- ander europa - https://www.andereuropa.org -

Over Wolfgang Streeck

door Herman Michiel
4 augustus 2019

 

Wolfgang Streeck

Op Ander Europa hebben we de Duitse socioloog Wolfgang Streeck al herhaald aan het woord gelaten, of aandacht besteed aan zijn analyses van de Europese Unie, het neoliberalisme en het kapitalisme in het algemeen 1. Dat zouden we natuurlijk niet doen als we zijn werk niet relevant, verhelderend of inspirerend vonden. En hij is niet de eerste de beste: gewezen directeur van het Max-Planck-Institut für Gesellschaftsforschung , emeritus professor aan de universiteiten van Wisconsin–Madison en Keulen, auteur in toonaangevende magazines als New Left Review, London Review of Books, Jacobin… Dat hij bovendien vanuit een sociaaldemocratisch denkkader 2 over de beheersbaarheid van het kapitalisme geëvolueerd is naar ideeën over How will capitalism end? toont aan dat zijn jarenlang onderzoek van de hedendaagse samenleving hem tot nieuwe, en mijn inziens betere inzichten bracht. In dit werk schrijft hij bijvoorbeeld zeer terecht: “Would it not be much more constructive to be less constructive – to cease looking for better varieties of capitalism and instead begin seriously to think about alternatives to it ?“ Ook over de ‘hervormbaarheid’ van de Europese Unie doorprikt hij in talrijke publicaties de naïeve voorstelling als zou een ‘progressieve meerderheid’ volstaan om van die EU een sociaal en democratisch project te maken. Bovendien heeft hij als ‘economisch socioloog’ ook heel wat te zeggen over (en tegen) de Europese eenheidsmunt, de euro.

 

Wolfgang Streeck en de vluchtelingenkwestie

Wel was ik soms nogal verbaasd over de eenzijdige manier waarop hij het vanaf 2015 over de vluchtelingenkwestie had. Het minste wat men kan zeggen is dat Streeck dit vanuit een louter Duits en eurocentrisch standpunt bekijkt: Welke politieke motieven had Merkel voor haar Wir schaffen es  3 ?  Hoe wijzigen een miljoen asielzoekers de bevolkingspyramide van Duitsland? Duitsland heeft dan wel een verouderende bevolking en kan een instroom van jong bloed misschien wel gebruiken, maar dat is niet overal in Europa het geval!
Ik ontken niet dat dit allemaal legitieme vragen zijn die onderzoekers zich kunnen stellen, maar op geen enkel ogenblik bekijkt socioloog Streeck het vluchtelingenprobleem vanuit het standpunt van de vluchtelingen zelf. Men moet geen enkel moreel standpunt innemen om in te zien dat dit een eenzijdig, vertekend beeld geeft van een belangrijke actuele kwestie, wat des te verwonderlijker is wanneer dat beeld uitgaat van een onderzoeker die in globale termen als ‘kapitalisme’ of ‘neoliberalisme’ denkt. Nog verrassender is dat de radicale criticus van de Europese Unie er één van de meest dubieuze Europese reglementeringen – het Dublinakkoord [hier stond verkeerdelijk Schengenakkoord, HM] –   bijhaalt om zijn verzet tegen de door hem verfoeide Willkommenskultur 4 kracht bij te zetten. In een boekbespreking voor de London Review of Books 5 zegt hij inderdaad: “De meer dan een miljoen vluchtelingen die in 2015 in Duitsland arriveerden, kwamen alle uit veilige derde landen. Volgens Duitse en Europese wetgeving moesten ze zich registreren in het land van aankomst in de Europese Unie, en dan wachten op de toewijzing van een wettelijke verblijfplaats in een lidstaat.”

Eenzijdigheid is één ding, regelrechte stemmingmakerij tegen migranten is nog iets anders. En dat vinden we – helaas – ook bij Streeck. Op dit gebied is de lectuur van zijn artikel Between Charity and Justice: Remarks on the Social Construction of Immigration Policy in Rich Democracies 6 veelzeggend, zij het weinig verheffend. (Waar ik in wat volgt citeer uit deze tekst is het mijn eigen vertaling.)
Streeck heeft het o.a. over de strategic capacity van de migranten: het zijn doorgaans niet de arme dutsen die de Willkommenskultur ervan maakt, maar geslepen opportunisten:

“Zestig tot tachtig procent van de asielzoekers in Duitsland beweren dat ze onderweg hun paspoort of andere documenten die hun identiteit kunnen bewijzen verloren hebben. Naar schatting was 30% van degenen die beweerden Syriërs te zijn van een andere nationaliteit. (…) Wie geen papieren heeft wordt immers niet gedeporteerd, ook al wordt de asielaanvraag afgewezen. (…) Bijna alle inkomenden hadden een mobiele telefoon en waren ervan op de hoogte dat de Duitse privacywetgeving, althans tot begin 2017, verbood dat de autoriteiten deze in beslag namen om er de inhoud van te bekijken.”

Toch wel merkwaardig dat een eminent socioloog zich dan niet afvraagt waardoor die plotse ‘raid’ op Duitsland dan veroorzaakt wordt. Die ‘strategic capacity’ was er zeker vroeger ook al, Streeck erkent trouwens dat het een vermogen is dat “most migrants share with human actors generally”. Maar wie geen rekening houdt met deze strategic capacity van de vluchtelingen stelt zich bloot aan een groot moreel risico [moral hazard], aldus Streeck:

“Misschien het meest dramatische voorbeeld van moreel risico voor wie geen rekening houdt met de strategische capaciteiten van de vluchtelingen zijn de publieke en private ‘reddingsmissies’ in de Middellandse Zee. Zoals Paul Collier 7 en anderen hebben gesuggereerd zullen de mensensmokkelaars, naarmate meer schepen rondtoeren tussen de Afrikaanse kustlijn en Europa om vluchtelingen te redden voor verdrinking en hen meenemen naar Italië of Griekenland, zullen die smokkelaars meer boten sturen en ze nog voller stoppen met vluchtelingen die hopen Europa te bereiken, desnoods via een reddingsoperatie.”

Streeck spreekt in verband met positieve houdingen rond immigratie ook over “de nieuwe omarming door de linkerzijde van arbeidsmarktderegulering om moreel-humanitaire redenen”, wat haar in conflict brengt met “het traditionele vertrouwen van de linkerzijde in een democratische staat als politiek instrument van sociale rechtvaardigheid.” Opnieuw: er is niets tegen een bevraging naar de gevolgen van immigratie voor de arbeidsmarkt, maar spreken over ‘sociale rechtvaardigheid’ en zich beperken tot de burgers van de Westerse welvaartstaten is zelfs wetenschappelijk gezien niet te verantwoorden.

Streeck roept niet alleen nefaste Europese wetgeving als Dublin [niet: Schengen zoals in eerste versie stond; HM] in bij zijn pleidooi tegen immigratie naar de rich democracies, maar zelfs goede oude ondernemersoverwegingen van kosten-efficiëntie:

“Terwijl de Verenigde Naties op zo ‘n 1,2 miljard $ rekenen per miljoen vluchtelingen per jaar, geeft Duitsland voor hetzelfde 14 miljard € uit, ongeveer 14 keer meer. In het Duitse geval is daarbij niet ingecalculeerd de kost op lange termijn van opleiding, sociale begeleiding, werkloosheidsuitkeringen en dergelijke meer.“

Nog meer kostenvergelijkingen wanneer hij het heeft over de opvang van onbegeleide minderjarigen (- 18 jaar):

“Ze genieten speciale privileges wat betreft onderwijs en familiehereniging. Een gemiddelde umF (unbegleitete minderjährige Flüchtling) kost gemiddeld 63.000 € per jaar, wat meer dan vier keer zoveel is dan wat een gezin van vier aan sociale ondersteuning krijgt onder Hartz IV.”

Streeck foetert dus liever tegen de ‘excessieve’ uitgaven voor vreemde jongeren (die bovendien soms veinzen minder dan 18 te zijn, en dat helemaal niet zijn, stel je voor!) dan tegen de regelingen van Hartz IV, een dossier dat Streeck nochtans maar al te goed kent … Hij maakt zich zelfs vrolijk over het opnemen van immigranten als een soort balsem voor onze versteende harten:

“Het verwelkomen van les misérables [in het Frans in de oorspronkelijke tekst] biedt een kans, in dit tijdperk van economisme en technocratie, om onvoorwaardelijk medelijden te tonen: een goed hart onder de harde bolster die we nodig hebben om te overleven in de neoliberale markt.”

Zijn ironie neemt vervolgens een andere wending, waar hij in pseudo-marxistische termen links verwijt zich van de klassentegenstelling te laten afleiden:

“Dat opent ook nieuwe breuklijnen die het klassenconflict van weleer doorbreken en ertoe leiden het te vervangen door een conflict tussen altruïsten en egoïsten, goed en kwaad, anti-regulerings links en pro-regulerings rechts.”

Nog duidelijker formuleert hij zijn ‘marxistische’ kritiek verderop als volgt:

“Samenvattend wat we tot nog toe zegden leidt massa-immigratie in rijke samenlevingen tot  een nieuwe positionering van de politieke krachten, met de heropstanding van een nationaal ‘Rechts’ dat de belangrijkste vijand wordt van een liberaal ‘Links’, een conflictlijn die dwars staat op het klassenconflict.”

Om te besluiten nog een Streeckse beschouwing (in voetnoot 12) over verzet tegen Alternative für Deutschland (AfD), de extreemrechtse racistische partij die van islamofobie haar handelsmerk maakte:

“Een andere Duitse specialiteit is dat de kerken en de stedelijke overheid van Keulen, en in feite iedereen gaande van de lokale pers tot de carnavalverenigingen en de lokale voetbalclub, mobiliseerden tegen de bijeenkomst in de stad van een nieuwe rechts-populistische partij, AfD. De burgers werden uitgenodigd ‘zich uit te spreken voor tolerantie, door publiek hun misnoegen te uiten over de toelating voor AfD om in hun stad bijeen te komen. (Nog niemand heeft tot nog toe beweerd dat AfD ongrondwettelijk zou zijn.)”

Opnieuw zien we hier hoe de systeemcriticus Streeck zich beroept op de ‘wettelijkheid’, veeleer dan zijn geoefende sociologische blik te richten op de politieke uitbuiting van vreemdelingenhaat.

Deze paar citaten zullen wel volstaan om het probleem te schetsen wanneer een prominent figuur met veel gehoor in linkse middens zich in de migratiekwestie als verdediger opwerpt van rechtse, en zelfs extreemrechtse standpunten.

 

Eind slecht, al slecht?

Loopt er een logische lijn van Streeck’s kritiek van de Europese Unie en de euro naar zijn huidige standpunten in verband met vluchtelingen en migratie? Het zou mij niet verbazen als sommige EU-ideologen die lijn willen trekken; is wie de EU niet lust immers geen bekrompen Kleinstaaterei-adept die beter zou emigreren naar de negentiende eeuw? Maar voor zo een standpunt zou er wel meer dan één deuk in de logica zitten. In zijn verzet tegen ‘massa-immigratie naar rijke democratieën’ beroept Streeck zich, zoals we zagen, immers meer dan eens op de Europese wetgeving zelf; en als Frontex afstevent op 10.000 grensbewakers om het fort te verdedigen bevinden de EU-ideologen en Streeck zich veeleer in hetzelfde dan in tegengestelde kampen. Streeck moet zijn kritiek van de EU in vroeger werk eerder tussen haakjes plaatsen dan het in te roepen wanneer hij het over immigratie heeft.

Ik betwijfel ook sterk dat de tekst waaruit bovenstaande citaten komen (en gelijkaardige geschriften van de auteur) als een wetenschappelijk sociologisch werkstuk kan beschouwd worden. De mankementen springen in het oog: de eenzijdige kijk vanuit een ‘rijke democratie’, het uitvergroten van individuele gevallen (zie bv. voetnoot 41), dubieuze ‘academische’ beschouwingen 8, en heel wat humeurige oprispingen die hopelijk in een academisch tijdschrift geen plaats zouden vinden.

Wat mij betreft invalideren Streeck’s anti-migrantengeschriften niet alles wat hij daarvoor aan kritische studies geproduceerd heeft. Een dergelijk oordeel zou inhouden dat een auteur of onderzoeker het ofwel altijd en in alles bij het rechte eind heeft, ofwel voor niets deugt. We moeten er ons veeleer van bewust blijven dat we ook kritische auteurs kritisch moeten blijven beoordelen, hoe veeleisend deze opgave ook is.

Jerome Roos

Ik zou het bij deze conclusie kunnen laten. Maar er zijn mensen die over de merkwaardige tweespalt in Streeck’s werk dieper nagedacht hebben. Jerome Roos 9 is zo iemand. Hij wijdde een uitgebreid essay aan The intellectual trajectory of Wolfgang Streeck 10; de opgave die Roos zich stelde was “een manier te vinden om de twee schijnbaar aparte aspecten van Streeck’s werk met elkaar te verbinden, met andere woorden aan te tonen hoe zijn sterk pleidooi in recent werk voor het versterken van de nationale grenzen en voor immigratiecontrole een logisch gevolg is van een aantal van de meer langdurige theoretische veronderstellingen die ten grondslag liggen aan zijn werk rond politieke economie.”

Ik zal de uitgebreide analyse van Roos hier niet proberen kort samen te vatten. Het gaat in ieder geval over meer dan de vluchtelingenproblematiek alleen. Zo komen ook aan bod: Streeck’s evolutie van sociaaldemocraat tot ‘aarzelende radicaal’, de rol die hij toekent aan de arbeidersbeweging in het stabiliseren van het inherent instabiel systeem dat kapitalisme is, zijn relatieve onbekendheid met marxistische theorieën over de kapitalistische crisis, een geografische horizon die beperkt is tot de OESO-landen, dus met uitsluiting van China, de weinige aandacht voor de ecologische en klimatologische problematiek, en wat Roos als de belangrijkste lacune beschouwt: de quasi-afwezigheid van sociale bewegingen en politieke oppositie in zijn analyses. Wie geïnspireerd werd door de lectuur van Streeck zal dat ook wel zijn door die van Roos.

Wat nu Streecks houding tegenover de migratiekwestie betreft ziet Roos de volgende problemen. Internationale arbeidsmobiliteit wordt te eenzijdig vanuit het standpunt van de kapitalist gezien; migratie kan voor de migrant ook een ontsnapping zijn uit tirannie en verdrukking, ook die door het kapitaal. En als Streeck het heeft over de ‘strategic capacity’ van de migranten is het alleen om Westerse immigratieambtenaren te misleiden en misbruik te maken van de welvaartstaat.
Voorts beschouwt Streeck migranten nooit als leden van de werkende klasse; die klasse wordt in enge nationale termen gezien met een scherp onderscheid tussen de belangen van de ‘inlandse’ werkers en die van migranten en vluchtelingen. Roos verwijst ook (noot 112) naar studies in Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten die in de aanwezigheid van migranten miljardenopbrengsten voor de schatkist zien, in tegenstelling dus met vaak geopperde beweringen, die van Streeck incluis.
Nog een andere claim van Streeck, nl. dat door massa-migratie het terrorisme in de statenloze samenlevingen van de periferie geëxporteerd wordt naar onze metropolen “door een nieuwe klasse van ‘primitieve rebellen’ die geen enkele visie hebben van een praktisch haalbare progressieve toekomst” wordt niet door de feiten gestaafd.

“De echte ironie is”, aldus Roos, “dat Streeck’s eigen analyse zoals uiteengezet in How will Capitalism end? precies  getekend is door een dergelijk gebrek aan visie van een praktisch haalbare progressieve toekomst. Dat brengt hem ertoe zich te voegen bij de groeiende groep gedesillusioneerde sociaaldemocraten die, als antwoord op de neoliberale druk op wat overblijft van de Europese welvaartstaat, reageren door streng de wacht op te trekken bij de restanten ervan om ze te beschermen tegen de claims daarop van migrante arbeiders en hun families. Een dergelijke evolutie brengt mee dat Streeck’s visie op migratie-en vluchtelingenbeleid soms gevaarlijk dicht in de buurt komt van het welvaartschauvinisme van nationalistisch rechts.”


