Facebook

Wie is er verantwoordelijk voor de Griekse tragedie?

22 augustus 2011

door Willem Bos, augustus 2011

Voor De Jager, Wilders, de Telegraaf en de rest van wakker Nederland, hebben ‘de Grieken’ zelf schuld aan het sociale drama dat zich daar afspeelt. Het is de eigen luiheid en corruptie waar de Grieken nu de wrange vruchten van plukken. Die leugenachtige voorstelling van zaken is aan de hand van de feiten makkelijk te ontzenuwen, maar de vraag blijft wie dan wel de daders zijn. En kunnen we het zelfde niet elders ook verwachten?

Grieken werken gemiddeld meer uren per jaar dan andere Europese Unie burgers en ze gaan gemiddeld later met pensioen. Dat de arbeidsproductiviteit van de Grieken aanzienlijk onder het Europese gemiddelde ligt komt omdat ze met een sterk verouderd productieapparaat werken, niet vanwege de luiheid van Grieken. Ook het overheidsapparaat is in Griekenland niet buitensporig groot, het percentage ambtenaren is er vrijwel gelijk aan dat in Nederland. Hoe komt het dan dat de Griekse staatsschuld zo hoog is opgelopen?

In de eerste plaats is Griekenland, net als de andere landen in de periferie van Europa, de dupe van de ongelijkmatige economische ontwikkeling in Europa. Ze zijn de dupe van het export-succes van met name de Duitse economie gebaseerd op de lage lonen en de hoge arbeidsproductiviteit van de Duitsers.

Maar bij het oplopen van het overheidstekort en de staatsschuld van Griekenland spelen nog een aantal andere factoren. Kijken we eerst naar de inkomsten. Er wordt in Griekenland weinig belasting betaald, dat klopt. En dan met name door de grote ondernemers. Er zijn daarover weinig betrouwbare cijfers beschikbaar, maar het is bekend dat Griekenland beschikt over één van de grootste handelsvloten ter wereld, goed voor 20 tot 40 procent van het totale wereldvolume. Door de schatrijke reders die deze duizenden schepen bezitten wordt geen of nauwelijks belasting betaald en dat geldt ook voor vele andere Griekse- of in Griekenland actieve bedrijven.

Wapens, spelen en corruptie

Over de uitgavenkant van het Griekse staatshuishoudboekje valt ook het een en ander te zeggen. Ook hierover zijn geen erg harde cijfers te vinden maar aanwijzingen des te meer. Sinds begin jaren tachtig is Griekenland de grootste wapenimporteur in Europa en de vijfde van de wereld. Het land koopt jaarlijks voor zo’n zeven miljard euro aan wapens, hoofdzakelijk in Duitsland en Frankrijk. De Griekse aankopen vormden nog in 2010 13 procent van de totale Duitse wapenexport en 12 procent van de Franse wapenexport.

Nu wil het toeval dat de Griekse staatsschuld voor een groot deel in handen is van Duitse en Franse banken waarvan bekend is dat ze aanzienlijke belangen hebben in de wapenindustrie in hun land. Het zou dus heel goed kunnen dat dezelfde banken die Griekenland geld hebben geleend ook geprofiteerd hebben van de wapens die vervolgens van dat geld zijn gekocht. En is dat allemaal volgens de regels gegaan?

Griekenland is zoals bekend een land waar overheidscorruptie niet onbekend is. Als dat op kleine schaal gebeurt, is het niet onaannemelijk dat het ook op grotere schaal plaatsvindt. Daarvoor zijn er ook de nodige aanwijzingen. Zo is er een onderzoek aan de gang naar de vraag waar de oud minister van Defensie Akis Tsochatzopoulus zijn miljoenenvilla van heeft betaald. De verdenking is dat hij miljoenen euro’s incasseerde in ruil voor een miljardendeal omtrent de aankoop van Duitse duikboten. In januari concludeerde een Griekse parlementaire onderzoekscommissie dat het Duitse bedrijf Siemens Griekse politici, partijen en ambtenaren voor naar schatting 100 miljoen euro heeft omgekocht, onder meer om de digitalisering van het Griekse telefoonnet in de jaren negentig te mogen doen.

Het zelfde Siemens wordt genoemd in verband met de Olympische spelen die in 2004 in Griekenland werden gehouden. Oorspronkelijk was er op de Griekse begroting twee miljard euro uitgetrokken voor dit evenement. Uiteindelijk heeft het de Grieken naar schatting maar liefst het tienvoudige gekost: twintig miljard. Siemens leverde de elektronische apparatuur voor het sportfestijn, en op die post waren er grote overschrijdingen. Ook andere bedrijven lijken door middel van corruptie enorm  geprofiteerd te hebben van de Olympische miljoenen.

Debt audit

Het is dan ook niet verwonderlijk dat steeds meer Grieken zich afvragen waarom zij zouden moeten bloeden voor schulden van de staat waar zij geen enkele verantwoordelijkheid voor dragen en waarbij omkoping waarschijnlijk een belangrijke rol speelt. Er is dan ook een groeiende steun voor het voorstel voor het invoeren van een moratorium op het betalen van de schulden (en de rente over de schulden), gecombineerd met een onderzoek naar de herkomst van de schulden. Hoe zijn ze ontstaan, wie is welke verplichtingen aangegaan en waren die rechtmatig? Dat zijn vragen waarop steeds meer Grieken het antwoord willen weten.

De twee grote politieke partijen in Griekenland – die samen verantwoordelijk zijn voor het beleid van de afgelopen decennia – voelen natuurlijk niets voor een dergelijk onderzoek en ook de geldschieters willen er niets van weten. Maar onder de Grieken groeit de aanhang voor een dergelijke aanpak.

In verschillende Latijns Amerikaanse landen is  ervaring opgedaan met een dergelijke ‘debt audit’ en in Ecuador leidde dat er in 2008 toe dat 70 procent van de buitenlandse schuld als onwettig werd aangemerkt en geschrapt.

Een dergelijke aanpak heeft grote voordelen ten opzichte van een ‘gewone’ herstructurering van de buitenlandse schuld. In het laatste geval is er sprake van een land dat niet in staat is de aangegane schulden te voldoen. In het eerste geval weigert het land de schulden te voldoen omdat ze die als onwettig beschouwt.

Dictatuur van de financiële markten

Zolang linksom of rechtsom de schulden van Griekenland niet voor een heel groot deel geannuleerd worden zakt het land steeds verder weg in het economische moeras. Meer dan de helft van de uitgaven van de Griekse staat bestaat nu al uit rente op de schuld. Door het draconische bezuinigingsprogramma zakt de Griekse economie steeds verder in.

Daarmee zit Griekenland nu in een zelfde situatie als die we kennen van landen met grote schulden in de Derde Wereld. Over de uitstaande schuld moet een flinke rente worden betaald. Alleen al om de rente te kunnen betalen moeten er steeds meer leningen worden afgesloten en zo wordt de schuldenlast steeds groter. Aan het verstrekken van  leningen, ook de zo genoemde noodleningen van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds, wordt flink verdiend. De verstrekkers van de leningen en hun zaakwaarnemers (de EU, het IMF en de Europese Centrale Bank) leggen hun slachtoffer een moordend bezuinigingsprogramma op.

Wat we nu in Griekenland zien is een duidelijk voorbeeld van de dictatuur van de financiële markten. De parlementaire democratie wordt niet afgeschaft, maar van zijn inhoud ontdaan. De belangrijke beslissingen worden gedicteerd door de financiële markten, en genomen door hun waterdragers. Het zelfde zagen we bij de Portugese verkiezingen van juni. De kiezers konden in alle vrijheid hun stem uitbrengen. Maar de twee grote partijen, de regerende Socialistische Partij en de rechtse PSDP hadden wel beide van tevoren moeten beloven dat ze het dictaat van de financiële markten zouden accepteren. Ze moesten akkoord gaan met een nauwkeurig omschreven bezuinigingsprogramma – anders zouden ze niet in aanmerking komen voor de noodlening van 78 miljard euro.

Ook bij de met zo veel spanning gevolgde debatten in het Griekse parlement konden de ‘volksvertegenwoordigers’ in alle vrijheid debatteren en hun stem uitbrengen, maar als ze niet tegemoet zouden komen aan de wensen van de financiële markten zou de wraak van de markt genadeloos zijn, zo werd duidelijk gemaakt. Het zijn dus niet de kiezers of de volksvertegenwoordigers die de koers van het land bepalen, maar de door niemand gekozen bureaucraten van de EU, de Europese Centrale Bank en het IMF. ‘De soevereiniteit van Griekenland zal sterk beknot moeten worden’, zei Jean-Claude Juncker, sinds 2005 voorzitter van de eurogroep en minister-president van het belastingparadijs Luxemburg, nadat onder zijn leiding besloten was dat er 12 miljard euro van de toegezegde lening zou worden overgemaakt.

Griekenland is overal

Steeds meer Grieken realiseren zich dat de inzet van hun strijd niet beperkt is tot het behoud van hun levenspeil, de strijd tegen bittere armoede, maar uiteindelijk gaat om de vraag wie het in hun land voor het zeggen hebben: de corrupte politici en grote ondernemers, de buitenlandse bureaucraten of de Griekse bevolking zelf. In de rest van Europa is dat uiteindelijk niet anders. We bevinden ons in een algemene systeemcrisis van het kapitalisme. De precieze vorm die deze crisis aanneemt verschilt per land. Maar de manier waarop het kapitaal reageert is overal het zelfde: de bevolking moet opdraaien voor de crisis. Op dit moment ligt Griekenland het meest onder vuur, binnenkort kan dat een ander land zijn. Verspreid over Europa komt de bevolking in verzet tegen de bezuinigingspolitiek en de dictatuur van de financiële markten. Overal in Europa put men daarbij inspiratie uit het strijdbare verzet van de Grieken. Overal in Europa realiseert men zich: Griekenland is overal.

Dit artikel verscheen ook in Grenzeloos nr. 113.

Reacties plaatsen niet mogelijk