Facebook

Onmogelijke keuzes bij de Italiaanse verkiezingen

16 februari 2018

David Broder (*)

Verschenen op 3 januari 2018 in Jacobin
onder de titel Italy’s Terrible Alternatives
Nederlandse (lichtjes ingekorte) vertaling: Ander Europa

 

Liga Nord, Vijfsterrenbeweging … Berlusconi? Waarom Rechts de verkiezingen domineert

 

Het Italiaans Parlement werd ontbonden op 28 december 2017, ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 4 maart 2018. Als we mogen afgaan op recente regionale verkiezingen en opiniepeilingen staat de Democraten – de Partito Democratico –  die nu in de regering zitten met kleine centrum-partijen, een historische nederlaag te wachten.

Maar wat komt na hen? De buitenlandse pers heeft het veel gehad over de Vijfsterrenbeweging (M5S), een populistische formatie ontstaan na de financiële crash, die  de leiding heeft in de polls, maar niet in staat lijkt een coalitie te vormen. Een aannemelijker scenario is dat Silvio Berlusconi terug op de voorgrond treedt; zijn Forza Italia neemt de leiding van een rechtse heropstanding. Dat houdt opnieuw de mogelijkheid in van het drama van een ‘hung parliament’ 1.

Zou Italië de eurozone in een nieuwe crisis kunnen storten? Zijn er tekenen van hoop na jaren van economische stagnering en massale jeugdwerkloosheid?

 

Rechts steekt weer de kop op

De laatste keer dat een Italiaans politicus zijn partij naar de verkiezingen leidde en dan eerste minister werd, was in 2008. Het was Silvio Berlusconi, en iedere Italiaanse regering na zijn val in 2011 was ofwel samengesteld uit onverkozen technocraten, of een hybride coalitie gebaseerd op centrum-links en centrum-rechts. De economische crisis bevorderde nog de lange-termijn fragmentering van het Italiaanse partijsysteem, dat onafgebroken van kracht was sinds het eind van de Koude Oorlog. In het verlengde van deze trend zien we ook bij de verkiezingscampagne voor 4 maart een allegaartje van nieuwe partijnamen en allianties.

Zelfs de oudste kracht in het Italiaans Parlement – de Lega Nord gesticht in 1991 – is daarvan een mooi voorbeeld. Ze veranderden het logo zodat als naam alleen ‘Lega’ overblijft. Was het voorheen een separatistische kracht die campagne voerde voor afsplitsing van het rijkere noorden van de romp van Centraal- en Zuid-Italië, nu is Matteo Salvini’s Lega een pan-Italiaanse hard-rechtse beweging die probeert zich uit te breiden naar het zuiden en probeert een partij te worden zoals Frankrijks Front National, als uitdager van centrum-rechts. Met bijna 15% in nationale polls zit de Lega Berlusconi’s Forza Italia op de hielen; het zijn directe concurrenten maar ook mogelijke coalitiepartners.

Met 37% van de zetels in beide Kamers, toegekend volgens een meerderheidsstelsel (winner takes all) wordt een dergelijke coalitie door de nieuwe kieswet bevorderd. Forza Italia, het gepersonaliseerde kiesvehikel dat Berlusconi creëerde eind 2013, hoopt dat een pre-electoraal pact met de Lega meer kansen zal bieden aan Rechts tegen de Democraten en M5S. En nog voor de verkiezingen  de zetels verdelen lijkt de zekerste manier om Forza Italia’s huidige hegemonische rol ter rechterzijde te garanderen. Tot een dergelijk blok kan ook het veel kleinere Fratelli d’Italia behoren dat, in tegenstelling tot de Lega, een directe erfgenaam is van de post-fascistische beweging

Opiniepeilingen geven de rechtse lijsten tussen de 35 en 40% van de stemmen, te vergelijken met de 29% die een gelijkaardige coalitie behaalde bij de verkiezingen van 2013. Bij de regionale Siciliaanse verkiezingen in november 2017 behaalde de rechtse coalitie 14% meer dan vijf jaar ervoor. De nieuwe verkiezingswet biedt geen garanties hoe stemmen zullen omgezet worden in zetels. Maar alles wijst erop dat breed rechts nu in een sterkere positie staat dan ooit sinds Berlusconi in 2011 aftrad, niet in het minst door de verzwakte positie van de regerende Democraten.

Een complicatie voor de eenheid van centrum- en niet-zo-centrum-rechts is het wantrouwen ontstaan in de vorige electorale periode, en nog versterkt door het verlangen van de Lega om Forza Italia te verslaan. In 2013 leidde Berlusconi een rechtse coalitie; toen de resultaten bekend werden stapte zijn partij echter in een grote coalitie met de Democraten en de kleine centrum-krachten, en  hij liet daarbij de onbuigzamere Lega en de Fratelli  vallen. Ook recent nog liet Berlusconi zich het idee ontvallen dat de Democratische premier Paolo Gentiloni een tijdlang zou kunnen aanblijven als er geen meerderheid gevonden wordt. Een zo zwak figuur als Gentiloni zou geen problemen stellen voor de Forza.

Salvini wil daar natuurlijk niet van horen, en zijn Lega haalt in de polls veel meer dan de 4% van 2013. Toch mag men de kansen dat zijn partij een ‘anti-systemisch blok’ vormt niet overschatten. De sterke competitie tussen Salvini en Berlusconi neemt niet weg dat ze gelijkaardige beleidsopties koesteren. Opvallend in dit verband is dat de Lega de Europese kwestie naast zich neer heeft gelegd. In het verleden heeft Salvini in heel het land protestdagen tegen de euro georganiseerd, maar net zoals Marine Le Pen beperkt hij zich nu tot een strikter programma gesteund op identitarisme en law-and-order. Zowel de Lega als M5S spreken niet langer over een Italiaans euro-referendum, en het onderwerp zal dan ook waarschijnlijk geen deel uitmaken van de coalitieonderhandelingen na 4 maart.

Dat de Europese kwestie zou opzij geschoven worden, daar had Angela Merkel op gehoopt. In een opmerkelijk verzoenend gebaar had Berlusconi de Duitse kanselier beloofd dat hij het hoofd zou bieden aan het ‘populisme’ in Italië. Zijn nogal merkwaardige aanpak daarvoor is hard- en extreem-rechts in een regering op te nemen, onder zijn controle. Hij zelf kan geen eerste minister worden omwille van zijn veroordeling voor belastingsfraude (in afwachting van het beroep bij het Europees Hof voor de Mensenrechten). Hij heeft al geprobeerd een vertrouweling op te dringen als de kandidaat van Rechts. Terwijl Salvini erop aandringt dat hijzelf de nieuwe eerste minister moet worden, heeft Berlusconi een hele reeks alternatieven voorgesteld, van een voormalig generaal van de carabinieri tot de voorzitter van het Europees Parlement, Antonio Tajani.

Berlusconi probeert ondertussen ook het gras voor de voeten weg te maaien van M5S, de leidende populistische kracht in het land. Dat blijkt niet alleen uit Berlusconi’s uithaal naar de ‘onverantwoordelijkheid’ van M5S, maar ook uit zijn belofte voor een maandelijks basisinkomen van 1000 € voor elke burger, een schepje bovenop de 780 € die M5S voorstelt. Berlusconi verwees uitdrukkelijk naar Milton Friedman als de ideologische bron van het idee, en hij zei ook hoe gunstig dit zou zijn voor de gepensioneerden van zijn Forza Italia, die met moeite de eindjes aan elkaar knopen.

Partij in crisis

Matteo Renzi

M5S is de belangrijkste bedreiging voor Berlusconi, maar de historische rivaal van Rechts is de centristische Partito Democratico (PD). Een groot deel van de oudere activisten en de institutionele basis van de Democraten komen van de historische Communistische Partij, en in mindere mate van de christendemocraten. Beide partijen ontbonden zichzelf in het begin van de jaren 1990. Onder het premierschap van Matteo Renzi (2014-2016) zette de PD haar evolutie verder van centrum-links naar een expliciet bedrijfsvriendelijk liberalisme. In de voorbije parlementaire periode promootte PD flexibiliteit via een ‘Jobs Act’, neoliberale onderwijshervormingen en maatregelen die schoolgaande jongeren verplichten tot onbetaalde stages. Renzi is de kandidaat van de Democraten voor het premierschap, ter vervanging van de huidige Paolo Gentiloni, eveneens van de PD.

Maar de PD heeft nog meer van haar pluimen verloren na Renzi’s mislukte poging om de Italiaanse grondwet te herschrijven, met 60% verworpen in het referendum van december 2016. In de polls kromp de positie van midden de 30% naar het begin van 20%. Er komt nu ook meer verzet van de linkerzijde. Bij recente afsplitsingen verliet voormalig communist en partijleider bij de verkiezingscampagne van 2013 Pierluigi Bersani de partij, evenals Massimo D’Alema, eerste minister van 1998 tot 2000. Ze vormden een nieuwe partij, MDP (Movimento Democratico e Progressista) maar deze bleef in de regering.

Bij de verkiezingen van 4 maart zal de MDP deel uitmaken van Liberi e uguali (LeU; ‘Vrij en Gelijk’), een van de grotere centrum-linkse projecten van de laatste jaren buiten de PD. De ex-communist D’Alema, binnen de MDP een van de figuren die het minst aansturen op  een pre-electoraal pact met de PD, maakte deel uit van de ‘Derde Weg’- stroming binnen de Europese sociaaldemocratie, en was eind jaren 90 nauwelijks te onderscheiden van Blair of Schröder. En Bersani  was er vlug bij om de MDP te distantiëren van Corbyn’s Labour Party, want als liberalen willen ze niet ‘alles nationaliseren’. De MDP hoopt samen met de PD deel uit te maken van de regering, maar komt apart op  met een iets linkser imago.

De afsplitsing van MDP was het onmiddellijk gevolg van Renzi’s mislukte poging om de grondwet van 1947 te herschrijven, de hoeksteen van de Italiaanse republikeinse identiteit via zijn symbolische band met de overwinning op het fascisme. De magistrate Anna Falcone, zeer actief bij het Neen tegen deze hervorming, had gehoopt op deze basis een nieuwe linkse alliantie te kunnen tot stand brengen. Maar na een reeks eerdere chaotische pogingen tot eenheid belandden de krachten van de D’Alema-Barsani groep en andere kleine centrum-linkse partijen uiteindelijk onder de leiding van Piero Grasso. Dit is een anti-maffiamagistraat, momenteel voorzitter van de Senaat en tot oktober 2017 lid van de PD. De gemeenschappelijke LeU-lijst haalt  in de polls 6 à 7%.

LeU is maar een van de problemen waarmee de Democraten en hun leider Matteo Renzi af te rekenen hebben. De regionale Siciliaanse verkiezingen van november gaven de indruk dat zelfs de neoliberale centrumkrachten die vroeger aansloten bij de PD zich nu afwenden van deze partij, wegens het verminderd belang in de electorale berekening. De PD-kandidaat haalde maar 18%, tegenover 30% vijf jaar eerder. Maar in het versplinterde politieke landschap zou het nog steeds kunnen dat de PD op 4 maart de grootste partij blijft, onder andere als kleine liberale formaties erbij aansluiten om zo de kiesdrempel te halen. Maar ook dan zou het centrum-linkse PD nauwelijks 30% van de stemmen halen, ver weg van een meerderheid.

De PD moet afrekenen met dezelfde uitdagingen als alle sociaaldemocratische partijen die proberen het centrum bezet te houden. Enerzijds moet men centrum-kiezers winnen voor een nieuwe coalitie, maar anderzijds moet men minstens passieve steun behouden van de historische basis in de werkende klasse en aan de linkerzijde. Dat is moeilijk in tijden van soberheidsbeleid, en bijzonder als het kiessysteem de opkomst van nieuwe rivalen vergemakkelijkt. De PD riskeert de weg op te gaan van de Franse Parti Socialiste en de Nederlandse PvdA.

 

De Beweging (M5S)

Als antwoord op de opkomst van rivaliteit aan de linkerzijde van zijn partij nam Renzi zijn toevlucht tot de beschuldiging van allen die PD verdelen als ondermijners  van het anti-fascistisch gedachtengoed en de gangmakers voor een nieuw extreem-rechts. Of dit veel indruk zal maken op linksere kiezers is twijfelachtig, gezien de reactionaire ‘Italië Eerst’-politiek uitgaande van PD-binnenlandminister Marco Minniti.

In het recente verleden hoopte Renzi de Italiaanse politiek op dezelfde leest te kunnen schoeien als de Franse presidentscampagne van 2017, waar strijdvaardige liberalen steun van Links vroegen om het Front National eronder te houden. Maar dit was geen goed idee in de strijd tegen M5S, een centrale kracht bij het Neen in het grondwettelijk referendum. M5S is een sterke bedreiging voor de PD omdat het een basis creëerde onder jongeren en werklozen. Daardoor komt M5S op de eerste plaats in opiniepeilingen, alhoewel machtsuitoefening verre van zeker is.

Beppe Grillo, oprichter van de Vijfsterrenbeweging M5S

M5S werd in 2007 opgericht als “de vrienden van Beppe Grillo”, en kon profiteren van de ineenstorting van Links en de economische crisis, om zo de stem te worden van de uitgeslotenen, rebellerend tegen ‘de kaste’ vertegenwoordigd door doorsnee centrum-links en centrum-rechts. De ‘Beweging’ kon zichzelf afzetten tegen ‘de partijen’ doordat zelfs Berlusconi en de PD in de periode 2011-2013 gebonden waren door coalitie-overeenkomsten, en bovendien geplaagd werden door corruptieschandalen zoals het Maffia Capitale verduisteringschandaal. M5S put haar kracht niet zozeer uit specifieke beleidsvoorstellen maar eerder uit de belofte tot politieke vernieuwing, door het opzijschuiven van de oude partijen en oude figuren die het Italiaanse openbare leven beheersen.

In het Verenigd Koninkrijk was er een gebrek aan politieke vertegenwoordiging van de uitgesloten jongeren, gevolgd door een comeback van Labour. Ook Italië kent zijn massale jeugdwerkloosheid; M5S slaagde erin eveneens een deel van dit ongenoegen naar zich toe te halen. Toch heeft M5S een deel van zijn oppositioneel karakter verloren, deels door een gebrek aan succes bij deelname in lokale besturen en door een algemenere reorientatie  van de partij onder Luigi Di Maio, de 31-jarige kandidaat-premier van de beweging. In september 2017 bracht Di Maio een symbolisch bezoek aan het forum voor bedrijfsleiders in Cernobbio aan het Comomeer, waar hij benadrukte dat M5S “geen populistische, extremistische anti-EU regering” wil, en ook geen referendum over het Italiaans eurolidmaatschap.

Twee recente veranderingen in de statuten van M5S  wijzen ook op een koerswijziging, iets meer in de richting van de partijen die het zo uitspuwt. De Vijfsterrenbeweging begon als een anti-corruptiebeweging, maar door het politieonderzoek tegen haar burgemeester van Rome Virginia Raggi wegens machtsmisbruik moest M5S het principe opgeven om elk lid uit te sluiten dat in een juridische zaak terecht komt. Ten tweede leidde het inzicht dat zelfs een score van 25% niet automatisch de weg naar de regering opent tot het opgeven van het principe om geen coalities te vormen met andere partijen.

M5S heeft eerder nooit deals gesloten met meer gevestigde partijen, en het zal ook niet deelnemen aan gemeenschappelijke lijsten voor 4 maart. Om de verkiezingscampagne niet te verstoren heeft Di Maio ook in het midden gelaten tot welk soort coalitie M5S zou toetreden. Tot nog toe luidde het dat de Beweging zou meewerken met elke partij die het  M5S-programma wil ondersteunen. Een dergelijk ultimatum is goed geschikt om de partij te behoeden voor de beschuldiging van zich richten op centrum-links of centrum-rechts.

In een interview met La Stampa stelde Di Maio dat hij een coalitie met LeU  of de Lega niet zou  uitsluiten. Di Maio heeft daarmee een toegeeflijker houding aangenomen tegenover coalities dan de stichter van de Beweging, Beppe Grillo, maar hij neigt ook duidelijk meer naar rechts. Dat is zeer duidelijk in zijn harde retoriek over de vluchtelingencrisis, waarbij hij ngo’s ervan beschuldigt ‘taxidiensten’ over de Middellandse Zee aan te bieden aan migranten. Toch kan men moeilijk inzien hoe een partij met vele gezichten als M5S lang in coalitie zou kunnen blijven met een hard-rechtse partij als de Lega.

Gedurende heel de periode van haar bestaan heeft de M5S zich inderdaad onthouden op het gebied van potentieel verdelende thema’s van sociaal beleid, zoals het homohuwelijk of de vluchtelingenkwestie, om op die manier het imago te kunnen recht houden van “het volk beslist”. M5S-figuren zoals Robert Fico hebben heel wat progressievere stellingen ingenomen op het gebied van sociaal beleid dan Di Maio. De populariteit van de beweging heeft weinig geleden onder de financiële schandalen in Rome en Livorno, bestuurd door M5S, maar het opnemen van regeringsverantwoordelijkheid, in het bijzonder samen met de Lega, zou de weinig ervaren leiding ertoe verplichten om haar standpunten te bepalen.

Zal de mainstream-richting van M5S een opening betekenen voor de anti-establishment plaats die ze tot nog toe bezetten? Relevant in dit verband zijn ontwikkelingen in Napels. Daar heeft burgemeester Luigi de Magistris in de voorbije jaren zijn eigen veelzijdige populistische coalitie gevormd, waardoor M5S geen voet aan de grond kreeg. Het sociaal centrum van de stad, Je So’ Pazzo, dat achter De Magistris staat maar politiek niet aan hem verbonden is, heeft nu een nationaal electoraal initiatief gelanceerd in de hoop zo te fungeren als vertegenwoordiging van sociale bewegingen, vakbonden aan de basis, jonge werklozen en precaire werkenden die anders niet aan de bak komen.

