Facebook

Vrijhandelsakkoorden hebben altijd iets van een zwarte markt …

30 oktober 2013

30 oktober 2013 – Terwijl het publiek zich met mondjesmaat bewust wordt dat er blijkbaar een vrijhandelsakkoord met verregaande gevolgen in de maak is tussen de Europese Unie (EU)  en de Verenigde Staten, kwam er op 18 oktober plots het bericht dat er die dag een vrijhandelsakkoord afgesloten was tussen de EU en Canada. Dat daarover onderhandeld werd kon men in principe weten, we hadden er een jaar geleden op deze site zelfs al eens een artikeltje over gebracht. Maar een akkoord dus, alweer iets dat we niet goed opgevolgd hadden zeker?

Toch is dit niet de enige verrassing. Jean Quatremer, verantwoordelijk voor de Europese berichtgeving bij het Franse blad  Libération, zocht tevergeefs naar de tekst van het gesloten akkoord. Hij vroeg het uiteindelijk aan eurocommissaris voor handel Karel De Gucht zelf. In het gisteren verschenen  interview antwoordt De Gucht dat het momenteel een “politiek akkoord” is tussen hemzelf, commissievoorzitter Barroso, de Canadese eerste minister Harper en zijn minister voor handel. “Er moeten nog enkele technische punten geregeld worden” alvorens de Europese Commissie in haar geheel het akkoord goedkeurt, waarna het aan de Raad van ministers en het Europees parlement wordt voorgelegd.

Het interview brengt ook over andere aspecten wat opheldering. Zoals bekend worden voor het afsluiten van handelsverdragen de onderhandelingen gevoerd door de Europese Commissie, die hiervoor een mandaat van de lidstaten krijgt. Quatremer vraagt waarom het mandaat voor de lopende onderhandelingen met de VS niet publiek gemaakt werd, het zou de transparantie alleen ten goede komen? Maar daarvoor is blijkbaar het unaniem akkoord van de 28 lidstaten nodig, en dat was er niet. Zo ken je als burger het standpunt van je eigen regering niet, en deze geheimhouding zal zowel regeringen, de Commissie als de ondernemerslobbies goed uitkomen [1]. Het gaat trouwens, zowel voor de onderhandelingen met Canada als met de VS (en, zo kom je en passant te weten, ook met Japan, Moldavië, Georgië, Oekraïne, Singapore, Zuid-Korea …) over een akkoord “van de nieuwe generatie”, aldus De Gucht, wat ook  inhoudt: investeringsgaranties, intellectuele eigendom, openbare aanbestedingen, harmonisatie van normen en standaards. Elk van deze “technische” terreinen kan verregaande sociale implicaties hebben!

De Franse juriste Magali Pernin legt op haar interessante website ContreLaCour uit dat het Libération-interview voor haar ook het antwoord bood op een vraag die niemand haar kon of wou beantwoorden: zullen de nationale parlementen deze handelsverdragen moeten ratificeren? De reden voor deze juridische twijfel is de volgende. Aan verdragen over materies waarover uitsluitend de Europese Unie bevoegd is, zoals internationale handel, komen de nationale parlementen niet te pas (wel het Europees parlement). Bij gemengde bevoegdheden (deels de EU, deels de lidstaten) zouden nationale parlementen wel moeten akkoord gaan. De vraag is dan hoe in Europese kringen de akkoorden “van de nieuwe generatie” beschouwd worden. Als De Gucht het in het interview heeft over de verdere afwikkeling van het akkoord met Canada, worden de nationale parlementen niet vermeld, en Magali Pernin ziet hierin het impliciete antwoord op haar vraag:  niettegenstaande het gemengd karakter van de nieuwsoortige handelsakkoorden, zullen de parlementen niet betrokken worden, ook niet dus voor het Transatlantisch Partnerschap met de VS. Deze indruk wordt voor Pernin nog bevestigd door een recente “FAQ” op de website van de Commissie. Merkwaardig rechtssysteem waar een juriste in publiek recht de antwoorden moet gaan zoeken in interviews en FAQs!   (hm)


 

 [1] Zou men mogen hopen dat de recente uitspraak van het Europees Hof in de zaak aangespannen door Access Info Europe hier iets kan aan doen?

Reacties plaatsen niet mogelijk