Komende evenementen

Van Antwerpen tot Alden Biesen: kapitalistisch Europa aan zet

 

door Herman Michiel
16 februari 2026

 

Europese kapitalisten kunnen met tevredenheid terugkijken op de voorbije week. Woensdag kwamen honderden van hen bijeen in de Antwerpse Handelsbeurs op een evenement, de derde ‘Industrietop’ in zijn soort, georganiseerd door de lobby van de chemische industrie Cefic. Chemie is inderdaad een van de grote aanwezigen in het Antwerpse, met vestigingen van o.a. BASF, Bayer, Exxon, Monsanto. Bedoeling was eens te meer het patronale grievenboek tegen het “overgereguleerde” Europa over te maken aan de politieke leiders, verwijzend naar de concurrenten die zich veel minder moeten aantrekken van milieu, klimaat of gezondheid. Hun klachten moesten ze niet bundelen en opsturen naar Brussel, want “Brussel” was zelf naar Antwerpen gekomen. En wel met topfiguren zoals Commissievoorzitter von der Leyen, de Duitse kanselier Merz, de Franse president Macron en de Belgische premier De Wever.

Kamieth, de CEO van BASF en voorzitter van Cefic, sprak over het verlies van jobs, de onderinvestering en de delocalisatie van chemische bedrijven alsof het zijn sector ‘overkwam’ als een regenbui, en niet het gevolg is van de winststrategie van zijn eigen CEO-collega’s. Hij deed er nog een schepje bovenop door medeleven te faken over elk jobverlies “dat een spoor nalaat in het leven van de mensen”. Zijn sector is, naar zijn zeggen, het slachtoffer van de eigen politieke keuzes en reguleringen in Europa . “De belangrijkste reden voor Europa’s problemen liggen niet bij China, niet bij de Verenigde Staten maar bij Europa zelf.”

Om niet helemaal de indruk te bevestigen dat de Europese Unie een creatie is voor het kapitaal had men op de Antwerpse hoogmis ook even het woord gegeven aan die andere ‘sociale partner’. Esther Lynch, secretaris-generaal van het Europees Vakverbond mocht er de boodschap brengen dat werknemers goed weten dat de Europese economie competitiever moet worden, maar dat dit niet gepaard mag gaan met deregulering en terugdringen van de arbeidersrechten. Ik vermoed dat haar speech met een beleefd applausje van de verzamelde CEO’s besloten werd, waarna tot de orde van de dag werd overgegaan.

 

Van Antwerpen naar Alden Biesen

 De ‘Industrietop’ in Antwerpen was niet toevallig één dag voor de Europese ‘competitiviteitstop’ van de Europese leiders in het kasteel Alden Biesen in het Belgische Limburg. Antwerpen formuleerde de boodschap van ‘corporate Europe’ aan het gewillig oor van de Unie in Alden Biesen. Gewillig is het woord wel, want een paar dagen eerder had Belgisch premier De Wever op een debat van de beurskranten De Tijd en L’Echo over ‘The Future of Europe’ gezegd dat hij de ‘tien geboden’ van de industrie wil kennen om de EU terug competitief te maken.

Die vraag naar ‘de tien geboden van de industrie’ is natuurlijk een retorisch stuntje van De Wever, want het is goed bekend wat de bedrijfswereld wil, en de EU is er volop mee bezig zich daarnaar te schikken. De naam ‘Green Deal’ mag gerust blijven bestaan, maar als er gekozen moet worden tussen klimaat en competitiviteit moet dit laatste altijd de voorkeur krijgen. Dat de EU regels oplegt, tot daar aan toe, maar die mogen de bedrijven geld noch tijd kosten. Wel moet de EU ervoor zorgen dat Europa één groot speelveld wordt waar nationale verschillen in arbeidswetgeving, fiscaliteit of milieuregels zoveel mogelijk afgevlakt worden. En er is natuurlijk de veel te hoge energieprijs, een kwestie waarover BASF CEO Kamieth gelijk had: dit heeft de EU aan zichzelf te danken. Haar sancties tegen Rusland hebben inderdaad vooral de eigen economie geschaad, en haar keuze voor Amerikaans LNG maakt het alleen maar erger.

We zegden het reeds: de EU is reeds volop bezig met het inwilligen van de bedrijfswensen. De achtereenvolgende ‘omnibussen’ zijn een systematische opkuisactie die in de bestaande wetgeving alles aanpakt waar de industrie bezwaar tegen heeft. Over klimaatmaatregelen wordt nauwelijks nog gerept, zelfs het paradepaardje ‘elektrische auto’ ter vervanging van de fossiele brandstofmotor werd op stal gezet. En wat een ‘vlak speelveld’ op het gebied van bedrijfsvestiging en werkersrechten betreft is de Europese Commissie volop bezig met het ‘28e regime’, een list om op termijn de vakbondswerking buiten spel te zetten.

De Europese leiders kwamen in Alden Biesen dus niet bijeen om de verzuchtingen van het patronaat te onderzoeken, maar om politieke eensgezindheid te creëren rond de plannen die nu reeds in uitvoering zijn. Van de topbijeenkomst is er dan ook geen verslag, er zijn geen officiële besluiten en alles gebeurde achter gesloten deuren. Wat ervan bekend is, komt van anonieme getuigenissen, persverklaringen en commentaren op de bijeenkomst achteraf.

 

Wat heeft de competitie-EU in petto?

In Alden Biesen kwamen ongetwijfeld meer politieke wrijvingen aan bod dan men officieel toegeeft. Wat zowat alle commentaren benadrukken, is dat er nog meer dan in het verleden met een “Europa met twee snelheden” zal gewerkt worden. De unanimiteit die het uitgangspunt was bij heel wat van de Europese besluitvorming (en bedoeld was om lidstaten de garantie te geven dat hun soevereiniteit gerespecteerd zou worden) verhindert de EU om grote manoeuvres te doen zoals Amerikaanse of Chinese concurrenten het kunnen. Democratie werd ingeroepen om aan te klagen dat verwaarloosbare spelers als Hongarije, Ierland of Luxemburg de wensen van ‘grote’ democratieën als Duitsland, Frankrijk of Italië konden dwarsbomen. Op die manier zou men nooit een wereldmacht worden. Een deel van de lidstaten wil een Europees leger, een ander deel niet, een deel wil alles op alles zetten opdat Oekraïne Rusland militair zou verslaan, een deel wil daar niet in bijdragen. Een deel wil zoveel mogelijk vrijhandelsovereenkomstten, een ander deel niet. Enzovoort. De oplossing heet ‘PESCO’ (Permanente gestructureerde samenwerking), een mogelijkheid voorzien in de gesjeesde ‘Europese Grondwet’ en terug binnengeloodst via het verdrag van Lissabon. Een beperkt aantal lidstaten, minimaal negen, kan initiatieven nemen die niet door unanimiteit gedekt worden. Aanvankelijk werd dit gebruikt voor militaire samenwerking, maar gaandeweg kreeg PESCO steeds ruimere toepassing, die vooral de grotere lidstaten de vrijheid gaf om binnen het kader van de EU hun plannen door te zetten, zonder gehinderd te worden door de ‘kleintjes’.

Het Europa van de twee snelheden werd in Alden Biesen openlijk gedemonstreerd toen Italië, Duitsland en België een aparte vergadering over competitiviteit belegden waar 19 lidstaten aan deelnamen. Spanje zegt zelfs niet uitgenodigd te zijn geweest (maar dat wordt dan weer door De Wever ontkend.) De Italiaans-Duits-Belgische samenwerking bereidt de Europese Raad van maart over competitiviteit voor.

Een ander dispuut dat aan bod kwam betreft de ‘Europese voorkeur’. “Koop Europees” wordt vooral verdedigd door Frankrijk, een belangrijke producent van landbouwproducten maar ook van wapens. Parijs heeft bezwaren tegen handelsovereenkomsten zoals Mercosur die concurrentie betekenen voor zijn eigen boeren, en wil dat de honderden miljarden die nu in de EU aan militair materiaal worden uitgegeven aan de Europese (zeg maar Franse) producenten ten goede komen in plaats van de Amerikaanse. Duitsland daarentegen wil zo weinig mogelijk wrijvingen met de Verenigde Staten, om zijn uitvoer van wagens zoveel mogelijk te beschermen. Een ander Frans-Duits twistpunt is de Franse voorkeur om grote Europese leningen aan te gaan om de economie aan te wakkeren, terwijl Duitsland door de band tegen de ‘schuldenunie’ gekant blijft. Het is in deze context dat men de Duitse kanselier Merz steeds meer ziet optrekken met de Italiaanse uiterstrechtse Meloni, terwijl de zogezegd ‘Frans-Duitse locomotief’ op een zijspoor gerangeerd lijkt.

 

Maar wat moeten we dan wél doen?

Schampere opmerkingen over de Antwerpse hoogmis of de Alden Biesense kasteelparty betekenen niet dat de Europese captains of industry hun grieven uit de duim gezogen hebben, noch dat de Europese leiders geen reden tot bezorgdheid hoeven te hebben. Natuurlijk wordt er vlug beweerd dat we in Europa “aan de rand van de afgrond” staan, en wordt er een pleidooi pro-domo gehouden dat niet de tewerkstelling maar de winsten beoogt. Maar of het nu uit de mond van de CEO van BASF komt of uit die van het Europees Vakverbond, jobverlies laat sporen na in het leven van mensen.

Vanuit vakbondskant en het politiek reformisme komt de kritiek op patronaal-Europese plannen erop neer dat competitiviteit ook op een ‘menselijke’ manier kan verhoogd worden. Op iets langere termijn zijn goede werkomstandigheden en tevreden werknemers een troef voor de ondernemingen. Inspanningen vandaag voor een duurzame economie behoeden ons voor onbetaalbare ecologische rampen morgen. Enzovoort. Het zijn redelijke argumenten, maar ze miskennen de aard van de kapitalistische economie. Die is gericht op de winst van het lopende boekjaar, niet op de lange termijn. De kapitalistische logica is onverzoenbaar met de zo gemakkelijk in de mond genomen ‘duurzaamheid’.

De conclusie is dat er een onoverbrugbare tegenstelling bestaat tussen de voorstanders van een ‘competitieve economie’ enerzijds en de belangen van werkers en de maatschappij in haar geheel anderzijds. De moeilijke opdracht van vakbonden is een strategie te ontwikkelen die de korte-termijnbelangen van de werkers verdedigt, maar ook “fundamentele structuurhervormingen” van de economie nastreeft die op lange termijn een menselijker maatschappij kunnen voortbrengen.

 


 

 

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *