Recente reacties

Komende evenementen

Herschikkingen in de Spaanse linkerzijde

 

door Herman Michiel
15 november 2022

 

We willen het hier hebben over Sumar, een initiatief van Yolanda Díaz, communistisch minister van Arbeid in de Spaanse regering van Pedro Sánchez. Maar voor een goed begrip is eerst wat voorkennis vereist over de huidige Spaanse politieke constellatie.

 

Verkiezingen, coalities, allianties…

Yolanda Díaz is de Spaanse minister van Arbeid en Sociale Economie in de tweede regering van Pedro Sánchez. Dit is een coalitie van Sánchez’ sociaaldemocratische PSOE en Unidas Podemos, een verkiezingsalliantie waarmee de Spaanse linkerzijde sinds 2016 opkomt bij verkiezingen. Die alliantie bestaat hoofdzakelijk uit Podemos – de partij in 2014 opgericht door Pablo Iglesias en medestanders als politieke uitdrukking van de indignados en de 15-M beweging – en Izquierda Unida, eveneens een verkiezingsalliantie die al halverwege de jaren 80 ontstond rond de Spaanse communistische partij PCE.

Sánchez werd in 2018 al een eerste keer premier in een homogeen socialistische regering. Maar om na de verkiezingen van november 2019 zijn zwakke parlementaire basis te kunnen versterken nam hij de uitgestoken hand van Pablo Iglesias aan. Zo ontstond de regering Sánchez II, die evenwel ook nu geen absolute meerderheid had in de Cortes, het Spaanse parlement. De grote meerderheid van de ministers zijn van PSOE-signatuur, maar boegbeeld Iglesias van Podemos werd één van de twee vice-premiers, en Yolanda Díaz van Izquierda Unida werd zoals gezegd minister van Arbeid.

Tot veler verbazing echter nam Pablo Iglesias in mei 2021 ontslag uit de regering. De motivatie daarvoor blijft onduidelijk. Hijzelf zei dat hij het zijn prioritaire taak vond om als kandidaat-president deel te nemen aan de lokale verkiezingen voor de autonome regio Madrid, teneinde er de opkomst van uiterst rechts te bekampen  Anderzijds waren er binnen Podemos ook heel wat wrijvingen over het leiderschap, waarbij Iñigo Errejón, medestichter van Podemos, al in januari 2019 uit de partij trad. De regionale Madrileense verkiezingen werden echter gewonnen door rechts, en Iglesias trok daaruit de conclusie dat hij zich uit de politiek zou terugtrekken. Ione Belarra, minister van Sociale Rechten onder Sánchez II, werd verkozen tot nieuwe Podemos-voorzitter, en Yolanda Díaz werd door Iglesias naar voren geschoven als zijn opvolger als vice-premier en leider van Unidas Podemos.

Er was hier veel sprake over allianties en coalities, maar regeringscoalities zijn – op Sanchez II na – onbekend in post-franquistisch Spanje. De regering was ofwel in handen van de christendemocratische Partido Popular, of van de sociaaldemocratische PSOE.

 

Sumar

‘Sumar’ is Spaans voor ‘optellen’, ook wel ‘toevoegen’ of ‘verenigen’. Het is de naam van Yolanda Diaz’ politiek initiatief dat ze op 8 juli 2022 officieel lanceerde, al was er al maanden sprake van haar voornemen om zoiets te beginnen. Naar haar zeggen is het geen nieuwe politieke partij of een poging tot coalitievorming, maar een ‘burgerbeweging’ die de democratie wil verbreden en Spanje voorbereiden op het komende decennium. Dat decennium begint in iedere geval al in 2023, want in november van dat jaar zijn er parlementsverkiezingen gepland, volgend op belangrijke lokale en regionale verkiezingen in mei 2023. Dat Iglesias’ opvolgster als kopstuk van de verkiezingscoalitie Unidas Podemos daarmee een andere weg inslaat dan hij voor ogen had is duidelijk. Het leidde ook al tot wrange commentaren van Pablo Iglesias zelf, niettegenstaande zijn eerdere verklaring om zich niet meer met politiek bezig te houden. “Wij verwachten respect voor Podemos”, zei de voormalige partijleider, en het is inderdaad via Podemos en de Podemos Unidas coalitie dat Diaz een prominente figuur geworden is in de Spaanse politiek. Naar verluidt is ze zelfs populairder dan premier Sánchez zelve. Díaz is geen lid van Podemos, maar van de andere component van het electoraal verband, Izquierda Unida. Officieel is ze lid van de Communistische Partij PCE, maar naar eigen zeggen is dat vooral om emotionele redenen, gezien het communistisch-syndicalistisch engagement van haar vader tijdens de Franco-dictatuur.

In de PCE zelf zijn de meningen over Sumar verdeeld. De pas verkozen partijleider Enrique Santiago staat achter het initiatief, maar grote delen van de partij staan daar weigerachtig tegenover. Ze verwijten Díaz te grote regeringsbereidheid, en verwijzen naar haar inschikkelijkheid voor allerlei standpunten van de sociaaldemocratisch geleide regering Sánchez: de NAVO-oriëntatie, de bereidheid tot hogere militaire uitgaven, wapenleveringen aan Oekraïne, de steun voor de Marokkaanse claims op de Westelijke Sahara.

Het is dan ook niet verbazend dat premier Sánchez zich positief uitspreekt over het initiatief van zijn arbeidsminister Díaz. Hij heeft ook wel enkele argumenten in stelling. In vergelijking met eerdere conservatieve regeringen kan de zijne op een aantal sociale verwezenlijkingen bogen waar onder andere Díaz in betrokken was. En het is ongetwijfeld zo dat rechtse en extreemrechtse partijen in Spanje aan de winnende hand zijn, zodat een linkse minderheidsregering permanent onder zware druk staat.

Een aantal linkse regionale partijen als Catalunya en Comú en Coalició Compromís zouden ook eerder positief staan tegenover Sumar. Más Madrid daarentegen, waar de medeoprichter van Podemos Errejón naar migreerde na zijn breuk met Iglesias, verklaarde zelfstandig te zullen deelnemen aan de verkiezingen in 2023.

 

Díaz’ bilan

Wat die sociale verwezenlijkingen betreft van de regering Sánchez moet men de verhoging van het minimumloon tot 1000 euro bruto per maand rekenen, in februari 2022 beslist met terugwerkende kracht tot 1 januari. De hervorming van het Spaanse arbeidsrecht wordt vaak ook vermeld als linkse realisatie, maar dit lijkt in werkelijkheid van een zeer geringe vooruitgang te getuigen. Er kon ook een steunprogramma voor de sociale economie, ter waarde van 800 miljoen euro, aangekondigd worden, met geld vooral afkomstig van Europese subsidies. Zoals in de meeste EU-lidstaten werden ook programma’s van tijdelijke werkloosheid ingevoerd tijdens de corona epidemie.

Yolanda Díaz. Foto La Moncloa – Gobierno de España, CC BY-NC-ND 2.0

Díaz kon ook nog vóór de Europese Commissie uitpakken met een reglementering van de ‘gig economy’ (schijnzelfstandige ‘platform workers’, zoals bij Deliveroo, Uber met nul-uurcontracten, …). Het resultaat is in Spanje bekend als de ley rider, de ‘bezorgerswet’, en dit wijst al op de beperktheid van het resultaat. Het gaat enkel over de thuisbezorgers, want de aanvankelijke plannen om de hele gig economy te reglementeren werden vlug gekortwiekt onder druk van de ondernemerswereld. Maar ook deze bezorgerswet is niet zoals hij soms voorgesteld wordt, alsof de schijnzelfstandige gig workers voortaan allemaal reguliere werknemers worden. In augustus 2021 gingen thuisbezorgers van Glovo in staking met de eis voor hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden en verbetering van de bezorgerswet. Het moet wel gezegd dat er voor Glovo een monsterboete dreigt na inbreuken vastgesteld door de arbeidsinspectie; er wordt echter gevreesd dat platforms als Glovo zich via onderaanneming (subcontracting) aan de wetgeving zullen proberen te onttrekken. Een andere twijfelachtige verworvenheid van de bezorgerswet is dat de werking van de algoritmes waarmee het platform de taken verdeelt moeten meegedeeld worden aan de werknemers en vakbonden. In hoeverre zij daarmee inzicht zullen krijgen in de achterliggende strategie van de platformbedrijven is verre van duidelijk. Men moet zich dan ook vragen stellen bij de aanbeveling van het Europees Vakverbond dat “de EU de Spaanse bezorgerswet moet volgen”.

Maar misschien zijn een aantal persoonlijke troeven van Díaz nog belangrijker dan haar verwezenlijkingen als minister van arbeid. Ze is een charmante vriendelijke verschijning, laat zich niet verleiden tot harde politieke polemieken, maar komt bij een deel van de communistische achterban – toch nog altijd aanzienlijk in Spanje – over als een van hen. Vorig jaar schreef ze nog een voorwoord bij een nieuwe uitgave van het Communistisch Manifest.

 

Wat wil Díaz met Sumar?

Bij de lancering van haar initiatief in juli 2022 onderstreepte Díaz dat het haar niet te doen is om politieke partijen en nieuwe acroniemen; “Sumar is een project voor dit land en voor de komende tien jaar”. Het moet leiden tot een nieuw ‘sociaal contract’ en als het zover is, is de taak van Sumar afgelopen, aldus Díaz. Ze zei zich zeer bewust te zijn van de afstand tussen de burgers en de politiek, maar beschouwt het de verantwoordelijkheid van de politiek (of van zichzelf?) om daar iets aan te doen, want “jullie hebben reeds jullie verantwoordelijkheden thuis en op het werk“. De indruk dat voor Díaz politiek de taak is van politici en dat burgers daar geen grote rol in te spelen hebben blijkt ook uit “Jullie hebben genoeg van deze manier van politiek bedrijven. Politiek gaat over luisteren, luisteren en luisteren; dialoog, dialoog en dialoog; de hand reiken, en dan in staat zijn afspraken te maken om het leven van mensen te veranderen. Daar is de politiek voor“.

De verschillen met de opzet van Podemos springen in het oog. Podemos had de bedoeling de inbreng van de gewone man tot politieke uitdrukking te brengen, en probeerde ook door lokale en regionale structuren daar vorm aan te geven. Podemos is daar niet echt in geslaagd, en zeker sinds de intrede in de regering Sánchez vervult Podemos niet de rol van spreekbuis van de gewone man. Het is belangrijk om deze mislukking verder te analyseren, maar het is duidelijk dat Sumar daar een ander besluit uit trekt. Díaz heeft het wel hier en daar over een ‘burgerbeweging’, maar stelde een team van 35 academici, politici  en experten aan die de werkgroepen belast met de uitwerking van het nieuw ‘sociaal contract’ in goede banen moeten leiden. Tot in de loop van december is er een ‘bevraging in de civiele maatschappij‘, en in februari 2023 moet het sociaal contract dan op papier staan. Sumar lijkt niet van plan structuren of steunpunten verspreid over de Spaanse staat te willen oprichten, maar het is Díaz zelf die het hele land wil doorkruisen om te ‘dialogeren’. Het hele opzet is vaag genoeg geformuleerd om alle kanten op te kunnen.

Die vaagheid blijkt ook uit een interview met Díaz in Jacobin. “Het heeft geen belang dat we er verschillende ideeën op nahouden; wat nodig is, is dat we een land creëren waarin we allemaal onze plaats hebben.” Op de vraag hoe Sumar zich zal verhouden tot de andere linkse partijen, of het tot een soort coalities komt, antwoordt Díaz dat coalities al uitgeprobeerd zijn en dat het niet werkt. “Sumar daarentegen is voortbouwen op het momentum van de burgers en de overtuiging van een politiek project. De discussie gaat er nu niet over welke plaats kandidaten krijgen op een gemeenschappelijke lijst en hoeveel middelen elke organisatie krijgt en al dat soort dingen. Dergelijke discussies vervreemden burgers van de politiek.”  En van haar uitspraken over ‘economische democratie’ moet men maar een dun laagje vernis afkrabben om er de sociaaldemocratische bodem in terug te vinden: “Als werknemers houden van hun job en hun bedrijf moeten ze er ook veel meer verantwoordelijkheid krijgen voor de beslissingen over hun bedrijf, in het bijzonder omdat zulke beslissingen zouden gebaseerd zijn op de productieve noden van het bedrijf, in plaats van de dividenden voor de aandeelhouders.”

 

Als we nu de optelling maken …

De vraag ‘wat wil Díaz met Sumar?’ blijft dus eigenlijk onbeantwoord. Al haar uitspraken ten spijt waarin ze haar eigen rol binnen Sumar wegcijfert, is ze een zeer succesvolle politica zonder echte partijpolitieke bindingen, haar formeel lidmaatschap van de PCE ten spijt. Komt daarbij dat Podemos het electoraal niet meer zo goed doet, en doorkruist wordt door interne strubbelingen. Is het dan te ver hineininterpretieren om in Sumar een poging te zien om het persoonlijk opgebouwde politieke krediet te materialiseren in een nieuwe partij? Die zou zich links van Sánchez’ PSOE kunnen opstellen, maar door minder uitgesproken standpunten zich zowel kunnen richten tot het electoraat van Podemos, Izquierda Unida en eventueel linkse PSOE-ers.

Zoiets zou geen politieke misdaad zijn, maar waar leidt het heen? Er tekenen zich in Europa meer voorbeelden af van linkse, begaafde, succesrijke politiekers die rond zichzelf een antwoord menen te kunnen bieden voor de vertwijfeling binnen links. De tegenslagen van partijen worden beantwoord met formules over burgerbewegingen, maar het politieke luik ervan draait rond de politieker in kwestie. Dat is zo in Frankrijk met Mélenchon’s France Insoumise  (en nu ook NUPES), dat was zo in Duitsland met Wagenknecht’s (mislukte) Aufstehen. Díaz geeft geen enkel antwoord op de vraag naar de verhouding tussen burgerbeweging en politiek, een echt bilan van de mislukkingen op dit gebied moet men bij haar niet zoeken.

Hoe men het ook keert, de zoektocht naar betere linkse strategieën blijft geopend.

 


 

 

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.