Interview met Marc Botenga, europarlementslid voor PVDA/PTB

15 december 2021

 

Marc Botenga werd in mei 2019 verkozen op de Europese lijst van de Belgische PVDA/PTB en is sindsdien één van de 39 leden van de fractie van Europees Verenigd Links (GUE/NGL). Zijn collega’s behoren dus tot partijen als Die Linke (Duitsland), La France Insoumise en PCF (Frankrijk), Podemos en Izquierda Unida (Spanje), Bloco de Esquerda en de Communistische Partij van Portugal, het Griekse Syriza en diverse linkse partijen uit Oost- en Noord-Europa.

Marc Botenga maakt deel uit van twee parlementscommissies, ITRE (Industrie, onderzoek en energie) en EMPL (Werkgelegenheid en sociale zaken). Hij is ook lid van de parlementaire delegatie voor Palestina en die voor de ACS-landen (Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan).
We wilden graag weten hoe Marc, als vertegenwoordiger van een antikapitalistische partij, zijn rol ziet in een pseudo-parlement dat alleen kan stemmen over voorstellen die door een neoliberaal geöriënteerde Europese Commissie worden gedaan. En hoe zijn ervaringen zijn met de andere partijen van Verenigd Links, de mogelijkheden voor gemeenschappelijke initiatieven, de soms sterk uiteenlopende standpunten.

De vragen werden gesteld door Ander Europa redacteur Herman Michiel en schriftelijk beantwoord door Marc Botenga.

 

  1. Marc, je zit nu ruim twee jaar in het Europees Parlement (EP), verkozen op de PVDA/PTB-lijst en de enige Belg vertegenwoordigd in de fractie van Europees Verenigd Links, de kleinste politieke familie in het EP. Ik denk niet dat jij of je partij illusies hebben in het Europees Parlement als democratische legitimatie van de Europese constructie, noch in de Europese Unie als belichaming van het ‘sociaal Europa’. Wat kun je desalniettemin als linkse partij bereiken door vertegenwoordiging in het Europees Parlement?

Marc Botenga: Onze rol is heel duidelijk. We willen fundamenteel andere krachtsverhoudingen opbouwen op Europees vlak om van model te veranderen. We willen mee ons steentje bijdragen aan de Europeanisering van het verzet en een ander maatschappijmodel mogelijk maken. Daarvoor gebruiken we mede ons werk in het Europees Parlement. De voorbije twee jaar werden natuurlijk grotendeels beheerst door de Covid-19 pandemie. Die had heel wat impact op de manier van werken, enerzijds in het Europees Parlement zelf, anderzijds op de sociale bewegingen.

Toch pasten we ook in deze context onze manier van werken op Europees vlak toe. In april 2020 was ik zowat het enige Europees Parlementslid dat waarschuwde voor de almacht van Big Pharma in deze pandemie. Maar we zijn niet bij de pakken blijven zitten. Via een echte Europese campagne en mobilisatie voor het opheffen van patenten op vaccins, zijn we er –  met name dankzij de druk van vakbondsmobilisaties, NGO’s en gezondheidsactivisten – in geslaagd om het Europees Parlement tot drie keer toe voor het opheffen van patenten te doen stemmen. Dat toont de kracht die kan uitgaan van Europese mobilisaties. Dat de Europese Commissie daar vervolgens niet naar luistert, maar liever plat op de buik blijft gaan voor de farmalobby, illustreert dan weer heel concreet ten dienste van wie deze Europese staatsconstructie gebouwd werd. Dat opent voor vele mensen ogen.

We droegen ook bij aan gelijkaardige mobilisaties rond pensioenen of de rechten van platformwerkers van bijvoorbeeld Uber of Deliveroo. In dat laatste geval verplichtte een Europese mobilisatie, met de organisatie van zowel nationale als Europese actiemomenten, de Europese Commissie actie te ondernemen tegen schijnzelfstandigheid gebruikt door bepaalde platformen en een vermoeden van loonarbeid in haar Richtlijn op te nemen. Dat soort overwinningen zijn belangrijk, ze motiveren en tonen dat we kunnen winnen.

 

  1. Jullie hebben zich als PVDA/PTB niet aangesloten bij de Partij van Europees Links, waar wel een groot deel van de partijen van Europees Verenigd Links toe behoren. Waarom is dat?

Marc Botenga: Op Europees vlak zitten we bij de fractie van The Left in het Europees Parlement en daar werken we dagelijks samen met linkse partijen uit heel Europa, van Zweden tot Portugal. In onze fractie zitten zowel partijen die lid zijn van de Europese Linkspartij, als partijen die dat niet zijn. Die samenwerking in de fractie is dus breder en vaak heel concreet en verrijkend, zeker wanneer we het met elkaar oneens zijn. Gezien de snelle groei van de PVDA, tonen veel partijen ook oprechte interesse voor onze manier van organiseren, voor onze communicatie en onze visie op de Europese Unie en op het Europese continent als strijdtoneel om tot een nieuwe, socialistische maatschappij te komen. Dat levert pittige en boeiende discussies op.

We nemen ook actief deel aan andere fora en seminaries waar de Partij van Europees Links aanwezig is. Meer Europese en internationale uitwisseling en samenwerking zijn absoluut nodig. De maatschappij veranderen, dat willen we met velen samen doen, in Europa en wereldwijd. In die fora behoudt elke aanwezige partij wel haar volledige autonomie. En daar staan we op. Als je lid wordt van een echte partijstructuur kan dat wel eens anders liggen.

 

  1. Ik heb de indruk dat de verschillende partijen van Europees Verenigd Links hun vertegenwoordiging in het Europees Parlement zien als een verlengstuk van hun nationale werking, maar er niet erg op uit zijn om samen op Europese schaal iets te ondernemen. Slaan jullie soms de handen in elkaar ? Ik stel bijvoorbeeld vast dat er tegen de toenemende militarisering van de EU wel een interessante kritische brochure verschenen is in meerdere Europese talen, maar dat is het werk van de Rosa Luxemburg Stichting. Zoiets zie je vrijwel nooit uitgaande van Europees Verenigd Links, alhoewel die wel over een aanzienlijke logistiek beschikt. Is de politieke samenhorigheid er te klein om zoiets aan te kunnen ? Als bron van kritische informatie over de EU is de website van Verenigd Links ook weinig dynamisch. Bevestigt dat niet dat Europees Verenigd Links, zoals andere fracties in het Europees Parlement, eerder een administratieve aangelegenheid is dan een bundeling van linkse krachten die samen een politiek alternatief verdedigen?

Marc Botenga: We moeten ons concentreren op de thema’s waar we het fundamenteel eens over zijn, ten voordele van de werkende klasse. Gemeenschappelijke studies zijn geen doel op zich, maar moeten dienen om campagnes en politieke strijd te ondersteunen. En als je op de website van The Left gaat kijken, vind je brochures, analyses en factsheets die dat tot doel hebben. Zoals ik eerder zei, campagnes van onze fractie, zoals inzake vaccins, maar recent ook rond platformarbeid of energie, hebben impact, ook Europees, maar veel politiek debat gebeurt natuurlijk nationaal. Vele mobilisaties en sociale strijd vinden hun oorsprong in nationale maatregelen, en daarenboven spelen nationale regeringen via de Raad ook op Europees vlak een grote rol. In die zin is de nationale dimensie ook Europees van belang.

Je kunt toch alleen maar blij zijn als een Europese campagne leidt tot de versterking van authentiek linkse partijen op nationaal vlak, mogelijkerwijze in verschillende landen? Ook dat is internationalisme. Je moet beide niveaus verbinden. Niet door enkel op Europees niveau te mobiliseren en ook niet door enkel op nationaal niveau te mobiliseren. Europarlementsleden zet je onder druk in hun thuisland en in Brussel. In de Raad, waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn, voelen regeringen de druk van stakingen in hun land. En de Commissie voelt de druk ook als er naar het Schumanplein in Brussel toe gemobiliseerd wordt.