 

Voetnoten

  1. Boekvoorstelling “Gekochte tijd” van Wolfgang Streeck (15 feb 2016), Interview met Wolfgang Streeck: politiek in het interregnum  (29 maart 2017), Wolfgang Streeck over Europese balans radicaal links (3 juni 2019), Vier redenen waarom Europees links heeft verloren (6 juni 2019), De EU: een gedoemd imperium (23 juli 2019) .
  2. Wolfgang Streeck zat rond de eeuwwisseling in een adviesgroep voor SPD-bondskanselier Gerhard Schröder waarin Agenda 2010 werd voorbereid. Agenda 2010 is het hervormingsprogramma waarmee SPD en Grünen de arbeidsmarkt neoliberaliseerden, met Hartz IV en de beruchte minijobs als hoogtepunt. De reële impact van Streecks voorstellen hieromtrent is omstreden. Zie hierover bv. punt 5 van een interview met Streeck door A. Labrousse.
  3. Eén ervan was volgens Streeck, een mening gedeeld door sommige andere commentatoren,  de voorbereiding van een coalitiewissel, zonder de SPD, met de Grünen. Zie bv. zijn artikel Europe under Merkel IV: Balance of Impotence.
  4. In een interview aan De Tijd (8 april 2016) stelt Streeck: “De Groenen zijn immers de kampioenen van dat afschuwelijk ding dat Willkommenskultur heet.”
  5. W. Streeck, “Scenario for a wonderful tomorrow”, London Review of Books vol. 38 nr. 7, 31 maart 2016
  6. Danish Centre for Welfare Studies, Working paper 2017- 5, 2017.
  7. Wie wil kennismaken met de gedachtenwereld van deze Oxford-professor kan ik een interview van maart 2019 aanbevelen. Over Corbyn zegt Collier bijvoorbeeld: “He’s a Leninist. He wants to introduce socialism in Britain.“ Op de vraag hoe het kapitalisme van zijn kwalen kan genezen luidt Colliers remedie: “The first thing that’s needed is for all the different groups in society to develop a sense of moral responsibility.” (HM)
  8. Zo is voetnoot 10 gewijd aan de Griekse wortels van het woord xenofobie, met als les dat “‘schrik voor vreemdelingen’ zelfs rationeel kan zijn bij wijze van voorzorgsmaatregel”.
  9. J. Roos werd geboren in Utrecht in 1985. Hij studeerde politieke wetenschappen, geschiedenis en sociologie in Utrecht, Bologna, Parijs en politieke economie aan de London School of Economics waar hij nu doceert. Hij was actief in het verzet tegen het soberheidsbeleid in Griekenland, Italië en Spanje. Hij is oprichter van ROAR, “an online magazine of the radical imagination, providing grassroots perspectives from the front-lines of the global struggle for real democracy”.
  10. J. Roos, From the Demise of Social Democracy to the ‘End of Capitalism’: The Intellectual Trajectory of Wolfgang Streeck , verschenen in Historical Materialism, 27:2 (juli 2019) en online beschikbaar op de blog van de auteur. Met dank aan Koen Meul die me op deze tekst wees.
2 reacties (Openen | Sluiten)

2 reacties Aan "Over Wolfgang Streeck"

#1 Reacties Door francine Op 4 augustus 2019 @ 12:25

en dat is inderdaad wel degelijk zo met alle ‘soevereinisten’, zie ook wagenknecht. lees misschien eens diem’s ‘vision for europe’… overigens wie schengen ziet als ‘nefast’ – vrij verkeer van personen-, ja, die heeft een groot probleem…

#2 Reacties Door Herman Michiel Op 4 augustus 2019 @ 19:14

Nogal summier als reactie van een sociaal wetenschapper over een collega sociaal wetenschapper. Maar in één ding hebt u zeker gelijk: het was per abuus dat ik verwees naar het Schengenakkoord; uit de context was in feite duidelijk dat het ging om het Dublinakkoord. Dank voor deze opmerking.