Facebook

Retweeted Frank Slegers (@FrankSlegers):

Iglesias y Colau piden a Sánchez que lidere un Gobierno que haga un referéndum en Cataluña | España | EL PAÍS t.co/mYLHNl9izO
... See MoreSee Less

View on Facebook

Na de Europese verkiezingen 2014 – DEEL 1

29 mei 2014

door Ander Europa, 29 mei 2014

Zoals we destijds in ons Standpunt over de Europese verkiezingen schreven, kunnen van deze verkiezingen geen fundamentele wijzigingen in het Europees beleid verwacht worden voor de komende jaren, wat ook de uitslag moge zijn. De Europese verdragen leggen immers een  neoliberaal beleid op, dat vijandig staat tegenover openbare diensten, rechtvaardige fiscaliteit, sociale maatregelen, herverdeling enz. Deze verdragen onderuit halen zal niet het gevolg zijn van een linkse verkiezingsuitslag, maar van een nog op te bouwen krachtige sociale verzetsbeweging die ook een politieke vertolking krijgt. Het is in dit perspectief dat we naar de verkiezingsresultaten kijken: wijzen ze op toenemend verzet, op nieuwe politieke ontwikkelingen aan de linkerzijde, of integendeel op apathie, verrechtsing of erger?

Verkiezingsdeelname gestegen … met 0,09%

Vooraleer op deze vraag in te gaan, wijzen we nog op het totaal verschillend perspectief waarmee de Europese elites en de traditionele partijen deze verkiezingen bekijken. Voor hen is het Europees Parlement het bewijs van de democratische legitimiteit van de Europese constructie, volgens het simplisme verkiezing= democratie. De enige bekommernis hierbij is de opkomst: een lage opkomst getuigt inderdaad niet van een levende Europese democratie. De EU-propagandisten klampen zich dan ook vast aan het “historisch” feit dat voor de eerste keer sinds 1979 de deelname niet gedaald is. “We hebben eindelijk de dalende trend doorbroken”, jubelde liberaal leider Verhofstadt, en dat naar aanleiding van het feit dat de deelname gestegen is van 43% naar … 43,09% (wat door sommige waarnemers trouwens toegeschreven wordt aan de ijver van proteststemmers). De allerlaagste deelname werd genoteerd in Slovakije (13%) en Tsjechië (19,5%). De Europese hoofdkwartieren hadden nochtans veel verwacht van het “gevecht onder de kopstukken”.

 
Schulz
‘Spitzenkandidat’ Martin Schulz (SPD), uittrededend parlementsvoorzitter

Er werd geïnsinueerd dat de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie het kopstuk van de politieke fractie zou worden met de meeste stemmen: ofwel Jean-Claude Juncker voor de christen-democraten, of Martin Schulz voor de sociaal-democraten, of Guy Verhofstadt voor de liberalen. De schijndebatten onder de Spitzenkandidaten hebben echter weinig of niet bijgedragen tot een verkiezingscampagne met inhoud, en zowel Angela Merkel als Herman Van Rompuy hebben al gezegd dat de nieuwe Commissievoorzitter best een buitenstaander kan zijn. Daarbij vielen al de namen van IMF-directeur Christine Lagarde en van Pascal Lamy, voorzitter van de Wereldhandelsorganisatie. Al deze vertoningen voor of achter de coulissen bewijzen echter hoe weinig dit alles met democratie te maken heeft.

Europa, waar uiterst-rechts gedijt

Als er één trend in het oog springt bij de verkiezingsuitslagen, is het de klinkende overwinning voor uiterst-rechts in tal van landen. In Frankrijk haalt het Front National (FN) maar liefst 25%  van de uitgebrachte stemmen, een pak meer dan de UMP (21%) en de PS (14%). Een derde van de 76 Franse europarlementsleden zullen uit Marine Le Pen’s racistische xenofobe stal komen. Een gelijkaardige score voor Nigel Farages UKIP in Groot-Brittannië, op kop met bijna 27% van de stemmen, tegen 25% voor Labour. Zelfde verhaal voor de Deense Volkspartij (26,6%, 7 procentpunten meer dan de sociaal-democraten). De Oostenrijkse FPÖ staat weliswaar ‘slechts’ derde, maar klimt van 12,7% naar 19,7%. Het Hongaarse antisemitische JOBBIK blijft op 15% van de stemmen, zoals in 2009, maar is daarmee wel de tweede grootste, na het ‘gewoon’ rechtse.FIDESZ. De neo-nazis van het Griekse Gouden Dageraad halen met 9,38% (3% meer dan bij de parlementsverkiezingen van 2012) van de stemmen 3 zetels in het Europees Parlement.

Niet overal gaat extreem-rechts erop vooruit. In Nederland valt Wilders’ PVV terug van 17% in 2009 naar 13,2%, het Vlaams Belang krimpt verder en houdt slechts één zitje in het Europees Parlement over. De Italiaanse Lega Nord loopt terug van 10,2% naar 6,15%.Jobbik_optocht_ foto_Laszlo Balogh

Hoe deze uiterst-rechtse krabbenmand zich in het Europees Parlement zal organiseren is nog niet duidelijk. Totnogtoe vond men van hun vertegenwoordigers bij de fractie EFD (Europe of Freedom and Democracy, aangevoerd door UKIP en Lega Nord), en bij de ‘niet-ingeschrevenen’ (NI, met o.a. Front National, Vlaams Belang, PVV, JOBBIK…). Lega Nord heeft al aangegeven dat het EFD wil verlaten om aan te sluiten bij Le Pen’s FN; ook Vlaams Belang , PVV en FPÖ zouden die richting uitkijken. Zodra er 25 europarlementariërs zijn uit 7 landen kan men een officiële fractie vormen, met alle financiële en politieke voordelen vandien. Farages EFD zou na het verlies van de Lega Nord kunnen vissen in de grote vijver van de meer dan zestig vooral rechtse en extreem-rechtse nieuwgekozenen [i] die nog niet tot één van de fracties behoren, om ook van dit manna te kunnen blijven genieten. Maakt men de som van EFD, NI en een deel van de nieuwgekozenen, dan moet men vaststellen dat meer dan honderd extreem-rechtse politici de volgende vijf jaar royale weddes zullen opstrijken, medewerkers zullen kunnen betalen en over tal van faciliteiten beschikken.
Daar bovenop zal het Europees Parlement nog op zijn minst vier uitgesproken neo-nazis herbergen, drie van het Griekse Gouden Dageraad en één van de Duitse NPD. Over de afstand tussen JOBBIK en het neonazisme kan men nog redetwisten.

Waarom floreert uiterst-rechts?

Door AlterSummit werd op 3 april jongstleden in Budapest een seminarie georganiseerd over het fenomeen van het oprukkend rechts-extremisme in Europa. Er werd genuanceerd nagedacht, de interessante bevindingen werden samengebracht in een aantal stellingen [ii]. Rechts-extremisme is geen nieuw verschijnsel in Europa, maar het heeft een aantal nieuwe kenmerken die moeten bekeken worden in de huidige context. Er zijn organisaties die ronduit neofascistisch zijn, Gouden Dageraad in Griekenland, maar er zijn vooral “moderne” uiterst-rechtse partijen, die op veel ruimere schaal kiezers kunnen aantrekken bij verbitterde, ontgoochelde bevolkingslagen. De achtergrond verschilt van land tot land; in Centraal- en Oost-Europa liggen de wortels eerder in de crisis die de overgang naar het kapitalisme meebracht, elders is het de massawerkloosheid, de ontmanteling van de welvaartstaat, de besnoeiingen opgelegd door de Trojka. In alle gevallen echter is rechts-extremisme “een uitdrukking van de structurele en systemische crisis, van de groeiende sociale frustratie en woede over het niet erkend worden in werk en kwalificatie, van de vrees voor armoede“.

LePen-Annemans-Wilders
Persconferentie op 28 mei 2014 van kopstukken van Lega Nord, FPÖ, Front National, PVV en Vlaams Belang

Deze crisis heeft ook het politiek systeem aangetast, aldus AlterSummit. In de meeste landen zijn het dezelfde partijen die elkaar sinds tientallen jaren aflossen in de de macht, en een neoliberaal beleid voeren onder toezicht van de financiële markten. In die omstandigheden heeft extreem-rechts het niet zo moeilijk om zich met een ethno-nationalistische ideologie op te werpen als de verdediger van de welvaartstaat, waaruit vreemdelingen en migranten moeten geweerd worden. Uiterst-rechts teert op de crisis, they use the bad to promote the worst… En omdat de bevolkingen zich afkeren van  het neoliberale beleid van de Europese Unie, heeft uiterst-rechts het verzet tegen Europese integratie als strategie gekozen.
In het AlterSummit-seminarie werd ook vastgesteld dat extreem-rechtse en conservatief-nationalistische partijen vaak naar elkaar toegroeien, dat er hybride vormen ontstaan, en dat dit een groot gevaar kan gaan vormen. De osmose die men in Vlaanderen tussen N-VA en Vlaams Belang kan vaststellen, is daar een duidelijke bevestiging van.

Een van de conclusies van het seminarie is zeer duidelijk: zonder politiek alternatief en verandering van de politieke machtsverhoudingen in de lidstaten en op EU-vlak is er geen uitweg uit de crisis en kan de strijd tegen extreem-rechts niet definitief gewonnen worden.  

Een studie van het European network against racism [iii] is zelfs nog explicieter voor wat betreft de rol van een geloofwaardig politiek alternatief:

“Eén van de verklaringen voor het succes van extreem-rechts in de voorbije jaren is de evolutie van de centrum-linkse partijen in Europa in de jaren ’90. Onder leiding van het Britse ‘New’ Labour en de Sociaal-Democratische Partij in Duitsland werden de noties van een ‘derde weg’ tussen links en rechts, of van een ‘Neue Mitte’ ingevoerd, wat de aanvaarding van de neoliberale globalisatie inhoudt. Dit leidde weliswaar tot electorale successen, en in de meeste EU-landen tot machtsuitoefening door sociaal-democratische partijen, alleen of in een coalitieregering, in de tweede helft van de jaren ’90. Maar het idee werd verlaten dat het kapitalisme een tegenstander is voor Links, en dat Links zich van Rechts onderscheidt door het nastreven van gelijkheid. En daardoor waren de electorale triomfen van korte duur, en volgens Mouffe werd daardoor aan extreem-rechtse partijen de kans gegeven om zich op te werpen als de enige anti-establishmentkrachten die het opnemen voor de wil van het volk (…)”

 

Naar (nog) rechtsere Europese politiek?

Een rechtser parlement zou in een lidstaat logischerwijze tot rechtsere politiek leiden. Deze conclusie kan echter niet automatisch overgenomen worden in het geval van het Europees Parlement. De rol ervan is immers beperkt tot het al dan niet goedkeuren van (eventueel geamendeerde) voorstellen die door de Europese Commissie geformuleerd worden. Wat dit laatste betreft is er weinig reden om aan te nemen dat er een koerswijziging zou komen onder de nieuwe Commissie. Bij de leidende Europese kringen (de Ronde Tafel van Industriëlen, de Europese Centrale Bank, de regeringen van de grote landen, in de eerste plaats de Duitse) is er in grote mate eensgezindheid rond het verderzetten van de economic governance, het besparingsbeleid en het ‘moderniseren’ van de arbeidsmarkt. De initiatieven van de Commissie zullen deze richting blijven uitgaan. Bestaat er kans dat deze voorstellen anders onthaald zullen worden in het nieuwe Parlement? Ook dat is zeer twijfelachtig. De meeste goedkeuringen zijn het resultaat van een coalitie van twee of drie van de drie  grootste fracties : de Europese Volkspartij (EVP, hoofdzakelijk christen-democraten), de Socialisten en Democraten (S&D, sociaal-democratische fractie) en de liberalen (ALDE). De grootste verschuiving tegenover het vorige parlement is dat de EVP niet langer over 36% van de zetels beschikt, maar nog slechts over 28% . De ‘grote coalitie’ EVP + S&D + ALDE komt daarmee aan 62% van de zetels, tegenover 72% voorheen.

Zullen soberheidsplannen moeilijker goedgekeurd raken in het Europees Parlement? Misschien. Bij sommige stemmingen is een absolute meerderheid nodig, 376 ja-stemmen. Die kunnen weliswaar  door EVP + S&D alleen geleverd worden, maar dan mogen er niet teveel afwezigen zijn. Maar dit is werkelijk alleen het probleem van de Europese elites, niet het onze. Integendeel, als de soberheidspolitiek moeilijker goedgekeurd raakt kan dit ons alleen maar verheugen.

Maar laten we onszelf niets wijsmaken met electorale rekensommetjes! Het rechts Europa is niet op zijn retour door een vooruitgang van extreem-rechts! Noteer hierbij drie dingen. Vooreerst draait het soberheidsbeleid al grotendeels op automatische piloot. De Europese Centrale Bank heeft niet eens gemerkt dat er verkiezingen waren, het Europees Semester is ondertussen een geoliede oefening geworden, de Commissie zal in juni heus niet nalaten om haar neoliberale aanbevelingen te doen omdat ze alleen nog ‘lopende zaken’ kan afhandelen. Voorts kan de EU steeds haar juridische grabbelton  [iv] openen wanneer ze de ‘communautaire methode’ (waarin het Europees Parlement meebeslist) wil vermijden. Zo geschiedde bij de oprichting van de financiële fondsen (EFSF, ESM) of bij de missies van de Trojka, en het “Begrotingsverdrag” werd zelfs helemaal buiten het Europees institutioneel kader afgesloten tussen 25 van de 27 regeringen.

Last but not least zijn de uitvoerders van het Europees rechts beleid de nationale regeringen. Hopen dat deze laatsten onder druk van (extreem-)rechtse partijen een linksere socialere politiek zullen voeren is de wereld op zijn kop zetten. Demagogie over oplossingen voor de werkloosheid door het uitzetten van “vreemdelingen” kan electoraal lonen, maar creëert geen enkele baan. Extreem-rechts kan zich voordoen als anti-systeempartij die tekeer gaat tegen het ‘ongebreidelde kapitalisme’ en de ‘plutocratie’, maar FN, Vlaams Belang, PVV, UKIP,… ze zijn zonder uitzondering tegen vrije vakbonden en voor de ‘vrije onderneming’. Hollande_26-5
Men zou nog kunnen hopen dat het Europees establishment zo geschrokken is van het extreem-rechtse succes dat het harde neoliberale beleid afgezwakt wordt. In zijn reactie op de verkiezingsuitslag erkende de Franse president Hollande inderdaad dat het jarenlange soberheidsbeleid de burgers vervreemd heeft van de EU. Maar hij pleitte voor minder Europa, niet voor meer en socialer. Hij weet immers maar al te goed dat deze EU niet hervormbaar is; de politieke wil bestaat er niet voor, en de verdragen bieden geen ruimte voor een werkelijk Europees sociaal project.

Onze conclusie is bijgevolg dat de echte dreiging van oprukkend rechts en extreem-rechts zich situeert in de nationale arena, niet in het Europees Parlement.

In DEEL 2 zullen we de andere kant van het politieke spectrum bekijken, en nagaan of er zich na deze verkiezingen nieuwe perspectieven voor links Europa openen.


 

[i] Niet alle nieuwe formaties met verkozenen zijn  (extreem-)rechts. Zo komt de vrij linkse Nederlandse Partij voor de Dieren met één verkozene in het Europees Parlement. Beppo Grillo’s Italiaanse Vijfsterrenbeweging haalde 17 zetels; geen solide links alternatief maar zeker ook geen rechts extremisme. Het nieuwe Alternative für Deutschland, dat zeven zetels haalt, moet men eerder als rechts dan extreem-rechts bestempelen.

[ii]  Zie Theses on the Struggle against Right-Wing Extremism in Europe, http://www.altersummit.eu/accueil/article/theses-on-the-struggle-against

[iii] European Network Against Racism (ENAR) , Far-right parties and discourse in Europe: a challenge for our times, maart 2012, pagina 16. Te vinden op http://www.enar-eu.org/IMG/pdf/publication_far_right_en_final.pdf. In het citaat wordt verwezen naar de bekende politicologe Chantal Mouffe, in haar boek The Democratic Paradox.

[iv] Zie H. Michiel, De omsingeling van Europa door de Europese Unie, http://www.andereuropa.org/eu_democratie/de-omsingeling-van-europa-door-de-europese-unie/

Reacties plaatsen niet mogelijk