Facebook

Ik vertrouw Karel De Gucht niet

23 mei 2014

door Bart Staes, Vlaams europarlementslid voor Groen
22 mei 2014

Volgens Karel De Gucht, die verantwoordelijk is voor de lopende vrijhandelsbesprekingen met de VS (TTIP), liegen de Groenen. Hij zal “écht geen hormonenvlees invoeren” en beweert te onderhandelen “zonder onze hoge normen ter discussie voor te leggen”. Hij sleept er vervolgens sans gêne ook nog de Belgische hormonenstrijd en een vermoorde inspecteur bij.

De Groenen zeggen dat er wel degelijk zeer reële risico’s bestaan dat Europese standaarden worden afgezwakt, zeker op het vlak van landbouw, voedsel en milieu. Hier bestaan reeds vele indicaties en signalen voor.

Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche zei een paar maanden geleden, toen ik waarschuwde voor de gevolgen van TTIP: “Wat Bart zegt, is heel belangrijk. Wij zijn heel bevreesd voor zo’n vrijhandelsakkoord. Dit zou een serieuze bedreiging zijn voor onze concurrentiepositie. Europa is het werelddeel met de strengste regels voor zijn landbouwsector. Als de consument en de maatschappij dat vraagt, willen wij daar aan voldoen. Maar we moeten dan wel beschermd worden tegen oneerlijke concurrentie van producenten die niet aan die regels moeten voldoen.”

Liefst 80% van de voorspelde voordelen van TTIP moet komen van het opheffen van zogenaamde non-tarifaire handelsbarrières. Iedereen weet dat landbouw en voedselkwesties een topprioriteit zijn voor de Amerikaanse onderhandelaars. Onderhandelen is altijd geven en nemen. Is het dan zo “leugenachtig” te stellen dat de EU op één of meer punten water bij de wijn zal moeten doen?

Dat wordt trouwens door betrokkenen ook openlijk zo gezegd. Neem bijvoorbeeld David O’Sullivan, de recent benoemde EU Ambassador bij de VS: “Nu, elke handelsovereenkomst betekent noodzakelijkerwijs geven en nemen, omdat als het er alleen maar om ging dat Europa aan de VS vraagt wat we van hen willen en zij niet aan ons zouden mogen vragen wat zij willen, dan zal er nooit een deal komen.”

 

De prioriteiten van de Amerikanen

Het lijstje met belangrijke Amerikaanse bedrijven, lobby’s, overheidsinstellingen en politici die eisen dat de EU in het kader van de transatlantische vrijhandel haar normen aanpast en afstapt van het ‘voorzorgsprincipe’ groeit gestaag.

Zo is er het verlanglijstje van de GGO zadenindustrie (met een bedrijf als Monsanto als vlaggendrager) en de vleesindustrie. De US Meat Export Federation stelt kraakhelder dat zij het handelsverdrag niet zullen steunen als dat het Europese verbod op Amerikaans hormonenvlees niet aanpakt: “We willen benadrukken dat een akkoord dat wel de invoertarieven op runds- en varkensvlees elimineert, maar de Europese verbodsbepalingen op hormonen en ractopamine in stand laat, van weinig waarde zal zijn voor de Amerikaanse rundsvlees-, en varkensvleesindustrie. Dit is de reden waarom de wijze waarop de sanitaire en phytosanitaire (SPS) kwesties worden behandeld, uiteindelijk zullen bepalen of de Amerikaanse rundsvlees-, en varkensvleesindustrie in staat zullen zijn om een TTIP akkoord te ondersteunen.”

Maar ook de invloedrijke Amerikaanse senatoren Baucus en Hatch verklaren dat “de steun van het Congres voor het grootste deel afhangt van het afbouwen van handelsbarrières voor Amerikaanse landbouwproducten”. Stuart Eizenstat, de co-voorzitter van de Transatlantic Business Council zei: “Europa kent een ander niveau van voedselveiligheidstandaarden en ik denk dat die op een onredelijk hoog niveau liggen en niet gebaseerd op wetenschap.” 

Het water is dus diep. De context is duidelijk. Landbouw en voedsel zijn een van de grootste prioriteiten van de Amerikanen. De Europese Unie wil vooral op het vlak van financiële diensten en openbare aanbestedingen meerdere slagen thuis halen. De Gucht, Juncker, Verhofstadt en zelfs Schulz willen heel graag een handelsakkoord. De Europeanen zijn nét iets meer vragende partij dan de VS. Op de audiovisuele sector na, liggen alle sectoren ter onderhandeling op tafel.

De Gucht mag dan wel zeggen dat hij erg hard onderhandelt. Mijn conclusie is: ofwel wordt het een erg beperkt akkoord met uitsluiting van alle gevoelige sectoren. En dan zijn ook de zogenaamde economische voordelen beperkt. Ofwel komt er géén akkoord.  Ofwel komen er toch compromissen en worden er toegevingen gedaan.

Inzake toegevingen zei Hiddo Houben, de EU-ambtenaar en mede-onderhandelaar mede bevoegd voor landbouwkwesties in Washington in april: “Wij zullen, ik denk zeker in politieke termen, meer toegeven op landbouwgebied dan dat we krijgen. En op het vlak van openbare aanbestedingen hopen we meer te krijgen dan we geven, omdat onze markt al meer open is vandaag. Dat is alleszins wat we beargumenteren.”

 

Hormonenvlees en andere Europese standaarden

De Gucht maakt zich sterk dat hij in geen geval hormonenvlees zal toelaten op de Europese markt. Ook ggo’s en chloorkippen zijn ‘rode lijnen’.

Maar er liggen nog zoveel andere elementen op tafel. Aleen al op vlak van landbouw en voedsel zijn er ook grote discussies over hoe om te gaan met vlees van gekloonde dieren, het gebruik van pesticiden, de behandeling van vlees met melkzuur, het gevaar van hormoonverstorende stoffen, de organisatie van de zaadgoedsector, de riek-tot-vork aanpak inzake hygiëne.

Het blijft erg onduidelijk hoe De Gucht al deze diepgaande meningsverschillen wil combineren met de ambitie tot een breed akkoord. Enerzijds benadrukt de handelscommissaris dat onze Europese normen en standaarden geenszins verlaagd of veranderd zullen worden. Anderzijds wil hij wel zoveel mogelijk niet-tarifaire handelsbarrières afschaffen door regelgeving zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Wát wil De Gucht dan harmoniseren of wederzijds erkennen?

Bij de economische voorspellingen die De Gucht stelselmatig hanteert, gaat de Commissie uit van een uiterst breed akkoord, waarbij de helft van alle harmoniseerbare regelgeving ook geharmoniseerd wordt. Het zou transparant zijn duidelijk te maken blauwdruk, welk plan de Commissie heeft. Welke regelgeving wil men concreet harmoniseren?

Welke impact harmonisering op voedselgebied heeft, valt na te lezen in de vele rapporten van ondermeer het Center for Food Safety en het Institute for Agriculture and Trade Policy. Ik betwijfel of De Gucht dit soort informatie leest. Hij kende tijdens een interview voor een Duitse TV-zender niet eens goed de inhoud van zijn eigen impact assessment.

Ronduit ergerlijk is dat De Gucht in meerder kranten en op radio en TV op nogal populistische wijze zegt dat hij zich niet de “wet laat dicteren door social media”. Dat toont alvast hoe weinig serieus hij het democratische debat neemt.  

 

Chilling effect

Ik heb te veel mee gemaakt in het parlementaire werk over voedsel en landbouw om met enige gemoedsrust vertrouwen te kunnen hechten aan de zalvende woorden van de Europese Commissie. Europese regelgeving wordt nú al afgezwakt in anticipatie op de besprekingen met de VS. Dat is het zogenaamde ‘chilling effect’. Hoogst verontrustend.

Mijn Duitse socialistische collega Dagmar Roth-Behrendt (zie deze reportage, minuut 2:05) en ik zelf werden aangemaand een zwak Commissievoorstel rond etikettering van vlees van gekloond dieren goed te keuren, om problemen met de Amerikanen in het licht van de vrijhandelsbesprekingen te vermijden. Iets dergelijks maakten we in 2013 ook mee rond het gebruik van melkzuur bij vleesproductie. Een ander voorbeeld zijn de gigantische vertragingen die het Commissievoorstel rond de Fuel Quality Directive opliep – dat de CO2-intensiteit van brandstoffen moet aanpakken – onder druk van de olie-industrie, Canada en nu de TTIP-onderhandelingen. We lieten ons niet intimideren.

 

Een serieus debat

De Groenen liegen niet. We zijn wel erg ongerust. De Gucht vindt dat we hem moeten vertrouwen. Maar wij willen een serieus debat. De kritiek ten aanzien van de huidige handelsbesprekingen is breed gedragen. Karel De Gucht zou deze ernstig moeten nemen en antwoorden bieden, in plaats van deze onder de mat te schuiven.

Honderden ngo’s en middenveldorganisaties uiten in de brief en oproep die 250 Europese organisaties, onder andere 11.11.11. en Greenpeace, deze week aan de Europese onderhandelaars richtten. Erg stevige en gefundeerde kritiek. Ook Pierre Defraigne, de voormalige baas van het Directoraat-Generaal Handel en ex-kabinetschef van Handelscommissaris Pascal Lamy, vindt de huidige TTIP-onderhandelingen een fundamenteel foute keuze. Volgens hem is het kiezen tussen TTIP en ons Europees sociaal model. Liegt hij met zijn onmetelijke ervaring dan ook?

Groen is tegen de huidige agenda van de vrijhandelsbesprekingen met de VS, zowel naar inhoud als naar vorm. Wat af en toe uitlekt, is steevast slecht nieuws. Gisteren kregen we documenten in handen van de Europese voorzet voor de onderhandelingen op het vlak van energie en grondstoffen. Dat belooft weinig goeds.

Daarbovenop is er een gebrek aan transparantie. Iedereen weet dat zowel aan Amerikaanse als aan Europese zijde de industriële en handelslobby’s uitgebreid gehoord worden. Het controversiële arbitragemechanisme ISDS, op basis waarvan buitenlandse investeerders het recht krijgen staten aan te klagen is momenteel opgenomen in de TTIP. En de beloofde economische voordelen zijn minstens zwaar overdreven.

Een echt grondig debat dringt zich op. Dat De Gucht zich hier vanaf wil maken met wat platitudes en al te goedkope aanvallen op collega José Bové en mezelf vlak voor de verkiezingen is zijn imago als intellectueel onwaardig.

 

Reacties plaatsen niet mogelijk