Facebook

Vakbonden en ‘eerlijke handel’

15 november 2017

door Herman Michiel, 15 november 2017

 

Het Europees Vakverbond (EVV) en de Europese vakbondskoepel voor de industrie (IndustriAll-European Trade Union) gaven deze week een haast  jubelend communiqué uit, waarin ze hun tevredenheid uitdrukken over een ‘antidumpingsvoorstel’ van de Europese Commissie. Indien goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad zou het voorstel een drastischer optreden toelaten tegen goedkope Chinese producten die de Europese markt ‘overspoelen’. Met name Chinees staal dat door overheidssubsidies aan een onklopbare prijs aangeboden wordt zou geweerd kunnen worden, en zo honderdduizenden Europese banen redden.

Het hele dossier draait rond het al dan niet toekennen van de status van ‘markteconomie’ aan de Aziatische industriële gigant. Totnogtoe werd China in handelsverdragen beschouwd als een NME, een non market economy, wegens de tussenkomst van de overheid in de prijsvorming van de exportproductie. China dringt aan op de toekenning van het statuut van markteconomie, waardoor de Europese Unie en de Verenigde Staten minder beperkingen zouden kunnen opleggen  aan Chinese import.

Voor de vakbonden draait het om banen, en dat is natuurlijk een zeer lovenswaardige bekommernis. Maar men kan toch heel wat vraagtekens plaatsen bij de manier waarop EVV en IndustriAll hun zaak bepleiten, en nogal vlug victorie kraaien over een ‘historisch akkoord ‘ waardoor ‘het niet respecteren van arbeidsrechten  juridisch kan ingeroepen worden bij handelsdisputen’.

Voor IndustriAll staat ‘eerlijke handel’ (fair trade) centraal; oneerlijk is de subsidiëring van bedrijven of bedrijfstakken door overheden, “want daardoor kunnen ze hun producten op onze markten dumpen”. Men merkt hier reeds een zekere identificatie van de werkersbelangen met die van ‘onze markten’. Maar de implicatie is ook dat de wereldwijde concurrentiestrijd tussen private bedrijven wél eerlijk is. Het is net door die concurrentiestrijd dat bedrijven delocaliseren, werknemers aan de deur zetten, de productie robotiseren, hun fiscale strategie ‘optimaliseren’, enzovoort.

Het is trouwens de vraag waarom overheidssubsidies aan de industrie oneerlijk zijn, maar overheidsingrijpen in de lonen geen inbreuk op de vrije markt zouden vertegenwoordigen. In dit verband gedragen de Europese vakbondsleiders zich, al dan niet bewust, naïef. In hun verzet tegen de erkenning van China als ‘markteconomie’ hebben ze het o.a. over ‘verstoorde lonen’, waarbij expliciet gestipuleerd wordt dat dit het geval is wanneer de lonen niet het resultaat zijn van vrije onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers 1. IndustriAll verheugt zich op de stok waarmee China zal geslagen kunnen worden, waar inderdaad vrije loononderhandelingen geen kans maken, maar hierover zal geoordeeld worden door dezelfde Europese Commissie die een fervent verdediger is van het verstoren van de lonen in Europa. In tal van lidstaten, de mijne o.a., heeft een rechtse regering loonblokkeringen ingevoerd. Wie de Europese Commissie al heeft horen protesteren tegen het verstoren van de Belgische (of Duitse, of Griekse, of …) lonen mag de vinger opsteken.

Vakbonden die het liberaal discours over ‘eerlijke concurrentie’ overnemen zetten zichzelf schaakmat in het ideologisch gevecht tegen de dictatuur van de markt. Nochtans zou er op een meer verantwoorde manier kunnen ingegaan worden tegen dumpingpraktijken, zonder daarom  willekeurige protectionistische maatregelen te bepleiten. In het debat over ‘eerlijke handel’ wordt bijvoorbeeld veel te weinig rekening gehouden met ecologische argumenten 2. Buitenlandse handel impliceert altijd transport, vaak over lange afstanden. Bedrijven houden geen rekening met de externe kost daarvan, niet alleen de tonnen CO2 die ermee gepaard gaan, maar ook de enorme uitstoot van zwaveldioxide bij maritiem transport, de overheidsuitgaven voor havens, dokken, vliegvelden, enzovoort. Een deel van de buitenlandse handel is onvermijdelijk en noodzakelijk, maar het grootste deel ervan is het resultaat van bedrijfseconomische beslissingen, zeg maar: winstoverwegingen.

De import van Chinees staal afwijzen omwille van ecologische overwegingen houdt dus een kritiek in op de kapitalistische winstlogica, is systeemkritisch, terwijl de argumentatie van de Europese vakbonden systeembevestigend is en hun in feite de mond snoert tegenover het liberaal marktdiscours. Over oneerlijkheid spreken omdat er overheidssubsidies in het spel zijn is instemmen met de  ‘ mededingingsbepalingen’ van de EU die opleggen dat overheidsbedrijven, spoorwegmaatschappijen bijvoorbeeld, gerund moeten worden volgens de kapitalistische bedrijfslogica.

Vanzelfsprekend moeten dezelfde criteria gelden voor export door ‘onze’ bedrijven. Maar de Europese Unie heeft haar landbouwoverschotten gedumpt op de Afrikaanse markt en daar ware ravages aangericht; we hebben het dan nog niet over de ravages veroorzaakt door onze  wapenexport… Echt emanciperend vakbondswerk kan daarvoor de ogen niet sluiten.


 

  1. “The fact that ‘wages are distorted’ (e.g. in case wages are not resulting from free bargaining between employers and employees) will also be considered as a substantial distortion.”
  2. De fair trade beweging van o.a. Oxfam-Wereldwinkels is van een ander kaliber. De bedoeling ervan is betere lonen te garanderen aan bv. koffie- of cacaoboeren. Toch kan ook hier de vraag gesteld worden of handel, zij het ‘eerlijke’ handel, niet al te eenzijdig voorgesteld wordt als perspectief voor economische ontwikkeling.

3 reacties op “Vakbonden en ‘eerlijke handel’”

  1. https://www.facebook.com/notes/d19-20/ceta-uw-advies-en-onze-zeg/1335104433284830/

    Geen probleem met grote debatten. Liever wel concreet kort op de bal spelen en onze sociale partners, arbeiders, boeren, ondernemers, handelaren…. onder druk zetten om het spel van de Vlaamse en federale regeringen inzake CETA niet mee te spelen.

    Aan de leden van de Nationale Arbeidsraad en SERV
    Geachte Mevrouw, Geachte Heer
    Ik ben een van de meer dan 15.000 burgers wiens stem gehoord werd in een burgerhoorzitting over CETA in het Vlaams Parlement bij monde van Luc Hollands, bio-landbouwer uit Voeren en Kitty Snieders, burger. Die hoorzitting ging door op dinsdag 7 november ( zie foto). Ze is het gevolg het verzoekschrift dat ingeleid werd door tal van burgerinitiatieven in Vlaanderen.

    CETA is het handelsverdrag waarvan de federale en de Vlaamse regering de ratificatieprocedure geopend hebben op 2 juli ll. En dit zonder het antwoord af te wachten van het Europees Hof van Justitie over de verenigbaarheid van het verdrag met de Europese basiswetten.
    Dank zij de waakzaamheid van de burgers hebben 38 parlement in Europa hun zeg over voorstel in een lange rij van een nieuwe type handelsverdragen.
    Ik schrijf U deze brief om mijn verbazing uit te drukken voor het feit dat de Nationale ArbeidsRaad (NAR) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen ( SERV) geen advies gegeven hebben over dit belangrijk verdrag. Over CETA is er grote politieke spanning geweest. CETA raakt ons allen als consument, producent, werknemer, onderneming, landbouwer,…. diepgaand.
    Naast de volksvertegenwoordiging zelf bent U de enige vertegenwoordiger van de burgers in de instellingen die hun zeg hebben – zij het raadgevend- in het besluitvormingsproces van CETA.
    Betekent dit afzien van Uw prerogatief dat U denkt dat CETA geen invloed heeft op de regulering van de arbeidsmarkt, de industriële politiek, de sociale zekerheid, de voedselvoorziening, en in al die andere domeinen waarin U gevraagd wordt adviezen te geven ? En wij als burgers zijn gehecht aan de rol die U speelt in het kader van de economische en sociale democratie.

    Wij verzoeken U met aandrang er alles aan te doen opdat de NAR en de SERV vooralsnog een advies uitbrengen zodat een debat kan tot stand komen. Indien dat niet gebeurt en indien een parlement van dit land CETA goedkeurt zonder dat burgers hun zeg hebben, rest ons het enige wettelijk middel om als burger onze rechtstreeks onze stem in de instellingen te verheffen, zijnde de gewestelijke volksraadpleging die de grondwet toelaat. In het proces van een gewestelijke volksraadpleging zult U hoe dan ook geïnterpelleerd worden.
    Met deze brief willen zij niet het inhoudelijk debat over CETA openen. Wij willen enkel mee waken als burger dat de democratische vertegenwoordiging, parlementairen én sociale partners, hun rol speelt in zo’n belangrijk zaak.

    In afwachting van een positief antwoord tekent,

    Met hoogachting….

    ========================
    Deze brief werd gelanceerd op de Algemene CETA-vergadering in het Nationaal Theater in Brussel op 21 oktober laatstleden. En dit in het kader van de voorbereidende werkzaamheden van de “ CETA- en TTIP-vrije” Burgerinitiatieven voor het verzoekschrift over een volksraadpleging over CETA.

    Stuur deze brief door naar :

    1. de voorzitter, M Windey en de secretaris, M. Delcrois van de Nationale Arbeids Raad ( NAR):

    M. Windey: spruyt@nar-cnt.be
    M. Delcroix: dufrane@cnt-nar.be
    Met in (B)CC :nottipgent@gmail.com
    2. het dagelijks bestuur van de SERV ( Sociaal Economische Raad van Vlaanderen):

    Voorzitster: Vermorgen Ann,
    Ondervoorzitter: Maertens Hans,
    Leden: Copers Caroline, De Becker Sonja, Truyens Gert, Van Eetvelt Karel,
    Via de administrateur-generaal pkerremans@serv.be
    Met in (B)CC: nottipgent@gmail.com

  2. We kunnen maar beter niet naïef zijn over de ‘vrije wereldhandel’ en de Wereld Handels Organisatie (WHO). Het is niet zo dat duidelijke regels wereldwijd vrije handel reguleren, waarbij de nationale overheden zich beperken tot de rol van neutrale toeschouwer. De WHO lijkt integendeel meer op een arena waarin de verschillende blokken met elkaar een genadeloos gevecht voeren, met wapens zoals sancties, juridische procedures en achterpoortjes. Wat ‘vrijhandel’ wordt genoemd is meer het zoeken naar win-winsituaties waarbij de sterkste het meeste wint, zodat de confrontaties binnen de perken blijven.
    Dat maakt het paradoxaal karakter begrijpelijk van de reactie van de Europese Commissie op de Chinese staalimport: het is een protectionistische maatregel, die echter genomen wordt in naam van de eerlijke vrijhandel! Daarbij is de rol van de overheid in de Chinese economie de spreekwoordelijke stok om de hond te slaan. Het verwijt van de Commissie is niet de belangrijke rol van de Chinese overheid an sich, maar dat dit overheidsingrijpen gericht is op lage niet-marktconforme productieprijzen, lonen en ecologische normen.
    Herman heeft gelijk wanneer hij de Europese vakbonden verwijt dit vrijhandelsverhaal van de Commissie over te nemen. In dit geval komt het de vakbonden goed uit, maar als globaal strategisch kader leidt het naar een impasse.
    Bij het alternatief dat Herman schetst heb ik wel wat vraagtekens. Hij stelt voor de Chinese staalimport dan maar tegen te houden in naam van ecologische criteria (het transport), en is niet te beroerd daar de consequentie aan te koppelen dat ook de export van de Europese Unie aan dezelfde criteria moet worden getoetst. Nederland kan dan, bijvoorbeeld, geen wereldkampioen zuivelexport blijven.
    Maar wat is hier het plan? Wereldwijde afspraken om de handelsstromen te reorganiseren in naam van ecologische criteria? Dat is geen kattepis! Het vooronderstelt een wereldwijde planmatige aanpak gestuurd door een legitieme democratische wereldregering. Dat is een fijn voorstel wanneer men nadenkt over socialistische alternatieven, maar geeft de Europese vakbonden geen wapen in handen om hier en nu de tewerkstelling in de industrie te verdedigen.
    Die tewerkstelling kan enkel verdedigd worden met eenzijdige protectionistische maatregelen. Daar is niets mis mee, integendeel. Vakbonden moeten opkomen voor een eigen visie op de economische ontwikkeling (de ecologische transitie…) en zich daarop steunend wenden tot de politieke overheid (in de EU de Commissie) met eisen, inbegrepen met eisen gericht op het afschermen van de grenzen om deze visie te beschermen. Er zijn dan argumenten te over om aan de import van Chinees staal paal en perk te stellen, niet alleen ecologische. De Chinese overheid heeft op de financiële crisis van 2007 gereageerd met een vlucht vooruit, waarvan de overproductie van staal één aspect is. Het is niet duidelijk waarom de vakbonden zouden moeten aanvaarden dat deze overproductie in de EU gedumpt wordt.
    Wanneer de Europese vakbonden dit verbinden met een idyllisch verhaal over eerlijke vrijhandel, leidt dit naar een doodlopend straatje, zoals Herman betoogt. De vakbond staat sterker met een eigen syndicale visie op de ontwikkeling van Europa. Maar ik snap dat de vakbond blij is wanneer de syndicale druk geholpen heeft om de Chinese dumping aan banden te leggen, ook al kleedt de Commissie dit in in een verhaal over eerlijke vrijhandel.

  3. we moeten ophouden elkaar voor de gek te houden.
    Feit is dat met ‘vrijhandel’ als Leitprinzip de vakbonden buiten spel zijn gezet.
    Erger nog, het hele Parlement rest nog slecht te tekenen bij het kruisje. Nee zeggen, bestaat niet.

    ‘Vrijhandel’ is propaganda voor handel die is bevrijd van regels, voorschriften, heffingen, belastingen, etc.

    Kortom, we moeten (veel) harder werken, voor minder loon.
    Vakbonden stonden erbij, en keken er naar.
    Terwijl de impact wel degelijk massale demonstraties vereiste.
    http://www.ftm.nl/column/belastingontduiking-moet-met-de-wortel-en-de-tak-worden-uitgeroeid/
    http://www.oneworld.nl/wereld/hormoonverstoorders-ttip-heeft-al-effect
    http://www.ftm.nl/exclusive/lobby-orgaan-voor-internationale-arbitrage-is-rood-wit-blauw-gekleurd/

    ‘eerlijke vrijhandel’- contradictio interminis; bewijs dat je de crux echt niet hebt begrepen.
    Die vakbondsbobo’s zijn net zo makkelijk te corruperen/lijmen als anderen. Zie hoeveel er terecht komen in de RvB van het grootbedrijf.
    Eigen belang gaat voor belang van de leden

Laat een reactie achter