Facebook

Moeilijke tijden, ook voor de politieke klasse in Spanje

door Brais Fernández (*)
18 november 2019

Artikel verschenen in El Salto van 8 november 2019
Nederlandse vertaling: Ander Europa

 

Dit artikel werd geschreven vóór de Spaanse verkiezingen van 10 november, en vóór het principiële regeerakkoord tussen PSOE en Unidas Podemos bekend werd. Indien dit zeer algemene voorakkoord (dat reeds van meet af aan door de filter van het noodzakelijke “begrotingsevenwicht” is gehaald) tussen Unidas Podemos en de PSOE werkelijk uitloopt op een regering die op een meerderheid kan rekenen in de Cortes (of tenminste op de welwillende onthouding van de regionale partijen), dan nog zal dergelijke “linkse” regering rekening dienen te houden met de veel dieper liggende crisis van de Spaanse instellingen.

Brais Fernández schetst de verhoudingen, de spanningen en uitdagingen die het huidig politieke klimaat in Spanje beheersen.

 

Na de verkiezingen van 10 november: de moeilijke weg naar de restauratie

 

Niet geloven aan samenzweringen wordt als blijk van politieke wijsheid en sofisticatie aangezien. Een gemeenplaats, maar zoals elke gemeenplaats bevat deze ook een belangrijk deel waarheid. De politiek van de politieke klasse is in feite altijd een synthese van tactiek (antwoorden op de toevallige omstandigheden van een structureel onstabiel systeem) en strategie (voorwaarden scheppen zodat die toevalligheden de reproductie van het systeem niet verhinderen).

Sinds het begin van de Spaanse politieke cyclus, die aanving op 15 mei 2011 (Indignados, massabeweging met bezetting van de Spaanse pleinen, nvdr) stonden de grote partijen van het politiek systeem voor de keuze tussen twee strategische opties als antwoord op de tactische problemen, die de politieke instabiliteit stelde.
Eenmaal Podemos haar initiële impuls verloren had en de reële mogelijkheid tot een of andere constitutionele breuk met het verleden steeds verder af lag, bleven er slechts twee opties over: die van de restauratie of die van de hervorming.

Deze noodzaak blijft vandaag van kracht, want ondanks het wegebben van de aanzet tot een breuk met de grondwet doet de politieke klasse voort zonder haar organische crisis, de kloof tussen regeerders en geregeerden te kunnen afsluiten. De paradox is dat ondertussen de economische macht onaantastbaar blijft en in alle rust verder zaken doet.

Heel even nam Pedro Sánchez  zich  voor de weg van een systeemhervorming te kiezen. Het ging er om even een bocht naar links te nemen, wat verloren sociaal terrein terug te winnen en door Podemos te integreren opnieuw een zekere basisconsensus te scheppen over de werking van het politiek systeem. Die mogelijkheid leek tijdens en na de verkiezingen van april werkelijkheid te zullen worden. De PSOE en Podemos knipoogden naar elkaar, de eersten leken voor het eerst bereid om de regeringsmacht te delen en de laatsten leken bereid om hun meest heikele programmapunten te laten varen om in een regering te treden.
Maar plots wrong er iets.

 

De hervormingsoperatie blokkeert op twee centrale kwesties

Men kan deze ommezwaai niet begrijpen indien men niet inziet dat de organische crisis van de politieke klasse bepaald wordt (“bepaald” in de zin dat er een oorzaak is die de autonomie van de politiek beperkt) door de fundamentele crisis die het kapitalisme als systeem doormaakt. Een nieuwe recessie staat er aan te komen. De werkloosheidsgraad neemt opnieuw toe. Op wereldschaal is er geen plaats meer voor “globale vrijheid van handel”. Elke burgerij moet overgaan tot het devalueren van haar interne arbeidsmarkt om te kunnen overleven in een steeds competitiever wereldsysteem.
Het toelaten van enkele minimale “sociaaldemocratische”  grillen als de economie in opgaande lijn gaat, is één ding, iets helemaal anders is de confrontatie aangaan met een nieuwe fase in de lange recessieve golf met Unidas Podemos in de regering.

Clip gebruikt door Podemos tijdens de recente verkiezingscampagne. “Pedro no duerme tranquilo porque tiene un amor prohibido, porque Albert es más que un amigo” (Pedro [Sánchez] slaapt niet rustig want hij koestert een verboden liefde, want Alberto [Rivera, voorzitter van Ciudadanos] is meer dan een vriend)

Komt daarbij dat het Catalaans onafhankelijkheidsstreven verre van verslagen is. Er is geen marge meer voor een regering die geen rekening houdt met de stilzwijgende steun van de naties zonder staat. De hervormingsoperatie blokkeerde op de sociaal-economische en de territoriale kwestie, de twee kwesties die de politieke cyclus in Spanje bepalen, en er is geen marge meer.

Pedro Sánchez trad aan en dwong de verkiezingen van 10 november af. Verblind door zijn bonapartistisch ego en door de goeroes van de kiespeilingen dwong hij nieuwe verkiezingen af om een weg naar de restauratie te forceren.

Wat was het probleem? Het parlementaire rekenkundig plaatje klopte niet. Eenmaal de keuze voor een pact met Unidas Podemos en een weg naar hervormingen verlaten werd leek het althans op korte termijn even moeilijk dat rechts aan een meerderheid kon komen om een regering te vormen.

Een restauratie van het systeem vereist bijgevolg een tactische alliantie tussen de sociaaldemocraten van de PSOE en de Partido Popular. Maar welke vorm zou dergelijke overeenkomst dan moeten hebben? Het leek er niet op dat het een “grote coalitie” zou worden(de twee grote partijen regeren samen). Daar waar het werd geprobeerd was het rampzalig voor de sociaaldemocraten en draaide het uit op een opgang van uiterst rechts, wat ook de conservatieven deed inbinden.
Een neoliberaal parlementair systeem  heeft niet alleen nood aan sterke regeringen, maar tevens moet een overeengekomen afwisseling tussen links en rechts weer op gang komen. Daarom lijkt het meest waarschijnlijke perspectief een akkoord tussen de PSOE en de PP over een reeks staatsakkoorden (die de komende economische crisis moeten voor zijn, een klap toebrengen aan het Catalaans independentisme en meteen ook de burgerrechten beknotten) en over een grondwetshervorming, die borg kan staan voor toekomstige regeerbaarheid.

In die richting zijn er meerdere opties: of het fameuze artikel 99 (zie kader) van de Grondwet herzien om te garanderen dat de lijst met de meeste stemmen kan regeren zonder een parlementaire meerderheid te vertegenwoordigen, of het kiesstelsel hervormen naar het Grieks model, zoals het daar ook bij de laatste verkiezingen weer toegepast werd. Daarbij krijgt de sterkste politieke formatie een bonificatie van zetels, zodat een politieke partij met ongeveer 30% van de stemmen toch een regering kan vormen.

Wat zegt Artikel 99 van de Spaanse Grondwet?

Artikel 99 regelt de procedure voor de investituur van de president (premier) van de Spaanse regering. Na de verkiezingen komt de koning samen met de vertegenwoordigers van alle partijen met een parlementaire vertegenwoordiging en stelt hij een kandidaat voor het presidentschap voor.
Eenmaal aangesteld, moet de kandidaat zijn regeringsprogramma presenteren in het Congres van Afgevaardigden (de Cortes) in een zogenaamde investituurzitting, en moet hij de steun krijgen van de Kamer van Afgevaardigden. Als hij bij de eerste stemming een absolute meerderheid behaalt, wordt hij tot president benoemd. Anders wordt 48 uur later een tweede stemming gehouden, waarbij een eenvoudige meerderheid volstaat om als president te worden beëdigd. Als ook dit niet wordt bereikt, kunnen voorstellen worden ingediend binnen maximaal twee maanden, waarna het congres (de Cortes) moeten worden ontbonden en opnieuw verkiezingen moeten worden uitgeschreven.

Pedro Sánchez gaf bij zijn eerste presidentschap te kennen dat hij een pact wil tussen alle partijen om dit artikel geheel of gedeeltelijk te wijzigen om zo toekomstige blokkeringen en onbestuurbaarheid te vermijden. Het doel moet in elk geval zijn de aanvoerder van de lijst met de meeste stemmen tot president te maken. [Redactie Ander Europa]

“Ciudadanos”, verworden tot een partijtje zonder veel toekomstperspectief, zou dergelijke handel kunnen aanvaarden: het zou de sleutel kunnen zijn om in ruil voor enkele ministerposten de PP of de PSOE een regering te laten vormen. De fameuze politieke blokkering zou van de baan zijn en uitlopen op een restauratie, waarbij alles op zijn plaats blijft.

Deze optie stelt de politieke klasse toch voor enkele problemen. In de eerste plaats moet er een meerderheid gevonden worden voor een grondwetswijziging en de mechanismen om die ook te activeren. De mechanismen, die het zo moeilijk maken om iets aan de Grondwet te wijzigen bemoeilijken ook een door de Grondwet gedragen restauratie van het systeem. Zo moet nog bekeken worden of b.v. een bonificatie “op zijn Grieks” wel grondwettelijk is, aangezien de verkozen afgevaardigden moeten gebonden zijn aan een kiesomschrijving. Indien men die weg toch zou opgaan moet men in alle geval beducht zijn voor valstrikken zoals het toewijzen van zetels aan een (op te richten) centrale kiesomschrijving van de Staat als element in een proces van statelijke hercentralisering  dat de invloed van het onafhankelijkheidsstreven kan keren.

Anderzijds zou een keuze voor deze optie anti-establishment ruimte open laten langs links en langs rechts. In feite heeft het ontstaan van een “extreem centrum” (Tariq Ali) in het merendeel van de Europese landen uiterst rechts versterkt, wat geen onverteerbaar probleem is voor het systeem zelf, maar wel voor haar politieke klasse.

Een ander risico voor de politieke klasse is het mogelijks heropduiken van een massale volkse kracht met neosocialistisch karakter, zoals gebeurde in Griekenland, of in het Verenigd Koninkrijk met Jeremy Corbyn.

 

Wedden op verkiezingsmoeheid?

Een kiessysteem met deze kenmerken zou opnieuw de mogelijkheid van een “sorpasso” (inhalen en voorbijsteken van de PSOE door een nieuwe linkse partij) openen, de linkerzijde zou de PSOE immers niet langer nodig hebben om een regering te vormen. Zij zou tot akkoorden kunnen komen met de Baskische en Catalaanse independentisten, onontkoombaar voor iedereen in de Spaanse staat die links aan de macht wil brengen.

Maar het grootste probleem van deze optie is de linkerzijde zelf. Gedurende jaren in de ban van een strategie van meebeheren met de PSOE vergt deze draai een grondige vernieuwing van programma, leiding en repertorium, die zij niet in staat is door te voeren. De sectoren, die de wil daartoe hebben ontbreekt het aan kracht en zij die het aankunnen ontbreekt de wil. Deze paradox zou links weer doen verschrompelen tot het ondoordringbare ideologisch massief dat stagneert rond 10% van de stemmen en meer bezig is met haar apparaat dan met het tot stand brengen van een brede  grondwetgevende meerderheid  als aanzet naar een politieke revolutie.

Samengevat: zowel een grondwetshervorming als een “grote coalitie” (PP-PSOE) plaatsen de politieke klasse voor grote problemen. een makkelijke uitweg is er niet.

Ondertussen wordt er gewed op vermoeidheid: routineuze verkiezingen, het uitputten van de burger in afwachting van betere omstandigheden.

Maar de ultieme en onverwachte factor die boven deze hypotheses zweeft is een spook dat door de wereld waart, het spook van de opstand. In tijden van organische crisis is die steeds impliciet in de toestand vervat. Het gebeurde in Frankrijk met de gele hesjes. Vandaag in Chili. Over de ganse wereld staat er een veelkleurige, wantrouwige en antipolitieke arbeidersklasse op, die plots inbreekt, de rechterzijde een dreun geeft en links ongemakkelijk maakt.
Een van boven opgelegde parlementaire grendel zal de politieke en materiële wortels van de organische crisis, die we op het globale niveau doormaken niet elimineren. Meer nog, door het blokkeren van institutionele kanalen, waarin woede en de ontevredenheid tot uiting kunnen komen, zal het tijdelijke gevoel van opluchting in de politieke klasse slechts het voorspel zijn van nieuw “messianistisch” oproer (Walter Benjamin) van hen die niet vertegenwoordigd zijn.

Het zijn geen makkelijke tijden. Ook niet voor onze decadente en rottende politieke klasse.

 



(*) Brais Fernández is publicist bij het magazine Viento Sur” en lid van de Spaanse beweging Anticapitalistas.  Deze beweging was betrokken bij de oprichting van Podemos, en maakt deel uit van de linkervleugel van de partij. Twee van de bekendste anticapitalistas zijn Teresa Rodríguez, secretaris-generaal van Podemos in Andalusië, en Miguel Urbán, in mei 2019 opnieuw verkozen voor Unidas Podemos in het Europees Parlement.

Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Reacties plaatsen niet mogelijk