 

  1. Vroeger waren er op meetings van PVDA/PTB gewijd aan Europese onderwerpen meestal sprekers uit de bevriende partijen uit de buurlanden, vooral de Franse PCF en de Nederlandse SP; dat was ook wel handig omwille van de taalkwestie. Maar nu heeft de SP geen europarlementslid meer, en ook politiek lijkt de afstand tussen PVDA/PTB en SP alleen maar groter geworden; anderzijds wordt de PCF overschaduwd door Mélenchons France Insoumise. Met welke partijen voelen jullie zich het meest verwant? Zal dat ook leiden tot gemeenschappelijke grensoverschrijdende initiatieven?

Marc Botenga: De contacten met Nederlandse of Franse kameraden hebben natuurlijk een aantal voordelen, zo spreken we dezelfde taal, leven we net naast elkaar, en hebben we vaak toch ook makkelijker een idee van wat er zich net over de grens afspeelt. Aan de andere kant, op Manifiesta, spraken we met partijen en organisaties uit heel Europa, maar ook van andere continenten. Dat maakt deel uit van onze internationalistische visie. Grensoverschrijdende initiatieven doen we met al die partijen, kijk naar de vaccincampagne, waar zowel France insoumise als de PCF, zowel Podemos en Izquierda Unida uit Spanje, als de Nederlandse SP en een hele reeks andere partijen aan deelnemen.

Jean-Luc Mélenchon kwam uit Frankrijk naar Manifiesta, dat zorgde voor een zeer stimulerende meeting. Op het Fête de l’Humanité had Raoul Hedebouw dan weer een bijzonder interessant debat met Fabien Roussel van de PCF. Verkiezingsuitslagen veranderen daar niets aan. De SP had inderdaad een teleurstellend resultaat bij de laatste Europese verkiezingen, maar dat weerhield hen er niet van een aantal interessante campagnes te lanceren, met name rond de zorg of rond wonen. Vorige week hadden we in Berlijn nog een constructieve ontmoeting met de co-voorzitsters van Die Linke over Europese kwesties en de noodzaak aan een sociale klimaatrevolutie. Rond pensioenen namen we zowel in Spanje als in Frankrijk deel aan betogingen met lokale partijen. Dat kan ook rond andere thema’s, denk aan wonen of energie.

 

  1. Het Griekse Syriza is nog steeds lid van Europees Verenigd Links (en de Partij van Europees Links). Vind je dat die partij, na de instemming met het Troika-memorandum van 2015 en het negeren van het ‘OXI-referendum’ van juli van dat jaar nog zijn plaats heeft binnen Europees links? Is het Grieks debacle nog steeds een punt van debat onder de linkse parlementsleden?

Marc Botenga: Onze meningsverschillen met Syriza zijn geen geheim, natuurlijk. Wij hebben een heel andere strategie. Maar we mogen vooral niet vergeten hoe de hele Griekse ervaring de noodzaak van het opbouwen van een echte tegenmacht, ook Europees, in de verf zette. De vraag is dus hoe je de macht verovert. Syriza heeft dit aan den lijve ondervonden: het zat in de regering maar had niet noodzakelijk de macht. De Europese Commissie legde het Griekse banksysteem stil en zij moesten bezuinigingen accepteren, of ze dat wilden of niet.

Het sluiten van de Griekse banken was maar één voorbeeld van hoe gewelddadig iedere sociale koerswijziging aangepakt kan en zal worden door de huidige instellingen. Dat, maar ook de opkomst van extreemrechts en de recente resultaten van bepaalde linkse partijen in Europa, creëert natuurlijk strategische debatten. Welke maatschappij wil je? Hoe breng je echte verandering? Welk type organisatie heb je daarvoor nodig? Welke klasse staat centraal? En hoe vertaal je je boodschap? Rond die thema’s kunnen we veel van elkaar leren, en als PVDA nemen we natuurlijk vanuit onze ervaring volop deel aan die discussies. Maar tezelfdertijd, zijn we vooral bezig op het terrein, om echte verandering af te dwingen.

 

  1. De standpunten verschillen soms heel erg tussen partijen die tot Europees Verenigd Links behoren. Zo is Die Linke vrij duidelijk in zijn antimilitarisme, terwijl Mélenchon en La France Insoumise de Franse wapenindustrie en kernbewapening verdedigen en daarin een element zien van de nationale soevereiniteit. Wordt daarover binnen de fractie gediscussieerd? Zijn zulke meningsverschillen een reden waarom Verenigd Links zo weinig ‘verenigd’ naar buiten komt? In een recent artikel in Jacobin merkt Aurélie Dianara op dat er geen Europese mobilisaties zijn voor een minimumloon, voor verkorting van de werktijd, enzovoort. “Zolang we geen tegenmacht op internationaal vlak kunnen uitbouwen, een tegenmacht die succes boekt waar de sociaaldemocratie mislukte, zullen we niet echt kunnen ingaan tegen de macht van het kapitaal”, zegt ze. Is Verenigd Links bezig met de uitbouw van zulke tegenmacht?

Marc Botenga: Dat we een tegenmacht moeten uitbouwen, klopt helemaal, maar dat er geen Europese mobilisaties zijn, klopt niet. Ik sprak al over de vaccincampagne en de platformwerkers, maar je hebt ook de Europese mobilisaties rond de klimaatrevolutie, de campagnes tegen vrijhandelsverdragen, of de uitwisseling tussen partijen rond pensioenrechten.

Die stapsgewijze Europeanisering van sociale strijd zie je ook bij de werkende klasse. Denk bijvoorbeeld aan de enorme Europese strijd van dokwerkers met nationale en Europese stakingen. Piloten en cabinepersoneel van Ryanair coördineerden stakingsacties tussen 87 Europese vliegbasissen. Amazon kreeg gelijktijdig stakingen in verschillende Europese landen te verwerken. Natuurlijk hebben we een grote achterstand. De Europese multinationals verenigden zich reeds eind jaren ’70 in allerlei lobbyorganisaties om de Europese staat op te bouwen. Het Europees kapitaal tekende de plannen voor het Verdrag van Maastricht mee uit. Maar dat wij achterstand hebben, moet ons aanzetten tot actie. Als de tegenstander Europees georganiseerd is, moeten wij dat ook zijn. Don’t panic, organize.

 

  1. Het bleek onlangs nog bij de verkiezingscampagne van Die Linke, maar ook elders in Europa is er binnen radicaal links een tendens om zijn “nut” te bewijzen door deel te nemen aan regeringscoalities, ook als er weinig kans is er een linkse stempel op te drukken. Wat denk je van die regeringsbereidheid van (een deel van) Die Linke? Ook Martin Schirdewan, co-voorzitter van Verenigd Links, is daar voorstander van. Is daarover discussie binnen Verenigd Links? Wat zijn voor PVDA/PTB de voorwaarden om in een coalitie te stappen? Op welke termijn zie je dat gebeuren?

Marc Botenga: Ervaringen verschillen natuurlijk land per land. Je hebt de ervaring in Griekenland, maar ook de Spaanse of de Portugese ervaringen, die ieder heel verschillend zijn. Ook in Duitsland is de ervaring van Die Linke in Berlijn niet die van Thüringen. Voor de PVDA is het altijd heel duidelijk geweest dat we een breuk willen, echte verandering. We zien helaas vandaag bij andere Belgische partijen geen wil om echt te breken met het huidige model. Van de liberalen verbaast dat niet, maar ook groenen en sociaaldemocraten zwijgen erover. Ook in Europa. We staan natuurlijk open voor discussies over compromissen –  we weten dat je in onderhandelingen nooit 100% alles binnenhaalt – maar we gaan onze principes niet laten vallen.

Zoals ik net zei is de kwestie van de macht echt essentieel als je de dingen wil veranderen. Waar zit de macht? Raoul Hedebouw merkte recent in een interview met het Amerikaanse tijdschrift Jacobin op dat hij in acht jaar in het parlement veel dingen zag, maar de macht vond hij er niet, zelfs niet in de regering of het kabinet, die allen onderworpen zijn aan machtige lobby’s en de multinationals. Om een echte breuk te bewerkstelligen spelen daarom de krachtsverhoudingen buiten de instellingen een centrale rol, zoals de Belgische maar ook de Europese sociale geschiedenis toont.

