13 april 2026 – “Een politieke tsunami” is een van de vele superlatieven die commentators gebruikt hebben om de klinkende verkiezingsoverwinning van Peter Magyar en zijn Tiszapartij op het Orbánkamp in Hongarije te verwelkomen. De verkiezingen van 12 april maken een einde aan 16 jaar ononderbroken dominantie van Fidesz, de partij van de uiterst rechtse premier. Over de nederlaag van de aartsconservatieve, machtsbeluste en zichzelf bedienende Orbánclan zal geen enkele democraat, laat staan linksgerichte, Europeaan bedroefd zijn. Integendeel, men moet er zich in verheugen dat de inmenging van mondiaal schrikbeeld Trump mislukt is, Trump die zijn vicepresident Vance naar Boedapest stuurde in de hoop het hachje van een uiterstrechtse kompaan te kunnen redden. Verheugend is eveneens dat die andere vijand van de mensheid, Netanyahu, een uitgesproken bondgenoot in Europa verliest. Het gekonkel van het Hongaarse regime met dat in het Kremlin was evenmin een valabel alternatief voor de onverzoenlijke vijandschap van de EU tegenover Rusland.
Maar de reden voor de opluchting bij de politieke leiders van de Europese Unie (EU) heeft weinig te maken met het ‘herstel van de rechtsstaat’ of de eerbiediging van zogezegd Europese ‘waarden’ in een van de lidstaten. Hongarije respecteert de rechten van asielzoekers niet en doet alle moeite om ‘vreemden’ uit het land te weren. Maar dat is precies wat de Europese Unie op grote schaal zelf doet, net zoals ongeveer alle lidstaten. Orbán verklaarde dat hij het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu zou negeren, maar dat deed de Belgische premier De Wever ook; de Duitse kanselier Merz nodigde de slachter van Gaza zelfs expliciet uit voor een bezoek.
Neen, de opluchting in de EU is er omdat een dwarsligger uitgeschakeld is, een spelbreker in de grote Europese consensus over de uitbouw van een gemilitariseerd machtsblok. Het optreden van Orbán in Europees verband zou ondemocratisch zijn “want het gaat toch niet op dat een landje van nog geen 10 miljoen inwoners de hele Unie blokkeert”. Dat is onder andere het geval voor het toekennen van 90 miljard euro aan Oekraïne om de oorlog tegen aartsvijand Rusland weer met een paar jaar te kunnen verlengen. Orbán’s verzet daartegen was niets anders dan de toepassing van Europese institutionele mogelijkheden, maar voor de toonaangevende Europese leiders, de Duitse in de eerste plaats, is dit ‘onloyaal’. Orbán heeft ze een les geleerd: zo de EU een machtsblok wil worden moet de unanimiteitregel afgeschaft worden als het het buitenlandbeleid betreft
Het valt trouwens nog af te wachten of alles zoveel vlotter zal gaan voor de EU-leiding met Magyar als premier van Hongarije. Weliswaar behoort Magyar’s Tisza-partij op Europees vlak tot de dominante Europese Volkspartij, de rechtse politieke fractie van Commissievoorzitter von der Leyen, en niet zoals Orban’s Fidesz tot de extreemrechtse Europese Patriotten. Maar Magyar, afvallig lid van Fidesz, is eveneens tegen wapenzendingen naar Oekraïne, en hij verklaarde in het verleden dat Oekraïens lidmaatschap van de EU alleen door een positief Hongaars referendum daarover zou goedgekeurd worden. En al zal Magyar over een comfortabele parlementaire tweederdemeerderheid beschikken (138 van de 199 zetels), het valt nog te bezien hoe gehaast deze rechtse conservatief zal zijn om Orbán’s ‘illiberale’ constructies af te bouwen.

Laat een reactie achter