitspraak toegeschreven aan wijlen Margaret Thatcher). Alexis Tsipras doet concrete voorstellen om de schuldcatastrofe achter zich te laten, die alleszins een radicale verandering van het Europese beleid impliceren [6]. Een Europese conferentie over de schuldenlast van Griekenland en de andere PIIGS (Portugal, Italië, Ierland, Spanje) en meer algemeen van alle landen van Europese Unie, zou het besluit kunnen nemen een groot deel te schrappen van de schulden, die in elk geval niet integraal terugbetaald kunnen worden, en te aanvaarden dat de terugbetaling van de resterende sommen gekoppeld zou worden aan het jaarlijks groeicijfer en aan andere sociale clausules, teneinde de reeds zo sterk toegetakelde economieën niet verder te verlammen.

Van de economische en sociale ontwikkeling een prioriteit maken, impliceert de relance van een politiek ten voordele van een nieuw type van solidaire en ecologische ontwikkeling. De dringende hervorming van de Europese Centrale Bank zou de financiering toelaten van een Europese relance onafhankelijk van de financiële markten. Daarenboven zal een rechtvaardige en doeltreffende fiscaliteit beslissend zijn om het economisch herstel te verzekeren door het belasten van het kapitaal en de financiële activa, die sneller groeien dan de schuld [7]. Een nieuw “Marshallplan” voor Europa, zoals de Duits Vakverbond (DGB) heeft uitgewerkt, zou tezelfdertijd bijdragen om een “productieve heropbouw” op gang te brengen, bijzonder in de landen die het meest getroffen zijn. Een Europese politiek van herindustrialisering is een noodzaak geworden voor het geheel van het grondgebied.

De wijziging van de productieverhoudingen zou een essentieel element betekenen van een strategie om uit de crisis te geraken, met name middels de uitwerking van een statuut voor de loon- en weddetrekkenden, wat zou toelaten de lonen en wedden alsmede de sociale bijdragen van de werkgevers te verhogen. Dit is de ambitie van een uitgebreide “economische democratie”, die tezelfdertijd de finaliteit van zowel de Europese integratie als deze van de welvaartsstaat op nationale schaal herdefinieert.

Met het “het Manifest van de volken” (de zogenaamde alternatieve top, de “altersummit”) [8] , geschreven met de medewerking van een honderdtal organisaties (vakbonden, bewegingen, netwerken, …) gedurende een arbeidsproces van meerdere maanden doorheen heel Europa, hebben wij “onze gemeenschappelijke en dringende eisen voor een democratisch, sociaal, ecologisch en feministisch Europa!” gedefinieerd. Dit gemeenschappelijk platform kan voortaan als grondslag dienen om de strijdbewegingen op elkaar af te stemmen.

Hoe de EU democratiseren ?

De Europese instellingen berusten op verdragen die niet enkel het constitutioneel kader vormgeven maar ook neoliberale politieke keuzen constitutionaliseren. De Executieve, de Europese Centrale Bank en de aanzienlijke bevoegdheid van het Europees Hof van Justitie hebben de overhand op de Europese en nationale parlementaire autoriteit. Wanneer de resultaten van de referenda tegengesteld zijn aan deze opties, worden zij doodgewoon genegeerd.

Het Europees dispositief ondergaat sterke spanningen tussen de economische en monetaire integratie en het subsidiariteitsbeginsel in het sociaal domein, dat in hoofdzaak steunt op het nationaal niveau. In het kader van het beheer van de crisis zijn de spanningen toegenomen tussen een onvoltooid federalisme en een gelegenheidsbilateralisme. Dit bracht het overwicht mee van de meest machtige staat op economisch gebied, namelijk Duitsland, ten koste van de Europese instellingen, zoals de Commissie en de Raad. Men bemerkt hoe langer hoe meer een transnationale oligarchie te voorschijn komt (waarvan de meest zichtbare politieke figuren Monti, Draghi, Barroso, Merkel/Schäuble, Juncker, Rehn … zijn). Inherent aan dergelijk systeem is de ontmanteling van het parlementarisme die desnoods beroep doet op autoritarisme.

De beweging voor een verandering van Europa wordt geconfronteerd met twee problemen. Het herbepalen van de finaliteit van de EU veronderstelt het uitvinden van een nieuwe democratische logica om de politieke soevereiniteit te doen leven, het definiëren van een nieuwe institutionele architectuur en het bespreken van haar grondslagen (unie van naties, confederatie van naties, federalisme, …). Met het oog nu op de urgentie komt het erop aan alle openingen te zoeken, alle hefbomen in werking te stellen, teneinde de krachtsverhoudingen onmiddellijk te wijzigen.

