Facebook

Retweeted Frank Slegers (@FrankSlegers):

Labour voor douane-unie met EU, maar breuk met Gemeenschappelijke Markt, wat ruimte laat voor people’s Brexit t.co/JJiiLApxOj
... See MoreSee Less

View on Facebook

Debat: Wat te doen in en met de Europese Unie?

15 februari 2016

door Frank Slegers, 15 februari 2016

 

Ik wil enkele bedenkingen toevoegen aan het debat tussen Herman Michiel en Francine Mestrum over Europa 1. (Jammer dat Francine in haar laatste reactie het debat probeert te ontlopen.)

 

Europa onderschat?

Een weerkerend thema bij Francine is dat radicaal links het belang van de Europese Unie in het verleden heeft onderschat.

Dat klopt. Ik kan zo voor de vuist uit het recente verleden drie voorbeelden geven.

Een aantal Britse en Italiaanse radicaal linkse stromingen wezen in de schoot van het Europees Sociaal Forum (ESF) systematisch elke strijd voor een ander Europa af als ‘eurochauvinistisch’. Er moest gestreden worden voor een andere wereld, niet voor een ander Europa. Uit vrees voor ‘eurochauvinisme’ werd elke discussie over de Europese Unie geblokkeerd.

Het tweede voorbeeld sluit hierbij aan. Deze radicaal linkse stromingen vormden in de schoot van het ESF immers een eigenaardige alliantie met gematigde stromingen die elke bijzondere aandacht voor de EU wilden vermijden, uit vrees dat dit voor tweespalt zou zorgen en de vakbonden wegjagen. Zo hebben we een tijdlang de eigenaardige situatie gekend dat het ESF zich met van alles bezighield, behalve de EU.

Een derde voorbeeld is de stroming waar ik zelf lang deel van was. In de Vierde Internationale leefde een diepe onderschatting van het belang van de Europese Unie, in naam van het feit dat er niet zoiets bestaat als het Europees kapitaal: de grote multinationals in Europa hebben meer economische en financiële banden met Amerikaans kapitaal dan met andere Europese bedrijven. De EU zou dus nooit een betekenisvolle economische en politieke kracht ontwikkelen. Zo heeft de Vierde Internationale nooit de energie gevonden om een betekenisvolle Europese interventie te ontwikkelen. Alain Krivine in het Europees Parlement verveelde zich.

De EU hervormen?

Vandaag kan je nog steeds twijfels hebben over de levensvatbaarheid op langere termijn van de EU, maar het lijdt geen twijfel dat ze bestaat, met ingrijpende gevolgen voor het leven van de mensen in Europa. Dat alleen zou voldoende moeten zijn om te zeggen dat de EU een belangrijk interventieterrein vormt voor de linkerzijde.

Maar om wat te doen?

Voor een heldere discussie is het goed een onderscheid te maken tussen de strijd voor hervormingen in de EU, en de hervorming van de EU als strategische horizon. Je kan immers strijden voor hervormingen in de EU met als strategische horizon de tegenstellingen in de EU te versterken, om op de brokstukken van de EU een ‘ander Europa’ op te bouwen.

De balans van de sociaaldemocratie.

Op de achtergrond van dit debat speelt de balans van de sociaaldemocratie, de dominante kracht in de Europese arbeidersbeweging en een belangrijke architect van de Europese Unie zoals we die vandaag kennen.

De sociaaldemocratie heeft de Europese eenmaking, vereenzelvigd met de Europese Unie, steeds als een intrinsiek goed en progressief project beschouwd. Het gebouw was goed, maar niet af. Nieuwe stappen zijn nodig in het proces van Europese eenmaking, maar deze moeten zo gezet worden dat wat verworven is niet in gevaar wordt gebracht. De Europese eenmaking moet worden verbeterd, niet afgebroken.

Het probleem is dat de sociaaldemocratie de ene na de andere toegeving slikt in naam van het bestaande. Dat is begonnen met Commissievoorzitter Jacques Delors die de Eenheidsacte en het Verdrag van Maastricht door het Europees Vakverbond liet slikken in naam van het ‘sociaal luik’ dat zou volgen.

Dat is de reële inzet van het debat over ‘het DNA’ van de Europese Unie. Indien men ervan overtuigd is dat dit DNA intrinsiek goed is, want een overstijging van het nationaal egoïsme in Europa, dan zal men niet snel het risico nemen om dit in gevaar te brengen. Dan zal men liever Poolse migranten degraderen tot tweederangsburgers dan het risico te nemen dat een Brexit leidt tot een destabilisering van het Europese bouwwerk. Dan zal men liever het begrotingspact respecteren dan de legitimiteit van de Europese regels te betwisten.

Indien men er echter van overtuigd is dat er iets mis is met de EU zoals ze vandaag bestaat (‘het DNA is neoliberaal’), dan neemt men het erbij wanneer een consequente strijd voor sociale en democratische hervormingen leidt tot een crisis, schokken en destabilisering van de EU, want ‘onze rechten zijn belangrijker dan hun Europa’.

Europese regels

Een belangrijk wapen dat het Europees regime de laatste tijd ontwikkeld heeft is het verhaal dat de Europese Unie functioneert op basis van regels. Elkeen moet deze regels respecteren, anders is er chaos. Wie de democratisch vastgelegde regels niet respecteert is geen echte democraat.

We kunnen inmiddels een kleine bibliotheek vullen met voorbeelden hoe de Europese leiders zelf de regels niet respecteren, of vrijelijk interpreteren naargelang het hen uitkomt. Maar dat doet niet terzake.

Het punt is dat met het verhaal over de regels een gevoelige plek wordt geraakt bij de linkerzijde. Die is, in tegenstelling tot rechts, sterk gehecht aan de democratie, waarvoor zij in het verleden zo hard gevochten heeft. Zij krijgt dus te horen: respecteert de regels, of jullie brengen zelf de Europese democratie in gevaar door het scheppen van chaos.

Zo werd enkele dagen geleden de Portugese regering gewaarschuwd dat zij op het punt stond de Europese regels van het Begrotingspact te overtreden, en zich dus in de onwettelijkheid te begeven.

Het spreekt echter vanzelf dat de linkerzijde verloren is indien zij het in Europese rechtsregels gegoten neoliberalisme, respecteert. Vandaar dat na de Griekse crisis het ordewoord van de “ongehoorzaamheid” opgang maakt in de linkerzijde. Dat geeft een werkbaarder politiek perspectief links dan het “breken met de EU”.

Het is geen gemakkelijk debat. Men moet de diep ingewortelde vrees niet onderschatten in de arbeidersbeweging, zeker in de kleinere landen, dat het ‘Europees sociaal model’ in een geglobaliseerde wereld het schild van een verenigd Europa nodig heeft. De ervaring van de EU zelf als een neoliberale pletwals is niet steeds voldoende om de vrees weg te nemen voor de leegte als de EU zou instorten.

Welk ander Europa?

Samenvattend: de Europese Unie is een belangrijk strijdterrein voor de Europese linkerzijde, maar de strijd voor hervormingen kan alleen maar succesvol zijn als we bereid zijn een crisis van de EU op de koop toe te nemen. Hervormingen moeten niet worden gedefinieerd in functie van wat tactisch haalbaar is binnen de bestaande EU, maar vormen bruggen naar een ander Europa.

oxibastaIn naam van welk Europa voeren we deze strijd? Europees links gaat er al te dikwijls impliciet van uit dat een ‘ander Europa’ min of meer hetzelfde zal zijn als de bestaande EU, maar dan democratisch en met een ander economisch en sociaal beleid. Is dat wel zo? Is een echte democratie op Europese niveau wel mogelijk?

Enerzijds is er een schaalprobleem (dat even goed geldt voor bijvoorbeeld de VS of China). Bovendien bestaat er niet zo iets als een ‘Europees volk’, een door een gemeenschappelijke geschiedenis gesmede verbondenheid.

Er bestaat natuurlijk wel een Europese cultuur en gemeenschappelijke geschiedenis. In de Middeleeuwen was het Latijn de gemeenschappelijke voertaal van de elite, terwijl nog maar enkele honderden jaren geleden Frans gesproken werd aan de belangrijke hoven van Rusland tot Portugal. De arbeidersbeweging had al zeer vroeg een Europese strategische as (Rusland-Duitsland, een Europese federatie van sovietrepublieken van de Oeral tot de Atlantische oceaan,…).

Maar er bestaat niet zoiets als een Europees volk. Dat merk je ieder jaar weer als de stemmen binnenkomen voor het Eurovisie songfestival.

Is het dan voorstelbaar dat Europa het beslissingsniveau blijft voor de zwaarste dossiers? Gaan de mensen, zodra het beleid progressief is en gericht op het belang van de mensen, het Europese beleidsniveau aanvaarden als legitiem?

Dat lijkt verre van zeker. Het volstaat niet dat instellingen verkozen zijn, opdat ze legitiem zouden zijn. De socialistische hoop is in de twintigste eeuw gestruikeld over het probleem van de democratie. Laten we de kwestie van de democratische legitimiteit in een ‘ander Europa’ dus niet te lichtzinnig opvatten.

Linkse partijen zoals de Nederlandse SP schieten misschien soms door in het benadrukken van de nationale legitimiteit, maar hebben zeker een punt. Zelfs in een land als België ligt “Brussel” een stuk verder dan, euh, Brussel.

Ongelijke ontwikkeling

In de concrete strijd vandaag wordt deze discussie vaak gekoppeld aan een probleem van meer tactische aard. Omdat er geen Europese natie bestaat evolueren ook de politieke conjunctuur en de krachtsverhoudingen in de diverse Europese landen verschillend. De kans is dus groot dat een linkse doorbraak in één lidstaat, in Europa geïsoleerd komt te staan, zoals de Grieken is overkomen. Wat moet een linkse meerderheid in die lidstaat dan doen? De strijd afblazen in afwachting van betere Europese tijden? Zich “ongehoorzaam” opstellen en Europese dictaten naast zich neerleggen, in de hoop zo links in Europa te versterken? Desnoods het risico van een breuk met de Europese Unie erbij nemen? Het is immers niet gezegd dat een oproep tot de andere volkeren van Europa zal volstaan.

De EU in crisis

Tot voor kort leek de linkerzijde geconfronteerd met een oppermachtige EU, die weliswaar regelmatig een crisis kende, maar deze crises steeds wist om te vormen tot nieuwe stappen vooruit in de consolidatie van het Europese autoritarisme.

Dat zou wel eens kunnen veranderen. Het is niet waarschijnlijk, maar ook niet uitgesloten dat in juni het Verenigd koninkrijk uit de EU stapt, en enkele maanden later Marine Le Pen verkozen wordt tot president van Frankrijk. Bijvoorbeeld.

Ondertussen verliezen de Europese leiders veel geloofwaardigheid. Een Europese vergadering gaat steeds meer lijken op een bijeenkomst van pokerspelers, elk met een eigen agenda, die elkaar beloeren en chanteren. Van ‘solidariteit’ en ‘samenwerking’ is op dat niveau steeds minder sprake.

In de Griekse crisis heeft Europa veel politiek kapitaal verspeeld. Iedereen weet hoe Europa de Grieken op de knieën heeft gekregen. Dat is allemaal fijn zolang het goed gaat, maar als het misgaat, wat er dik in zit, zal ‘Europa’ het mogen uitleggen.

De kans is groot dat de sociaaldemocratische arbeidersbeweging onder druk van deze slepende crisis zich meer dan ooit gaat opstellen als de verdedigers van het bestaande. Zo dreigt zij zelf meegesleurd te worden in de crisis. Wie niet wil meegesleurd worden zal met lef en punch alternatieven moeten verdedigen, in eigen land, maar ook in Europa.

  1.  Debat: Welke strategie voor links Europa?

Reacties plaatsen niet mogelijk