Facebook

Wat te doen aan de schulden en de euro? Een manifest

21 mei 2013

Daniel Albarracín, Nacho Álvarez, Bibiana Medialdea (Spanje)
Francisco Louçã, Mariana Mortagua (Portugal)
Stavros Tombazos (Cyprus)
Giorgos Galanis, Özlem Onaran (Groot-Brittannië)
Michel Husson (Frankrijk)

Webpagina (met o.a. de eerste ondertekenaars van het Manifest, dat ook in het Engels, Frans, Grieks, Portugees en Spaans beschikbaar is )

 

De crisis

Europa is aan het wegzinken in een crisis en een sociale neergang onder druk van bezuinigingen, recessie en de strategie van ‘structurele hervormingen’. Dit beleid wordt nauwgezet gecoördineerd op Europees niveau, onder leiding van de Duitse regering, de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie. Er is een brede consensus dat dit beleid absurd is en zelfs ‘wetenschappelijk ongerijmd’: besnoeiingen in de begroting verlichten de schuld niet maar veroorzaken een economische neergang, meer werkloosheid en wanhoop onder de Europese volkeren.

Nochtans is dit beleid rationeel vanuit het standpunt van de burgerij. Het is een brutale aanpak – een shocktherapie – om de winstvoet te herstellen, om de financiële rendabiliteit te garanderen en om neoliberale hervormingen door te drukken. Wat er eigenlijk aan de gang is, is de dekking door de Staten van de claims die de financiële sector legt op de productie en op het BBP die nog moeten gecreëerd worden. Dat is de reden waarom de crisis de vorm aanneemt van een schuldencrisis bij de overheid.

Een vals dilemma

De crisis bewijst dat het vorige neoliberale project voor Europa niet leefbaar was. Het ging uit van Europese economieën die homogener waren dan ze in werkelijkheid zijn. De verschillen tussen de landen namen toe naargelang van hun positie op de wereldmarkt en van hun gevoeligheid voor de wisselkoers van de euro. Er was geen convergentie van de inflatie, en de lage reële intrestvoeten brachten grote kapitaalstromen op gang tussen de lidstaten, en veroorzaakten financiële en immobiliën-zeepbellen. Al deze tegenstellingen, die nog werden verhevigd door de invoering van een muntunie, bestonden reeds voor de crisis, maar ze barstten uiteen onder de speculatieve aanvallen tegen de staatsschuld van de meest kwetsbare landen.

Een sociaal gedragen wisseloplossing voor deze crisis vereist een ambitieuze herstichting van Europa, want om het industrieel weefsel te herstellen, om ecologische duurzaamheid te garanderen en de werkloosheid op te lossen is Europese en internationale samenwerking noodzakelijk. Maar aangezien een dergelijke globale herstichting binnen de huidige krachtsverhoudingen niet haalbaar lijkt, wordt in diverse landen de uittrede uit de euro voorgesteld als een onmiddellijke oplossing. Men lijkt dus voor de keuze gesteld: óf een riskante ‘exit’ uit de eurozone, óf een utopische Europese harmonisatie op basis van de arbeidersstrijd. In onze opvatting is dit een valse keuze, en is het van belang om een realistische politieke strategie uit te werken om de confrontatie in het onmiddellijke aan te gaan. Elke sociale omvorming stelt de heersende sociale belangen, privileges en machtsstructuren in vraag, en het klopt dat een dergelijke confrontatie zich in de eerste plaats binnen nationale landsgrenzen afspeelt. Maar de reactie van de heersende klassen en hun mogelijke vergeldingsmaatregelen gaan het nationaal niveau te boven. Een strategie gericht op het verlaten van de euro is niet echt een bijdrage tot een Europees alternatief. Er is veeleer nood aan een strategie om tot een breuk te komen met het euroliberalisme om zo een alternatief beleid te kunnen doordrukken. Dit manifest gaat niet in op het programma voor een dergelijke breuk, maar wel op de middelen om zulk een programma te kunnen doorvoeren.

Wat moet een linkse regering doen?

We zitten – technisch gesproken –  middenin een ‘balanscrisis’. Deze crisis, op gang gebracht door de combinatie van een private sector die zich van zijn schulden ontdoet en de bezuinigingspolitiek van de overheden, vindt zijn oorsprong in de opeenstapeling van enorme hoeveelheden fictieve activa die op geen enkele reële basis gesteund waren. In de praktijk betekent dit dat de burgers vandaag het gelag moeten betalen, of anders gezegd, dat ze moeten opdraaien voor de claim die de financiële sector legt op de productie en op de fiscale ontvangsten die deels nog in de toekomst liggen. De Europese staten hebben beslist om met een  gecoördineerde actie op Europees niveau  – en zelfs op mondiaal niveau –  de private schulden te nationaliseren door deze om te zetten in staatsschuld, die dan door de burgers moet terugbetaald worden middels de opgelegde bezuinigingspolitiek. Dit is het voorwendsel om ‘structurele hervormingen’ door te voeren waarvan de doelstellingen zuiver neoliberaal zijn: afbouw van de publieke diensten en van de welvaartstaat, snoeien in de sociale uitgaven en flexibilisering van de arbeidsmarkt, teneinde het direct en indirect loon te doen dalen.

Volgens ons moet een linkse politieke strategie zich richten op de verovering van een meerderheid voor een linkse regering die in staat is ons uit deze wurggreep te bevrijden.

Ons bevrijden uit de greep van de financiële markten en de overheidstekorten onder controle krijgen. Op korte termijn zou één van de eerste maatregelen van een linkse regering moeten zijn: middelen vinden om het begrotingstekort weg te werken, onafhankelijk van de financiële markten. Een aantal van deze middelen wordt door de Europese Unie verboden,  en dit is dan een eerste breuk die moet doorgevoerd worden. Technisch gezien bestaat er een waaier aan mogelijke maatregelen die niet nieuw zijn en die in het verleden door verscheidene Europese landen werden toegepast: een gedwongen lening door de rijkere huishoudens, het verbod om te lenen bij niet-ingezetenen, de verplichting voor de banken om een bepaald quotum aan staatsobligaties te kopen, een belasting op internationale transfers van dividenden en op kapitaalbewegingen, enz., en  natuurlijk een radicale fiscale hervorming.

De eenvoudigste oplossing zou zijn dat de nationale centrale bank het overheidstekort financiert, zoals het geval is in de Verenigde Staten, in Groot-Brittannië, in Japan, enz. Een mogelijkheid is om een speciale bank op te richten die zichzelf kan financieren bij de centrale bank, en die als voornaamste functie zou hebben het kopen van overheidsobligaties. (Dit heeft de Europese centrale bank trouwens al gedaan).

Maar in de eerste plaats is dit natuurlijk geen puur technische aangelegenheid. Het gaat om een politieke breuk met de Europese orde. Zonder dergelijke breuk zou elke politiek die de financiële markten niet zint onmiddellijk afgestraft worden door een verhoging van de intrest op de openbare schuld.

Zich bevrijden uit de greep van de financiële markten en de schuld herschikken. Deze eerste reeks van onmiddellijke maatregelen volstaat niet om de opgestapelde schuldenlast en de intresten erop te verminderen. Op de lange termijn staat men voor de volgende keuze: hetzij eeuwige budgettaire besparingen, hetzij een onmiddellijk moratorium op de openbare schuld gevolgd door maatregelen van schuldkwijtschelding. Een linkse regering zou moeten zeggen: “Wij denken er niet aan deze schuld te betalen door de lonen en de pensioenen aan te pakken en wij weigeren om dit te doen”. Na de instelling van het moratorium zou een burgeraudit moeten georganiseerd worden teneinde illegitieme schulden te identificeren. Onder illegitieme schuld kan bv. worden verstaan:

  • de vroegere ‘fiscale geschenken’ die werden gegeven aan rijke families, bedrijven en renteniers;
  • ‘onwettige’ fiscale privileges: fiscale uitwijking, fiscale optimalisatie, fiscale paradijzen en fiscale amnestie;
  • de reddingsplannen van de banken sedert het uitbreken van de crisis;
  • de schuld gecreëerd door de schuld zelf vanwege het sneeuwbaleffect door het verschil tussen de interestvoeten en het groeipercentage van het bruto nationaal product; dit laatste werd naar beneden gehaald door de bezuinigingspolitiek en door de werkloosheid.

 Dergelijke audit maakt de weg vrij voor een verplichting om schuldtitels te ruilen en daardoor een groot van de schuld kwijt te schelden. Dit is de tweede breuk.    

Maar de staatsschulden zijn ook volledig verweven met de particuliere banken. Daarom staat het ‘redden van een staat’ dan ook gelijk aanhet reden van banken. Hier is een derde breuk met de neoliberale orde nodig: controle over internationale kapitaalbewegingen en over de kredietverlening, en socialisatie van banken. Dat is de enige rationele oplossing om het schuldenkluwen te ontrafelen. Dat is dan ook de oplossing die Zweden koos in de negentiger jaren (evenwel gevolgd door herprivatisering).

Kort en goed, een alternatieve weg uit de crisis vereist drie samenhangende trendbreuken:

  • financiering van bestaande en toekomstige staatsschulden;
  • opheffen van illegitieme schulden;
  • socialisatie van de banken en controle over het kredietwezen.

Dit zijn de instrumenten voor een sociale ommekeer. Hoe kunnen we zover komen?

Er is een linkse regering nodig

Om weerstand te bieden tegen financiële chantage zijn deze drie trendbreuken nodig, en dat vereist dat er een linkse regering aan de macht komt. De sociale en politieke strategische voorwaarden voor een eengemaakte strijd voor een dergelijke linkse regering verschillen per land, maar in de zomer van 2012 waren alle ogen in Europa gericht op Griekenland en de mogelijkheid dat Syriza de verkiezingen zou winnen en daarmee een linkse regering aan de macht zou brengen. Tijdens en na de verkiezingscampagne voerde Syriza een kampanje rond essentiële thema’s waar wij in dit manifest ook achter staan: een linkse regering is een samenwerkingsverband om het memorandum [i] op te heffen en de schulden te herschikken, zonder afbreuk te doen aan de lonen, pensioenen en sociale voorzieningen op het gebied van gezondheid, onderwijs en sociale zekerheid. Hierin stemt onze aanpak overeen met het motto van Syriza: “geen offers voor de euro”.

 

Uit de euro stappen betekent nog geen breuk met het ‘euro-liberalisme’

Het zal duidelijk zijn dat een linkse regering voor deze maatregelen behoorlijk doortastend moet zijn, sterk moet inzetten op een socialistisch programma en een breed draagvlak moet hebben bij de bevolking. Zo’n draagvlak bereikt men alleen als het programma voldoende duidelijk maakt dat het in de eerste plaats de strijd aangaat met de financiële belangengroepen en opkomt voor een economische heropbouw met volledige tewerkstelling en een sociaal beheer van het gemeenschappelijk goed. Van die strategie mogen we niet afwijken. Als opheffing van de schuld ons doel is, dan mag niets ons van dat doel afbrengen. Duidelijkheid en politieke samenhang zijn de strikte voorwaarden om te winnen, en om de overwinning te verdienen. De allereerste opgave voor een linkse regering is het aanpakken van de schulden en de bezuinigingen.

