Komende evenementen

Commissievoorzitter von der Leyen wil haar eigen inlichtingendienst

 

Verschenen  op 13 november 2025 op  German Foreign Policy (*)
Nederlandse vertaling door Ander Europa
Met dank voor de toelating tot publicatie

 

 

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, is van plan een nieuwe EU-inlichtingendienst op te richten die openlijk zal concurreren met het bestaande inlichtingencentrum van de Unie. Volgens sommige berichten zou de nieuwe inlichtingendienst onder de auspiciën komen te staan van het secretariaat-generaal van de Commissie, en dus rechtstreeks rapporteren aan von der Leyen. De inlichtingendienst IntCen (Intelligence Analysis Centre), die al jaren bestaat, valt onder de bevoegdheid van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken, Kaja Kallas. Waarnemers vermoeden dat von der Leyen de nieuwe dienst wil gebruiken om haar macht ten koste van Kallas verder te versterken.

Er bestaat echter grote scepsis over rol die de nieuwe spionagedienst zou spelen. Met name grotere lidstaten zullen waarschijnlijk niet blij zijn met de opkomst van een sterke EU-inlichtingendienst naar het voorbeeld van de CIA. Zij geven tot nu toe de voorkeur aan het gebruik van hun eigen nationale diensten, en hebben weinig belangstelling voor het delen van inlichtingen met een potentiële concurrent.

Het is al sinds de jaren negentig dat er stemmen opgaan om een EU-inlichtingendienst op te richten, mede omdat verschillende EU-lidstaten tijdens de Joegoslavische oorlogen geen toegang hadden tot informatie van Amerikaanse inlichtingendiensten. De vrees neemt toe dat zulke problemen onder de Amerikaanse president Donald Trump zullen verergeren.

 

‘Afhankelijkheid terug bekijken’

Al in de jaren negentig werd in sommige kringen gepleit voor de oprichting van een EU-inlichtingendienst. De aanleiding hiervoor was de ervaring van Europese regeringen tijdens de Joegoslavische oorlogen, toen zij afhankelijk waren van inlichtingen van Amerikaanse geheime diensten – en niet altijd de informatie kregen die zij nodig hadden. Dit leidde tot een “herbekijken van de bestaande afhankelijkheid” t.o.v. de Verenigde Staten, een term die werd gebruikt in een artikel uit 1996 in “Internationale Politik”, het tijdschrift van de Duitse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen. Daarin werd gesteld dat als de EU echt haar eigen veiligheids- en defensiebeleid wilde ontwikkelen, “de levering van betrouwbare, uitgebreide analyses aan de politieke en militaire leiders van Europa moest worden gewaarborgd”. [1] Dit betekende dat de EU “een gemeenschappelijke inlichtingendienst” nodig had. Brussel zette de eerste stappen onmiddellijk na de aanval van de NAVO op Joegoslavië in 1999. Javier Solana, die in oktober 1999 hoofd buitenlandse zaken van de EU werd, nam het initiatief tot de oprichting van een inlichtingencel, die aanvankelijk werd toegewezen aan de Militaire Staf van de Europese Unie (EUMS) en de naam Joint Situation Centre (SitCen) kreeg. In 2002 werd deze omgevormd tot een onafhankelijke instelling onder de bevoegdheid van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

 

‘Ogen en oren over de hele wereld’

Begin 2003, toen de EU zich voorbereidde om de door de NAVO geleide militaire operatie ‘Allied Harmony’ in Noord-Macedonië over te nemen, werden de activiteiten van SitCen al als behoorlijk succesvol beschouwd. Solana zei destijds dat Brussel zo ver was gevorderd dat de EU zelfs in staat zou zijn om de eerste inzet “zonder de NAVO” uit te voeren. SitCen beschikte volgens hem over “een netwerk van meer dan honderd waarnemers” in Zuidoost-Europa. Zij waren getraind in inlichtingenwerk om “openlijk of heimelijk” lokale informanten te benaderen en hun bevindingen dagelijks in gecodeerde vorm aan Brussel te rapporteren.[2] “Wat daar vandaan komt, is vaak beter en gedetailleerder dan het materiaal van de nationale diensten”, zei een medewerker van Solana destijds. ” We hebben onze eigen ogen en oren over de hele wereld.” SitCen kon zelfs rekenen op “vertrouwelijke en geheime informatie van diplomatieke missies van de EU in 130 landen”, aldus Der Spiegel.[3] In 2011 werd SitCen geïntegreerd in de nieuw opgerichte Europese Dienst voor extern optreden (EEAS) en in maart 2012 omgedoopt tot het Inlichtingen- en Analysecentrum (IntCen), wat momenteel nog steeds het geval is.

 

‘Strategisch en operationeel’

IntCen mag officieel geen eigen operationele activiteiten uitvoeren, maar alleen openbaar beschikbare informatie en inlichtingen verwerken die door nationale inlichtingendiensten zijn verzameld. Deze beperkingen hebben geleid tot herhaalde oproepen om de eenheid om te vormen tot een volwaardige inlichtingendienst naar het voorbeeld van de CIA, of om elders in het EU-systeem een spionagedienst op te richten. Deze laatste optie werd onlangs aanbevolen door Sauli Niinistö. De voormalige Finse president presenteerde in oktober vorig jaar een rapport, nadat hij door de Europese Commissie was gevraagd om na te gaan hoe Europa beter kan worden voorbereid op oorlog en civiele bescherming. Niinistö adviseerde niet alleen dat elk huishouden in de EU voorbereid moest zijn om ten minste drie dagen zelfvoorzienend te zijn[4], maar pleitte er ook voor dat Brussel zou moeten beschikken over “een volwaardige samenwerking i.v.m. inlichtingen op EU-niveau, die zowel strategische als operationele behoeften kan vervullen”[5]. Tot de uit te voeren taken behoorden volgens hem het voorkomen van sabotage, met name van kritieke infrastructuur, en contraspionage in EU-instellingen.

 

Gegijzeld?

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, zet nu plannen door om een dergelijke inlichtingendienst op te richten. Er zijn berichten dat er binnen het secretariaat-generaal van de Europese Commissie een nieuwe inlichtingendienst zal worden opgericht, die rechtstreeks onder de voorzitter van de Commissie zelf zal vallen. Verschillende medewerkers van de Commissie die bij het proces betrokken zijn, zeggen dat er momenteel een concept wordt uitgewerkt en dat de nodige besprekingen in volle gang zijn. Het idee is in ieder geval om personeel van de inlichtingendiensten uit de EU-lidstaten te werven en inlichtingen te verzamelen voor gezamenlijke doeleinden. De inzet van agenten in het veld is momenteel niet voorzien.[6] Naast algemene overwegingen wordt als reden voor dit initiatief ook de afhankelijkheid van Europa van de Verenigde Staten genoemd. Men vreest dat president Trump Europa kan chanteren door het delen van inlichtingen stop te zetten. Trump deed dit in maart al met Oekraïne. Door de stroom van inlichtingen te blokkeren, hoopte hij Kiev te dwingen politieke concessies te doen.[7] De voorstanders van een speciale EU-spionagedienst zeggen dat deze eenheid noodzakelijk is om te voorkomen dat de EU in de toekomst in een soortgelijke situatie terechtkomt. De EU-leiders zijn bezorgd dat ze aan de genade van de regering-Trump zijn overgeleverd.

 

‘Niet nodig’

De eerste reacties op het initiatief van von der Leyen waren echter overwegend negatief. Enerzijds wordt erop gewezen dat het IntCen al als inlichtingencel fungeert. De oprichting van nog zo’n eenheid zou alleen maar leiden tot dure dubbele structuren. Sommige waarnemers vermoeden ook dat von der Leyen haar macht verder wil uitbreiden – ten koste van de EEAS en de hoge vertegenwoordiger van de EU, die ook verantwoordelijk is voor het IntCen. Een andere visie is dat de nationale veiligheid, met inbegrip van de inlichtingencapaciteiten, in handen van de lidstaten moet blijven. In eerdere discussies hebben de grote lidstaten met grote inlichtingendiensten, met name Duitsland en Frankrijk, zich niet bereid getoond om hun capaciteiten via een EU-inlichtingencel op grote schaal beschikbaar te stellen aan zwakkere lidstaten.[8] Ten slotte wijzen critici erop dat IntCen momenteel toch al wordt geherstructureerd. Er bestaat al een hoger niveau voor het verzamelen van inlichtingengegevens in de vorm van de Single Intelligence Analysis Capacity (SIAC), waarbinnen IntCen al lang nauw samenwerkt met de inlichtingendienst van de militaire staf van de EU (EUMS Int). Daarom is er volgens sommige voorstanders geen behoefte aan een nieuwe structuur.

 

(*) German-Foreign-Policy.com is het werk van een team onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” De meeste artikels zijn zowel in het Duits als het Engels beschikbaar.

[1] Klaus Becher: Ein Nachrichtendienst für Europa. In: Internationale Politik 1/1996.

[2], [3] Dirk Koch: Augen und Ohren. Der Spiegel 8/2003. Zie ook  Eine europäische CIA (II).

[4] Wolfgang Böhm: Jeder EU-Bürger muss sich 72 Stunden versorgen können. diepresse.com 30.10.2025. [Zie bv. ook Het noodpakket 72 uur lang uitgetest, Noot van de vertaler]

[5] Joshua Posaner: Create a CIA-style European spy service, von der Leyen is told. politico.eu 30.10.2024.

[6] Henry Foy: EU to set up new intelligence unit under Ursula von der Leyen. ft.com 10.11.2025.

[7], [8] USA kappen Geheimdienstinformationen für die Ukraine. tagesschau.de 05.03.2025.

 


 

 

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *