Facebook

2 weeks ago

Ander Europa

www.andereuropa.org/het-andere-beieren-tegen-de-politiek-van-de-angst/ ... See MoreSee Less

View on Facebook

Hoe principieel is het groene verzet tegen meer Europese defensieuitgaven?

18 juli 2018

Door Herman Michiel
18 juli 2018

 

Regelmatige lezers van Ander Europa zullen opgemerkt hebben dat we ons herhaald positief uitlieten over de standpunten van de Europese Groenen in het Europees Parlement wanneer het gaat over de steeds meer militaristische koers die de Unie vaart. Nog recent schreven we ter gelegenheid van de stemming op 3 juli over het Europese Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling: “Het enige echte verzet tegen de militarisering van de EU, toch op parlementair vlak, kwam er van radicaal links (met in Nederland de Jong en Mineur van SP en Hazekamp van de PvdD) en Groenen (Eeckhout en Sargentini van GroenLinks, Staes van Groen en Lamberts van Ecolo)”. Een pluim voor Groen dus, ook al moesten we daarbij eerder al opmerken dat wie voor uittrede uit de NATO is, ook niet bij de Groenen terecht kan. Hoe dan ook, het is verheugend dat Europees radicaal links niet helemaal alleen staat in zijn verwerping van een militair Europa.

Maar nu de kwestie van de militarisering steeds meer aan bod komt, en politici ­ – ook de groenen – ­ hun argumentatie naar buiten brengen (binnen minder dan een jaar zijn er trouwens Europese verkiezingen), stel ik me steeds meer vragen over de principiële aard van het groene verzet. In een column in Knack (11 juli) haalt Groen europarlementslid Bart Staes zeer vocaal uit naar Trump, en hij ziet (terecht) in diens eis dat de Europeanen veel meer uitgeven aan ‘defensie’ een lobbyoperatie voor de Amerikaanse wapenindustrie. Maar wat stelt Staes daartegenover? “De kern van de problematiek rond de Europese defensie is samenwerking en efficiëntie en niet de hoeveelheid euro’s“, schrijft hij, en hij laat er geen enkele twijfel over bestaan dat inefficiëntie het grote probleem is van een Europese defensie. “Het heeft geen enkele zin om de uitgaven voor Europese defensie te verhogen als het gebrek aan samenwerking en efficiëntie niet structureel wordt aangepakt“; “De problemen waarmee de Europese defensie vooral kampt zijn inefficiëntie en een gebrek aan samenwerking als gevolg van versnippering“; “In plaats van meer te spenderen, moet er eerst en vooral slimmer gespendeerd worden“, enzovoort. Staes verwijst trouwens naar de Europese Commissie die berekende dat de ‘inefficiëntie’ jaarlijks tussen de 25 en de 100 miljard euro kost, we moeten daarom “even zuinig en efficiënt zijn met het uitgeven van belastinggeld voor militaire doeleinden als voor andere beleidsdomeinen” … De hele discussie rond de militaire ambities van de Europese Unie wordt op deze manier herleid tot een kwestie van zuinigheid en coördinatie die door een beter ‘management’ kan opgelost worden.

Helaas blijken deze opvattingen gemeengoed te zijn onder de Europese Groenen. Het Nederlandse Groenlinks laat net dezelfde klok luiden:

“De 28 landen van de Europese Unie geven gezamenlijk 180 miljard euro per jaar uit aan defensie. Dat is bijna de helft van het Amerikaanse budget. Toch kan de EU slechts zo’n tien procent van de Amerikaanse militaire vermogens leveren, bijvoorbeeld qua aantal militairen die op (vredes)missie kunnen worden gestuurd. Die beroerde verhouding tussen prijs en prestatie moet de EU rechttrekken. Het geld voor defensie kan zoveel efficiënter worden besteed als EU-landen hun legers geleidelijk in elkaar schuiven.”

En het is niet anders bij een zwaargewicht als Reinhard Bütikofer (Die Grünen), co-voorzitter van de Europese Groene Partij en met verantwoordelijkheden in tal van internationale delegaties van het Europees Parlement. In een artikel in de Green European Journal vinden we net dezelfde argumentatie terug als van zijn Vlaamse en Nederlandse collega’s:

However, short-sightedness dominates the debate on European defence policy. The primary problem is not a lack of military spending, but that the total armaments expenditure of all EU countries, about three times that of Russia, is spent so inefficiently that their military capabilities fall short. EU taxpayers’ money is being squandered on defence procurement. Instead of coordination, we have fragmentation. Where the Americans have 30 different weapons systems, the EU has 178. Increasing defence spending will feed the armaments lobby but will not help to resolve the real issues. Which is why we Greens say that Europe needs to do more for common security, but above all it has to focus on efficiency.

 

De Groenen zijn dus tegen een verhoging van de Europese defensiebudgetten, want het doel kan evengoed bereikt worden door meer samenwerking, coördinatie, rationalisatie, meer efficiëntie. Maar er wordt bitter weinig gezegd over die gestroomlijnde, gecoördineerde efficiënte Europese militaire macht zelf. Waarvoor zal die ingezet worden? Welke middelen zijn nodig voor welke conflicten? Wie zal over wat beslissen? Waarom zou het militair apparaat van een unie van kapitalistische landen, tegen alle historische ervaringen in, niet ingezet worden ter verdediging van kapitalistische belangen?

De afwezigheid van deze bekommernissen in de groene argumentatie is des te opvallender en betreurenswaardiger aangezien de Groenen, in tegenstelling tot de sociaaldemocraten, zich wel van een aantal risico’s bewust zijn. In Staes’ efficiëntiepleidooi zitten tussendoor een aantal belangrijke vaststellingen. Zo hebben de ‘Amerikaanse’ oorlogen na 2001 bijgedragen tot meer terrorisme, en hij verwijst ook naar het vredesinstituut in Stockholm (SIPRI) dat de blijvende hoge militaire uitgaven als een obstakel ziet voor het zoeken naar vreedzame oplossingen. Bütikofer besluit zijn artikel met een aantal mooie overwegingen over “een groene veiligheidsstrategie die het militaire niet als startpunt ziet”, en hij geeft ronduit toe dat het Europees Parlement absoluut geen controle heeft over de Europese defensiefondsen. Maar dit volstaat blijkbaar niet om het groene denken iets te laten uitstijgen boven de technocratenleuze voor meer ‘efficiëntie”. Zou het wel volstaan om herhaling van blunders te vermijden als de deelname aan de oorlog in Kosovo (1999) of Afghanistan (2001) onder de Duitse  grüne buitenlandminister Joschka Fischer?? 1


 

  1. Zie hierover bv. De Wereld Morgen, Wat is er geworden van de Duitse Groenen?

Laat een reactie achter