 

  1. In de media wordt onder “links” meestal de sociaaldemocratie, de groenen en radicaal (of “extreem”) links verstaan, en het is ook in dit begrippenkader dat over een “linkse coalitie” wordt gesproken. De voorbije jaren deed de leiding van de Partij van Europees Links nogal wat pogingen om gestalte te geven aan een ‘linkse caucus’ in het Europees Parlement, o.a. door de organisatie van een aantal bijeenkomsten (zoals het European Forum) en het uitgeven van enkele gemeenschappelijke verklaringen. Maar als men naar de grote dossiers kijkt (vrijhandelsakkoorden, militarisering, ‘economic governance’,…) stelt men vast dat de sociaaldemocratische fractie (S&D) meestal in meerderheid meestemt met de christendemocraten en de liberalen. Er is vaker overeenkomst tussen links en groenen, maar daar zie je ook een steeds ‘realistischer’ koers naarmate de deuren voor regeringsdeelname wijder open gaan staan. Op het gebied van bewapening en buitenlandpolitiek zijn de verschillen zelfs haast onoverbrugbaar, cfr. Duitsland. Wat denk jij hiervan? Is er méér mogelijk dan politieke contacten en occasioneel overleg met S&D en Groenen?

Marc Botenga: We hebben in het Europees Parlement vanzelfsprekend contact met parlementsleden van verschillende fracties. En het is evident dat de contacten het makkelijkst gaan op links. Maar we merken toch dat de grote fracties het vaak op een akkoordje gooien. Dat komt natuurlijk omdat geen van die fracties fundamenteel de economische marsrichting in vraag stelt. Dat zie je ook als ze aan de bestuursknoppen komen. De Italiaanse socialisten zitten zelfs met de extreemrechtse Lega Nord in een coalitie onder leiding van ex-topbankier Mario Draghi. In België en Duitsland staan de groenen en de sociaaldemocraten samen mee aan het roer. In beide landen komt hun beleid, met name op cruciale punten, niet in de verste verten tegemoet aan de verzuchtingen van de mensen. In Duitsland trekt de nieuwe coalitie de kaart van het “aandelenpensioen” in plaats van goede wettelijke pensioenen, in België weigert de regering de pensioenleeftijd terug te brengen naar 65, hoewel de progressieve partijen dat voor de verkiezingen niet alleen beloofden, maar het zelfs als breekpunt naar voren schoven. In Duitsland, wordt straks de lagelonensector de facto uitgebreid, terwijl in België de lonen geblokkeerd worden.

De nieuwe Duitse minister van buitenlandse zaken, de groene Annalena Baerbock, is een echte havik, met name tegenover China gaat zij helemaal mee in de Koude Oorlog-retoriek van de Verenigde Staten. Samenwerken op links kan toch niet dat soort beleid tot doel hebben? Het kompas moet wel goed staan. Anderzijds wordt onder druk alles vloeibaar. Een sterk authentiek links in combinatie met sociale mobilisatie kan andere partijen dwingen bepaalde standpunten over te nemen of tenminste hun eigen verkiezingsbeloftes niet te vergeten de dag na de verkiezingen. Dat hebben we gezien met het opheffen van patenten in het Europees Parlement, of met het noodfonds voor de Witte Woede in België. Betere krachtsverhoudingen opbouwen is dus echt dé strategische uitdaging.

 


 

 

Een reactie op “Interview met Marc Botenga, europarlementslid voor PVDA/PTB”

  1. Pertinente vragen ! Knap gedaan Herman. De antwoorden vallen binnen de verwachtingen. Als je als matroos op een supertanker zit moet je binnen de lijntjes blijven. Dat staat duidelijk beschreven in het werk van Rainer MAUSFELD : ” Warum schweigen die Lammer?” Ga je over die lijn, dan word je neergesabeld.Proberen van binnenuit het systeem te veranderen is een illusie; vroeg of laat conformeer je je dan aan het systeem, zie het Mitterrand-experiment !

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *