Facebook

Eerste lessen uit de verkiezingen in Griekenland

Door Stathis Kouvelakis (*)
31 mei 2019

 

We brengen de Nederlandse vertaling van een zeer interessante analyse van de voorbije verkiezingen in Griekenland door de Grieks-Britse politoloog Stathis Kouvelakis. Zonder compromissen zoekt hij naar de redenen voor de mislukking van het radicaal linkse kamp, dat zijn eigen kamp is. We zijn ervan overtuigd dat links alleen met dergelijke scherpe analyses gebaat is, niet met struisvogelpolitiek die een debacle als een succes wil voorstellen.

Om de lectuur van het artikel te vergemakkelijken hebben we er een kort lexicon aan toegevoegd met een situering van de formaties en personen die in het artikel ter sprake komen. We verwijzen ook naar onze uitgebreide reeks artikelen over Griekenland van de voorbije jaren, waarvan verschillende door dezelfde Stathis Kouvelakis.

 

 

We moeten duidelijk zijn: de catastrofe is nog groter dan wat de ergste pessimisten verwachtten.

Vooreerst, in grote trekken: SYRIZA werd ernstig afgestraft, Tsipras heeft vervroegde verkiezingen aangekondigd voor eind juni [het werd inmiddels 7 juli, Noot van de vertaler] teneinde de schade zoveel mogelijk te beperken. De tot vervelens toe verspreide ‘communicatie’ van de regering en haar media, en de ‘sociale maatregelen’ vervat in de kleine cadeautjes tijdens de verkiezingscampagne hebben dus tot weinig gediend: de kiezers hebben een ploeg afgestraft die gedurende bijna vier jaar ononderbroken een derde bezuinigingsmemorandum heeft opgelegd.

Wat Nikos Filis, het boegbeeld van de huidige leiding van SYRIZA en voormalig minister van onderwijs deze morgen [28 mei] zegde, spreekt boekdelen:

“De eerste reden voor de nederlaag is de toepassing van de memoranda. Misschien waren ze minder pijnlijk dan de vorige, en SYRIZA heeft geprobeerd om wegen te vinden ten voordele van onze zwakste medeburgers, maar per slot van rekening heeft ze de memoranda toegepast in neoliberale richting. Het pijnlijk compromis heeft andere compromissen met zich meegebracht. Geen enkele partij is kunnen ontsnappen aan het lot waartoe de memoranda ze veroordeelt. Nea Dimokratia is erop uitgegleden maar heeft zich hersteld, de PASOK is ineengestort.”

 

1. De verkiezingen van juni [7 juli] zullen een gemakkelijke wandeling zijn voor Nea Dimokratia (ND), dat op het punt staat een absolute meerderheid te veroveren. De afstand tussen SYRIZA en ND is groter dan verwacht (bijna 10%, een record naar de normen van de verkiezingen van de laatste decennia), en wordt versterkt door de tegenvallende resultaten van SYRIZA op gemeentelijk en regionaal vlak. Tsipras en zijn regering worden duidelijk afgewezen.

Een verfijnde analyse toont trouwens aan dat het kiezerspubliek van SYRIZA in 2019 niet veel uitstaans heeft met dat van 2015. Het klopt weliswaar dat SYRIZA, in tegenstelling met de PASOK in 2010, niet ineenstort, want er is geen enkele geloofwaardige tegenstander aan de linkerzijde (in brede zin) van het politieke spectrum. De partij haalt nog steeds aanzienlijke resultaten zowel op nationaal vlak als in sommige volkswijken, maar wordt daar op de voet gevolgd en soms voorbijgestoken door rechts. Maar het ‘kwalitatieve’ profiel van deze kiezersbasis is niet meer hetzelfde als vroeger. Een blik op de keuzes die de SYRIZA-kiezers maakten tussen de kandidaten voor de Europese lijst is instructief wat dit betreft.

Op de zes Europese zetels die SYRIZA behaalde en die bepaald worden door de voorkeurstemmen, is Elena Kountoura, de kandidate die als tweede uit de bus kwam, afkomstig van de nationaal-soevereinistische partij van Panos Kammenos (ANEL, sinds 2015 regeringspartner van SYRIZA tot aan de recente goedkeuring van het akkoord met Macedonië), en ze hanteert een duidelijk nationalistisch en xenofoob discours. De vijfde verkozene, Alexis Georgoulis, is een komiek bekend voor zijn rollen als jeune premier in televisiereeksen; hij was eerst van plan op te komen voor ND. De zesde verkozene ten slotte, Petros Kokkalis, is goed en wel een kleinzoon van ‘dokter Kokkalis’, arts en minister in de rebellenregering van het Democratisch Leger gedurende de burgeroorlog (en daarna gevlucht naar Oost-Duitsland ) maar is vooral de zoon en erfgenaam van de oligarch Sokratis Kokkalis, die in de jaren 80 zijn fortuin gevestigd heeft in de telecommunicatie, met hulp van zijn banden met Andreas Papandreou.

Het huidig electoraat van SYRIZA lijkt steeds meer op het ideologieloze cliënteel van een partij die aan de macht is, dan op dat van een linkse partij. Het is trouwens duidelijk dat hij deels de erfgenaam is van de sociaal-liberale PASOK van de jaren 2000. In de enige vier kiesdistricten waar SYRIZA op kop staat zijn drie de meest emblematische gewezen bastions van PASOK: twee op Kreta en één in het noordwesten van de Peloponnesus nabij Patras, de bakermat van de familie Papandreou.

 

2. Er is een nieuwe extreemrechtse partij ontstaan, de ‘Griekse Oplossing’, gedragen door de nationalistische mobilisaties rond Macedonië en de slijtage op Gouden Dageraad. De nieuwe partij haalt heel goede scores in het noorden van Griekenland, waar de mobilisatie belangrijkst was, en komt bijna op gelijke hoogte met Gouden Dageraad (4,1%, resp. 4,8%). Mogelijks heeft extreemrechts aldus een ‘presenteerbaarder’ gezicht gevonden dan dat van de criminelen van Gouden Dageraad, en kan in de toekomst misschien nieuwe doorbraken realiseren. Een andere verontrustende aanwijzing voor het potentieel van extreemrechts ligt in de score die Gouden Dageraad zou gerealiseerd hebben onder degenen die voor het eerst gingen stemmen, rond de 13% volgens een exit poll.

 

3. De KKE houdt net stand in vergelijking met de resultaten van 2015 (5,5%) maar verliest stemmen in vergelijking met de Europese verkiezingen van 2014 (6,1%). De resultaten bij de regionale verkiezingen wijzen eveneens op een gevoelige daling tegenover de verkiezingen van 2014, van de orde van 20%. De KKE is een partij waarvan de invloed langzaam maar zeker aan het tanen is.

 

4. De verrassing bij deze verkiezingen is het onverwachte succes van Varoufakis (3%, mogelijks een Europees verkozene [op een paar honderd stemmen na niet gehaald, NvdV]). Zoé Konstantopulou redt met 1,6% in zekere zin ook de meubels, maar blijft ver van de kiesdrempel van 3%. Het onderzoek van de resultaten van deze twee formaties toont een verspreid electoraat, tamelijk homogeen van samenstelling, met iets hogere scores dan het gemiddelde in de grote steden, zonder hoogtepunten maar ook zonder witte vlekken. Alles bijeen, een verspreide stem van sympathie, gebaseerd op de mediatieke zichtbaarheid van de kopstukken maar zonder organisatorische inplanting.

Als de verkiezing van Sofia Sakorafa op de lijst van Varoufakis bevestigd wordt [neen dus] is dat geen slechte zaak. Ze werd in het huidig Europees Parlement verkozen voor SYRIZA, haar naam blijft in het collectief geheugen verbonden met de mobilisaties tegen de memoranda van de jaren 2010-2012. Een mooi resultaat voor Varoufakis, het enige voorlopig, maar het kan goed zijn dat hij vanaf nu in staat is om een belangrijk deel van de ‘ontgoochelden in SYRIZA’ aan te trekken, vooral op het niveau van de kaders, van personaliteiten, enzovoort. Zijn lijst schijnt het trouwens goed gedaan te hebben onder de jeugd, in ieder geval de gediplomeerden van de middenklasse. Volgens een exit poll onder degenen die voor het eerst stemden zou zijn score rond de 4,5% liggen, meer dan de KKE, die 3,7% zou halen in deze leeftijdsklasse, alhoewel ze over een echte jeugdorganisatie beschikt.

 

5. Het succes van Varoufakis en het niet oneerbare resultaat van Konstantopoulou maken de nederlaag van Volkseenheid en van Antarsya des te pijnlijker, van de eerste nog meer dan van de tweede, en dat bij een stembusgang waar de druk om een ‘nuttige stem’ uit te brengen minder speelt dan bij nationale verkiezingen. Deze nederlaag zal zwaar wegen, want deze beide krachten beschikken over netwerken van militanten, in tegenstelling tot Varoufakis en Konstantopoulou die alleen bestaan dank zij de media.

Antarsya scoort zeer zwak (0,66%) maar al bij al vergelijkbaar met vroegere stembeurten, Europees of nationaal, altijd tussen 0,85% en 0,64% tussen 2014 en 2015. De belangrijkste mislukking is die bij de gemeenteraadsverkiezingen in Athene, waar twee lijsten zich voorstelden. De SEK (Griekse afdeling van de IST, International Socialist Tendency, geleid door de Britse Socialist Workers Party SWP) presenteerde zich alleen. Beide formaties haalden verkozenen, maar het electoraat van 2014 (rond de 2%) splitste zich in tweeën en het resultaat van jaren militant werk werd te grabbel gegooid.

 

6. Volkseenheid haalt een beschamend resultaat (0,58%), vooral in vergelijking met de wetgevende verkiezingen van september 2015 (2,9%), het enige vergelijkingspunt voor deze formatie. Er is enerzijds een tegenkanting tegen de persoon van Lafazanis, maar ook tegen de politiek van zijn stroming, een collectieve mislukking van het project van Volkseenheid als dusdanig.

Meerdere factoren speelden een rol, die ik hier maar kort kan oplijsten.

Er is vooreerst een probleem van de leiding, ook al is het niet correct en deels onfair om de zaak daartoe te beperken. Maar toch moet men toegeven dat Lafazanis als opgebruikt en gediscrediteerd wordt beschouwd, niet alleen omwille van de evidente mislukking om zich op efficiënte wijze tegen de capitulatie van juli 2015 te verzetten, maar ook door de afwijkingen van de laatste tijd. Zo zijn nationalistisch geflirt, in het bijzonder over de Macedonische kwestie, en zijn verschijning op een extreemrechts televisiekanaal, wat tot een interne storm binnen Volkseenheid leidde. We moeten aanstippen dat Zoé Konstantopoulou nog verder gegaan is in deze richting; ze heeft opgeroepen om deel te nemen aan nationalistische bijeenkomsten, iets wat Volkseenheid niet gedaan heeft. Maar men kan niet ontkennen dat deze stellingnamen Volkseenheid aanzienlijk verzwakt hebben en nog meer schade toegebracht hebben aan haar interne samenhang en haar moreel imago bij de militante linkse en antikapitalistische sectoren.

Ook pikte het publiek steeds minder de monopolisering van de publieke en mediatieke  verschijning van Volkseenheid in de persoon van Lafazanis, en de weigering van de stroming rondom hem om nieuwe gezichten naar voor te schuiven.

De stroming Lafazanis heeft een meerderheid binnen de instanties van Volkseenheid, ten gevolge van een congres gekenmerkt door allerlei ongezonde manoeuvres, en doet weinig moeite om Volkseenheid uit te bouwen als een ‘gemeenschappelijk huis’ voor alle samenstellende krachten. Dit is des te jammerlijker aangezien de stroming Lafazanis uit verouderende kaders bestaat die voortgekomen zijn uit de splitsing van de KKE in 1991; er heerst een bureaucratische sfeer die weinig openstaat voor de gevoeligheden en praktijken van de sociale bewegingen. Dat had een continu verlies van militante krachten uit Volkseenheid tot gevolg, in het bijzonder na het stichtingscongres van juni 2016. Dat had nog 5000 militanten gemobiliseerd, een aanzienlijk aantal gezien de omstandigheden na 2015.

Zeker, Volkseenheid en zijn militanten waren aanwezig bij alle mobilisaties van de laatste tijd, net zoals de militanten van Antarsya, maar men moet toegeven dat de mobilisaties kleinschalig en gefragmenteerd waren. De militanten van Volkseenheid hadden de neiging om het werk op het terrein te verwaarlozen en te vervangen door symbolische acties, of kleine agit-prop initiatieven onder eigen vlag, onder andere in de beweging tegen de huisuitwijzingen. In het bijzonder de stroming Lafazanis liet zich opmerken door dergelijke praktijken.

 

7. Last but not least hebben zowel Volkseenheid als Antarsya sterk de noodzaak onderschat om geloofwaardige en uitgewerkte alternatieve voorstellen te lanceren, in de waan dat het volstond om de regering SYRIZA af te keuren en op te roepen tot een uitstap uit de euro en de EU. Onder omstandigheden van demoralisering (‘There is No Alternative’) is een dergelijk discours niet meer dan retoriek die niemand overtuigt. Het ontbreken van een echt project van hun kant liet in het bijzonder aan Varoufakis toe om over te komen als drager van een ‘innoverende’ en ‘sexy’ boodschap, daarbij handig de kaart spelend van een gematigde en ‘euro-compatibele’ oppositie tegenover Tsipras en SYRIZA.

 

8. Een laatste element dat de dubbele mislukking van de organisaties van antikapitalistisch links bevestigt: hun lijsten bij de regionale verkiezingen kregen scores die weliswaar zwak waren (in het algemeen tussen 1,5% en 2%, soms met uitschieters tot 3% voor Volkseenheid of lijsten door hen ondersteund) maar gevoelig beter dan de scores bij de Europese verkiezingen en vaak met verkozenen in de regionale raden. Zo ook bij de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen, waar het gaat over een echte militante arbeid en inplanting op het lokale niveau. Dit onderscheid wijst op het (volgens mij onomkeerbare) onvermogen zowel bij Antarsya en meer nog bij Volkseenheid (de enige nieuwe kracht van radicaal links sinds de zomer van 2015) om op nationaal niveau een leefbare politieke kracht uit te bouwen.

De toekomst lijkt des te meer gecompromitteerd aangezien enerzijds Varoufakis in staat lijkt te zijn zich op electoraal vlak op te werpen als de figuur van het midden, links van SYRIZA maar ‘met mate’, en zonder twijfel openstaand voor toenaderingen als SYRIZA naar de oppositie zal terugkeren, en aangezien anderzijds alleen de KKE een militante basis en een electorale geloofwaardigheid blijft behouden binnen radicaal links, maar zich daarbij opsluit in een pathologisch sektarisme, wat haar veroordeelt tot een langzaam (en naar mijn gevoel eveneens onomkeerbaar) aftakelingsproces.

Zonder twijfel zal het werk van de heropbouw iets van lange adem zijn, maar ook dringend het begaan van nieuwe paden vereisen.


(*)  Stathis Kouvelakis is een Griekse politieke wetenschapper die doceert aan King’s College London. Hij was lid van het centraal comité van Syriza, waar hij een van de leidende figuren van het Links Platform was maar verliet de partij na de capitulatie van Tsipras. Dit artikel verscheen onder de titel Premières notes sur les élections en Grèce op 28 mei 2019 op Contretemps. Nederlandse vertaling door Ander Europa.


LEXICON

Antarsya: een kleine antikapitalistische organisatie, in 2009 opgericht als fusie van diverse linkse groepen, o.a. delen van de Griekse communistische partij KKE. Antarsya had nooit parlementaire vertegenwoordigers.

Akkoord met Macedonië: Na het uiteenvallen van Joegoslavië (1991) werd Macedonië een onafhankelijke staat, de ‘Republiek van Macedonië’, gelegen onmiddellijk ten noorden van Griekenland. Nationalistische gevoeligheden in Griekenland waren tegen het gebruik van de naam Macedonië gekant, want verwijzend naar het antieke koninkrijk met dezelfde naam. Onderhandelingen tussen Athene en Skopje leidden in 2018 tot een akkoord (‘Akkoord van Prespa’), waardoor het land Republiek van Noord-Macedonië ging heten, akkoord dat op 12 februari 2019 van kracht werd.

Gouden Dageraad: Griekse gewelddadige extreemrechtse partij die openlijk haar nazistische sympathieën belijdt en raids organiseert op migranten.

KKE: de historische communistische partij van Griekenland, opgericht in 1918. Kreeg een groot prestige door haar rol in het verzet tegen de nazibezetting. Gesplitst in 1968 rond het optreden van de USSR tegen de Praagse Lente. Vandaag stelt de KKE stelt zich zeer sectarisch op.

Zoé Konstantopoulou: lid SYRIZA, was voorzitter van het Grieks Parlement onder de eerste regering Tsipras, en verzette zich hevig tegen de memoranda. Onder haar impuls werd (o.l.v. de Belg Eric Toussaint, CADTM) een audit van de Griekse schuld georganiseerd. Richtte na de Tsipras-capitulatie een nieuwe partij op.

Panagiotis Lafazanis: geboren in 1951, lid van KKE, daarna van Syriza, minister van milieu en energie in het kabinet Tsipras (2015). Behoorde tot de linkervleugel van de partij, verenigd in het ‘Links Platform’. Lafazanis verlaat SYRIZA uit protest tegen de ondertekening van het memorandum met de Troika in juli 2015, en is in augustus 2015 medestichter en leider van de nieuwe formatie Volkseenheid.

Memorandum: lijst met dwingende hervormingen (lonen, pensioenen, privatiseringen …) opgelegd door de Troika (Europese Commissie, Europese Centrale Bank, IMF) aan een lidstaat (Griekenland, Portugal, Cyprus…) als voorwaarde voor het voorschieten van financiële middelen om schulden aan banken te betalen. De ondertekening van het derde memorandum van de Troika in juli 2015 door de Griekse premier Tsipras betekende het eind van het verzet van SYRIZA tegen het Europees bezuinigingsbeleid.

Nea Dimokratia: de Griekse conservatieve partij, Europees aangesloten bij de christendemocratische Europese Volkspartij. Van 2009 tot 2015 geleid door Antonis Samaras, onder wiens bewind het eerste en tweede memorandum met de Troika tot stand kwamen.

PASOK: de sociaaldemocratische partij van Griekenland, in 1974 opgericht door Andreas Papandreou, in de periode 2004-2012 geleid door zijn zoon Georgios Papandreou, die ook premier was van 2009 tot eind 2011. PASOK haalde in november 2011 43,92% van de stemmen bij de parlementsverkiezingen, in september 2015 was dit nog maar 6,3%.

SYRIZA: de ‘Coalitie van radicaal links’, opgericht in 2004 als fusie van verschillende componenten. Vanaf 2009 werd Alexis Tsipras de voorzitter van de partij.

Yanis Varoufakis: een Griekse professor economie, werd in 2015 minister van financiën in de regering Tsipras en voerde een tijdlang de onderhandelingen met de Eurogroep over de Griekse schuld. Richtte na de capitulatie van SYRIZA de pan-Europese beweging DiEM25 op, die zich als doel stelt de Europese Unie tegen 2025 te democratiseren.

Volkseenheid: zie Lafazanis


 

Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *