- ander europa - https://www.andereuropa.org -

De EU: een gedoemd imperium

door Wolfgang Streeck 1
23 juli 2019

 

Wat is de Europese Unie? Het concept dat het meest in de buurt komt van wat ik kan bedenken is dat van een liberaal imperium. Een imperium is een hiërarchisch gestructureerd blok van staten, bij elkaar gehouden door een gradiënt van macht vanuit een centrum naar een periferie. Centraal in de EU staat Duitsland, dat zich min of meer met succes probeert te verbergen in het ‘Kern-Europa’ dat met Frankrijk is gevormd. Duitsland wil niet gezien worden als wat de Britten een ‘continental unifier’ noemden, zelfs als dit in feite is wat Duitsland is. Dat het zich graag achter Frankrijk verschuilt is een bron van macht voor Frankrijk ten opzichte van Duitsland.

Net als andere imperiale landen, het meest recent de Verenigde Staten, ziet Duitsland zichzelf – en wil dat anderen hetzelfde doen – als een welwillende hegemoon die niets anders doet dan het verspreiden van gezond verstand en morele deugden bij zijn buren. Dat gebeurt op eigen kosten, maar komt de mensheid ten goede 2.

In het geval van Duitsland en Europa zijn de waarden die het imperium moeten legitimeren die van de liberale democratie, de constitutionele regering en de individuele vrijheid, kortom de waarden van het politiek liberalisme. Met hetzelfde cadeaupapier verpakt vindt men de principes van de vrije markt en de vrije concurrentie (principes die naar voor worden geschoven als het goed uitkomt), met andere woorden het economisch liberalisme en in het voorliggend geval het neoliberalisme.

Het bepalen van de exacte samenstelling en de diepere betekenis van het imperiale waardenpakket en hoe het in specifieke situaties moet worden toegepast, is een voorrecht van het hegemonische centrum, dat in ruil voor zijn welwillendheid de periferie tot een soort vazalschap kan dwingen

Behoud van imperiale asymmetrieën binnen een geheel van nominaal soevereine staten vereist ingewikkelde politieke en institutionele regelingen. Niet-hegemonische lidstaten moeten worden geregeerd door elites die het centrum met zijn specifieke structuren en waarden als een model voor hun eigen land beschouwen, of in elk geval bereid zijn om hun interne sociale, politieke en economische orde zodanig te organiseren dat die verenigbaar is met de belangen van het centrum.

Het aan de macht houden van zulke elites is essentieel om het imperium lang in stand te houden. Zoals de Amerikaanse ervaring ons leert, kan dit ten koste gaan van democratische waarden, economische middelen en zelfs mensenlevens.

Soms streven heersende elites van kleine of achtergebleven landen naar een tweederangsstatuut binnen het imperium, en hopen daarbij op steun van het imperiale leiderschap bij het doorvoeren van binnenlandse ‘moderniseringsprojecten’, tegen burgers die er misschien niet enthousiast over zijn. Uit dankbaarheid voor hun trouw zal het imperium hen helpen aan de macht te blijven, door hen ideologische, monetaire en militaire bijstand te verlenen om de oppositie op afstand te houden.

In een liberaal imperium dat geacht wordt samengehouden te worden door morele waarden in plaats van militair geweld, is de manier waarop dit moet gebeuren niet noodzakelijk eenvoudig. Er kunnen fouten gemaakt worden, zowel door het imperiale centrum als door perifere heersende klassen, die beide hun hand kunnen overspelen. Duitsland en Frankrijk zijn er bijvoorbeeld niet in geslaagd, ondanks min of meer sluipende hulp van de Europese Centrale Bank, de ‘hervormings’-regering van Renzi in Italië, tegen het volksverzet in, aan de macht te houden. Evenzo blijkt Duitsland nu niet in staat om het Macron-presidentschap te beschermen tegen de ‘gele hesjes’ en andere tegenstanders van zijn programma van economische germanificatie.

Ook het hegemonische land zelf kan met binnenlandse problemen geconfronteerd worden. Onder het liberaal imperialistisch regime moet zijn regering de verdediging van de nationale belangen, of wat men zich daarvan voorstelt, laten doorgaan voor het bevorderen van de liberale waarden, gaande van de democratie naar het algemeen welzijn. Hierin kan het de hulp van zijn cliëntlanden nodig hebben. Dit lukte niet toen de Merkels regering in 2015 probeerde de Duitse demografische en reputatiecrisis op te lossen door gereguleerde immigratie – waartoe de christendemocratische afgevaardigden van CDU/CSU niet bereid waren – te vervangen door een onvoorwaardelijk asielrecht.

 

De imperiale discipline opleggen

Openstelling van de Duitse grenzen onder het voorwendsel dat grenzen in de eenentwintigste eeuw niet meer konden worden gecontroleerd, of dat open grenzen opgelegd werden door het internationaal recht, impliceerde dat de Europese Unie als geheel dit voorbeeld moest volgen. Geen enkele lidstaat heeft dit echter gedaan: sommigen, zoals Frankrijk, zwegen erover, anderen, zoals Hongarije en Polen, riepen hun nationale soevereiniteit in. Daarmee braken ze, omwille van redenen van binnenlands-politieke aard, met de ongeschreven imperiaal-liberale regel om nooit een mederegering in verlegenheid te brengen, en zeker niet die van de hegemon. Dat leverde voor mevrouw Merkel een probleem in eigen land op waarvan ze nooit herstelde. Het veroorzaakte ook een blijvende kloof tussen Centraal en Oost-Europa op het gebied van de binnenlandse en buitenlandse politiek van het imperium. Een nieuwe breuk dus naast de zovele die reeds bestaan in Europa: in het westen met het Verenigd Koninkrijk, en in het zuiden langs de mediterrane breuklijn, een breuk die toegevoegd werd door de invoering van de gemeenschappelijke munt.

Nog meer dan andere imperiale rijken lijdt een liberaal imperium onder een permanent onevenwicht en staat het permanent onder druk, zowel van onder als van opzij. Bij gebrek aan militair vermogen kan het geen geweld gebruiken om te voorkomen dat landen het imperium verlaten. Toen het Verenigd Koninkrijk besloot de Europese Unie te verlaten, hebben Duitsland noch Frankrijk ooit overwogen om de Britse eilanden binnen te vallen om het VK binnen de EU te houden; voor zover is de EU inderdaad een vredesmacht. Maar vanuit een Duits, of een Frans-Duits perspectief zou een in der minne geregelde Britse aftocht de imperiale discipline hebben ondermijnd; andere landen die evenmin tevreden zijn met het imperiale regime zouden even goed kunnen overwegen om eruit te trekken. Erger nog, als een Brits vertrek had kunnen voorkomen worden door aanzienlijke Europese concessies, zouden ook andere landen hebben kunnen vragen om opnieuw te onderhandelen over een acquis communautaire, dat evenwel opgesteld was om nooit meer heronderhandelbaar te zijn. De keuze voor Groot-Brittannië moest dus beperkt worden tot twee uitersten: er toch inblijven zonder enige concessie – de Canossa-oplossing – of eruit trekken maar tegen zeer hoge kosten voor zichzelf. En dat niettegenstaande Groot-Brittannië vaak Duitsland was ter hulp gekomen om uit de Franse greep te ontsnappen, door het Frans etatisme te counteren met een ‘gezonde’ (vanuit Duits standpunt) portie vrije-marktengagement.  Brexit zal een eind brengen aan dit ‘evenwicht’.

Frankrijk was hiervan perfect op de hoogte, en stond dan ook op harde onderhandelingen met Londen. Het kon daarbij nauwelijks verbergen dat de bedoeling was de Britten te houden aan hun beslissing om te vertrekken. Door te profiteren van de Duitse bezorgdheid over de handhaving van de imperiale discipline, kreeg Frankrijk blijkbaar zijn zin, ondanks de Duitse bezorgdheid om een van zijn  belangrijkste exportmarkten te verliezen, en om de Britse steun te verliezen bij het intomen van de Franse ambities. Nam Duitsland met de toegeving aan de Fransen een opportunistische kortetermijnbeslissing, zoals we die al vaker gezien hebben bij mevr. Merkel, en die Duitsland nog duur kan te staan komen in de komende jaren? De toekomst zal het zeggen.

Wat het Verenigd Koninkrijk betreft, voor zover het besluit om te vertrekken door nationalistische eerder dan anti-socialistische bedoelingen werd ingegeven, kan het een historische fout begaan hebben. Brexit laat Frankrijk als de enige kernmacht in de EU achter en de enige lidstaat met een permanente zetel in de Veiligheidsraad. Duitse bezwaren tegen de Franse leiderschapsambities in een meer geïntegreerde EU (waar de Duitse economische kracht in dienst zou kunnen gesteld worden van Franse belangen) zullen nu minder steun ondervinden vanwege de resterende lidstaten. Eenmaal Groot-Brittannië de Unie verlaten heeft zou Frankrijk zich kunnen opwerpen als de grote Europese éénmaker, daarbij Duitsland onder druk zettend voor een Europees staatsproject Franse stijl (“een soeverein Frankrijk in een soeverein Europa”, zoals Macron het noemt). Het blokkeren van een dergelijke ontwikkeling van buitenaf kan moeilijker blijken dan het van binnenuit te saboteren. Vergeet niet hoe hevig de Gaulle geprobeerd heeft het Verenigd Koninkrijk uit wat toen de Europese Economische Gemeenschap was te houden, met het argument dat Groot-Brittannië niet ‘Europees’ genoeg was.

Bij het bestuur van een imperium gaat het niet alleen om economische en ideologische overwegingen, maar ook om geostrategische, in het bijzonder wat betreft de territoriale grensgebieden. Het stabiliseren van grensstaten aan de uiterste periferie is niet alleen nodig voor economische expansie, hoewel dit essentieel is voor een imperium met een kapitalistische economie; waar een imperium grenst aan een ander imperium, al dan niet expansionistisch, is het meestal geneigd om een nog hogere prijs te betalen om coöperatieve nationale regeringen in het imperium te houden en niet-coöperatieve buiten te sluiten. Nationale elites die kunnen dreigen eruit te stappen of van kamp te veranderen moet men duurdere concessies kunnen toestaan, zelfs als hun interne politiek tamelijk onsmakelijk is – namelijk landen zoals Servië of Roemenië.

Hier komt tenslotte militaire macht op de proppen, te onderscheiden van de soft power uitgaande van beïnvloeding en van ‘waarden’. Terwijl een liberaal imperium het moeilijk zou vinden om geweld te gebruiken tegen een ongedisciplineerd volk, kan het bevriende regeringen beschermen door hen in staat te stellen een vijandige nationalistische houding aan te nemen ten opzichte van een buurland dat zich bedreigd voelt door het oprukkende imperium. In ruil daarvoor kan de hegemoon concessies verwachten, bijvoorbeeld in de vorm van steun voor kwesties die tussen de lidstaten worden betwist. Zo zwijgen de Baltische staten over de toelating en toewijzing van vluchtelingen in ruil voor de ontplooiing en inzet van het Duitse leger bij het bedreigen van Rusland.

 

Bedreiging door het algemeen stemrecht

Landen en hun burgers in het centrum van een liberaal imperium kunnen hopen hun wil op te leggen zonder beroep te doen op militaire macht. Maar uiteindelijk is dit een illusie; er kan geen hegemonie zonder wapens zijn. Het is in deze context dat een bijna verdubbeling van de Duitse militaire uitgaven tot twee procent van het BBP van de Merkel-regering in overeenstemming met Amerikaanse en NAVO-eisen moet worden gezien. Als het doel van twee procent daadwerkelijk wordt bereikt, zou alleen Duitsland al meer dan 40 procent meer aan wapens uitgeven dan Rusland, en al die uitgaven zouden voor conventionele wapens zijn. Waarschijnlijk zou dit ertoe bijdragen om landen als de Baltische staten en Polen in de Europese Unie bijeen te houden, waardoor het minder aantrekkelijk voor hen wordt om in te zetten op de Verenigde Staten. Hoewel het Duitsland mogelijk in staat zou stellen de Oost-Europese EU-lidstaten hun verzet te doen opgeven of te doen matigen waar het gaat over ‘waarden’, zoals vluchtelingen of het ‘huwelijk voor iedereen’, zou het anderzijds Rusland ook argumenten in handen spelen om zijn nucleair arsenaal te actualiseren (zoals nu al gebeurt) en landen als Oekraïne aanmoedigen om een meer provocerende houding tegenover Rusland aan te nemen.

Frankrijk, waarvan het militair budget al in de buurt komt van de magische twee procent, zou kunnen hopen dat een verdubbeling van de Duitse militaire uitgaven ten koste zou gaan van de Duitse economische prestaties (hoewel het blijkbaar ook hoopt op Frans-Duitse samenwerking in wapenproductie en export). Nog belangrijker: in een Europees leger, zoals geëist door Macron en gesteund door Duitse Europese integratieactivisten, zou een aanzienlijke toename van de Duitse conventionele capaciteiten de Franse zwakte aan grondtroepen compenseren, want een onevenredig deel van de Franse militaire uitgaven moet besteed worden aan de force de frappe – een instrument dat niet gemakkelijk kan worden ingezet tegen islamitische militanten in West-Afrika, die proberen de toegang van Frankrijk tot uranium en zeldzame aardmetalen te belemmeren.

Zoals reeds gesteld is het Europees imperium, Duits of Frans-Duits, niet alleen liberaal maar ook neoliberaal. Imperia leggen aan hun lidstaten een uniforme sociale orde op, gecopieerd van die in hun centrum. In de Europese Unie worden de binnenlandse politieke economieën van de lidstaten beheerst door de vier vrijheden van de interne markt (vrije beweging van goederen, diensten, kapitalen en arbeidskracht) en door een gemeenschappelijke munt naar Duits model, de euro, die volgens het Verdrag van Maastricht verplicht is voor alle EU-leden. In dit opzicht voldoet de EU strikt aan het neoliberale internationalisme zoals opgevat en historisch geactualiseerd door Friedrich von Hayek. Het centrale idee is isonomie: een politiek stelsel gebaseerd op identieke rechtsstelsels voor formeel soevereine natiestaten, ingesteld met als uitgangspunt dat zij internationale markten soepel moeten laten functioneren 3

De achilleshiel van het neoliberalisme is democratie, zoals aangetoond door Friedrich Hayek en Karl Polanyi. Isonomie en het bijgaand monetair regime vereisen dat de inbreng van de democratie met volkse basis en gebaseerd op de meerderheidsregel strikt wordt ingeperkt in de politieke economie. Nationale regeringen in een neoliberaal imperium moeten, zonder angst voor electorale afstraffingen, hun burgers kunnen blootstellen aan de druk van geïntegreerde internationale markten. Voor hun eigen bestwil, natuurlijk, hoewel ze het misschien niet zo zien, en voor het welzijn van de kapitaalaccumulatie. Daarom moet het imperium deze staten voorzien van nationale en internationale instellingen die hen afschermen van het algemeen stemrecht. Met andere woorden moet een neoliberale staat zwak zijn in zijn verhouding tot de markten maar brutaal in relatie tot maatschappelijke krachten die een politieke correctie van het marktgebeuren eisen. Het gepaste concept hiervoor is autoritair liberalisme, een politieke doctrine waarvan de oorsprong teruggaat tot de Weimarrepubliek en de vriendelijke verhoudingen tussen neoliberale economen en de aanstaande ‘kroonjurist’ van nazi-Duitsland, Carl Schmitt 4.

 

Sterke staat, vrije markt

Het autoritaire liberalisme gebruikt een sterke staat om een vrijemarkteconomie te beschermen tegen politieke democratie 5. In de EU wordt dit bereikt door internationalisering: de opbouw van een institutionele setting waarin nationale regeringen nationale economieën kunnen overdragen aan internationale organisaties die de regels bepalen, zoals ministeriële raden en supranationale rechtbanken of centrale banken. Zo schudden regeringen de aan soevereiniteit gekoppelde verantwoordelijkheden tegenover hun burgers af, die ze niet meer kunnen of willen op zich nemen.

De internationalisering biedt hen daartoe een instrument dat door de orthodoxe politieke wetenschap ‘meer-lagen diplomatie’ (multi-level diplomacy) wordt genoemd 6: het onderhandelen over internationale mandaten die nationale bestuurders kunnen invoeren in hun binnenlandse politiek en hen onveranderlijk verklaren vanwege hun multilaterale oorsprong. Dat maakt de aantrekkelijkheid uit voor nationale elites van een (neo)liberaal imperium: ze kunnen vertrouwen op dergelijke instrumenten, vooral wanneer een stagnerend, gefinancialiseerd kapitalisme niet langer de verwachtingen kan inlossen en zo zijn legitimiteit aantonen. Dit is hoe Peter Ramsay uitlegt waarom remainers onder de Britse heersende klasse zo hard vechten voor het Britse lidmaatschap van de EU: “In plaats van hun autoriteit binnen de natie te zoeken, kijken de besturende elites naar buiten, naar supranationale intergouvernementele regelingen om er hun autoriteit aan te verbinden … De EU is een vrijwillig imperium dat is gemaakt van staten die hun nationale karakter ontkennen: in ontkenning van het feit dat de autoriteit van de staat voortkomt uit de politieke natie.7.

