Facebook

Leidt Zweeds Links de wolven naar de schapen?

door Herman Michiel
12 juli 2021

 

Zweden heeft sinds maandag 5 juli opnieuw een premier. Het is Stefan Löfven, van de Zweedse sociaaldemocratische partij SAP, dezelfde Löfven die premier was drie weken geleden toen een regeringscrisis uitbrak na een motie van wantrouwen tegen zijn zogenoemd ‘rood-groen’ minderheidskabinet. Die motie werd goedgekeurd door de rechtse oppositie, waaronder de extreemrechtse Zweedse Democraten, maar ook door de Linkse Partij. Dit lokte heel wat commentaren uit in de zin van “extreemlinks en extreemrechts vinden elkaar om een rood-groene regering te doen vallen“, maar bij nader toezien lijkt het een twijfelachtig argument dat de aandacht moet afleiden van een mislukte sociaaldemocratische opstelling, zoals we die ook elders in Europa terugvinden.

We geven eerst wat achtergrond bij de recente politieke crisis in Stockholm.

 

De wankele regering Löfven

De gewezen vakbondsleider Stefan Löfven werd in 2012 de voorzitter van de Zweedse sociaaldemocraten (SAP). In 2014 werd hij eerste minister van een minderheidskabinet van de SAP met de kleine Groene partij. Deze formule werd overgedaan in 2019 met het tweede kabinet Löfven, dat maar over één derde van de zetels in de Riksdag beschikte. Het kon zich min of meer overeind houden door de gedoogsteun van de rechtse Centrumpartij en de liberalen 1, waarmee een geschreven overeenkomst, het ‘januari-akkoord’ werd gemaakt. Dit stipuleerde expliciet dat de Linkse Partij geen invloed mocht hebben op het beleid, en bevatte een reeks neoliberale hervormingen. Naast de afschaffing van een rijkentaks voorzag het de verregaande privatisering van de publieke tewerkstellingsdienst, ingrepen in de arbeidswetgeving, meer vrijheid voor de private sector in de welzijnssector… Er zou bovendien een eind gemaakt worden aan een systeem van huurprijsbeperking dat al sinds de jaren 1940 in voege was. Over huurprijzen wordt in Zweden onderhandeld tussen de huurdersbond 2 en de eigenaars, maar het januari-akkoord wou daar een eind aan maken, althans voor nieuw gebouwde en sterk gerenoveerde huurwoningen.

Dat de Linkse Partij met name vernoemd en verdoemd werd in het januari akkoord wijst erop dat ze geen verwaarloosbare factor is in het Zweedse politieke landschap. Deze Linkse Partij (Vänsterpartiet) heeft historisch haar wortels in de Zweedse communistische partij. Bij de verkiezingen van 2018 haalde ze 8% van de stemmen en 28 van de 349 zetels. Ze wordt sinds 2020 geleid door Nooshi Dadgostar, in een Zweeds vluchtelingenkamp geboren uit Iraanse ouders. Dadgostar is goed bekend bij het publiek, verdedigt een ecologisch, feministisch en sociaal-reformistisch programma, en gaat confrontaties met de SAP niet uit de weg.

Maar zelfs met de gedoogsteun van liberalen en Centrum moest Löfvens regering rekenen op de welwillendheid van de Linkse Partij. Niettegenstaande de vijandige houding hen tegenover waren ze daar tot op zekere hoogte toe bereid, gezien het stijgend succes van uiterst rechts. In 2010 deden de ‘Zweedse Democraten’ hun intrede in het parlement en behaalden in 2018 17,5% van de stemmen en 62 zetels. In tegenstelling tot wat hun naam zou laten vermoeden situeren deze Zweedse Democraten zich aan het bruine uiteinde van het politieke spectrum, bouwen hun electoraal succes op vreemdelingenhaat en hebben hun wortels in het neo-nazisme en de white power beweging van de jaren 1980 en 1990.

De Linkse Partij had echter van meet af aan verklaard dat er aan haar gedooghouding twee no pasaran’s verbonden waren: liberalisering van het arbeidsrecht, en liberalisering van de huurprijzen. Als Löfven’s regering hiermee zou uitpakken (zoals voorzien in het januari-akkoord) zou de Linkse Partij de regering niet langer gedogen, aldus de toenmalige partijvoorziter Jonas Sjöstedt. En ja, begin juni bevestigde de regering dat huurbeperking bij nieuwbouw niet langer van toepassing zou zijn. Half juni stelde de Linkse Partij, nu geleid door Nooshi Dadgostar, een ultimatum: als deze maatregel niet ingetrokken werd zou de partij haar voorwaardelijke steun aan de regering intrekken. Zelf kon ze geen motie van wantrouwen indienen, maar toen de Zweedse Democraten (derde grootste partij) dit deed werd de motie op 21 juni goedgekeurd, met de steun van de Linkse Partij en de andere rechtse partijen (christendemocraten en ‘gematigden’).

 

Reacties

Extreem-links doet de Zweedse regering vallen” titelde La Libre Belgique, alhoewel dat zelfs in de cijfers niet klopt 3 . De Franstalige Belgische openbare omroep RTBF was even tendentieus door de suggereren dat de val van de Zweedse regering het gevolg was van “een ommezwaai van de Linkse Partij die tot dan toe punctueel de regering had ondersteund

De Linkse Partij heeft de wolven naar de schapen geleid”, titelde International Politics and Society, een online platform van de Duitse sociaaldemocratische Friedrich-Ebert-Stiftung. De ondertitel kondigt een uitleg aan “waarom de voormalige communisten zich verenigden met een neo-nazi partij”. Die uitleg komt er dan op neer dat het de Linkse Partij alleen om machtspolitiek te doen was, “aangezien het dispuut over huurprijzen maar over 0,5% van de Zweedse woningsector gaat.“ Maar het artikel geeft zelf aan dat het zeer moeilijk is om betaalbaar te wonen in Stockholm, en dat dit het gevolg is van “liberalisering en bezuinigingsbeleid in de laatste 30 jaar.” Bekijkt men de lijst van kabinetten in deze laatste 30 jaar, dan blijkt Zweden gedurende 20 jaar sociaaldemocratisch bestuurd geweest te zijn. Maar opnieuw stelt het artikel, met bewonderenswaardige openheid, dat “de partij [SAP] om steun te krijgen voor de minderheidsregering, politieke compromissen moest maken die in onmiddellijke tegenspraak waren met de verkiezingsbeloften van 2018.”

Is het dan een uiting van ‘machtspolitiek’ als voorzitster Nooshi Dadgostar vaststelt dat “de Linkse Partij iets lijkt te hebben gedaan wat in de politiek als ongebruikelijk wordt beschouwd, namelijk op ons woord staan. Als een partij handelt naar wat ze het volk heeft beloofd, heeft dat de regering geschokt.” 4. De huurdersverenigingen waren alleszins opgetogen over de linkse rechtlijnigheid, en de partij blijkt in polls er verder op vooruit te gaan.

Men moet ook vaststellen dat Löfvens ‘strategie’ om extreemrechts buiten te houden door te rekenen op rechts geen succes is. Net voor Pasen maakte de liberale partij bekend dat ze voor de verkiezingen van 2022 wil gaan voor een rechtse regering met de christendemocraten en de Gematigde partij. Die beide partijen hebben al laten weten dat ze willen samenwerken met de extreemrechtse Zweedse Democraten.

 

Kiezen tussen pest en cholera?

Wie zich even in de plaats stelt van de Zweedse Linkse Partij moet toegeven dat ze voor een moeilijke keuze stond. Een motie goedkeuren die ook door rechts en uiterst rechts wordt goedgekeurd zal door politieke tegenstanders aangegrepen worden om je naar het verdomhoekje van de “extremisten vanwaar ze ook komen” te verwijzen. Maar een regering gedoogsteun verlenen als ze uitvoert wat je altijd bestreden hebt stuurt je naar het andere verdomhoekje, dat van de leugenaars die hun verkiezingsbeloften even vlug vergeten als ze deze formuleren.

Toch is deze ‘tactiek van het centrum’ te doorzichtig om er zich door te laten leiden. Het is niet alleen in Zweden dat linkse partijen  ̶ die in grote lijnen een programma verdedigen dat vroeger door de sociaaldemocratie zelf werd verdedigd – als extremisten (‘marxisten’, ‘communisten’…) worden gebrandmerkt, in de hoop er kiezers mee af te schrikken. Men zou een bloemlezing kunnen opstellen van wat de Belgische PVDA over zich heen kreeg, niet alleen in de rechtse pers maar ook vanwege PS en sp.a. Maar net zoals in Zweden de huurdersbonden wel weten wie de echte bondgenoten zijn, weten sociale bewegingen en progressieve kiezers overal wel het onderscheid te maken tussen een consequente politiek en garen spinnen in allerlei combines. Uiteindelijk kan elk beetje consequentie bestempeld worden als extremisme. “Groenen sluiten zich aan bij extreem-rechts in poging EU-klimaatwet tegen te houden“, titelde Euractiv onlangs. Het ging erom dat in het Europees Parlement de ‘klimaatwet’ afgewezen werd door de groene en radicaal linkse fractie omdat ze volgens hen niet in staat is de doelstellingen van het Parijse klimaatakkoord te realiseren. Hadden ze hun standpunt moeten herzien omdat ook een aantal rechtse en uiterst rechtse europarlementariërs tegen stemden, voor redenen die met klimaat politiek niets te maken hebben?

 


 

Hits: 103

Voetnoten

  1. SAP, Groenen Centrum, liberalen en Linkse Partij beschikken samen over 175 zetels, één meer dan de oppositie.
  2. Deze heeft een half miljoen betalende leden en verdedigt de belangen van ongeveer 3 miljoen huurders, aldus Jacobin.  
  3. De motie van wantrouwen werd gestemd met 181 stemmen vóór, 109 tegen en 51 onthoudingen. De 28 stemmen van de Linkse Partij hadden dus het verschil niet kunnen maken aangezien geen absolute maar een eenvoudige meerderheid voldoende was.
  4. Uit het Zweeds vertaald met behulp van DeepL.

 

Een reactie op “Leidt Zweeds Links de wolven naar de schapen?”

  1. Een knap informatief artikel Herman. Het illustreert hoe de gewone mens die zich dagelijks door hun bestaan moet worstelen wordt misleid . Het vraagt een inspanning om gepubliceerde informatie kritisch te belijken en op zoek te gaan naar de achtergrond want de huidige mediabronnen falen hierin !

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *