Facebook

Europese top op 23 oktober

12 oktober 2011

12 oktober 2011 – Op 23 oktober komen de Europese leiders samen in en nieuwe poging om een eind te maken aan de eurocrisis. De grote contouren van het plan zijn al een tijd bekend: de Europese banken moeten worden geherkapitaliseerd om ze schokbestendiger te maken, zodat Griekenland over de kop kan gaan zonder de rest van de eurozone mee te sleuren in de val. Er moet ook tijd gewonnen worden zodat Italië en Spanje voldoende kunnen bezuinigen om de financiële markten te overtuigen dat een Grieks scenario in hun geval niet aan de orde is. De versterking van het Europees noodfonds moet de speculanten extra zekerheid bieden.

De Europese banken zijn kwetsbaar, omdat hun kapitaalsbasis te klein is in verhouding tot hun uitstaande verplichtingen, ze te veel riskante beleggingen in hun portefeuille hebben, en ze nu bovendien geconfronteerd worden met beleggingen in overheidspapier dat ook minder solide blijkt dan gedacht. Dat laatste dreigt tot een vicieuze cirkel te leiden: overheidsfinanciën komen in de problemen omdat de overheid banken te hulp moet snellen, daardoor worden de overheidsobligaties van deze landen die de banken in portefeuille hebben minder waard, zodat hun financiële situatie nog verslechtert… Deze helse dynamiek heeft nu ook Frankrijk bereikt: grote Franse banken hebben veel overheidspapier uit zwakke eurolanden in portefeuille. Indien de Franse overheid zijn banken te hulp moet snellen dreigt Frankrijk zelf echter zijn triple A kredietrating te verliezen, dus zelf meer interest te moeten betalen op zijn leningen. Dat gaat dan weer de financiering van het Europese noodfonds duurder maken, want een groot deel daarvan wordt gedragen door Frankrijk.

Om de financiële markten gerust te stellen organiseerde de Europese Commissie onlangs nog strestesten voor de Europese banken. Het Belgische-Franse Dexia slaagde met vlag en wimpel…

Er moeten dus serieuzere maatregelen genomen worden. Daarover vergaderen de Europese leiders op 23 oktober. De keuzen die dan gemaakt worden kunnen grote gevolgen hebben voor de architectuur van het Europa van de toekomst. Op 24 oktober zullen de Europeanen in hun ochtendkrant vernemen wat er zoal in hun naam beslist werd.

Keuzen

De Europese leiders hebben inderdaad nog geen overeenkomst bereikt over de manier waarop de eurocrisis moet worden aangepakt. Een topontmoeting tussen de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Sarkozy verleden zondag eindigde zonder akkoord, zodat de Europese top enkele dagen moest worden uitgesteld.

De discussie lijkt erover te gaan of ieder land in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor de herkapitalisatie van haar banken, dan wel of het Europees noodfonds hiervoor wordt ingezet. Merkel is voor het eerste, Sarkozy voor het tweede.

Het is niet meteen duidelijk wat er achter dit meningsverschil zit.

Duitsland heeft meer financiële vuurkracht om de eigen banken te hulp te snellen dan Frankrijk. Bovendien lijden de grote Duitse banken vooralsnog minder onder speculatieve aanvallen dan de Franse, al hebben ook zij grote beleggingen in portefeuille in de obligaties van de zwakkere eurolanden, en is hun kapitaalsbasis niet per sé sterker dan die van de Franse banken (uiteraard zorgt het bankgeheim ervoor dat wij gewone burgers nooit alles te weten komen over deze zaken die nochtans van groot maatschappelijk belang zijn). Omdat zij minder onder druk staan zijn de Duitse banken minder geneigd de hulp in te roepen van de overheid. Zij hebben liever geen pottekijkers in hun raden van bestuur als het even te vermijden is. In Frankrijk staan de banken veel meer onder druk, maar als de Franse overheid dit alleen moet oplossen dreigt zij zoals gezegd zelf haar triple A-rating te verliezen.

Bovendien ligt de publieke opinie in Duitsland anders dan in Frankrijk. De weerstand tegen “Europese oplossingen” is er groter, omdat het gevoel heerst dat de Duitsers dan moeten betalen voor de rest van Europa. Zowel Merkel als Sarkozy krijgen binnen afzienbare tijd te maken met de kiezer.

Diskrediet

In de discussie speelt zeker ook het diskrediet mee dat zowel de financiële wereld als de politieke wereld treft. De internationale pers volgt met stijgende verbazing de invloed van de bezetting van Wall Street. Het is dus niet zo eenvoudig om tijdens een nachtelijk beraad achter gesloten deuren nogmaals te beslissen dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de financiële problemen van grote banken met aan de top mensen die ongelofelijk vet betaald werden en worden voor het nemen van de beslissingen die tot deze problemen hebben geleid.

Maar Merkel en Sarkozy voelen zich allicht nog sterk genoeg om over de publieke opinie heen te stappen, onder het motto dat de economie zich geen bankencrisis kan permitteren. Een nieuwe recessie komt er aan, en men gaat doen alsof deze recessie veroorzaakt wordt door het feit dat de banken het te moeilijk hebben om nog kredieten te verlenen. De banken moeten dus gered worden, het koste wat het koste.

Wortel

De wortel van het Frans-Duitse meningsverschil zit allicht elders. Duitsland is de grootste en sterkste economie van Europa, met bovendien een industrieel weefsel dat niet afhankelijk is van een publiek industrieel beleid. Duitsland wil dus een gemeenschappelijke markt met een gemeenschappelijke munt, maar wil verder de handen vrij houden. Het wil zich zo weinig mogelijk laten inbinden in Europese structuren. Frankrijk wil precies het tegenovergesteld, zowel vanuit zijn positie als juniorpartner van Duitsland als omwille van de eigen kenmerken van de Franse industriële infrastructuur.

De verschillen in de Franse en Duitse publieke opinie komen natuurlijk niet uit de lucht vallen, maar worden beïnvloed door de respectieve media, opiniemakers en elites.

De hamvraag is dus hoever Duitsland zich gaat laten inkapselen in Europese financiële en economische structuren om de gemeenschappelijke munt en markt te kunnen behouden die het nodig heeft.

Dit laatste is overigens voer voor discussie: heeft Duitsland als puntje bij paaltje komt de euro, of zelfs de EU, nodig? Zuiver economisch gesproken misschien niet. Maar ook politieke factoren spelen: Duitsland betaalt nog steeds de prijs voor WOII en het fascisme: het kan zich niet opwerpen als wereldspeler zonder Europese rugdekking. Per slot van rekening kwam de euro er als prijs voor de Duitse eenmaking: het verenigde Duitsland mocht herrijzen op voorwaarde dat het de mark inruilde voor de euro.

Crisis?

De Europese Unie ontwikkelt zich van de ene crisis naar de andere. Dit is een vast gegeven in de Europese eenmaking: stappen vooruit werden maar mogelijk als gevolg van crisissen. Dat heeft dan weer te maken met de diepere realiteit van Europa: er bestaat niet zoiets als een Europese natie, of zelfs als een Europees kapitaal. Europa zit vol tegenstellingen. Het eenmakingproces kan dus maar chaotisch en abrupt zijn.

Is dat wat we nu ook weer meemaken?

De euro is niet zomaar een gemeenschappelijke munt. Het is een munt met bepaalde kenmerken, vastgelegd in een verdrag, en ondersteund door de ECB, die ook een instelling is met een specifiek statuut, verschillend bvb. van het statuur van de Amerikaanse Federal Reserve. Van bij de aanvang heeft de linkerzijde aangestipt dat de dieperliggende logica van de euro er op neer kwam dat de lidstaten van de eurozone onderling enkel nog konden concurreren door sociale dumping. Verlies aan concurrentievermogen opvangen door een devaluatie was niet langer meer mogelijk.

In een zekere zin zijn landen als Griekenland, Spanje, Portugal, …, er een tijdje in geslaagd deze logica te ontlopen door het opstapelen van schulden: financiële zeepbellen in allerlei vormen (onroerend goed, consumentenkrediet, overheidstekort) zorgden ervoor dat het land bleef functioneren, ondanks het verlies aan concurrentiekracht en het wegvloeien van financiële middelen via een negatieve handelsbalans. Zonder gemeenschappelijke munt zou dit geleid hebben tot de keten: geldcreatie, inflatie, devaluatie, soberheidsbeleid (zoals in België in de jaren 1981-1982).

De crisis staat Europa nu toe deze landen tot de orde te roepen en te eisen dat de logica van de euro wordt gerespecteerd: wie inboet aan concurrentiekracht mag dat niet ontwijken door financiële kunstgrepen, maar moet de sociale hakbijl hanteren.

Kan men dus wel spreken van een crisis van het Europese eenmakingproject, of staan we integendeel op het punt te zien hoe het kapitaal een nieuwe stap vooruit zet in de realisatie van haar visie op Europa.

Als er al sprake is van een crisis dan is dat omdat de grote lidstaten hun onderlinge belangenconflicten moeten onder controle krijgen om deze gemeenschappelijke stap voorut te kunnen zetten. En er is natuurlijk ook de onderliggende crisis van het wereldkapitalisme: een nieuwe recessie die dreigt opnieuw een tsunami van uitbarstingen van financiële zeepbellen op gang te brengen.

23 oktober

Op 23 oktober gaan de Europese leiders proberen opnieuw een beslissende stap vooruit te zetten in de opbouw van hun Europa.

Ze gaan het niet gemakkelijk hebben, omdat hun onderlinge meningsverschillen reëel zijn, en ze bovendien gebukt gaan onder een diep diskrediet in de publieke opinie. De arbeidersbeweging en de sociale bewegingen zouden het hen nog lastiger kunnen maken door die dag massaal op straat te komen, en hun tegenstellingen op de spits te drijven zoals dat eens lukte in betere tijden in Seattle. Maar daarvoor heb je de spirit nodig van de indignados of van de bezetters van Wall Street. (fs)

Reacties plaatsen niet mogelijk