door Laëtitia Sédou (*)
4 maart 2026
Voor de meeste burgers klinken termen als ‘vereenvoudiging’ en ‘harmonisatie’ positief. In Brusselse EU-kringen worden ze echter gebruikt als een Trojaans paard voor grootschalige deregulering. Concreet dreigt een nieuw wetgevingspakket – de ‘Transfers-omnibus’, officieel de ‘Defence Readiness Omnibus’ – de manier waarop wapens worden geproduceerd en verkocht ingrijpend te veranderen, wat een gevaarlijk precedent schept voor de mondiale veiligheid.
Nu de ‘trialoog’-onderhandelingen [i] onder het Cypriotische EU-voorzitterschap [ii] van start gaan, staat er veel op het spel. Onder het mom van ‘de voltooiing van de interne markt’ voor defensie en het bevorderen van gezamenlijke projecten, dreigen deze voorstellen juist de exportcontroles te ontmantelen die zijn bedoeld om Europese wapens uit de meest onstabiele conflictgebieden ter wereld te weren. Hiermee stelt de EU in feite voor om dodelijke technologie op dezelfde manier te behandelen als bananen of chocolade.
De uitzondering tot norm maken
De kern van het voorstel is om algemene overdrachtsvergunningen (GTL’s [iii]) in veel gevallen tot de standaardpraktijk te maken. GTL’s maken de onbeperkte overdracht van militaire goederen gedurende meerdere jaren mogelijk, waardoor lidstaten het zicht verliezen op de uiteindelijke bestemming van wapens, met name wat betreft reserveonderdelen, componenten en immateriële technologieën.
Bovendien beoogt het voorstel de lijst van uitzonderingen voor voorafgaande vergunningen uit te breiden. Door onder meer wapenoverdrachten zonder vergunning toe te staan voor EU-instanties, grensoverschrijdende partnerschappen of niet nader gespecificeerde “crisissituaties” wereldwijd, vervaagt de wetgeving in feite het onderscheid tussen overdrachten binnen de EU en wereldwijde export.
Samen dreigen deze maatregelen ervoor te zorgen dat controle zogoed als onmogelijk wordt.
Van EU- naar ‘Europese’ partnerschappen
Hoewel het oorspronkelijke voorstel van de Commissie vaag bleef over ‘grensoverschrijdende partnerschappen’, dringt het Europees Parlement erop aan om deze versoepelde regels uit te breiden naar ‘Europese’ partnerschappen, waarbij mogelijk ook niet-EU-landen zoals Turkije, Oekraïne of zelfs Israël (die al deelnemen aan veel Europese en EU-programma’s) worden betrokken.
Het gevaar schuilt in het feit dat derde landen niet gebonden zijn aan het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer, een wettelijk bindend kader dat bedoeld is om te voorkomen dat militaire producten uit de EU terechtkomen bij mensenrechtenschenders of in oorlogsgebieden. Door het toepassingsgebied van deze deregulering uit te breiden tot buiten de grenzen van de EU, neemt het risico dat Europese technologie in handen komt van ‘oorlogstokers’ en dictaturen aanzienlijk toe.
Particuliere bedrijven als rechter en jury
De ‘Transfers Omnibus’ stelt voor om de verantwoordelijkheid voor naleving te verschuiven van staten naar de wapenindustrie zelf. Door ‘gecertificeerde bedrijven’ toe te staan hun transfers zelf te reguleren, maakt de EU wapenhandelaren zowel rechter als jury en weerspiegelt zij de buitensporige invloed die de wapenlobby op deze voorstellen heeft gehad.
In een wereld waarin maatschappelijk verantwoord ondernemen al wordt ondermijnd, zijn we getuige van een omkering van democratische verantwoordingsplicht: in plaats dat fabrikanten verantwoording afleggen aan de staat, worden nationale wetgevers steeds meer afhankelijk van de belangen van wapenhandelaren.
Manke verantwoordingsplicht
Het proces achter dit beleid is even zorgwekkend als de inhoud ervan. De betrokken commissies van het Europees Parlement hebben besloten dat deze belangrijke beleidswijziging geen volledige plenaire stemming in het Parlement vereiste alvorens onderhandelingen te starten met de Ministerraad. Hierdoor is het democratische debat over een kwestie van leven en dood in feite gesmoord.
Nog zorgwekkender is dat de Commissie zichzelf uitgebreide bevoegdheden wil toekennen door middel van ‘gedelegeerde handelingen’ [iv]. Deze zijn bedoeld voor niet-essentiële technische aanpassingen, maar de Commissie wil ze gebruiken om naar eigen goeddunken belangrijke elementen van nationale exportcontroles – een gebied waarvoor zij geen bevoegdheid heeft – opnieuw te definiëren, zoals de definitie van wat ‘gevoelige componenten’ zijn in een militaire context.
Ontmanteling van nationale controle zonder waarborgen
De logica van Europese wapenbeheersing is gebaseerd op nationale vergunningensystemen voor wapenexport. Hierdoor kunnen individuele lidstaten risicobeoordelingen uitvoeren op basis van hun internationale verplichtingen, wat van cruciaal belang is wanneer de meningen uiteenlopen over export naar gevoelige bestemmingen zoals Saoedi-Arabië of Israël.
Hoewel nationale systemen niet feilloos zijn, is het volledig afschaffen ervan om de Europese Commissie ‘carte blanche’ te geven geen oplossing. In tegenstelling tot de lidstaten is de Commissie niet strikt gebonden aan het gemeenschappelijk standpunt of het wapenhandelsverdrag. In plaats daarvan onderhoudt zij een symbiotische relatie met de wapenindustrie, waarbij commerciële belangen voorrang krijgen boven ethische overwegingen.
Alles bij elkaar genomen bevorderen de omnibusvoorstellen het ‘de minimis’-beginsel zonder dit expliciet te noemen. Door dit beginsel kan een land dat de eindassemblage van militair materiaal uitvoert de exportbeperkingen negeren van het land dat onderdelen heeft geleverd. Lidstaten met strenge ethische normen kunnen binnenkort geconfronteerd worden met het gebruik van hun technologie in conflicten die zij juist expliciet wilden vermijden.
Botsende waarden
De commerciële belangen van de militaire industrie – de ‘belanghebbenden’ (stakeholders) waarnaar de Commissie vaak verwijst – mogen niet de bovenhand halen boven de fundamentele belangen van vrede en mensenrechten.
Europa heeft geen behoefte aan een ‘klaar voor oorlog’-dereguleringspakket dat de mondiale instabiliteit aanwakkert. Het heeft behoefte aan een kader dat het gemeenschappelijk EU-standpunt inzake wapenuitvoer en het internationaal recht eerbiedigt, zoals het Wapenhandelsverdrag en het Verdrag ter voorkoming van genocide, om ervoor te zorgen dat onze ‘strategische autonomie’ niet synoniem wordt met wijdverbreide onverantwoordelijkheid.
Europese wapens duiken al op in conflicten en ernstige schendingen van de mensenrechten over de hele wereld, van Egypte en Soedan tot Zuidoost-Azië. De kosten van deze ‘vereenvoudiging’ zullen niet worden gemeten in economische groei, maar in het menselijk leed dat door Europese wapens wordt veroorzaakt in de conflictgebieden van morgen.
(*) Laëtitia Sédou is projectmanager bij ENAAT, het European Network Against Arms Trade, een netwerk van 22 vredesbewegingen in 14 Europese landen.
Dit artikel verscheen op 3 maart 2026 op de website van ENAAT (The competitiveness trap: how EU ‘simplification’ fuels a global arms race). Nederlandse vertaling door Ander Europa.
[i] Trialoog: In de EU worden wetsvoorstellen niet gedaan door het Europees Parlement, maar door de Europese Commissie. Ze moeten daarna (eventueel geamendeerd) goedgekeurd worden door de Raad (ministers van de lidstaten) en het Parlement. Als er meningsverschillen blijken te bestaan tussen Commissie, Raad en Parlement wordt in besloten kring onder een beperkt aantal kopstukken gezocht naar een compromis. Deze ‘dialoog onder drie’ is in het EU-jargon bekend als trialoog of triloog. De bereikte deal wordt bijna altijd bekrachtigd op een plenaire zitting van het Parlement. [Noot van de vertaler]
[ii] EU-voorzitterschap: de Raad van de EU (ministers van de lidstaten) wordt gedurende een half jaar voorgezeten door een bepaalde lidstaat, waarna het voorzitterschap wisselt naar een andere lidstaat. In de eerste helft van 2026 is Cyprus voorzitter, vanaf 1 juli wordt het Ierland. [Noot van de vertaler]
[iii] GTL staat voor General Transfers Licences, wat men kan vertalen als algemene transfervergunningen. Het is een bepaling in de Transfer Richtlijn van de EU, waardoor een onbeperkte hoeveelheid militaire goederen gedurende meerdere jaren zonder verdere controles kan getransfereerd worden naar een andere EU-lidstaat. Dit soort algemene vergunning is veel ruimer dan een individuele vergunning, die alleen voor een welbepaalde transfer geldig is. De Commissie is erop uit om het gebruik van GLT’s te veralgemenen en uit te breiden naar niet-EU landen zoals Oekraïne of landen waarmee militaire partnerships bestaan. Uitgebreidere informatie bij ENAAT. [Noot van de vertaler]
[iv] Gedelegeerde handeling: De Europese Commissie kan, zonder goedkeuring van de Raad of het Parlement, een bestaande wet op niet essentiële punten aanpassen, aanvullen of actualiseren. [Noot van de vertaler]

Laat een reactie achter