Elke meerderheid die in een of meerdere landen van politiek wil veranderen, zal een confrontatie op Europees niveau voor gevolg hebben, die niet enkel sociaal en politiek is maar ook onmiddellijk van institutionele aard. Elke significante verandering van de politieke krachtsverhoudingen in Europa zal onmiddellijke gevolgen hebben voor de functionering van de bestaande instellingen en hun evolutie. Het voorstel voor het houden van “Zitdagen voor een ander Europa” zou kunnen gelanceerd worden door de krachten in één of meerdere landen, die gericht zijn op verandering, vanaf het ogenblik dat de wijziging van de krachtsverhoudingen deze landen zal toelaten die bijeenkomsten tot stand te brengen.

Een linkse meerderheid in het Europees Parlement zou op gevoelige wijze het gegeven veranderen door de mogelijkheden van parlementaire interventie en samenwerking met de civiele maatschappij nog verder een duw te geven.

De verantwoordelijkheid van links

Het onderzoek van de krachtsverhoudingen vereist een kritische analyse van de Europese sociaaldemocratie. De gemiddelde verkiezingsresultaten [9] gedurende de laatste decennia vertonen een duidelijke achteruitgang tijdens deze periode, met enkele belangrijke uitzonderingen.

We kunnen het feit niet loochenen dat de krachtsverhoudingen moeilijk zijn, de rechts-populistische en extreemrechtse politieke partijen zijn erin gelukt de schoot van vele samenlevingen binnen te dringen; er is een groter wordende porositeit tussen hen en “klassiek” rechts zoals er een groeiende fragiliteit is tussen bepaalde politieke systemen (bijvoorbeeld in Italië). Bepaalde partijen van extreemrechts worden voortaan terzijde gestaan door extreme groepen die zover gaan zich te beroepen op het nazisme. Dit kent aan de sociale en politieke linkerzijde grote verantwoordelijkheden toe, want enkel een alternatief voor de soberheidspolitiek zou het terrein gunstig voor extreemrechts kunnen droogleggen.

Wij dienen op een geloofwaardige manier protest en alternatief op elkaar af te stemmen, en dit tegelijk op de Europese en nationale niveaus , om te weerstaan aan een nationalistische logica die de klasseninhoud maskeert en ruilt voor confrontatie.

Welke allianties om de krachtsverhoudingen te wijzigen?

Bij het smeden van onze strategie moeten wij de complexiteit van de EU, samengesteld uit verschillende natiestaten, in gedachten houden. Dat betekent dat ons project een multidimensionele structuur moet hebben. Er bestaat geen kortere weg die toelaat deze complexiteit te ontwijken. Men kan zich niet gemakkelijk de strijd voorstellen op nationaal niveau, tegen het op concurrentiële voet plaatsen van de volken van Europa en de samenwerking in Europa. Bepaalde vormen van politiek beleid van de EU bieden de gelegenheid een gemeenschappelijke strijd te voeren, zoals destijds tegen de Bolkensteinrichtlijn, of vandaag nog, de onderhandelingen over het transatlantisch verdrag rond de vrijhandel. Meestal hebben een aantal strijdbewegingen in de verschillende sectoren en landen hun oppositie tegen dezelfde logica gemeen, maar zij blijken moeilijk te coördineren en te synchroniseren. Zelfs de strijd tegen de soberheid – die in alle Europese landen de bevolkingen treffen – is niet gemakkelijk in gemeenschappelijkheid te organiseren. Niettemin moeten wij alle moeite doen om hiertoe te komen.

Het ‘landschap’ van de krachten die globaal de soberheid betwisten of zekere aspecten en gevolgen daarvan, wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid. Er zijn belangwekkende evoluties langs de kant van de sociale bewegingen, netwerken voor reflectie en strijd, bewegingen van het type “indignados”, bewegingen voor zelforganisatie die het hoofd trachten te bieden aan de humanitaire crisis (zoals de sociale dispensaria, de sociale apotheken en “Solidarity for all” in Griekenland, de volkskeukens in Portugal, enz). Het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) en de meerderheid van haar aangesloten vakverenigingen verwerpen het budgettair pact, waarmee ze zich voor de eerste maal tegen een Europees verdrag kanten [10]. Het “Manifest” van de Alternatieve Top toont dat er convergentie mogelijk is tussen de vakverenigingen, de sociale bewegingen en de politieke krachten. Alternatieve projecten zijn uitgewerkt, bijvoorbeeld een “Marshallplan” voor het zuiden van Europa door de Duitse DGB.

Op het politieke vlak is de balans van de parlementaire groep GUE/NGL een goed voorbeeld van de mogelijkheden tot gemeenschappelijke Europese acties (de actie van de GUE/NGL wordt meestal opgebouwd in samenwerking met de niet-parlementaire sociale krachten) [11]. Het voorgaande is interessant, verdient meer de aandacht en moet in het openbaar besproken op de vooravond van de komende Europese verkiezingen. Sedert haar stichting in 2004 is de Europese Linkspartij gaandeweg een politiek referentiepunt geworden op de Europese scène. Hiermee heeft zij de capaciteit verworven om in te grijpen als Europese politieke kracht, met een gemeenschappelijke reflectie en praktijk, componenten behandelend van sterk verschillende politieke en geografische Europese oorsprong. Het objectief de culturele hegemonie in Europa te veranderen is gemeenschappelijk aan vele van deze krachten in beweging.

Als links erin zou slagen in een land van de EU een momentane politieke breuk te creëren, dan zou dit beslissend zijn voor de toekomst van Europa als de politieke krachten in de andere landen en op het Europees niveau zich inspireren aan dit succes, hun invloed vergroten in hun eigen land en een schild smeden van solidariteit en bescherming voor het land waar links erin gelukt is aan de macht te komen.

Verscheidene Europese initiatieven tot verandering zouden in een nabije toekomst kunnen genomen worden, zoals de oproep van het Links Front in Frankrijk tot een “Staten-Generaal voor de herstichting van de EU”. Deze richt zich tot alle politieke, syndicale krachten, bewegingen, netwerken, en politiek verkozenen die Europa willen veranderen. Zo neemt Alexis Tsipras zich voor een oproep te richten aan allen, groenen en zelfs sociaaldemocraten – tenminste zij die niet geloven dat er geen alternatief (“TINA”) zou zijn – voor een gezamenlijk nieuw vooruitstrevend gemeenschappelijk alternatief voor de EU [12]. Het is doorheen dergelijke collectieve inspanningen, met een verschillende intensiteit naargelang tijd en plaats maar gaande in dezelfde richting, dat we kunnen pogen de Europese agenda te wijzigen.


(*) De auteurs zijn medewerkers van het tijdschrift transform!. Walter Baier is economist, lid van de Oostenrijkse Communistische Partij (KPÖ)  en coördinator van het netwerk transform! europe. Elisabeth Gautier is directeur van Espaces Marx, lid van het bureau van het netwerk transform! europe en lid van het Nationaal Comité van de Franse Communistische Partij PCF.  Haris Golemis is economist, directeur van het Nicos Poulantzas Instituut (Griekenland) en bestuurslid van Synaspismos (onderdeel van Syriza).

Noten:

(Tenzij anders vermeld betreffen de verwijzingen in de noten artikels verschenen in nummer 13/2013 van Transform.)

[1] http://ec.europa.eu/economy_nance/publications/economic_paper2013/pdf/ecp506_en.pdf

[2] Dominique Reynié in “L’opinion européenne 2013”, geciteerd door Alain Frachon, Le Monde, 18.10.2013.

[3] Duitsland uitgezonderd waar de openbare opinie globaal positiever is  vergeleken met de leiders en de wijze van regeren.

[4] Zie Pierre Khalfa: http://transform­network.net/fr/programs/euro­in­debate/html

[5] Wat betreft dit punt, zie eveneens Steffen Lehndorff.

[6] Zie de interventie van Alexis Tsipras.

[7] Thomas Piketty in Le Capital au XXI siècle (Paris, 2013) stelt een buitengewone, progressieve en mondiale belasting voor op kapitaal en vermogen.

[8] Het “Manifest der volken” voorgesteld in Athene op 7 juni 2013 is beschikbaar in meerdere talen. Zie www.altersummit en het artikel van Elisabeth Gauthier.

[9] Gerassimos Moschonas: “Shooting horses in cold blood”, 6 juli 2012, http://www.policy­network.net/pro_detail.aspx?ID=4217&title=Shooting­horses­in­cold­blood.

[10] Zie het interview van Bernadette Ségol.

[11] Een eerste stap van deze collectieve arbeid was de “Joint social conference”. Sinds twee  jaar heeft de “Alternatieve Top” dit overgenomen. Zie ook het artikel van Elisabeth Gauthier.

[12] Zie zijn interventie.

 

Reacties plaatsen niet mogelijk