Voor een effectieve aanpak van de schuld moet een linkse regering bereid zijn om, met voldoende steun van de bevolking, elke democratische maatregel te nemen die het hoofd biedt aan de financiële belangen, inclusief nationalisatie van strategische sectoren en een directe confrontatie met de regering van Merkel, met de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie. De strijd voor de democratie en de sociale verworvenheden moet op supranationaal niveau een verlengstuk krijgen. Maar als het beleid van Brussel dit wil verhinderen, moet die strijd op reeds bestaande nationale middelen beroep doen. Bij deze confrontatie moet de vraag naar het behoud van de euro geen taboekwestie zijn; integendeel, we moeten juist alle opties open houden, dus inclusief een vertrek uit de euro als er zich geen andere oplossing aandient binnen het Europese kader, of als de Europese autoriteiten ons daartoe dwingen. Maar een uitstap uit de euro moet niet het uitgangspunt zijn.

Elke linkse regering moet zich de vraag stellen naar de lastige gevolgen van het verlaten van de euro. Vooreerst zou dat niet noodzakelijkerwijze de democratische soevereiniteit herstellen: weliswaar zou de financiering van het deficit niet meer onder de controle vallen van de financiële markten, maar deze controle zou kunnen uitgeoefend worden door speculatie tegen de nieuwe/oude munt zodra een land een tekort heeft op de lopende rekening.

Ten tweede zou de globale last van de schuld niet verminderd worden. Integendeel, die zou groter worden en des te meer naarmate de devaluatie groter is, aangezien de schuld uitgedrukt wordt in euro’s. In een dergelijk geval zou de regering ertoe verplicht worden om de openbare schuld uit te drukken in de nieuwe nationale munt, wat neerkomt op een gedeeltelijke opheffing van de schuld. De Staat heeft de macht om zoiets te doen, ook al kan men zich aan een internationaal juridisch conflict verwachten. Maar private firma’s en banken hebben niet dezelfde soevereine macht als een Staat; bijgevolg zou de waarde van de private en financiële schuld, uitgedrukt in het nationaal betalingsmiddel, verhogen. In een dergelijke context zo een nationalisatie van de banken uiteindelijk vereist zijn om het failliet van de hele kredietsector te vermijden, maar dat betekent ook een verhoging van de openbare schuld aan de internationale financiële sector.

Ten derde zou de devaluatie een inflatie op gang brengen, en bijgevolg zouden de intrestvoeten verhogen, wat nieuwe problemen zou meebrengen voor de binnenlandse schuld en de ongelijke verdeling van het inkomen.

Ten vierde wordt de uitstap uit de euro meestal voorgesteld als een strategie om een groter marktaandeel te veroveren door competitieve devaluatie. Een dergelijke aanpak betekent geen breuk met de competitielogica van allen tegen allen, en keert de rug naar een strategie van een gemeenschappelijke Europese strijd tegen de soberheidspolitiek.

Ten slotte vergroot een linkse regering haar manoeuvreerruimte en onderhandelingsmogelijkheden wanneer ze de strijd verderzet zonder te gewagen van een uitstap uit de euro en de EU, en de kans wordt ook groter dat de weerstandsbeweging overslaat op andere landen in de EU. Een dergelijke strategie is dus progressief en internationalistisch, in plaats van isolationistisch en nationalistisch.

Voor een strategie van eenzijdige breuk en uitbreiding

In tegenstelling met de neoliberale competitiegedachte, steunen progressieve oplossingen op samenwerking, en ze zullen nog beter werken als ze veralgemeend worden naar een groter aantal landen. Indien bijvoorbeeld alle Europese landen de arbeidstijd zouden verminderen en een eenvormige belasting op inkomen uit kapitaal zouden heffen, zou een dergelijke coördinatie de nadelen vermijden die dezelfde politiek zou ondervinden als hij tot één land beperkt bleef. Om de weg te effenen voor samenwerking moet een linkse regering een eenzijdige strategie volgen gebaseerd op:

  • ‘goede’ maatregelen die eenzijdig aangenomen worden, zoals bijvoorbeeld het verwerpen van de soberheidspolitiek, of de heffing van een belasting op financiële transacties;
  • begeleidende beschermingsmaatregelen zoals kapitaalscontrole;
  • men moet het politiek risico in rekening brengen van het uitdagen van de EU-regels bij het invoeren van een dergelijk beleid op aanvankelijk nationale schaal. De bedoeling is om dit beleid uit te breiden op Europese schaal naar andere lidstaten toe, bijvoorbeeld door een budgettair relancebeleid, of een Europese belasting op financiële transacties.

Men kan hierbij een politieke confrontatie niet voorkomen met de EU en de elites van andere Europese staten, in het bijzonder de Duitse regering, en bijgevolg wordt het dreigen met een uitstap uit de euro niet uitgesloten als een mogelijke optie.

Deze strategische oriëntatie houdt in dat van de heroprichting van Europa op een nieuwe basis geen voorafgaande voorwaarde wordt gemaakt om een nieuw beleid in te voeren. Eventuele represaillemaatregelen tegen een linkse regering moeten bestreden worden door tegenmaatregelen die protectionistisch van aard kunnen zijn. Maar deze strategie is niet protectionistisch in de gangbare betekenis, aangezien ze uit is op een sociale transformatie gesteund op het volk, en niet op de belangen van het nationaal kapitalisme in zijn concurrentiestrijd met andere kapitalisten. Het is dus een ‘protectionisme gericht op uitbreiding’, geroepen om te verdwijnen eenmaal de sociale maatregelen voor tewerkstelling en tegen de soberheidspolitiek veralgemeend werden over heel Europa.

De breuk met de regels van de EU berust niet op een vooringenomen stelling, maar op overwegingen van efficiëntie, rechtvaardigheid en legitimiteit van maatregelen die beantwoorden aan de belangen van de meerderheid, en even goed voorgesteld worden aan de buurlanden. Zulke strategische uitdaging kan bijgevolg beroep doen op de sociale mobilisatie in andere landen, en dus krachtsverhoudingen uitbouwen tegenover de Europese instellingen. De recente ervaring met de neoliberale reddingsplannen die door de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie werden ingevoerd heeft aangetoond dat het goed mogelijk is om een aantal bepalingen van de Europese verdragen te omzeilen, en dat de Europese autoriteiten er niet voor terugschrikken dit ook te doen, al is het in ieders nadeel. Bijgevolg eisen wij dezelfde bevoegdheid op voor het doorvoeren van maatregelen in ieders voordeel, inclusief de invoering van controles op het kapitaal en andere maatregelen ter verdediging van de lonen en pensioenen. In deze optiek is de uittrede uit de euro een dreigement of een wapen in laatste instantie, zoals we eerder reeds uitlegden.

 

Deze strategie berust op progressieve oplossingen waarvan de legitimiteit voortspruit uit hun coöperatief klassenkarakter. Het is een coöperatieve strategie van breuk met het huidig EU kader, want het wordt ondernomen uit naam van een ander ontwikkelingsmodel gebaseerd op een nieuwe architectuur voor Europa: een hoger Europees budget gefinancierd door een gemeenschappelijke belasting op kapitaal waarmee een harmonisatiefonds gespijsd wordt, evenals sociale en ecologisch verantwoorde investeringen. Maar wij willen niet wachten op deze ommekeer: de strijd tegen de schuld en de soberheidspolitiek is een onmiddellijke opgave, net zoals rechtvaardige maatregelen ter verdediging van de lonen en pensioenen, van de openbare diensten en het gemeenschappelijk goed.

Kortom, een linkse regering moet alles in het werk stellen voor dit democratisch gevecht. Dat is de strategie waar wij achter staan.



[i] Via een ‘memorandum’ laten de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Muntfonds (samen de ‘Trojka’ genoemd) weten welke neoliberale hervormingen ze eisen opdat er een lening zou worden toegestaan aan een land in financiële moeilijkheden. [Noot van de vertaler]

Reacties plaatsen niet mogelijk