Europa en de Palestijnse bezette gebieden, of hoe de EU de vrede verkwanselt

5 december 2012

door Koen Dille, 5 december 2012

Eind oktober publiceerden 22 Europese NGO’s, waaronder Pax Christi (NL) en Broederlijk Delen (B) een lijvig rapport (35 pagina’s) over de dubbelzinnige houding van de Europese Unie (EU)  ten aanzien van de kolonisatiepolitiek van Israel in de Palestijnse gebieden. Vrij vertaald luidt de titel  “Het verkwanselen van de Vrede” [1].

Hans van den Broeck

Het rapport bevat een voorwoord van Hans van den Broeck, voormalig Nederlands minister van Buitenlandse Zaken (1982  -1993) en voormalig Europees Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen (1982-1999).

In dat voorwoord merkt Van den Broeck op dat het al twintig jaar geleden is dat de akkoorden van Oslo werden gesloten. Voor wie toen nog niet actief de actualiteit volgde: heel de wereld dacht toen dat er eindelijk serieuze stappen gezet waren in de richting van een duurzame vrede tussen Israel, onder leiding van Yitzhak Rabin en het Palestijnse verzet, toen nog geleid door Yasser Arafat. Arafat, Rabin en zijn minister van buitenlandse zaken Peres ontvingen daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede (1994).

 

 

Nobelprijs

Dit jaar kreeg de EU de Nobelprijs voor de vrede. Maar dat kon zeker niet zijn omdat de EU zich zo voor de vrede tussen Israel en de Palestijnen zou hebben ingespannen. Die vrede, waar iedereen in 1992 naar uitkeek, is er om te beginnen nooit gekomen. Daarenboven heeft de EU in verband met het conflict tussen Israel en de Palestijnen weinig daadkracht getoond.

Ook Van den Broeck bevestigt dat. Hij merkt op dat door de nederzettingspolitiek van Israel in de bezette Palestijnse gebieden de vrede tussen Israel en de Palestijnen almaar problematischer wordt. Voorts stelt hij dat die politiek het de Palestijnen bovendien onmogelijk maakt een menswaardig leven te leiden. De enige oplossing van het probleem, namelijk de oprichting naast Israel van een volwaardige Palestijnse staat, blijkt daardoor steeds verder af. Van den Broeck zegt vlakaf dat de EU door haar dubbelzinnige opstelling in dit conflict, daar mee voor verantwoordelijk is. Inderdaad, enerzijds heeft de EU uitdrukkelijk verklaard dat de bezetting en de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever illegaal is, maar anderzijds gedoogt zij dat de Europese lidstaten handel drijven met de joodse kolonies.

Van den Broeck heeft niets dan lof voor het uitvoerige rapport van de 22 Europese NGO’s over die kwestie.

In hoeverre de hogere instanties van de EU en de lidstaten nu gaan nadenken, is natuurlijk niet te voorspellen. Ondertussen hebben Denemarken, Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zweden de ambassadeurs van Israel op het matje geroepen. Niet dat het Rapport over “Het verkwanselen van de Vrede” daar iets mee te maken heeft, maar positief is het hoe dan ook.

Wat staat er nu allemaal in dat rapport?

Aan de positie die de EU in verband met de bezette Palestijnse gebieden sinds vele jaren inneemt, valt niet te twijfelen. De EU heeft altijd gesteld dat de Israëlische nederzettingen in de Palestijnse bezette gebieden illegaal zijn. Zij zijn in strijd met het internationaal recht. Daardoor vormen zij een hinderpaal voor een vreedzame oplossing van het conflict tussen Israel en de Palestijnen. Daarenboven riskeren ze een tweestatenoplossing onmogelijk te maken.

Wat dit rapport ook duidelijk maakt is dat in de praktijk de politiek van de EU compleet in tegenspraak is met de officiële positie van de EU. Die politiek draagt juist bij tot het in standhouden van die nederzettingen. Overigens zijn die nederzettingen in feite niets anders dan een vorm van kolonisatie. Dat belet de EU niet om vijftien maal meer producten uit die illegale Israëlische kolonies te importeren, dan uit de overgebleven gebieden die door de Palestijnen worden beheerd.

De kolonies

Die kolonies bestaan uit Joods-Israëlische gemeenschappen die zich in de Palestijnse gebieden zijn beginnen te vestigen na 1967, jaar waarin Israel het land heeft bezet. Vandaag leven meer dan 500.000 kolonisten in verschillende regio’s van het bezette Cisjordanië. Ook Jeruzalem hoort daar bij.

Die kolonies strekken zich uit over meer dan 42% van Cisjordanië en zij controleren het grootste deel van de hydraulische en andere natuurlijke hulpbronnen. Het feit alleen al dat die nederzettingen Palestijns gebied inpalmen, zet een oplossing die uitgaat van een vreedzaam naast elkaar leven van twee staten op losse schroeven. Nochtans is dat de oplossing die de EU voorstaat.

De laatste twee jaar heeft Israel de inplanting van joodse nederzettingen nog versneld. Het is van plan om 16.000 nieuwe woningen te bouwen.

3.000

Pas nog werden alweer 3.000 nieuwe woningen aangekondigd. Dit keer gaat het om een regelrechte represaille tegen de Palestijnse autoriteit. Die had namelijk aan de UNO gevraagd om als waarnemend lid te worden opgenomen en die aanvraag is met een overgrote meerderheid door de Algemene Vergadering van de UNO ingewilligd.

Een niet onbelangrijk detail is dat die 3.000 woningen gebouwd zullen worden op een terrein dat de laatste verbindingsstrook vormt tussen Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Aangezien de Palestijnen dat gedeelte van Jeruzalem zien als de hoofdstad van hun toekomstige staat, betekent dit dat een tweestatenoplossing  – officieel  gesteund door ondermeer de EU –  alweer  bemoeilijkt, om niet te zeggen onmogelijk gemaakt wordt.

Al die tijd daarvoor is Israel Palestijnse gebouwen en constructies blijven platgooien. Daarbij horen ook gebouwen die de EU heeft gefinancierd. Dat slopen van gebouwen heeft in 2011 meer dan duizend personen verplicht zich elders te vestigen. In 2010 waren er dat “nog maar” vijfhonderd. Die laatste twee jaar waren ook nog gekenmerkt door een tot dan ongezien aantal van gewelddadige aanvallen door joodse kolonisten op de Palestijnse inwoners.

Discriminatie

Tezelfdertijd met het installeren van die joodse nederzettingen hebben de opeenvolgende Israëlische regeringen in Cisjordanië een dubbele discriminatie ingevoerd. Terwijl de joodse kolonisten alle rechten en voorrechten van Israëlische burgers behielden, werden de Palestijnse bewoners onderworpen aan de Israëlische militaire wetten die hen de mest elementaire rechten ontzegden.

Zo worden de inwoners van Cisjordanië voortdurend in hun verplaatsingen, bijvoorbeeld naar hospitalen, gehinderd door meer dan 500 controleposten en wegversperringen. Ook de toegang tot de waterreserves is fundamenteel onrechtvaardig georganiseerd. Israel wendt die watervoorraden systematisch af voor de landbouw in de kolonies, die nota bene hun producten ondermeer naar Europa uitvoeren. Het gevolg daarvan is dat de Palestijnen nauwelijks nog hun eigen gronden kunnen bewerken.

Ook wordt de export van de joodse kolonies op alle mogelijke manieren bevoordeeld. Zo bijvoorbeeld door speciale wegen die Israel heeft aangelegd rondom de versnipperde Palestijnse gebieden en die voor Palestijnen verboden zijn.

Economische ramp

Dit staat in scherp contrast met de problemen waarmee de Palestijnse economie te kampen heeft. De talloze hindernissen die Israel aan de Palestijnse landbouw heeft opgelegd, betekenen een jaarlijks verlies dat geschat wordt op 5,2 miljard euro, of 85% van het BBP van Palestina. In de jaren ’80 bedroeg de Palestijnse export nog meer dan de helft van het Palestijnse BBP. Vandaag is dat minder dan 15%. Alle voordelen van het preferentiële handelsakkoord dat de EU met de Palestijnen heeft afgesloten, worden daardoor tot nul herleid. Daardoor is de Palestijnse Autoriteit afhankelijk geworden van de giften die ze krijgt van de EU en andere buitenlandse donnatoren. Nog een andere represaille van Israel is het niet meer doorstorten van belastinggelden van Palestijnen die vanuit Cisjordanië naar Israel gaan werken. Niet te verwonderen dat de Palestijnse Autoriteit in zware financiële problemen zit.

Contradicties

Volgens schattingen die de Israëlische regering heeft overgemaakt aan de Wereldbank bedraagt de waarde van de export van de kolonies jaarlijks 230 miljoen euro. Dat is 15 maal meer dan wat de EU uit Palestina importeert. Als je nagaat dat er meer dan 4 miljoen Palestijnen in Cisjordanië leven tegen 500.000 joodse kolonisten, dan blijkt dat de EU honderd keer meer per kolonist importeert dan per Palestijn.

De Europese invoer uit de joodse nederzettingen bestaat vooral uit landbouwproducten zoals dadels, citrusvruchten en kruiden. Voorts ook fabrieksproducten zoals cosmetica, verstuivingsmachines, textiel, speelgoed en allerhande voorwerpen in plastic.

Hoewel Europa uitdrukkelijk beweert dat de kolonies geen deel uitmaken van Israel, laat het toe dat die invoer het merkteken “made in Israel” draagt. Zo wordt stilzwijgend erkend dat de bezette Palestijnse gebieden onder Israëlische soevereiniteit vallen. Dat “made in Israel” is bovendien misleidend voor de consument. Die is daardoor niet in staat om zelf te beslissen of hij die producten wel wil kopen, hoewel dit een recht is waarin de Europese regelgeving inzake bescherming van de consument voorziet. Talloze Europese consumenten steunen aldus in hun onwetendheid het bestaan van de joodse nederzettingen in Palestina en de schendingen van de mensenrechten die daar uit voortvloeien.

Maar daar blijft het niet bij. Niet alleen voeren lidstaten van de EU handel met de joodse kolonies in de Palestijnse bezette gebieden. Sommige Europese ondernemingen hebben ook flink geïnvesteerd in die kolonies of ze verlenen er diensten. Dat is het geval van bijvoorbeeld G4S (Verenigd Koninkrijk en Denemarken), Alstom (Frankrijk), Veolia (Frankrijk) en Heidelberg (Duitsland). Andere, zoals Deutsche Bahn (Duitsland), AssaAbloy (Zweden), en Unilever (Nederland) hebben verkozen om te stoppen met hun activiteiten in de kolonies. Het kan dus ook anders.

De Europese politiek ten aanzien van de illegale joodse kolonies in Palestina vertoont nog andere tegenstrijdigheden. Zo heeft de EU nagelaten de kolonies uit te sluiten van de voordelen die zijn opgenomen in de samenwerkingsprogramma’s en billaterale akkoorden die ze heeft afgesloten met Israel. In een aantal gevallen werden de door de EU aan Israel toegekende financiële middelen voor onderzoek en ontwikkeling onmiddellijk doorgesluisd naar de joodse kolonies. In nog andere akkoorden met Israel heeft de EU al evenmin aangedrongen om duidelijk onderscheid te maken tussen de staat Israel en de kolonies die dat land illegaal heeft gesticht in bezet Palestijns gebied.

Wat te doen?

Die talrijke banden die de EU, de lidstaten en een aantal Europese ondernemingen met de kolonies hebben, staan flagrant in tegenspraak met het internationaal recht, waaraan uiteraard ook de EU zich moet houden. Daarmee ondermijnt de EU haar eigen jarenlange inspanningen op politiek en financieel vlak om bij te dragen tot de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse Staat.

Een aantal Europese staten beginnen in te zien dat ze de verklaringen die ze afleggen over de joodse kolonies moeilijk te rijmen vallen met realiteit van hun politiek optreden. De Britse en Deense regeringen hebben al maatregelen genomen in verband met de vermelding van de juiste herkomst van de producten uit de kolonies. Maar dat volstaat natuurlijk niet. Er moet nog veel meer veranderen.

Tien concrete maatregelen

Om te beginnen moeten de naar de EU geëxporteerde producten uit de kolonies de juiste herkomstvermelding dragen.

In afwachting van een betere Europese reglementering inzake herkomstvermelding moeten de lidstaten hun ondernemingen formeel aansporen om elke commerciële of financiële activiteit met de kolonies te stoppen.

Een stap verder is het radicale verbod om producten uit de kolonies in te voeren, zoals trouwens Ierland dat heeft voorgesteld.

De kolonies uitsluiten van de bilaterale akkoorden die met Israel zijn gesloten op het gebied van ontwikkeling en samenwerking.

De kolonies en de bedrijven die daar actief zijn van de toegang ontzeggen tot de Europese markten van openbare aanbestedingen.

De bedrijven die financiële transacties doen met de kolonies uitsluiten van de eventuele fiscale gunstregimes, zoals Noorwegen al heeft gedaan.

Die financiële transacties gewoon verbieden, als de EU zelf in gebreke blijft.

De regeringen van de lidstaten kunnen ook hun burgers aansporen om in de nederzettingen geen vastgoed te kopen en ze uitleggen hoe ze kunnen vermijden de ondernemingen uit de kolonies nog verder te steunen.

De EU kan een lijst opstellen van de bedrijven die producten uit de kolonies onder het label ‘made in Israel’ verkopen.

De OESO moet van Israel eisen dat het in de economische gegevens die het verstrekt, een duidelijk onderscheid maakt tussen wat betrekking heeft op Israel en wat op de kolonies in de bezette Palestijnse gebieden.


[1] La Paix au rabais: comment l’Union Européenne renforce les colonies israéliennes, 35 blz., PDF (1,68MB)
De illustraties zijn overgenomen uit het rapport.

 

Reacties plaatsen niet mogelijk