Terwijl De Magistris en andere centrum-linkse figuren meer gericht zijn opLiberi e Uguali, heeft het Potere al Popolo (Macht aan het Volk) initiatief sociale bewegingen in de rest van Italië bijeengebracht samen met Rifondazione Comunista – de overblijfselen van de oude Communistische Partij – en kleinere krachten van radicaal links. Hun initiatief kan niet hopen om de kiesdrempel van 3% te halen, maar maakte een begin aan de wedersamenstelling van de linkse bewegingen die niet meer vertegenwoordigd zijn in het Parlement sinds de ondergang van Rifondazione in 2008.

Potere al Popolo hield bijeenkomsten in meer dan honderd locaties verspreid over Italië  en probeert door te breken in een vijandig medialandschap. De komende verkiezingen betekenen ongetwijfeld een uitdaging voor een activistisch milieu dat het trauma van de voorbije decennia moet te boven komen. De sterkte van M5S is een uitdrukking van de zwakte van de sociale mobilisatie in Italië, een duidelijk onderscheid met de populistische anti-soberheidsbewegingen zoals France Insoumise in Frankrijk en Podemos in Spanje. Maar door aan te knopen bij de eerste tekenen van herstel in de protest- en arbeidersbeweging, zou Potere al Popolo met deze campagne op zijn minst de basis kunnen leggen van een radicaal alternatief voor de komende jaren.

 

Ruime akkoorden

Als Rechts geen nieuwe doorbraak kan maken, is het meest waarschijnlijke resultaat een nieuw zakenkabinet of een technische regering. En te oordelen naar de voorbije zes jaar zou dit waarschijnlijk geleid worden door figuren die zelfs geen deel uitmaken van de verkiezingscampagne. Tegen het eind van de parlementaire periode hield premier Paolo Gentiloni een toespraak waarin hij zijn trots uitdrukte dat zijn regering in het voorbije jaar de Italiaanse instellingen draaiende heeft kunnen houden. Dat was een blijk van zelfingenomenheid in het licht van een economische groei van hoogstens 1%, massale emigratie en een torenhoge jeugdwerkloosheid van 36%. Het illustreert de aftakeling van het Italiaanse openbare leven.

Dat werd ook nog geïllustreerd door het laatste dossiers die het Italiaans Parlement aanpakte voor zijn ontbinding op 28 december. Een scherp debat over de ius soli moest uitmaken of de in Italië geboren kinderen van immigranten het Italiaans burgerschap moeten krijgen. Natuurlijk waren Forza Italia, de Lega en post-fascistisch Rechts daar scherp tegen gekant, en ze boycotten de stemming in het Parlement door het quorum te ondergraven. Ze slaagden daar alleen in doordat 29 parlementariërs van PD en 35 van M5S niet kwamen opdagen voor de stemming. Een gepast einde voor een PD-geleide regering die erin slaagde om het aantal oversteken uit Libië met 87% te doen dalen…

De verwerping van het burgerschap voor nieuwe Italianen is waarschijnlijk te wijten aan vijandschap tegenover immigranten en de vrees voor multiculturalisme. Maar men kan het ook als de natuurlijke keuze beschouwen in een maatschappij die zelfs aan de jongeren geboren uit Italiaanse ouders zo weinig te bieden heeft. Een van de recente eerste ministers deed de vrees voor een verbrokkelde ongeregelde arbeidskracht af met de  kwinkslag dat “een stabiele job toch maar saai is”.

Zoveel misprijzen voor jongeren is gemakkelijk te begrijpen bij een politieke klasse die geen ideeën heeft voor de toekomst van Italië. Hun toewijding aan het neoliberale centrum betekent niet eens stabiliteit of de status-quo, maar atomizering en sociale wanhoop. De winnaars van dit moeras van cynisme zijn vandaag de Lega en M5S. Sinds de ineenstorting van Rifondazione Comunista in 2008 werd de hele periode sinds de crisis beheerst door de afwezigheid van radicaal Links. Haar taak in de aanloop naar 4 maart en daarna is die historische nederlaag te boven te komen, en  nieuwe wegen te bewandelen die zowel materiële vooruitgang als hoop op beterschap inhouden voor wie vergeten en uitgebuit werd.


(*) David Broder is een in Italië gevestigde auteur. Hij schreef verschillende bijdragen voor Jacobin en werkt aan een boek over de crisis van de Italiaanse democratie.

  1. De term  ‘hung parliament’  wordt vooral in de Britse context gebruikt wanneer geen van de partijen een absolute meerderheid behaalt, en dit niettegenstaande het meerderheidsstelsel.

Reacties plaatsen niet mogelijk