Hegemoon zijn in een liberaal imperium is allesbehalve eenvoudig, en in feite wordt het steeds duidelijker dat Duitsland dit niet lang zal kunnen blijven doen. Dit is niet alleen omdat overmatige uitbreiding altijd een dodelijke verleiding is geweest voor imperia, wat zowel door de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten wordt geïllustreerd. Wat betreft Duitsland is de publieke opinie er nog steeds in wezen pacifistisch, en het grondwettelijk recht van het Duitse parlement om zelfs kleine details over de inzet van Duitse troepen te reguleren zal niet worden opgegeven. Zelfs niet om Macron te plezieren, de glamourjongen van de Duitse politieke mainstream.

Er zal ook behoefte zijn aan imperiale financiële ondersteuning voor mediterrane landen die lijden onder het Duitse harde-munt-regime, en aan ‘structurele fondsen’ ter ondersteuning van de Oost-Europese staten en hun pro-Europese politieke klasse. Aangezien Frankrijk te kampen heeft met lage groei en hoge tekorten, blijft er alleen Duitsland om te betalen, maar de vereiste orde van grootte overschrijdt gemakkelijk zijn mogelijkheden. Merk ook op dat sinds de vluchtelingenepisode van 2015 de Alternative für Deutschland (AfD) de grootste oppositiepartij is geworden. De AfD is nationalistisch, maar vooral in de zin van isolationistisch en anti-imperialistisch. Het is om deze reden dat AfD door de Duitse liberale imperialisten gebrandmerkt wordt als ‘anti -Europees’. Als we even de weerzinwekkende opstoten van racisme en historisch revisionisme buiten beschouwing laten komt het nationalisme van de AfD, in een welwillende lezing) neer op de weigering om te betalen voor het imperium, en andere landen vrij hun gang te laten gaan. Ter illustratie het sterke geloof van de partij in verzoening in plaats van confrontatie met Rusland, een overtuiging die het deelt met de linkervleugel van Die Linke. Er zijn hier bepaalde overeenkomsten met het sentiment van Trump’s ‘America First’, dat oorspronkelijk op zijn minst isolationistisch was in plaats van imperialistisch, in scherpe afwijking van het liberale imperialisme van de Clintons en Barack Obama.


 

Voetnoten

  1. Wolfgang Streeck (° 1946) is een Duitse socioloog en auteur. Hij was directeur van het Max-Planck-Institut für Gesellschaftsforschung in KeulenHij is een scherp criticus van de neoliberalisering van de samenleving en van de Europese constructie. Op Ander Europa werd o.a. zijn boek Gekochte Tijd  besproken en verschenen diverse van zijn artikels.Het artikel dat Ander Europa hier in Nederlandse vertaling brengt verscheen in Le Monde Diplomatique van mei 2019, in de Engelse editie onder de titel The EU is a doomed empire, in de Franse Un empire européen en voie d’éclatement.
  2. Over de kwestie van de hegemonie, zie Perry Anderson, The H-Word: the Peripeteia of Hegemony, Verso, London/New York, 2017.
  3. Zie Quinn Slobodian, Globalists: the End of Empire and the Birth of Neoliberalism, Harvard University Press, Cambridge (Mass), 2018.
  4. Zie Wolfgang Streeck, ‘Heller, Schmitt and the Euro’, European Law Journal, vol 21, no 3, Hoboken (New Jersey), May 2015
  5. Andrew Gamble, The Free Economy and the Strong State: the Politics of Thatcherism, Palgrave Macmillan, London, 1988.
  6. Robert D Putnam, ‘Diplomacy and domestic politics: the logic of two-level games’, International Organization, vol 42, no 3, Cambridge, summer 1988  
  7. Zie Peter Ramsay‘The EU is a default empire of nations in denial’,  London School of Economics blog, 14 March 2019