Facebook

Nico Cué, ‘spitzenkandidat’ voor de Partij van Europees Links

Vandaag verscheen op Politico  een kort interview [1] met Nico Cué, één van de twee ‘spitzenkandidaten’ van de Partij van Europees Links (PEL) voor het volgende voorzitterschap van de Europese Commissie.

De PEL is een Europese politieke partij waar heel wat linksradicale partijen zijn bij aangesloten, zoals Die Linke, de Franse en Spaanse Communistische Partij, het Griekse SYRIZA…  Sinds de vorige Europese verkiezingen (2014) schuiven de verschillende politieke families één of meerdere kandidaten naar voren voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Alhoewel daar geen formele procedure mee gemoeid is, wordt er door de voorstanders van het systeem verwacht dat de politieke groep die bij de verkiezingen de hoogste score haalt de Commissievoorzitter zal leveren; dat zou dan de indruk moeten wekken dat de voorzitter ‘verkozen’ is. De goedkeuring van de grote lidstaten blijft evenwel doorslaggevend.

Er is natuurlijk geen enkele kans dat het voorzitterschap van de Commissie (momenteel: Jean-Claude Juncker) zou toebedeeld worden aan een kandidaat die niet het volledig vertrouwen heeft van het ‘extreme centrum’, en dus behoort tot het centrum van het extreme centrum, zeg maar: de christendemocratische Europese Volkspartij.

Maar een ‘spitzenkandidat’ kan wel op enige mediabelangstelling rekenen, en daarom hebben ook de kansloze politieke families één of meerdere ‘spitzen’. Voor radicaal links was dat in 2014 Alexis Tsipras, die kort daarop premier van Griekenland zou worden. Voor de verkiezingen van 2019 zijn er  o.a. de volgende spitzenkandidaten:

  • Manfred Weber, lid van de Duitse CSU, spitz van de christendemocratische fractie EVP
  • Frans Timmermans, lid van de Nederlandse PvdA, spitz voor de Europese sociaaldemocraten PES
  • Bas Eickhout (GroenLinks, Nederland) en Ska Keller (Grünen, Duitsland) voor de Groenen;
  • De liberalen (ALDE) hebben een schare van zeven ‘spitzen’, met o.a. de onvermijdelijke Guy Verhofstadt;
  • en ook de Partij van Europees Links doet mee aan het spitzenkandidatenproces, met twee figuren; de Sloveense Violeta Tomic van het linkse Sloveense Levica, en de Franstalige Belg en gewezen vakbondsleider Nico Cué, die op geen enkele lijst voorkomt.

Omdat Nico Cué tot zijn recente pensionering in België bekend stond als een zeer gedreven vakbondsleider, waren we bij Ander Europa benieuwd naar zijn visie op de Europese Unie, en vooral op de rol van links, en vakbonden,  daarin. We hadden daarom een reeks vragen overgemaakt aan de Partij van Europees Links, met het verzoek Nico Cué mondeling of schriftelijk te kunnen interviewen.   Dat leek aanvankelijk wel te zullen lukken, maar na enkele weken luidde het antwoord: “I’m X.Y from Mr Nico Cué’s campaign team. I’m very sorry but finally Mr. Cué can not do this interview. We have a very complicated work calendar and we are not able to attend your petition. Thanks very much for your interest.”

Blijkbaar is er in de complexe werkkalender van het PEL-campagneteam wel ruimte voor een weinigzeggend interview met een mainstream medium als Politico, maar niet voor enkele vraagjes van een een linkse site als Ander Europa. We willen onze lezers toch laten weten wat we graag aan M. Cué hadden gevraagd, daarom onze tien vragen hieronder in het Nederlands. (Opdat taal toch geen probleem zou stellen, hadden we onze vragen in ons beste Frans opgesteld)

 

Meneer Cué, u werd door de Partij van Europees Links (PEL) gekozen als co-kandidaat voor het presidentschap van de Europese Commissie, samen met de Sloveense Violeta Tomic. Onze felicitaties! We zouden u graag enkele vragen stellen.

  1. Uw collega Violeta Tomic is kandidate bij de Europese verkiezingen op de lijst van haar Sloveense partij Levica. Voor zover we weten staat u op geen enkele lijst bij de Europese verkiezingen van mei 2019. Is het niet een beetje verbazend om de PEL te ondersteunen zonder op een van haar lijsten voor te komen?
  1. U bent pas in pensioen gegaan na een lange carrière als vakbondsleider aan het hoofd van de metaalbewerkers van de FGTB, de Belgische socialistische vakbond, en nu zit u alweer te midden van een nieuwe strijd, ditmaal een politieke, als boegbeeld van Europees links bij de Europese verkiezingen. Beschouwt u dit als de voortzetting van dezelfde strijd maar met andere middelen? Wat betekende “Europa” voor u als vakbondsverantwoordelijke?
  1. Is er bij veel vakbondsleiders in Europa geen gebrek aan kritische geest in verband met de Europese Unie? Men herhaalt zo vaak de mantra van het “sociaal Europa”, maar heeft de EU niet meer opgetreden tegen de belangen van de werkers en hun vakbonden?
  1. In principe zou het Europees Vakverbond (EVV) met zijn 45 miljoen leden een serieus tegengewicht moeten betekenen tegen de neoliberale antisociale politiek van de EU. Maar moet men niet vaststellen dat het EVV heel weinig voorstelt als tegengewicht? Hoe verklaart u dat? Zal de Europese vakbondsstrijd deel uitmaken van uw campagne als kandidaat van de PEL?
  1. In het verleden kwam radicaal links min of meer verenigd voor de kiezer in Europa. Dat is vandaag niet het geval. Men kan op zijn minst drie “takken” onderscheiden, om niet te zeggen “kampen”. Er is de PEL waarvoor u zich engageert en die een groot deel van de links-radicale fractie in het Europees Parlement (de GUE/NGL) vertegenwoordigt. Er is voorts de beweging DiEM25 van Varoufakis, en er is “Demain le Peuple”, gelanceerd door Jean-Luc Mélenchon en die behalve door zijn eigen beweging La France Insoumise (LFI) de voorkeur lijkt te krijgen van een ander deel van GUE/NGL, onder andere Podemos, het Portugese Bloco en Scandinavische partijen. Men kan deze onenigheid betreuren, maar ze is het bijna onvermijdelijke gevolg van de buitengewone gebeurtenissen en evoluties van de laatste jaren in Europa (Griekenland, Brexit, soberheidspolitiek…). Hoe staat u tegenover deze “verscheidenheid van links”?
  2. Het meningsverschil tussen de Franse Parti de Gauche (waaruit la France Insoumise is voortgekomen) en de Partij van Europees Links PEL betreft vooral het bilan van de regering SYRIZA onder Alexis Tsipras.De Franse Parti de Gauche vroeg de uitsluiting van SYRIZA uit de PEL nadat SYRIZA het soberheidsbeleid nog had versterkt en beperkingen ingesteld op het stakingsrecht. Hoe denkt u daarover? Men stelt ook vast dat SYRIZA soms de voorkeur wegdraagt van de Europese sociaal-democratie ten nadele van haar eigen Griekse partij, de PASOK. Sommigen vragen zich zelfs af tot welke fractie SYRIZA zal toetreden na de verkiezingen. Is het niet wat geriskeerd vanwege de PEL om alles op SYRIZA te zetten? En dreigt men niet de band te verliezen met belangrijke linkse partijen ten gevolge van een eenzijdige politieke keuze?
  1. Het debat binnen links in Europa betreft ook de vraag naar de “hervormbaarheid”van de EU. De beweging van Varoufakis heeft zich als doel gesteld om de Europese instellingen te democratiseren tegen 2025; anderen zijn ervan overtuigd dat de EU niet hervormbaar is en dat men vanop een nieuwe basis zou moeten starten als men een democratisch, sociaal en vooruitstrevend Europa wil. Wat is uw mening daarover?
  1. U nam deel aan het “Progressief Forum”georganiseerd door de PEL in Bilbao (november 2018). Er was veel sprake over de nood aan een breed links front, met inbegrip van sociaal-democraten en Groenen, om de opkomst van rechts tegen te gaan. Maar als vakbondsleider bent u er niet voor teruggeschrokken om herhaalde malen de Waalse sociaaldemocraten te bekritiseren wegens hun politieke keuzes, die vaak ingingen tegen de belangen van de werkende bevolking. Het bilan van de rood-rood-groene coalities tussen SPD, Groenen en Die Linke in sommige Duitse Länder is ook niet altijd even overtuigend. Hoe kijkt u naar een samenwerking tussen deze drie stromingen? Wat zouden de “rode lijnen” zijn die niet mogen overtreden worden? Wordt er een hand uitgestoken naar deze formaties in hun geheel, of is het eerder naar hun linkervleugel?
  1. Tot voor kort was er in België geen radicaal linkse partij van enig belang. Met de opkomst van de PTB in Wallonië, en in mindere mate de PVDA in Vlaanderen lijkt daar wel een kentering in te komen. Gelooft u dat deze kleine partij een zekere rol zou kunnen spelen in het Belgische politieke landschap? Ziet u er een rol voor weggelegd binnen de PEL?
  1. Een vraagje om te eindigen. Niet lang geleden stelde een onderzoekster van de London School of Economics een analyse voor van de platformen van de grote politieke families in Europa (zie  European Parliament elections—battle for ‘Europe’s soul’? Miriam Sorace, Social Europe Journal, 19 februari 2019, https://www.socialeurope.eu/european-parliament-election). Radicaal links kwam er niet in voor, maar dat was geen kwade wil of vergetelheid van de onderzoekster. Ze schreef: “The European Left (GUE/NGL) is absent from this analysis since the European left is currently divided and no clear manifesto/platform section was found on its website.“. Was dat alleen een kwestie van slechte timing, of zal er geen formeel programma zijn van de PEL?

[1] Zie “Playbook interview” in Politico Brussels Playbook, 23 april 2019.

Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Reacties plaatsen niet mogelijk