Komende evenementen

Links en de EU-verkiezingen: zware bewolking, toch wat zon

 

door Herman Michiel
14 juni 2024

 

Al geloven we niet dat een iets betere score van de linkse partijen bij de Europese verkiezingen ook een iets betere Europese politiek zou opleveren – daarvoor is heel wat anders nodig – toch geven de resultaten een nuttige inkijk in de positie die links inneemt in het politieke landschap. De prognoses waren grotendeels correct. Op een paar uitzonderingen na doet links het slecht, van een paar partijen wordt de dreigende desintegratie bevestigd. Ondertussen versterkt uiterst rechts zijn lokroep richting het rechtse centrum, de grote ‘von der Leyen coalitie’ van conservatieven, sociaaldemocraten en liberalen die in Europa de lakens uitdeelt. Dat uitdelen gebeurt maar zeer gedeeltelijk in het Parlement, en des te meer door de regeringen van de lidstaten. De pikorde is ongeveer als volgt. De regeringsleiders bedisselen de plannen  in de Europese Raad, op basis daarvan doet de Commissie voorstellen die door de ministers van de lidstaten (de ‘Raad’) moeten goedgekeurd worden, en uiteindelijk moeten ze ook bekrachtigd worden door het Parlement.

 

Europese kiezers wikken, nationale regeringen beschikken

Niet alleen voor links, maar ook voor de regerende partijen in de lidstaten bieden de Europese verkiezingen de kans voor een soort tussentijdse populariteitspoll, zonder dat er meteen grote gevolgen aan verbonden zijn. Alhoewel… Het overdonderend succes van Marine Le Pen’s Rassemblement National (31%, meer dan het dubbel van Macron’s Renaissance partij) deed president Macron op 9 juni zelf nog de Franse Assemblée ontbinden om verkiezingen (normaal voorzien voor 2027) uit te schrijven (eerste ronde op 30 juni, tweede op 7 juli). Sommigen vermoeden dat iets gelijkaardigs zou kunnen gebeuren in Duitsland, aangezien twee van de drie partijen van kanselier Scholz’ Ampel Koalition (SPD en Grünen) het er evenmin goed van afbrachten; de liberale derde partner blijft standhouden.
In België lagen de zaken weer wat anders, aangezien er op 9 juni niet alleen Europese, maar ook en vooral verkiezingen waren voor het federaal, het Vlaams, het Waals en het Brussels parlement. Gevolg was dat de nieuwszenders de hele dag in verkiezingsmodus waren, maar dat aan de Europese verkiezingen nauwelijks een woord werd vuil gemaakt. Ook in Bulgarije waren er samen met de Europese ook nationale verkiezingen, terwijl de Nederlanders er vooral naar uitkeken van welke extreemrechtse regering  ex hoofd van de staatsveiligheid Schoof premier zou worden.

 

Welke weerslag zal de ruk naar rechts hebben op het beleid van de EU?

Voor het leidende rechtse centrum in de EU, in het bijzonder de kern ervan, de Europese Volkspartij (EVP) met boegbeeld commissievoorzitter von der Leyen, dreigt er niet onmiddellijk gevaar. De EVP wint er 13 zetels bij, sociaaldemocraten van S&D verliezen er slechts vier, de liberalen van Renew krijgen wel een flinke klap (van 102 naar 79 zetels, alle resultaten vatbaar voor kleine wijzigingen bij de definitieve cijfers), maar dat is nog altijd meer dan 400 van de 720 zetels. En voor het huidig migratiebeleid en de ‘oorlogseconomie’ zal er heus wel steun komen van uiterst rechts, de ID en ECR fracties. De winst van deze laatsten is reëel, maar toch geen tsunami: ID (de groep waarbij onder andere Le Pen’s RN, het Vlaams Belang, Wilders PVV, Salvini’s Lega aangesloten zijn) gaat van 49 naar 58 verkozenen, ECR (met Meloni’s Fratelli, N-VA, Zweedse Democraten e.a.) van 69 naar 73. Maar voor het rechtse centrum en volgzame commentatoren is het handig om dat centrum nu voor te stellen als een democratisch bolwerk dat de rechtsstaat en de democratie zal verdedigen tegen anti Europese krachten. Een reden te meer voor aarzelende sociaaldemocraten en Groenen om toch maar von der Leyen te steunen voor een tweede ambtstermijn. En ondertussen wordt de aandacht afgeleid van de stille deals die ‘democratisch’ Europa sloot met onfrisse regimes om te doen wat ID en ECR met luide stem eisen: vreemden buiten Fort Europa houden.

Het Europees rechts centrum, het ‘extreem centrum’ zoals Tariq Ali het zo passend uitdrukte, heeft dus niet gewacht op de versterking van Europees extreemrechts om hun programma te beginnen uitvoeren, om een genocidair regime te blijven steunen en de klimaatpolitiek te degraderen . Zullen de ‘progressieven’ van het centrum daar enige conclusie uit trekken?

 

Toch wat zon

Men zou kunnen denken en hopen dat er ook in samenleving en politiek een wet van ‘actie en reactie’ speelt, en dat de versterking van extreemrechts ook die van radicaal links meebrengt, zoals Weimar niet alleen de nazi’s maar ook een sterke communistische beweging meebracht. Die wet lijkt echter een zekere vertraging op te lopen in de huidige context. Links gaat niet alleen niet vooruit, maar bijna overal achteruit, soms bijna tot het verdwijnpunt. Maar laat ons toch met de uitzonderingen beginnen.

Als we op de naakte cijfers afgaan is de Finse Linkse Alliantie (Vasemmistoliitto) ongetwijfeld de linkse koploper. Bij de Europese verkiezingen kwamen ze op de tweede plaats met 17,3% van de stemmen. De populaire partijvoorzitster Li Andersson haalde 250.000 persoonlijke voorkeurstemmen. Ze omschrijft de Linkse Alliantie als een ”moderne partij die een ambitieus milieu- en klimaatbeleid combineert met de traditionele thema’s van links als werknemersrechten, investeringen in sociale voorzieningen, gelijke inkomensverdeling”.  De partij nam deel aan de conservatieve coalitieregering Katainen (2011-2014) en de sociaaldemocratisch geleide Marin-regering (2019-2023). In maart 2023 stemden 8 van de 16 parlementsleden van de Linkse Alliantie voor toetreding tot de NAVO.
De recordscore van 17,3% lijkt ook te bevestigen wat vaak wordt vastgesteld: Europese verkiezingen kunnen atypische resultaten opleveren. Bij de parlementsverkiezingen van april 2023 haalde de Linkse Alliantie haar slechtste resultaat ooit (7.06%), en bij de Europese verkiezingen sinds 1999 haalde ze 6 à 9%; het is natuurlijk leuk als je dan plots opveert naar 17,3%, maar het is zeer de vraag of het hier gaat om een duurzame vooruitgang, dan wel om een bokkensprong in het electoraal gebeuren.

Marc Botenga (l) en Rudi Kennes (r)

Reëler lijkt me dan toch het goede resultaat en de vooruitgang die de Belgische PVDA (PTB in het Franstalige landsgedeelte) boekte, zowel in de Europese als de gelijktijdige parlementsverkiezingen van 9 juni. Bij de Europese verkiezingen sinds 1999 ziet men een gestage vooruitgang (0,35%, 0,68%, 1,04%, 3,51%, 8,42% en 10,70% in 2024). Hetzelfde geldt voor de federale en regionale verkiezingen, met ongeveer gelijk oplopende scores, wat toch eerder duidt op groeiende invloed dan op een statistische fluctuatie. Het resultaat is dat niet alleen Franstalig België nu een Europese verkozene heeft (Marc Botenga die aan zijn tweede termijn begint) maar ook de Vlaamse vakbondsmilitant Rudi Kennes hem voortaan zal vergezellen. En wat de andere verkiezingen betreft zijn er 15 federale verkozenen (+3), 9 Vlaamse (+5), 16 voor het Brussels gewest (+5) en 8 voor het Waals. Dit laatste is 2 minder dan in 2019, maar alleen tegenstanders zullen hierin meteen het begin van een neergaande trend van de PTB zien. Men moet wel vaststellen dat er ook in Wallonië een verschuiving naar rechts aan de gang is, zoals blijkt uit de historische overwinning van de liberale MR.

Op zoek naar voor links geslaagde Europese verkiezingen moet ook Mélenchon’s La France Insoumise vermeld worden. De partij verbeterde haar score ten opzichte van 2019 van 6,3% naar 9,9%. Met haar negen zetels levert ze zo te zien de grootste bijdrage tot de linkse fractie in het Europees parlement. Dat kan wel wrijvingen opleveren tussen de twee politieke stromingen binnen die fractie, de Partij van Europees Links en Now the people waar La France Insoumise bij aangesloten is. LFI moet ook nog wel bewijzen dat ze van structuur rond een charismatisch personage kan uitgroeien tot een solide, democratisch georganiseerde partij.

Hiermee is zowat alles gezegd over linkse successen in de voorbije Europese verkiezingen. Het helpt weinig om ook de Groenen in het linkse kamp onder te brengen, want die leden een zware nederlaag. De Duitse Grünen bijvoorbeeld vallen van 20,5% op 11,9%. Nederlands GroenLinks scoorde 10,9% in 2019, de sociaaldemocraten van PvdA 19%; in 2024 trokken ze samen op met boegbeeld eurocommissaris Frans Timmermans, maar dat leverde geen 10,9%+19% =30%, maar 21,6% op. De Europese groene fractie valt van 71 op 53 zetels.

 

Donkere wolken

Een van de ontnuchterende vaststellingen is dat enkele van de grotere linkse partijen zo goed als uitgeschakeld zijn. De al jaren aanslepende problemen binnen Die Linke zijn bekend, en die kregen ook electoraal hun beslag. De partij haalt nog 2,7% en 3 europarlementsleden. Dat de afgescheurde vleugel die met Sahra Wagenknecht de BSW (Bündnis Sahra Wagenknecht) oprichtte 6,2% haalt en 6 verkozenen is wegens het bedenkelijk programma van BSW een schrale troost. Het is ook niet zeker dat BSW zal toetreden tot de linkse fractie in het Europees parlement, want er is sprake van het oprichten van een nieuwe groep.

De andere gewezen sterkhouder van die linkse fractie, het Griekse SYRIZA, hoort eigenlijk nauwelijks nog thuis in de bespreking van linkse partijen, nu de Amerikaans-Griekse businessman Kasselakis er voorzitter is van geworden en de restanten van de partij eerder richting sociaaldemocraten dan linksradicalen uitkijken. Maar ook het nieuwe businessmodel trok niet aan: waar SYRIZA in 2019 nog bijna 24% haalde bij de Europese verkiezingen, is dat vandaag nog een kleine 15%. Het van Syriza afgescheurde Nea Aristera en Yanis Varoufakis’s MERA25 bleven met 2,5% onder de kiesdrempel.

Van over de Pyreneeën komen evenmin positieve signalen. Podemos, 10 jaar geleden opgericht met de roerige indignados als sociaal draagvlak en met het links populisme à la Chantal Mouffe als politieke leidraad verloor twee van zijn vier Europese zetels met de bedroevende score van 3,3%. Dat is deels te wijten aan de concurrentie van nieuwkomer Sumar, de creatie van Yolanda Díaz waar vooral de communistische partij PCE en de coalitie van Izquierda Unida errond hun hoop op gesteld hadden. Maar ook Sumar kon met zijn 4,7% slechts drie zetels veroveren; ontgoocheld nam Díaz ontslag als coördinator van Sumar (maar blijft wel minister in de sociaaldemocratische regering van Pedro Sánchez).

Clare Daly

In Portugal was er bij links een zekere opluchting bij de sterke terugval van Chega, de extreemrechtse nieuwkomer. Maar zowel het Links Blok als de coalitie rond de communistische partij PCP zagen hun score gehalveerd, en vallen van 2 op 1 zetel elk.

De Nederlandse SP slaagde er evenmin als in 2019 in een verkozene te halen, en zag ook haar score verminderen van 3,37% naar 2.0%. De Partij voor de Dieren, lid van de linkse fractie in het Europees Parlement, haalde met 4,40% opnieuw een zetel.

Tenslotte moeten we met spijt in het hart melden dat Clare Daly, de onverschrokken Ierse aanklaagster van de EU-hypocrisie, niet herkozen is. Ook haar collega Mick Wallace zullen we missen.

 

Kriegsblock gewinnt

Verkiezingsresultaten bepalen, zeker op het Europese vlak, slechts in geringe mate het beleid dat zal gevoerd worden. Ze vertellen eerder aan the powers that be: hoe ver kunnen we gaan? Zijn er tekenen dat veel kiezers een beleidslijn niet op prijs stellen dan kan deze op een laag vuurtje, of zelfs in de koelkast gezet worden in afwachting dat de aandacht verslapt. Als er daarentegen weinig verzet, of zelfs enthousiasme is voor bepaalde plannen, dan kunnen ze in versneld tempo en met meer middelen voortgezet worden. Dat voorspelt weinig goeds voor het EU-beleid van de komende jaren. Het inhumaan migratiebeleid kan verdergezet en uitgebreid worden, evenals het uitkleden van het klimaatbeleid. En aangezien de geopolitieke machtsambities van de EU en haar militarisering in de campagnes geen thema waren, laat staan voorwerp van verzet, zullen nog veel meer miljarden belastingsgeld naar de legers en de militaire industrie vloeien en zal er nog minder werk gemaakt worden van een vredespolitiek. “Kriegsblock gewinnt” titelde het Duitse linkse blad junge Welt als reactie op de Europese verkiezingen. Bedoeld was het brede blok van Duitse partijen die pro bewapening zijn en waarvoor drie vierde van de kiezers stemde, maar de term kan evengoed in Europees verband gebruikt worden.

Nogal wat kiezers stapten verleden week of weekend uit het stemhokje en dachten Nu zijn we weer gerust voor vijf jaar. Niets is minder waar, er is alle reden om ongerust te zijn.

 


 

 

Een reactie op “Links en de EU-verkiezingen: zware bewolking, toch wat zon”

  1. Knap verslag Herman en je laatste zin geeft een boodschap die “laat ons hopen ” vele Burgers meenemen ..

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *