Facebook

Een linkse visie op de onafhankelijkheid van Catalonië

12 oktober 2017

door Henri Goldman (*)

Artikel oorspronkelijk verschenen op 9 oktober op de site van het tijdschrift Politique
Vertaling uit het Frans door Ander Europa
Met dank voor de toelating tot overname

 

Naast het Vlaams Belang en de N-VA steunt ook een deel van radicaal links enthousiast de Catalaanse onafhankelijkheid. Een ander deel van links verwerpt het ‘independentisme van de rijken’. De vergelijkingen (met Schotland, Vlaanderen, Québec…) gaan alle richtingen uit. Help !

 

Vertrekkend vanuit deze vaststellingen springt één ding in het oog: de Catalaanse kwestie is geen wit-zwart aangelegenheid, met goede Catalanen en slechte Spanjolen, of omgekeerd. Aan beide zijden lopen de ideologische en sociaal-economische argumenten fel uiteen, aan beide zijden vindt men wat van ‘links’ en wat van ‘rechts’.

Om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen is het zeker nodig in detail de gebeurtenissen op een rijtje te zetten die tot de huidige crisis hebben geleid. Men kan zeker ook de ogen niet sluiten voor het ongelofelijke irrationele geweld dat door de regering Rajoy werd ontketend om het referendum te verhinderen waartoe besloten was door de Catalaanse regering. Men had kunnen denken dat Spanje volledig de weg van de liberale democratie had gekozen, maar de recente gebeurtenissen geven wel de indruk dat het Spaans politieke bestel nog volop doordrongen is van het franquistisch autoritarisme 1.

Maar naast een gedetailleerde analyse moeten we ook aandacht schenken aan een aantal algemene principes die ten grondslag liggen aan het ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’, een recht dat ook door de meest radicale tak van de socialistische arbeidersbeweging erkend werd van bij haar ontstaan in de 19e eeuw 2. Over dit recht waren er talrijke theoretische debatten en praktische ervaringen; ze kunnen ons helpen om de huidige Catalaanse crisis correcter te evalueren.
 

Definities

Vooreerst: wat is een volk (of een natie, het onderscheid tussen de twee termen is zeer vaag en verschilt van taal tot taal)? In De nationale kwestie en de sociaal-democratie (1913) schetste Stalin, die toen nog geen stalinist was, een normatieve definitie: “De natie is een historisch gevormde stabiele menselijke gemeenschap, ontstaan op basis van een gemeenschap van taal, grondgebied, economisch leven en geestelijke gesteldheid die tot uiting komt in een cultuurgemeenschap.” Een te strakke definitie met merkwaardige kantjes (wat is ‘geestelijke gesteldheid’?) maar die toch globaal slaat op de hedendaagse realiteit.

Maar ook al erkent men het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, het recht op afscheiding incluis, dit betekent niet dat links uit principe moet gunstig staan tegenover elk separatisme en de opdeling zonder einde van de Staten volgens nationale breuklijnen. We moeten de analyse een stukje verder doorvoeren.

In alle historische debatten over deze kwestie waren de volkeren aan wie links dit recht wilde toekennen steeds nationaal onderdrukt. Het ging dan natuurlijk over de gekoloniseerde volkeren, maar ook over degene die, zonder er zich ooit voor uitgesproken te hebben, opgenomen waren in grotere staatsverbanden waar hun eigen cultuur met voeten getreden werd, en waar hun grondgebied bestuurd werd door bewindslui van de overheersende natie 3. In dergelijke omstandigheden is afscheiding een noodzakelijke, maar niet voldoende, etappe op weg naar emancipatie.
 

Onderdrukte volkeren?

Maar in de ontwikkelde Westerse landen waar in de voorbije periode-opstoten van onafhankelijkheidsstreven voorkwamen gaat het niet meer hierover. Bijna alle multi-natiestaten hebben dergelijke crisissen gekend. Ze waren nochtans alle voorzien van federale structuren die aan de verschillende nationaliteiten een verregaande autonomie toekenden. Er was volledig respect voor hun taal en cultuur, het politiek systeem was deels autonoom, er was in grote mate zelfbeheer van het grondgebied, soms zelfs met diplomatieke bevoegdheden, ook al ging dat altijd gepaard met spanningen met de centrale overheid. Québec, Vlaanderen, Kroatië, Schotland… en Catalonië: kan men hier nog spreken van onderdrukte volkeren?

Dat lijkt me onverdedigbaar. Wat in grote mate het huidig onafhankelijkheidsstreven motiveert is een combinatie van twee andere criteria. Enerzijds een ‘nationalisme van de rijken’ wanneer het gaat om voorspoedige regio’s die zich willen onttrekken aan de solidariteit met arme regio’s van hun Staat. Dat was duidelijk het geval in Kroatië, in Noord-Italië en dat blijft het geval in Vlaanderen, met de nuance dat de Vlamingen, die een meerderheid uitmaken in de Belgische Staat en de overheersende neoliberale rechtse krachten leveren, hun doel ook kunnen bereiken via de federale structuren die ze op democratische wijze kunnen controleren.

Anderzijds hebben Quebec ­ waar tijdens de ‘stille revolutie’ een welvaartstaat naar Europees model werd uitgebouwd ­ en Schotland duurzame solidariteitstructuren van het sociaal-democratisch type ontwikkeld die haaks staan op het neoliberalisme dat in grote mate overweegt in Canada en het Verenigd Koninkrijk. In deze twee regio’s is het het verlangen naar een andere maatschappij, die onmogelijk bereikt zou kunnen worden binnen het overkoepelende staatsbestel, dat voeding gaf aan de onafhankelijkheidsdrang 4. Men kan dan ook begrijpen dat linkse krachten dit streven deelden.
 

En Catalonië?

In Catalonië is er waarschijnlijk een combinatie van de twee criteria. Enerzijds heeft Catalonië om historische redenen een diepgaand democratische cultuur, republikeins en altijd afkerig van het franquisme. Het was de plaats van een van de meest begeesterende revolutionaire ervaringen van de 20e eeuw die sporen naliet in het collectieve geheugen. Maar terzelfdertijd gaf dit aanleiding tot een veel minder archaïsche burgerij dan in de rest van Spanje, veel beter geïntegreerd in de Europese en wereldmarkt en erop gericht haar concurrentieel voordeel uit te spelen zonder de beperkingen van het Madrileens politiek systeem en de compromissen binnen de Spaanse Staat. Het samengaan van de twee criteria verklaart het verregaand hybride karakter van het Catalaans politiek landschap. Naargelang men de voorkeur geeft aan het eerste of tweede criterium zal men ter linkerzijde eerder gunstig of afkerig staan tegenover de Catalaanse onafhankelijkheid.

Maar we moeten nog met twee andere, actuele elementen rekening houden. Ten eerste: het ‘Catalaanse volk’ is niet meer wat het geweest is. De samenleving in de betrokken regio’s is ‘etnisch’ steeds minder homogeen ten gevolge van binnenlandse en internationale migraties en de huwelijken die eruit voortvloeien. Het nationalistisch elan  ­ vlaggen, geschiedenis, tradities ­ spreekt niet alle inwoners van het huidige Catalonië meer op dezelfde manier aan. Uit deze heterogeniteit vloeit voort dat, om een eventuele onafhankelijkheid af te kondigen, méér nodig is dan een nipte meerderheid van 50,1% of 55%, die al bij de eerste moeilijkheden kan omslaan. Ten tweede: onafhankelijkheid impliceert in het kader van de mondialisering ­ neoliberaal of ‘alter’ ­ niet meer dezelfde gevolgen op het vlak van de soevereiniteit. Men zal niet teruggekomen op het vrije verkeer van goederen, kapitalen en mensen, toch niet binnen de Europese ruimte. Maar anderzijds kan men wel in een hogere versnelling gaan voor wat betreft de onderlinge concurrentie tussen sociale systemen, en bijgevolg tussen werknemers. Ik vrees dat Catalaanse onafhankelijkheid daarop zou uitdraaien, want alleszins in een eerste periode zou liberaal rechts er zoals vandaag aan het roer blijven. Er is geen enkele reden waarom die zich anders zou gedragen dan liberaal rechts elders.

Deze overwegingen doen zeker geen afbreuk aan het recht op zelfbeschikking, een recht waarop de Catalanen beroep kunnen doen net zoals elk ander volk. Ethisch was de raadpleging gerechtvaardigd, wat men ook moge beweren over de grondwettelijkheid en de legale implicaties. Wat mij betreft leun ik aan bij het standpunt van Ada Colau, de burgemeester van Barcelona die aan het hoofd staat van een alternatieve linkse coalitie. Ze steunde het recht van de Catalanen om zich uit te spreken in een referendum, maar stemde ‘nee’.


 

(*) Henri Goldman is de hoofdredacteur van het tijdschrift Politique, “revue belge d’analyse et de débat”. Politique verschijnt vier maal per jaar en brengt sinds 1997 grondige, kritische, linkse politieke analyses en opinies.

  1. Op de site van Politique zal weldra een artikel verschijnen van Grégory Mauzé, die tot andere conclusies komt.
  2. Dit was veel minder duidelijk voor de gematigde stromingen in de sociaaldemocratie, die in grote mate achter het toenmalig koloniaal beleid stonden.
  3. Het klassieke voorbeeld is tsaristisch Rusland, de “kerker der volkeren”.
  4. Ook het Waals streven in de jaren ’60 naar federalisme en ‘structuurhervormingen’ kan hiertoe gerekend worden; dit kon onmogelijk veroverd worden in het toen nog unitaire België.

Laat een reactie achter