Facebook

Het Europees parlement stemt binnenkort tegen de democratie

3 juni 2011

door Herman Michiel (Ander Europa), mei 2011

[Dit is een omgewerkte en iets kortere versie van ‘Waarvoor  Merkels Concurrentiepact toch nog goed  was‘. Het verscheen ook in De Wereld Morgen]

 

“Wat er plaatsgrijpt, is een stille revolutie, een stille revolutie op het vlak van sterker economisch bestuur, stap voor stap. De lidstaten hebben aanvaard – en ik hoop dat ze het correct begrepen hebben – ze hebben aanvaard dat een heel belangrijke macht bij de Europese instellingen komt te liggen op het vlak van toezicht, en een veel sterkere controle op de overheidsfinanciën.”

Dat zijn woorden die de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso,  hanteerde in verband met de “economic governance”,  het economisch bestuur dat zijn Commissie weldra zal kunnen uitoefenen binnen de lidstaten van de Europese Unie (EU). Je denkt waarschijnlijk dat hij zijn uitspraak deed naar aanleiding van het beruchte “concurrentiepact” dat bondskanselier Angela Merkel samen met de Franse president Nicolas Sarkozy voorstelde in februari 2011. Of nee, daar was te veel tegenstand tegen, de Europese “president” Van Rompuy moest het herwerken, en het werd het Pact voor de Euro. Daartegen is toch betoogd door de vakbonden? Ze vrezen dat lonen, onderhandelingen, pensioenen allemaal onder Brusselse curatele komen te staan.  Ah ja, nu herinner ik het me, op 24 maart, de bonden hadden wat onenigheid, de enen betoogden in de Wetstraat, de anderen op de Heyzel. Barroso zal in zijn nopjes geweest zijn, ruzie onder de bonden en eensgezindheid onder de regeringen, dank zij de loodgieterskunsten van vriend Van Rompuy. Het Europact was aanvankelijk maar voor de landen met de euro, maar zes anderen sprongen ook op de kar, we kunnen nu spreken van een Europluspact! Een silent revolution!

Nochtans dateren Barroso’s woorden van heel wat vroeger, van juni 2010 om precies te zijn. Hoezo? Er was toen toch nog geen sprake van een pact?
Het loont de moeite om de timing van een en ander na te gaan; daaruit zal weliswaar blijken dat we ons lelijk bij de neus hebben laten nemen, maar het kan ook zeer nuttig zijn uit dergelijke fouten de lering te trekken.

Crisis in Euroland

Vanaf het voorjaar 2010 nam de crisisstemming in de Europese financiële beslissingscentra alleen maar toe. Europese Commissie, Europese Centrale Bank, ministers van financiën moesten op een aantal weekends een reddingsplan voor hun Muntunie improviseren. De trotse  monetaire Titanic  dreigde door de wankelbare financiële positie van een aantal lidstaten, in de eerste plaats van Griekenland, jammerlijk te verzinken. Zelfs het Internationaal Muntfonds (IMF) kwam eraan te pas, een instantie die normaal slechts door armlastige hoofdsteden van het Zuiden noodgedwongen wordt ontboden…

Berouw komt na de zonde, men had het eigenlijk altijd geweten: een muntunie kan niet zonder economische “convergentie”, zonder coördinatie, zonder gemeenschappelijk schuldbeheer, zonder overdrachten van economisch beter presterende regio’s naar zwakkere, zonder fiscale harmonisering enz. De liberale professor economie Paul De Grauwe had het sinds jaren verkondigd, en hij was niet de enige: de Europese Muntunie zou vastlopen. Naast het opzetten van steeds grotere reddingsfondsen voor steeds meer lidstaten (Griekenland, Ierland, Portugal …) begon men in de Europese hoofdkwartieren dus ook noodgedwongen te denken aan het genezen van die congenitale constructiefout. Coördineer of verzuip! Maar de EU is de EU: vanaf de geboorte, en zeker vanaf de jaren tachtig, is het leitmotiv onderlinge concurrentie, niet: samenwerking. Het concurrentiegebod  is in de verdragen ingeschreven, men probeerde het zelfs in een Europese grondwet te vereeuwigen, het is de gedachtenhorizon van de EU. Als er dus onevenwichten in de Unie ontstaan zijn, is het omdat sommige lidstaten achterop gebleven zijn in hun concurrentiekracht; coördineren betekent dus voor de EU: de achterblijvers tot beter concurreren verplichten.

De Europese plannenmakers hadden nog een andere les geleerd, die van de “Lissabonstrategie” . Dat was een bombastische verklaring waarmee men in 2000 decreteerde dat de EU tegen 2010 “de meest concurrentiële kenniseconomie ter wereld” zou worden. Die “strategie” heeft niet gewerkt, want te vrijblijvend: beloftes onder staatshoofden en regeringsleiders, dat legt men al te gemakkelijk naast zich neer. Wettelijke verplichtingen, dat is wat we nodig hebben! En zo begon men in het voorjaar 2010 te schrijven aan wetteksten die de “convergentie” tot een succes zouden brengen, want met de arm der wet gedirigeerd. Wie schreef die wetsontwerpen? De Europese Commissie natuurlijk, ze zijn de enigen die daartoe gemachtigd zijn.  Hoeveel ? Zes, daarom spreekt men van “sixpack”. Waar zijn die teksten? Bij het Europees Parlement en bij de Raad van ministers van economie en financiën, je kunt ze op de Europese websites lezen. Wat staat erin? Daarover straks meer, want deze paragraaf is bijna vol. Echter nog plaats genoeg voor dit: sinds wanneer kennen onze politici de inhoud van die voorstellen? Zeker sinds 29 september 2010, want toen maakte de Europese Commissie ze  bekend. Je ziet, als Barroso in juni 2010 sprak over “stille revolutie”, ging het niet over het Europact, maar over deze op stapel staande wetten, waar de regeringen groen licht voor gegeven hadden. En nu over de inhoud.

Stabiliteit op zijn Europees

Vier van de zes teksten hebben het over de financiën van de lidstaten: streng toezicht door de Europese Commissie op overheidstekorten en staatsschulden door een strikte toepassing van het “Stabiliteitspact” (dat bepaalt dat overheidstekorten onder de 3% van het Bruto Binnenlands Product of BBP moeten blijven, staatsschulden onder de 60%), tussenkomst door Commissie en Raad in staten die deze normen dreigen te overschrijden, financiële bestraffing waar de goede raad niet opgevolgd wordt. Dit deel van het sixpack moet gezien worden in het licht van een andere recente Europese innovatie, die evenmin veel inkt deed vloeien maar reeds goedgekeurd werd door de Raad (ministers van financiën) op 7 september 2010 en nu al van toepassing is: het “Europees Semester” en de “Jaarlijkse Groeiraming”. Hierdoor moet elke lidstaat jaarlijks in april een “Stabiliteits- en Convergentieprogramma” indienen met een ontwerp van begroting (nog vóór het aan het  nationale parlement wordt voorgesteld), en een macroeconomisch programma over meerdere jaren, dat moet goedgekeurd worden door de Commissie. Deze kan bv. oordelen dat het  pensioensysteem in de toekomst tot onevenwichten kan leiden. Elk land moet ook jaarlijks een “Nationaal Hervormingsplan” indienen, daarbij rekening houdend met de aanbevelingen die de Commissie doet in haar Jaarlijkse Groeiraming (bv. loonmatiging, herziening indexering, verhoging BTW, herziening pensioenleeftijd enz. enz.) Vier van de zes  teksten  preciseren dit  alles: aard van de mee te delen informatie, de manier waarop onevenwichten worden opgespoord, het soort ingrepen, de strafprocedures, enz.

“Macroeconomische onevenwichten”

De twee andere teksten zijn van nog veel algemenere aard: ze handelen over “macroeconomische onevenwichten”, dus niet alleen over de staatsfinanciën maar over het economisch gebeuren in zijn geheel. De achterliggende redenering is dat staten in financiële problemen geraken  omdat er iets scheelt aan hun concurrentievermogen. In het verleden werd er pas gereageerd als het te laat was, aldus de Commissie, en daarom zullen ze een “scorebord” installeren per land, een stel macroeconomische parameters op de voet volgen, zodat “knipperlichten” waarschuwen dat een lidstaat begeleiding nodig heeft. Landen van de eurozone die de raad niet opvolgen kunnen een boete oplopen (0,1% van het BBP, voor België dus een boete van zo ‘n 350 miljoen €, voor Nederland ongeveer 600 miljoen).   Men moet zich goed realiseren dat op deze manier zowat het hele sociaal-economische terrein materie wordt waarover de Europese Commissie en de Raad dwingend kunnen tussenkomen. Het gaat over alles wat de competitiviteit kan hinderen, en wat kan dat niet? Lonen, belastingen, ontslagregelingen, pensioenen, werkloosheidsvergoedingen enz. Het is trouwens zeer moeilijk de verschillende maatregelen die momenteel gelanceerd worden geïsoleerd te bekijken. Het Stabiliteitspact kan ingeroepen worden in verband met pensioenstelsels, de Jaarlijkse Groeiraming kan een regering aanmanen een loonindexeringssysteem af te bouwen (en deze regering uitnodigen het in haar Nationaal Hervormingsprogramma in te schrijven, zodat men niet meer kan beweren dat “Europa het oplegt” …), als een knipperlicht op het Commissie-scorebord knippert kan men verzocht worden de ambtenarenlonen te bevriezen; en dan is er nog het Europact dat een soort copie is van dit alles. Het wettelijk en reglementair kluwen (Europese verordeningen en richtlijnen, nationale programma’s,  intergouvernementele akkoorden, correctief optreden van de Europese Commissie …) zal ongetwijfeld zo ingewikkeld zijn, dat men er àlles mee kan doen.

De zes wetsvoorstellen moeten nog via het Europees Parlement passeren (maar bij slechts vier van de zes is goedkeuring door parlement en ministerraad vereist, bij twee andere is er enkel consultatie en beslist de ministerraad alleen.) Kan dit nog de dreiging tegenhouden, of toch enigszins afzwakken?

8 juni

Zeer waarschijnlijk spreekt het Europees Parlement zich daarover uit op 8 juni in Straatsburg.  Men zou er in eerste instantie kunnen van uitgaan dat rechtse vertegenwoordigers het zullen goedkeuren en linkse het afkeuren. Dat is ook wat de voorzitter van de overkoepelende Europese socialistische partij, Poul Rasmussen,  eind februari aankondigde: “Als we die verschrikkelijke hervormingen niet dramatisch kunnen veranderen, dan zullen we verplicht zijn ons democratisch recht te gebruiken om ze te bestrijden. Wij zetten onze naam niet onder hervormingen die de werkersbelangen ondermijnen, en die katastrofale gevolgen zullen hebben voor de economie.”

Wat zijn dan de stemverwachtingen? De belangrijkste rechtse fracties, de Europese Volkspartij, de Europese liberalen (aangevoerd door Verhofstadt) en de fractie rond de Britse Conservatieven verenigen samen al 54% van de parlementairen, en ze worden meestal bijgestaan door de nog rechtsere formaties. Blijft over:  de Europese Socialisten en Democraten (S&D), de Europese Groenen en de kleine groep Europees Unitair Links (met o.a. het Franse Front de Gauche, de Nederlandse SP, de Duitse Linke en enkele communistische partijen), samen 37%. Op basis hiervan alleen al, kan men voorspellen dat het sixpack binnenkort wordt goedgekeurd. Men zal dan zonder overdrijven kunnen zeggen dat het Europees Parlement tegen de democratie heeft gestemd, want het zal  het beetje democratische ruimte dat in de geneoliberaliseerde staten overbleef, cadeau doen aan een onverkozen neoliberale technocratie.

19 april

Maar onze hypothese dat rechts het zal goedkeuren en links het zal afkeuren, lijkt minder zeker dan je zou verwachten. Of  moet je zeggen dat de hypothese van wie  onder “links” gerekend moet worden, minder zeker is dan we zo maar aannemen?  Dit zijn de twijfels die men krijgt na de stemming over het “sixpack” op 19 april in de 50-koppige parlementaire commissie Economie. Je moet weten dat standpunten en amendementen voorbereid worden in commissies van het Europees parlement. Een fractie stemt bij de beslissende plenaire zitting bijna altijd volgens het advies van haar vertegenwoordigers in een dergelijke commissie.
En? De socialisten hebben drie van de zes ontwerpen goedgekeurd en zich bij één onthouden (de vertegenwoordigers van de Franse PS stemden tegen vijf  van de zes); de groenen keurden er drie goed en drie af. Te noteren valt dat beiden de twee ontwerpen rond macroeconomisch toezicht goedkeurden. Alleen de vertegenwoordigers van Europees Unitair Links stemden over de hele lijn tegen…

Zeker, er werden tal van amendementen ingediend, een aantal al te aanstootgevende voorstellen werd verworpen (zo de pure provocatie om de boetes die de “slechte” lidstaten moeten betalen, te verdelen onder de “goeden”), er werd gepoogd wat meer logica aan te brengen door bv. ook te grote exportoverschotten als een teken van onevenwicht te duiden. Maar voor een aantal aspecten werd het  sixpack nog gekruider dan de Europese Commissie het gedurfd of gehoopt had. De Europese Commissie krijgt nog meer gewicht, omdat in verschillende gevallen haar aanbevelingen automatisch aangenomen zijn, behalve als de Raad ze met gekwalificeerde meerderheid wegstemt (terwijl aanvankelijk de Raad expliciet moest instemmen). Sancties zouden nog vlugger ingaan dan aanvankelijk voorzien, budgettaire discipline nog strikter in de eurozone enz.
In een verklaring net na de stemming betreurt de sociaal-democratische fractie dat een meerderheid van conservatieven en liberalen niet bereid was hen te steunen in het verdedigen van investeringen, groei en jobs; ook voor de groenen is dit de grote frustratie. Wat hen blijkbaar veel minder stoort, is dat  essentiële sociaal-economische beslissingen voortaan de bevoegdheid zijn van een onverkozen bureaucratie. Niet alleen “rechts” is dus blijkbaar van plan in juni te stemmen tegen de democratie… Helemaal verwonderlijk is dat niet, als men weet dat de leiders van de christen-democratische, liberale én socialistische fracties in het Europees Parlement op 11 maart 2010 in een gemeenschappelijke verklaring aandrongen op een “sterke “ economic governance”…

Verantwoordelijkheden

Het is hier niet de plaats om in te gaan op de vraag wie verantwoordelijk is voor de zwakte van “links” in Europa in het algemeen, en in het Europees Parlement in het bijzonder. Maar zwak of sterk, één ding had “links” kunnen en moeten doen: de bevolking waarschuwen dat de Europese instellingen zwanger waren van een gedrocht, dat met alle middelen moest bestreden worden. Dan zou democratie ook buiten de al bij al vrij onbekende cenakels van de Europese instellingen hebben kunnen spelen, dan had de  zwakte op politiek vlak gecompenseerd kunnen worden door het sociaal overwicht van wie dergelijke plannen moet vrezen als de pest. Het gaat hier immers niet om een nieuw Bolkestein, het is een Bolkestein tot de tiende macht! Maar de socialisten hebben niet gewaarschuwd, de groenen evenmin. Enige verontrusting werd in schaarse opiniestukken slechts geventileerd toen het publiek een beetje dreigde geïnformeerd te geraken via de mediabelangstelling voor het “pact van Merkel”, een paar weken geleden dus. Nog eens: Merkel stelde niets origineels voor met haar concurrentiepact, ze schepte uit de ketel die sinds een jaar aan het pruttelen was, en waarover geen verontruste opiniestukken verschenen.

Ook de vakbonden, in de eerste plaats het Europees Vakverbond, zijn ernstig in gebreke gebleven.  Het EVV heeft al die tijd gemeend zich nuttig te maken door via lobbywerk amendementen in te fluisteren, maar het heeft niet gedaan wat  de koepel van 60 miljoen vakbondsleden kon doen: tijdig waarschuwen en het verzet organiseren.

Aux armes, citoyens!

Alle reden dus om het mogelijke en het onmogelijke te doen om dit monster te bestrijden. Een aantal  Europese Attacs lanceerde een  petitie  gericht naar de europarlementsleden.  In Brussel werken de Comités action Europe/Actiecomités Europa  (waarin heel wat syndicalisten van beide bonden) aan sensibilisering en protestacties. Hopelijk lanceren de vakbonden ook op de valreep nog gepaste initiatieven. Dit alles zal niet volstaan om de EU in een andere richting te dwingen, maar het kan het begin zijn van een werkelijke Europese strijd voor een ander Europa.

Reacties plaatsen niet mogelijk